POèZIE
Aartsen, Marianne (1950)
[Gedichten],
juni-juli 2016, 823-824, 31-32.
Oorlogspaarden:
ÔWij schuimden na hoog water de waardenÕ, 31
Mangelmeisjes:
ÔHet gesis van heet lozenÕ, 31
Mijn
jas: Ôwerd uitgelegdÕ, 32
[Gedichten],
juni-juli 2017, 835-836, 59-61
Ooievaarsbekjeszaad:
ÔAlleen als ik teken ben ikÕ, 59
Voor
de hand: ÔIn de velden gevangen onder vlierkronenÕ, 60
Werkelijkheid:
Ôdeelde lucht, scheuten van klimroosÕ, 61
[Gedichten],
november 2018, 42-43.
Ingehaald:
ÔZitten ze wat dun bij de notarisÕ, 42
Tussen
de tekens: ÔDe oplossing lag misschienÕ, 43
[Gedichten],
februari 2020, 867, 48-49
Zwarte zon: ÔSpreeuwen spanden een wolk bovenÕ, 48
Blad: ÔIk bladerde, blader door de bomenÕ, 49
[Gedichten],
februari 2021, 879, 31-33.
Johanna
onbeantwoord: ÔMijn moeder was Jo of JohannaÕ, 31
Het ontkraken: ÔVan de houten treden van het trappenhuisÕ, 32
Meermin: ÔHad een meermin, een schouwwang van zandsteenÕ, 33
Achmatova, Anna (1889-1966)
Geboortegrond, november
1982, 420, 22.
'Niet
op ons lichaam in een talisman'
Vertaald
uit het Russisch en toegelicht door Hans Boland.
AdŽr, Herman (1940)
[Gedichten],
juni-juli 1983, 427-428, 13-14.
Nog
een keer bij meer willen slapen: 'dat dat mijn huis is', 13
Een
hoer: 'voor het raam van een souterrain staat een', 13
'er
is altijd wel', 13
'niemand
in jaren niet', 14
'hoe
kan dat ooit', 14
De
leraar en zijn klas: 'plichtgetrouw het babaardje tussen twee vingers', 14
Doetje
geeft een klap en krijgt er zeven terug: 'suf kijken we van de ene naar de andere
generaal', 14
Akkermans, Mark
[Gedichten],
december 1967, 241, 22-23.
Onbewoonbaar
verklaard: `verstening in de slag van een kamerdeur zint mij', 22
Kommunikaatsie
verbroken: `blauwzwarte nevels plooiden als dekens', 22
`De
zomerwarmte verblijft nog in de stad', 23
`Hoogmoedig
genoemd', 23
[Gedichten],
maart 1968, 244, 16-17.
`was
mijn leven geen vlinderdroom', 16
`lang
voorlopig', 17
[Gedichten],
augustus-september 1968, 249-250, 31-32.
`Mijn
lichaam begint vrucht af te werpen', 31
Onderhuids
leven: `het mes bezeten', 32
al-Ma'arri,
Abu al-'Alaa' (973-1057)
'Ik verafschuw voldaanheid zelfs die van de
lachende wolk', juni-juli 2006, 703-704, 77-79.
Vertaald uit het Arabisch
door en met uitleg (p. 79) van Hafid Bouazza.
Albrecht, Yoeri
Machiavelli,
december 1987, 481, 43.
'Uit
een lang en grijs verleden'
Al-Djahiz (776-868)
Acht
minnezangen, december 2007, 721, 3-8.
Minnezang
van een straatveger: 'Mijn hart is het riool van de liefde geworden', 3
Minnezang
van een kleermaker: 'Met verlating tornde je de naden vaan de liefde', 3
Minnezang
van een bakker: ' Afscheid kneedde de bloem van de liefde tot deeg', 4
Minnezang
van de paardenmeester: 'Als afwijzing de kribben vaan mijn lichaam afbreekt', 4
Minnezang
van de boer: 'Ik zaaide zijn liefde in de voren van zuiverhartigheid', 5
Minnezang
van de drankslijter: 'Een korte teug dronk ik samen uit de beker van de
liefde', 5
Minnezang
van de onderwijzer: 'Verlatenheid heeft de leerlingen van mijn hart beroofd', 6
Vertaald
en geannoteerd door Hafif Bouazza. Biografische notitie, 7. Aantekeningen, 7-8.
Aleksander, W.J.
[Gedichten],
december 1980, 397, 32-33.
Jonge
moeder in kindertuin: 'In het lentelicht alleen met haar kind', 32
Een
moeder: 'Eenmaal achtergelaten op de kade', 32
De
huisgod: 'Wanneer gij zwijgt en streng uit het venster kijkt', 33
Opdracht:
Voor C.
Alonso, D‡maso
Zuivere
gedichten, februari 1990, 507, 19-22.
1.
'Je zult weerkeren op een ongelegen uur: 'Je zult weerkeren op een ongelegen
uur', 20
2.
Ik zal aankomen in de schemering...: 'Ik zal aankomen in de schemering', 21
3.
Toen de dichter stierf: 'Toen de dichter stierf bleven bedroefd achter', 21
4.
Eeuwigheid: 'Vandaag, ongerepte dag, heb ik de dood aangeraakt', 22
5.
Dronken van de lichtjes in de nacht: 'Dronken van de lichtjes in de nacht', 22
6.
Nacht: 'En uit de sterren vallen', 22
Uit:
Poemas puros. Vertaald uit het Spaans
en ingeleid o.d.t. 'De Zuivere Gedichten van Damaso Alonso' door Livia
Verstegen.
Amstel, Anne van (1974)
Geef me nu ik wil, augustus-september 2014,
801-802, 19-22.
Vuil: 'geef me een muts
nu', 19
Steen: 'geef me een
speelvijver nu', 19
Vloed: 'geef me een boot nu', 20
Ven: 'geef me een schop nu', 21
Douche: 'geef me een parelketting nu',22
Douche: 'geef me een parelketting nu',22
Zet: 'geef me een zet nu' 22
Tref, november 2015, 816,
29-32.
microbriga: 'er hangen
nergens camera's', 29
santiago do cacem: de
wagenmenner woont onder het talud bij de lidl', 30
chahaignes: 'hij dwingt
ons een lader op we moeten', 31
steep:
'is het ok om te houden van iemand', 32
[Gedichten], februari
2017, 831, 18-20.
Lange afstand korte golven: Ôwat moet ik begrijpenÕÕ, 18
Voorspraak: Ôomdat ik dwars door jouw zwijgenÕ, 19
Toe: Ômag ik hem houdenÕ, 20
[Gedicht], mei 2018, 846,
6.
vreugdehof: Ôgeen dichter loopt ons nog na op straatÕ, 6
[Gedichten], oktober
2021, 887, 38-40.
trapezista: Ôik heb geen zitvlees meerÕ, 38
nok: Ômijn outfit is gemaaktÕ, 39
sugar glider: Ôna de voorstelling loop ik rondÕ, 40
Anker, Jan Willem (1978)
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 46-47.
Club II: 'Een klank lijkt
ergens van afgebroken'
, 46
Zonder
slaap: 'Geraamtes klepperen zacht in de muur'
, 47
Apherdiano (x-3)
Pseudoniem van Hugo Brandt
Corstius.
Appel, RenŽ (1945)
[Gedichten],
december 1968, 253, 28.
`Het
volgend jaar, ik bedoel'
Oorzaak
en gevolg: `De bankbediende F. die altijd'
Mijn
vader, maart 1969, 256, 38.
1.
`Zijn vader was krullenjongen'
2.
`Tien jaar oud'
Baren, Tina van (1958)
[Gedichten],
juni-juli 2020, 871-872, 42-45
Tussen
de coulissen, 42
Vergeet
het maar, 43
Omgekeerd
reizen, 44
Feiten,
45
[Gedicht], december 2020,
877, 3.
Real
time: Ôprobeer je een andere toekomst voor te stellenÕ, 3
Backer, Marijn
[Gedichten],
november 1983, 432, 34-35.
1.
'Maar Ik zeg u-tegenwind', 34
2.
'O, hij zal staan, als een offersteen', 34
3.
'Neem niet wat het uwe is, 34
De
kleine atlas: 'Vannacht is de hemel vol roomblanke wolken', 35
'Uit
het net dat-uur aan', 35
'Gelaten
om een ingegeven stap', juli-augustus 1984, 440-441, 57.
Drie
gedichten, mei 1985, 450, 34.
'Of
zal het eerder zijn'
'De
tederen raken'
Voor
de slaaf: 'Gebald : dat heeft hem bevolen'
Drie
gedichten, maart 1986, 460, 29-30.
1.
'Kun je wandelen zoals je kunt', 29
2.
'Of ook met een vinger beroeren', 30
3.
'Maar veranderd van stand en mens', 31
[Gedichten],
november 1988, 492, 40-41.
De
wind: 'De duinen zijn naar de zin van de wind', 40
Aan
de minister president: 'Deze wereld van bloemen, bloemengezichten', 41
In
het achterhuis, april 1989, 497, 9-11.
1.
'Op harde stoelen', 9
2.
'De tafel staat groot in het midden', 9
3.
'Ik zou een huis bewonen', 10
4.
'Het is zo 'n dag denk ik', 10
5.
'Land dat geen juwelen telt', 11
[Gedichten],
september 1989, 502, 34.
Apen:
'Het zijn de kleine mannen niet'
Einde
dag: 'Zolang ik niet mijn hand ophou'
[Gedichten],
december 1989, 505, 32.
1.
'Zoals op het laatst'
2.
'Onder bomen'
[Gedichten], november
2021, 888, 26-28.
verplaatsing: Ôin de trein zit een vrouw met een vis in een bak waterÕ,
26
in oceanen van ruimte en tijd: Ôde meeste sterren aan onze nachthemel
zijn groterÕ, 28
Baeke, Jan (1956)
Heldenleven,
december 1992, 541, 30.
'Kinderen,
zegt hij zijn vaak'
Paniek,
januari 1993, 542, 23.
'Op
een gegeven moment'
[Gedichten],
april 1993, 545, 34.
Paniek:
'Op een gegeven moment'. Gelijk aan 542, 23.
Verbintenis:
'Een man gaat schuil achter zijn bril'
[Gedichten],
juni-juli 1993, 547-548, 29-30.
Onvoltooid:
'Ze is zijn vrouw. dat is een vraag', 29
Cul
de sac: 'De hitte vilt het doodvermoeide land', 29
Vastberaden,
ongewis: 'Ze heeft zich strijdbaar opgemaakt', 30
Heldenleven:
'Kinderen, zegt hij, zijn vaak', 30
[Gedichten],
november 1993, 552, 29-30.
Genealogie:
'Een familie', 29
Exegese:
'Op een morgen staat ze daar', 30
Kringloop:
'Ze hanteert haar vork als een penseel', 30
[Gedichten],
maart 1994, 556, 21-22.
Ancien
rŽgime: 'Kijk hier staan ze naast elkaar', 21
Komen
en gaan: ''s Zaterdags, tussen twee veldslagen door', 21
Die
Unvollendete: 'Ze werkt zich uit. Zang en publiek', 22
Ingelijst
verleden: 'Waar je nu bent', 22
[Gedichten],
januari 1995, 566, 24-25.
Il
miglion fabbro: 'Ik kom N. geregeld tegen', 24
Concurrentie:
'Jouw knechten zijn welopgevoed en goed gekleed', 25
[Gedichten], oktober 1995, 575, 27-28.
In
afgelegen oorden: 'Soms lijken het de zomers', 27
De
archieven: 'Hij is een dierenvriend', 28
[Gedichten],
maart 1996, 580, 32-33.
Ascese:
'Zijn lichaam is verzwaard met dieren', 32
Routine:
'Hij kan een paard ontstemmen, 33
[Gedichten],
februari 1997, 591, 32-33.
What
is this thing called love: 'Ik zag hun vrouwen terug in oktober', 32
Groter
dan de paarden: 'De zachtheid van paarden', 33
[Gedichten],
oktober 1998, 611, 30-31.
Moeten
is een eigenschap: 'Onbekenden', 30
Zo
is de zee: 'Zee vult verslagen en verslagenen', 31
Bai, Juyi
Het
lied van het eeuwig verdriet, april 1982, 413, 8-10.
'Han's
keizer, slaaf der zinnen, zocht een vrouw, verwoestend schoon'
Vertaald
uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema.
[Gedichten],
oktober 1984, 443, 30-31.
Bij
de verjaardag van goudklokje: 'Ik was al bijna veertig jaar geworden', 30
Bij
de dood van Goudklokje tijdens mijn ziekte: 'Wie had gedacht dat tijdens eigen
ziekte', 30
Goudklokje
I: 'Een afgeleefde zieke man van veertig' 31
Goudklokje
II: 'Wij waren, jij en ik, tot kind en vader', 31
[Gedichten],
november 1984, 444, 38-42.
's
Nachts een lied horend (overnachtend in Ezhou): ''s Nachts aangemeerd bij
Papegaaiebank', 39
Ballade
van de luit: 'In Xuyang: de Rivier. Ik deed een gast 's nachts uitgeleide',
40-42
Vertaald
uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema.
Ballade
van het zuidoosten, oktober 1990, 515, 9-15.
'Ik
reisde zuidwaarts door het wijde Chu'
Vertaald
uit het Chinees en voorzien van een nawoord door W.L. Idema.
Het
bezoek aan het Klooster van Verlichting tot Waarheid, juni-juli 1991,
523-[524], 46-54.
'In
Eerste Harmonie, jaar negen, herfst'
Correctie,
525-526, [2]. Vertaald uit het Chinees en voorzien van een nawoord door W.L.
Idema.
Mijn
teruggetrokken leven in een dorp aan de Wei, mei 1992, 534, 18-23.
'een
heilig tijdvak is de eerste harmonie'
Vertaald
uit het Chinees en toegelicht door W.L. Idema.
Aan
de scharensliep op het Rotondenplein, oktober 1997, 599, 9-10.
'Wat
veel geleien op zee, wat veel', 9
'Slijp
niet langer de scharen en messen', 10
[Gedichten],
november-december 1997, 600-601, 76-78.
Thema:
Risico.
Wat
de electronen vertellen. Over de geest van Rome, meer dan een eeuw geleden:
'Zeventig stemmen, tachtig stemmen', 76
Hymne
aan de walnotenboom: 'Blijf af van de vruchten van de walnotenboom', 77
'Ook
ik was in ArcadiŽ': 'De verte verglijdt in wolken bijna Pruisisch', 78
Baren,
Tina van (1958)
[Gedichten],
oktober 2012, 779, 38-39.
De
wendbaarheid van vissen: 'het gaat hier om', 39
Een
zwerm vogels: 'zonder jouw ogen', 40
[Gedichten],
december 2012, 780 [781], 21-23.
Hier:
'in deze regels', 21
Sub
rosa: 'daarom dit hier, deze woorden', 22
De
wendbaarheid van vissen: 'het gaat hier om', 23
Hetzelfde
gedicht verscheen in nr. 779 met onvolkomenheden in de opmaak.
[Gedichten], augustus-september 2013, 789-790, 44-46.
Afstand:
'ze bewaart het in een kamer', 44
Nacht:
'laat mij achter met een mond', 45
De
enige: 'nooit eerder stond ik', 46
[Gedichten], december 2013, 793, 13-14.
Het
enige: 'je kunt wegduiken in de kraag van je jas en zonder omkijken', 33
Waar:
'als het waar is', 34
Afstrepen,
mei 2014, 798, 36.
'Eerst
zijn er verschijnselen, die al snel'
[Gedichten], mei 2015, 810, 21-22.
Die
(eerste lezing): 'om te beginnen: ik was hier eerst', 21
Ver:
'midden in het veld', 22
Barnard, Benno
[Gedichten],
mei 1980, 390, 39.
Op
dit buiten: 'beweegt niets, een duif, ja, van oude familie'
School
van de po‘zie: 'Wat soms po‘zie is staat blij voor de spiegel'
Behalve
de haan (omne animal): 'Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar'
Belgische
september: 'Het luieren, onwereldse geluiden als ijs'
[Gedichten],
augustus-september 1981, 405-406, 28-29.
Duino,
28:
Omdat
het dat was: 'Een raadselachtig slot is het, bereikbaar soms, maar'
Niet
wat er staat: 'Wie zou verklaren dat zoiets bestaat, tot in'
Hierom
is het: 'Een rimpelloze slaap kaatst als een spiegelglad en'
Zwarte
kunst, 29:
'De
steen die de wijzen traceerden'
'Wat
pact met de kollen, wat heksen
'Een
prachtige doezel, Doornroosje'
'Bedreven
in grondig bedriegen'
'Ik
kies bij het kiezen positie'
Barnas,
Maria (1973)
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 22-23.
Continu•teit: 'Het meisje
loopt de trap op. Het meisje loopt de trap met treden'
, 22
Er hangen larmoyante
metaforen in de boom als dode zwanen: 'Er is een leven dat zich verwijdert van
het thema'
, 23
Bas, Jan de (1964)
Zeven
gedichten, oktober 1985, 455, 37-38.
Zonder
titel: 'Het meisje', 37
Golfslagbad:
'Daar ligt ze dan', 37
De
tweede Noach: 'Ik reed rond op mijn gemak', 37
Op
de trap: 'Ik loop op de trap', 38
Zonder
inspiratie: 'Bedroefd keek hij', 38
Wonder:
'Zondag dreef er', 38
De
ode aan een zuster: 'Mijn gedachten rijmen niet', 38
[Gedichten],
oktober 1996, 587, 19-21.
Het
kan verkeren: 'Man huis vrouw', 19
Politiek
gedicht: 'De hoofden heet', 20
Het
kan vergaan: 'Nou en? Te bang', 21
[Gedichten],
juni-juli 1997, 595-596, 58-59.
Gebonden:
'Hij laat de hond uit zonder hond', 58
Zo staan de zaken
er voor & zo zit dat: 'Een man geeft een', 59
[Gedichten],
maart 1998, 604, 10-12.
Voorhamer: 'Tok,
tot, tok, tok, tok', 10
Verf:
'Bedekt bederf van gang', 11
Boor:
'Hij boort door', 12
[Gedichten],
maart 1999, 616, 13-14.
And the sea opened
his eyes: 'Meeuwen krijsen als kinderen', 13
Vogelperspectief:
'In de tuin zit', 14
[Gedichten], april 2000, 629, 15-16.
De
ondergaande zon: 'In een kamer staat een vaas', 15
Een nieuw begin: 'Hij
schreef: 'Mijn lieve schat', 16
[Gedichten], november 2000, 636, 29-30.
Balance of power: 'Uit
een raam, hier ver vandaan', 29
Out (of the question):
'Met de snelheid van een slak', 30
[Gedichten],
mei 2001, 642, 33-34.
Op de hoek van het bestaan: 'De vrouw achter het snackloket', 33
Een glashelder gedicht: 'Zeer voorzichtig, een heel dun glas', 34
[Gedichten],
december 2001, 649, 30-31.
Omtrent de waarheid van Oostende: 'Kinderen spelen', 30
O, wat erg!: 'De man van hierboven komt', 31
[Gedichten], augustus-september 2002, 656
[657-658], 42-43.
Boer,
vanuit de lucht bezien: 'De boer kijkt naar de lucht,', 42
Wanneer houdt een molen
op (een molen te zijn)?: 'De molen draait en stopt', 43
Opdracht: Voor Jona.
[Gedichten], maart 2003, 664, 22-23.
Zonder titel: ÔDe
boerin hield beide handen in de schootÕ, 22
Klap
van de molen: ÔHet is druk bij de molenÕ, 23
[Gedichten], mei 2004, 678, 32-33.
De meeuwen: 'Regelmatig begon hij een
gedicht', 32
Te liggen: 'Het is al zondagmorgen',
33
[Gedichten], december 2004, 685, 16-17.
Op visite: ÔHij kwam op bezoek om te
praten,Õ, 16
Gedicht om te onthouden: ÔIk las een
gedichtÕ, 17
[Gedichten], mei 2005,
690, 33-34.
Balance of being: 'Met de wind in de
rug', 33.
De liefde van de man: 'We praten over
liefde,', 34
[Gedichten], november
2005, 696, 43-44.
De waarheid van de dichter: 'Voorop
de fiets van de dichter', 43
De man, de dijk: 'Hij klom en zag',
44
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 64.
Met andere woorden: 'Ik schreef
het woord auto', 64
Schipper naast God: 'Ik
moet niet elke keer mijn gedichten beginnen met ik,'
, 64
Met als opschrift een
citaat van K3.
[Gedichten], oktober 2007, 719, 28-29.
Weg: 'Stenen zo
geordend', 28
Hopen: 'Dit wachten heeft
een naam', 29
[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 55.
Plakboeken: 'Een meisje
poseert voor een jongen'
Mevrouw
Descartes: 'Ik besta, dus ik denk'
[Gedichten],
oktober 2010, 755, 45.
De
zee spreekt met twee woorden: 'De zee spreekt van oude stukken wrakhout'
Huis van bewaring: 'Het huis staart met zijn donkere
ogen'
[Gedichten], augustus-september 2012, 777-778, 52.
Alles met een reden: 'Ik zit niet in het gras.'
Overgave: 'Een man in witte jas'
[Gedichten],
februari 2014, 795, 41.
Liefdesgedicht: 'De filosoof vraagt zich af'
Dit terzijde: 'De schapen in de weide,'
[Gedichten], november
2015, 816, 47-48.
Spandoek:
'Zie daar zijn spandoek', 47
Vliegende
vader: 'Een meeuw loopt een paar meter' 48
[Gedichten],
februari 2017, 831, 48.
Reiger: ÔHij staat te zwijgen over de dingenÕ, 48
Hond: ÔNoem het saai en
voorspelbaar,Õ, 48
[Gedichten],
juni/juli 2019, 859/860, 31-32
Levende vaders: ÔIk dacht als mijn vader dood is,Õ, 31
Checkpoint Charlie: ÔZe lag op haar zijdeÕ, 32
Welterusten: ÔHij slaat het boek dichtÕ, 32
[Gedichten],
augustus/september 2021, 885/886, 46-48.
Mijn koningin: ÔJe ogen staan gevangen in een lijst.Õ, 46
Fuut: ÔDe fuut hielp onderduikersÕ, 47
Alles heeft zo zijn reden: ÔEen beschrijving geven van een bergeendÕ, 48
Beelen, Jaap van
[Gedichten),
november 1974, 324, 37.
Oktober:
'Witte wintertonen'
Openbaring:
'Beelden van een aarde'
Bei, Dao
[Gedichten],
november 1991, 528, 26-27.
Vreemden:
'jij maakt een smak', 26
De
slaapwandelaar van augustus: 'Je stenen klok van de zeebodem klinkt', 27
De
sneeuwgrens: 'vergeet wat ik gezegd heb', 27
Vertaald
uit het Chinees door Maghiel van Crevel.
Bekker, Hennie
Niet
vrolijk, november 1991, 528, 37-38.
'Het
is een woensdag waarop we niet vrolijk zijn'
Bentz van den Berg, Roeland
[Gedichten],
januari 1978, 362, 34-39.
Medusa's
zoon: 'Boven kale heuvels naaldbomen', 34
Zwarte
sneeuw: 'Morgens kil als middernacht', 34
Proefpersoon:
'In een kamer in een wereldstad', 35
Warszawa-een
cyclus, 36-39
1.
'Waar heden verleden het diepste snijdt', 36
2.
'In elk ogenblik is het zover', 37
3.
'Het dagelijks groeiend overschot', 37
4.
'Getekend over alles heen', 38
5.
'Vermist in een landschap', 38-39
[Gedichten],
april 1978, 365, 36-38.
Alias,
36-37
1.
'Door de blinkende woede van zijn demon', 36
2.
'Dan is hij terug: vreemdeling', 36
3.
'Zijn verschijning is al een gebeurtenis', 37
Machinatie,
37-38
1.
'Mijn handen zijn niet langer van mij', 37
2.
'Koortsachtig betasten zij', 38
3.
'Een voor een vinden alle ledematen', 38
De
baai van Solo Ipse, oktober 1978, 371, 28-32.
1.
'Opeens is daar de brug', 28
2.
'Waar hij vandaan kwam', 29
3.
'Ik droomde de electrische', 30
4.
'Halverwege de brug sta ik', 31
5.
'Geen herinnering geen verlangen', 42
Berghout, Cathrien
[Gedichten],
februari 1998, 603, 23-24.
Kleren
klaarleggen: 'Hij neemt een aanloop in zijn slaap', 23
Zwaar
tillen: 'Met zes begint hij mee te sjouwen', 24
Verstekelingen,
oktober 1998, 611, 22-23.
Trouwfoto
(1): 'Zo staan hun stoelen voor hun achtergrond', 22
Picknick
(2): 'In 't midden van de eeuw en in de hitte', 23
[Gedichten], december 1999, 625, 21-22.
Cel
van mensen kloneren mag: 'Vooral op onderdelen', 21
Bij
de wandelingen 1&2 van Jean-Jacques Rousseau: 'Hoe hij 's morgens in
zichzelf',
22
[Gedichten], mei 2000, 630, 29-30.
Hoe
oud is een wolk?: 'Een wolk verdampt verleden drijft landinwaarts', 29
Te
Rotterdam*: 'Met anderen van
weinig woorden', 30
Ter nagedachtenis aan
mijn vader.
Bernlef, J.
Pseudoniem van H.J.
Marsman.
Bevers, Bert
[Gedichten],
december 1987, 481, 33-35.
Ardea
cinerea: 'alsof ze ooit op deze wereld kwam', 33
Een
zanger in de wortels: 'er huist een zanger in de wortels', 33
Oude
spiegel, vers zweet: 'een dichter leeft zo veel hij wil', 34
Ricochet:
'ontheemd gedraagt de dichter zich te velde', 34
Bath:
'als een spiegelbeeld lijken de baden', 35
Bindervoet, Erik (1962)
De
intocht van Christus in Amsterdam (Een leerdicht), juni 1988, 487, 12-18.
I.s.m.
Robbert-Jan Henkes.
'Langs
de A4, Utrecht-Amsterdam, in de richting van Amsterdam'
Feestjes
van de apecolypse, april 1989, 497, 32-33.
I.s.m.
Robbert-Jan Henkes. 'De valavond stond op. Zo dicht bij de kortste dag. De
jongste morgen. De valt.'
De intocht van Christus
in Amsterdam, juli-augustus 1990, 512-513, 22-31.
Zaterdag:
'Zaterdag waterdag koopjesdag', 22-21
Moeder:
'U liet me niet aan 't woord', 28
Aan
de oever: 'kip en ei', 28
De
Utrechtse Brug en Omgeving: 'Al te misse moede op de Utrechtsebrug', 29-30
Op
Nederland: 'We liepen op de heide', 31
Het
Boek Bert, december 1990, 517, 18-19.
'We
waren met professor Bodegraven (Bert Poll) bezig het wereldraadsel op te
lossen'
I.s.m.
Robbert-Jan Henkes. Herinneringen aan K.L. Poll.
De erfenis,
augustus-september 1991, 525-526, 15-16.
I.s.m.
Robbert-Jan Henkes.
'de
thee staat koud op tafel'
De
wereld als wil en voorstelling, januari 1994, 554, 33-37.
Eerste
boek: 'Je kan niet buiten je hoofd om denken', 33
Tweede
boek, 33-34
1.
'Je kan wel zoveel denken', 33-34
2.
'Het uiterlijk van je wil, zoals je wil zich voordoet', 34
3.
'Alles & iedereen', 34
Derde
boek: 'Toch heb je wel eens van die momenten', 35
Vierde
boek, 35-37
1.
'je kan niet plotseling iemand anders worden', 35-36
2.
'Niet voor niets is de duidelijkste & sterkste uiting van de wil', 36
3.
'Jezelf herkennen in iemand anders' 36-37.
Gedeeltelijk
verleden Kadoelen (1), juli-augustus 1994, 560-561, 34-39.
'wat
er niet was: 'In het huis waar wij wonden stond geen staartklok'
Gedeeltelijk
verleden Kadoelen (2), september 1994, 562, 23-26.
Wat
er niet meer is: 'Uit een interview met mijn moeder bleek'
Liedteksten, januari 2009, 734, 46-49.
Boheemse rapsodie: 'Is
dit mijn leven wel, of is het ingebeeld', 47
Luchtvibraties: '', 49
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'Bohemian Rhapsody' van F. Mercury en 'Good
vibrations' B. Wilson & M. Love zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, februari 2009, 735, 46-49.
Er komt verandering aan:
'Bij de rivier stond mijn wieg', 47
'Waar gaan we heen:
'Moeder, moeder', 49
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'A Change is Gonna Come' van Sam Cooke en 'What's
going on' van Marvin Gaye zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, maart 2009, 736, 46-49.
Wit konijn: 'EŽn pil
maakt je groter' 47
Weg op de woeste, kwaaie
hei: 'Weg op de woeste, kwaaie hei', 49
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'White Rabbet' G. Slick en 'Wuthering Heights'
van K. Bush, zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, april 2009, 737, 46-49.
Bergen aan Zee: Het tij
zat mee', 47
Pietersberg: 'Ik besteeg
de Pietersberg', 49
I.s.m. Robbert-Jan Henkes.
De Engelse originelen 'Blueberry Hill' van L.L. Stock, A. Lewis, V. Rose en
'Solsbury Hill' van P. Gabriel zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, mei 2009, 738, 44-47.
Gun vrede een kans: '2,
1, 2, 3, 4', 45
Kom erin: 'Hoor wie klopt
er aan de deur? Hoor wie belt er hier aan?', 47
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'Give peace an chance' van Paul McCartney en John
Lennon en 'Let 'em in' van Paul McCartney zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, juni-juli 2009, 739-740, 60-63.
Dan loop je nooit alleen:
'Als je loopt door een storm', 61
Wij zijn de besten: 'Mijn
tol betaald', 63
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'You'll Never Walk alone' van Oscar Hammerstein
II & Richard Rogers en 'We Are the Champions' van F. Mercury zijn voor de
vertalingen opgenomen.
Liedteksten, augustus-september 2009, 741-742, 62-65.
Geen Uitweg: 'Het plafond
zit vol met scheuren', 63
Leve de koningin: 'Leve
de koningin', 65
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'Dead End Street' van Ray Davies en 'God Save the
Queen van Paul Cook, Steve Jones, John Lydon, Glen Matlock zijn voor de
vertalingen opgenomen.
Liedteksten, oktober 2009, 743, 46-49.
Schooltijd: 'Hoppa je
nest uit en hup naar school', 47
De zoveelste steen in de muur:
'Pappie vloog over het water', 49
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'Schooldays' van Chuck Berry en 'Another Brick in
the Wall' van Pink Floyd zijn voor de vertalingen opgenomen.
Liedteksten, november 2009, 744, 46-49.
Herinnering: 'Toen jij
was weggegaan', 47
Niets dat het haalt bij
jou: 'Het is nu zeven uur geleden op de twaalfde dag', 49
I.s.m. Robbert-Jan
Henkes. De Engelse originelen 'Memories' Earth & Fire en 'Nothing Compares
2 U' van Sinead O'Conner zijn voor de vertalingen opgenomen.
Liedteksten, december 2009, 745, 46-49.
Een met z'n twee‘n: 'Denk
jij aan mij en jou, ja nou', 47
Dalen diep, hemelhoog:
'Ooit had ik een lappen pop, toen ik nog klein was', 49
I.s.m.
Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Happy Together' van The Turtles en
'River Deep-Mountain High' van Ike & Tina Turner zijn voor de vertalingen
opgenomen.
Liedteksten, januari
2010, 746, 42-45.
Mijn
strijd: 'Mijn vriend, het einde naakt', 43
Het
end: 'Dat is het end, wie je ook bent', 45
I.s.m
Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'My way' Frank Sinatra en 'The End'
van The Doors en zijn voor de vertalingen opgenomen.
[Gedicht], april 2019,
857, 42-46.
ÔThe Beauty and The BeesÕ, 42-46
[Gedichten] maart 2020,
868, 38-39.
Light verse, dimmende
maan, bloed aan de taal: ÔJe bent weer aan het spokenÕ, 38
Wolkenlandschap: ÔIk zag
een oogÕ, 39
Biesheuvel, J.M.A. (1939)
[Gedichten], november 2014, 804, 4.
In
de nacht: ''...dat ik heel mijn zondig leven niemand'
Tsjechov: 'Tsjechov beneemt ons'
Beek, november 2015, 816,
8-10.
'Een
prachtige jongen'
Mopje, mei 2016, 822, 16
ÔSam & SaarÕ
BlŽ, Sacha
[Gedichten], april 2005,
689, 32-33.
Hoogzomer:
'Het was nog juli', 32
Glas:
'Men mint,', 33
Bloem, Rein
Trobar
klus, 19-12-1962, 185, 20.
`voor
ons ligt een gedicht'
Blokker Jr., Jan
[Gedichten],
juni-juli 1970, 271-272, 45.
`Ik
reed'
`Het
bier'
`De
blote Ulk'
'Het
licht verdicht zich', februari 1971, 279, 27.
De
verkrachter van Sjouk, april 1971, 281, 21-22.
1.
`De morgen geurt', 21
2.
`'s nachts', 22
3.
`Die ochtend', 22
4.
`Nooit zul je haar aanraken', 22
`In
zwarte pakken', december 1971, 289, 14.
Het
experiment, mei-juni 1972, 294-295, 20-22.
'Diep
in de hal, waar'
De
Augiusstal, december 1972, 301, 14-15.
'Er
stroomt een rivier'
De
Symplegaden, maart 1973, 304, 37-38.
'Er
voer een schip'
Het
paard, mei-juni 1973, 306-307, 39-43.
1.
'Ietwat bleek', 39
2.
'Ik zou het wel weten', 40-41
3.
'Die dag', 42-43
Aida,
november 1973, 312, 18-20.
1.
'Wanneer je ouder wordt', 18
2.
'We vermelden', 18
3.
'Twee huizen verwachten' 19
4.
'Of anders', 14
5.
'Hier staat een huis', 19
6.
'Inmiddels weet ik', 20
7.
'Een nieuwe trap', 20
De
trein, april 1974, 317, 21-23.
1.
'Daar komt al de dokter', 21
2.
'Hier denk ik nog wel eens', 21-22
3.
'Ik ben een spook', 22-23
De
bus, juli-augustus 1974, 320-321, 46-48.
'En
weer kom ik thuis'
De
verhuizing, maart 1975, 328, 29-30.
`Zij
tellen'
De
bende, oktober 1975, 335, 23-25.
`Er
trekt een bende'
De
bedevaart, augustus-september 1976, 345-346, 44-45.
'Besproken
plaatsen'
Het
beeld van de dichter, maart 1977, 352, 34-35.
'Speciaal
geschreven'
Een
hommage, april 1978, 365, 45.
'Bestaat
er nog iets'
De
ontmoeting, augustus-september 1978, 369-370, 55-56.
1.
'Eens', 55
2.
'Ik had het toch', 56
3.
'Ik weet niet of het angst is', 56
Gezang
voor Kanga II, februari 1979, 375, 40.
'Weer
verder vergrijsd'
Drie
sonnetten, augustus-september 1979, 381-382, 31-32.
1.
'Joris, jij kwam in huis in ruil', 31
2.
'Joris, wanneer jij tegen beter weten', 31
3.
'Joris, ik zweer je, het is niet', 32
Drie
gedichten, augustus-september 1980, 393-394, 35-36.
1.
'Zij zijgt neer, de ogen gesloten', 35
2.
'Ik heb je voor het eerst gezien in de Laing's Nek', 35
3.
'Er is een tijd geweest dat ik naar jou', 36
'Het
ideaalbeeld van een brug', december 1981, 409, 27.
Nog
even spreken, februari 1982, 411, 32.
'Te
weinig hebben wij elkaar gezien'
'Ik
heb in Babylon een koningsgraf gezien'
'Ik
heb je niet bedacht'
'Een
en twintig jaar geleden stierf mijn opa', april 1983, 425, 22.
Bergen
Belsen, mei 1983, 426, 28-30.
1.
'Vannacht ben ik gevlucht', 28
2.
'Er leidt een trap vanuit de kloostergang', 28
3.
'Ken je dit plein, zie je', 29
4.
'Ik leef in een archiefopname, 29
5.
'Welke Germaanse God leeft mij', 30
6.
'Altijd was jij er: Le Bec-Hellouin', 30
Een
foto, mei-juni 1984, 438-439, 62.
'Er
varen schepen uit, beladen'
Een
foto (3), maart 1986, 460, 35.
'Gekleed
naar de mode van zeven jaar geleden'
Boer, Erwin den
[Gedichten],
augustus-september 1997, 597-598, 48-49.
Ik
is: 'Ik is geen Hollandse dichter', 48
'Slapen
kan je in je eentje', 49
Boer, Gert
[Gedichten],
mei 1977, 354, 35.
Saksisch
kwatrijn: 'In een stugge wal steekt gras en brem'
Te
laat: '"Nu zijn wij alleen maar eenzaam"'
[Gedichten],
februari 1978, 363, 34-35.
Samothrace:
'Toen alle krekels stil', 34
Avond:
'Veel gebeurde', 34
Misschien:
'Dit vervloekte Babylon', 34
Een
verhaal: 'Vluchten als een dief', 35
Rubicon:
'Al wat ik schreef', 35
Boerdam, Jaap
Gay
Head, maart 1971, 280, 33.
`Bovenop
de rotsen'
[Gedichten],
december 1971, 289, 17.
Waarzeggerij:
`Jij vele namen dragen'
Nieuws
en reklame: `Als alles over is'
[Gedichten],
september 1973, 310, 46.
Moeilijk:
'Welke lijnen 's avonds verdwijnen'
Wandelingetje:
'Je ogen glijden langs'
Tremble:
'Wilgetakken slepen door de groeven'
[Gedichten],
november 1973, 312, 28.
'Une
impression de Norv�ge': 'Vroeger schilderde ik met plezier'
Kerkdienst:
'Op zondag stak de dominee steevast'
The
swimsuit idea: 'Op de foto met de Pacific'
Badplaats
in Ierland, december 1973, 313, 30.
'Voorbij
de boulevard van Bray'
[Gedichten],
september 1974, 322, 30-31.
Mej.
M.: 'Maigret heeft zijn twee doden', 30
Lezen:
'De dingen: die ik zie zijn', 30
Historisch
materialisme: 'In datzelfde rode truitje', 31
Bouwgrond:
'Het opgespoten land', 31
Zullen:
'Wat je niet zegt', 31
Boersma, J.M.
Rondeel,
11-07-1962, 162, 10.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
`Wanneer
zij mij dat vergunde'
[Gedichten],
11-07-1962, 162, 13.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
Avondje:
`We spraken rood en hoog op toon'
Veervoeten:
`Elk dichtertje zingt'
[Gedichten],
25-07-1962, 164, 9.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
Toekomst:
`Als die mij nogal lief zijn'
Onderwerp:
`Waarover dan over mezelf?'
Zelfportret:
`Ik ben voornamelijk van geen belang'
[Gedichten],
12-09-1962, 171, 9-10.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
Drie
dromen
1.
`Ik droomde dat ik Peter Vos', 9
2.
`Stampend met zijn verdomde stokje', 9
3.
`Van Theo Sontrop dromen', 10
Zoet
dertig en nooit opgevist: `Wat ik ben is zo onduidelijk', 10
Opdracht:
Voor J.M. Boersma
Hors
concours, 17-10-1962, 176, 15.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
`Lamme
Hork doet alles beter'
Opdracht
aan de vioolbouwer, februari 1963, 187, 45.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
'Een
lier van wilgenhout;'
's
Avonds dacht de man, april 1963, 189, 39.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
'De
klok die de verloren tijd'
Twee
bewerkingen, april 1963, 189, 39.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
Redenen:
'Hier ben ik na lang denken positief in' (Naar H. Aldrich)
Uitverkorenen:
'Van alle vrouwen die op aarde koning kraaien' (Naar W. Irwin)
Maria
Magdalena spreekt, mei 1963, 190, 42.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
'Hem
achterna gelopen als een gek'
De
kunstcriticus, juli-augustus 1963, 192-193, 34.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
'Radeloze
Rinus heeft verdomd'
[Gedichten],
januari 1972, 290, 25-27.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
'Ik
ben bezig je waar te maken', 25
Terra
cognita: 'Morgens als bijen grommend', 26
'De
dagen met het kleine gerinkel van', 26
Sonnet:
'Zo is de nacht : gehurkt', 27
Droom:
'In een droom word je door perkamenten', 27
[Gedichten],
oktober 1973, 311, 26-27.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
Treasure
Island: 'My old man in a deadman's chest', 26
Het
inwendige museum: 'Toen mijn vader op sterven na dood was', 26
Afscheid:
'Op een avond belde mijn moeder op', 27
Geen
vuil aan de lucht, augustus-september 1975, 333-334, 31-35.
Onder
pseudoniem Alain Teister.
`Verdriet
in het huis van de dichter Teister'
Bokkel, Pim te (1983)
Gedichten, januari 2010, 746, 9-10.
Lieke: 'Alsof ze bijna
huilt wanneer ze bijna', 9
Liedje: 'Als iemand hier
de standaard van zijn fiets dichtklapt', 10
Cardiografie van het zeewater, oktober 2010,
755, 23-24.
1. 'Wat het water
achterlaat', 23
2. 'Op elke heuvel rust',
23
3. De grond die ik
besta', 23
4. De wilskracht van
water', 23
5. 'Maar steeds is er het
punt waarop', 23
6. 'Noem het
waterplateaus -', 24
7. 'Er is geen
waterpeil', 24
8. 'Er is de wassing', 24
9. 'Duizenden kustlijnen
tel ik', 24
10.
'Wilskracht die uitvloeit als spoelwater', 24
[Gedichten], oktober
2011, 767, 39-40.
Vertraging:
'Een meter voor het rode sein', 39
Spionnenlied:
'Noem me Anna', 40
[Gedichten], december
2015, 817, 39-40.
'In
bevroren ondergrond', 39
'onder
een lage bestralende zon', 40
[Gedichten], april 2017,
833, 39-40.
Het
regent en je droomt (Voor Joris van Casteren):
ÔEldersÕ,
39
ÔIn
het schijnsel van je scherm is allesÕ, 39
ÔAls
onbegrensdeÕ, 39
ÔKleine
mensen dromen van het omkeerpuntÕ, 40
ÔHet
waait en eldersÕ, 40
[Gedicht], april 2018,
845, 49.
Indrukken:
ÔIn mijn kamer in de havezate weet ik niet zeker ofÕ, 49
[Gedicht], december 2018,
853, 39-41.
Om
te betekenen:
Ôwe
leerden roken in de winterÕ, 39-41
Boog, Mark (1970)
[Gedichten],
maart 1998, 604, 20-21.
Vier
minuten aan een tafel: 'In de geruststellende nabijheid van een', 20
Weer
vrij nu: 'Weer vrij nu', 21
[Gedichten], oktober 2001, 647, 30-32.
Namens niemand meer: 'Dit, namens niemand meer,', 30
'Wij zijn het oneens,, 31
Het is er wel, allemaal: 'Het is er wel, allemaal, maar niet van harte. Het',
32
[Gedichten], augustus-september 2002, 656
[657-658], 12-14.
Afspraak: 'Je vertrok,
zei je. Naar verre landen, zei je.', 12
In ieders aangezicht het
jouwe: 'In ieders aangezicht het jouwe, in ieders', 13
Het gedrag slechts: 'Het
gedrag slechts om mee aan te tonen', 14
[Gedichten], mei 2003, 666, 10-13.
De
berusting: ÔIs er met het spelen in de tuin tijd verdaan?Õ, 10
Mij,
schaap: Ô Mij, schaap, overkomt niets daan wat de herder wilÕ, 11
Als
gieren: ÔAls gieren, hyenaÕs, palingenÕ, 12
Men
verdraagt zich maar moeizaam: ÔMen verdraagt zich maar moeizaamÕ, 13
[Gedichten], december 2003, 673, 12-13.
Onze
afwezigheid: ÔOnze afwezigheid was verklaarbaarÕ, 12
De
kamer, zonder leegte: ÔDe kamer, zonder leeegte, is nietsÕ, 13
[Gedichten], mei 2005,
690, 7-9.
Dat
je me niet kent: 'Dat je me niet kent', 7
Aan
de rand: 'Aan de rand van het verstand gekomen,', 8
Je
grijze ogen: 'Je grijze ogen. De tijd een kind', 9
[Gedichten], december
2005, 697, 9-11.
Einde:
ÔZo te zeggen: ÔeindeÕ. Op deze manier.Õ, 9
Dit
mag: ÔDit mag een troosteloos bestaan zijnÕ, 10
En
het vlees: Ô En het vlees werd woordÕ, 11
[Gedichten] maart 2006, 700, 10-11.
Tuin: 'Besproei de tuin,
ontken de nutteloosheid.', 10
De terugweg: 'De terugweg
was heel anders. Zelfs de wind', 11
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 5-7.
Grammatica: 'Je
afwezigheid is adembenemend'
, 5
Deur: 'Op zoek naar de
vraag'
, 6
De laatste stad
:
'De hotelkamer is alleraardigst.'
, 7
Men bezadigt, juni-juli 2006, 703-704, 80.
'Men bezadigt. Niets dat
daaraan helpt.'
[Gedichten], november
2006, 708, 8-10.
Ten
dode!: ÔTen dode! Nu of nooit!Õ, 8
Daar:
ÔDaar: slaap!Õ, 9
Omcirkeld:
ÔWij, omcirceeld, aangewezenÕ, 10
[Gedichten] , december 2007, 721, 13-15.
Som:
'Stormen rond het huis werpen afval tegen de ruiten', 13
Geen
verdwijnpunt', 14
Tram:
'Gekozen vervoermiddel: tram', 15
[Gedichten], mei 2008, 726, 16-17.
Wij zijn
genummerd: 'Wij zijn genummerd', 16
Klem: 'Rond
de borst de kleding', 17
[Gedichten], februari 2009, 735, 7-10.
Naast ieder wieg: 'Naast
iedere wieg een fee', 7
Betreffende begin: 'Elk
begin is een vernietiging', 8
Het boze: 'Onderaan de
trap, bovenaan de trap ook', 9
Zijn ark: 'Zijn ark bij de doop al gezonken', 10
[Gedichten], februari 2010, 747, 7-10.
Aandoenlijk is de mens en
klein: 'Aandoenlijk is de mens', 7
Al dat streven: 'Al dat
streven – floep', 8
Voldoende blind: 'Voldoende
blind voor het kleine en het grote', 9
Je loopt, je moet: 'Je
loopt – je moet, je bent atleet, wilde dat worden –', 10
De
golven en het breken: 'Je ziet er de golven in en het breken', 10
[Gedichten], februari
2011, 759, 21-22.
Kijk
dan toch: 'Kijk dan toch hoe mooi het is, alles!', 21
Men
moet: 'Je kunt niet alles weten', 21
Gered:
'In de prullenbak?', 22
Wat
doe je eraan?: 'Wat doe je eraan?', 22
[Gedichten], juni-juli
2013, 787-788, [5]-[7].
Late
lente: 'Als een oceaanstomer nieuw', [5]
Rolluiken:
'Rolluiken donderpreken de stad dicht', 6
Kabbelen:
'Komaan komaan! Het loopt helemaal niet af', [7]
Eeuwige
jeugd: 'Jeugd is eeuwig', [7]
[Gedichten],
juni-juli 2015, 811-812, 13-16.
Code:
'Dat het in code helderder is,', 13
Pogingen:
'Pogingen niets te veranderen', 14
In
de stad: 'In de stad het opengebrokene', 15
Deze
uitbarsting: 'Deze uitbarsting van natuur, stad geheten,', 15
Strijd:
'In de strijd tussen taal en wereld', 16
[Gedichten],
mei 2016, 822, 41-42.
Het
kraaktÉ: ÔHet kraakt in de vouwen van het kleedÕ, 41
Het
regent niet: ÔDat je zegt:ÕHŽ, kijk, Godot,Õ, 41
Zo:
ÔHet gaat altijd zo: verkeerd. DaarnaÕ, 42
Hand
in hand: ÔSchaterlachend dansen wij het korenveld in.Õ 42
[Gedichten],
januari 2017, 830, 14-16.
Als
er nu: ÔAls er nu maar iets verandert.Õ, 14
Zie de vogels: ÔNet voor de Kreeftskeerkring, vermoedendeÕ, 15
Nooit herfst: ÔDeze wereld en die ernaast, de verschovene,Õ, 15
Twee merels: ÔZo eenvoudig kan een dag zijn.Õ, 16
[Gedichten],
januari 2019, 854, 7-10.
Vogel,
7
Geen
vogel, 8
Onder
ons, 9
Gelieve,
10
[Gedichten],
juni-juli 2020, 871-872, 13-15
ÔBarnsteenÕ,
13
We
zijn te goeder trouw, 14
Mensen
waarvan, 15
Bootsma, Karen
Vijf
gedichten, juli-augustus 1984, 440-441, 42.
'ik
ben hier niet voor niets'
'kind'
'begraaf
me niet'
'elke
vis'
'samenhang'
Borges, Jorge Luis
[Gedichten],
augustus-september 1971, 285-286, 42-45.
De
bewaarder van de boeken: `Daar liggen de tuinen, de tempels en de
rechtvaardiging van de tempels', 42-43
De
gauchos: `Wie had ze moeten vertellen dat hun voorouders van over zee waren
gekomen', 44
Lof
van het duister: `De ouderdom (dat is de naam die andern hem geven)', 45
Uit:
Elogio de la sombra (1969). Vertaald
uit het Spaans en ingeleid door J. Lechner.
Boskma, Pieter
[Gedichten],
augustus-september 1992, 537-538, 36-37.
'er
komt een klein vliegtuig over, terwijl de hemel betrekt', 36
'als
betrof het rosse westerlicht een hoerenstreek', 36-37
'wel
draafde hoog te paard een prins met zwaar teutoons accent', 37
'katers
overal. speedy causerie‘n', 37
Gedichten
uit: De Maartse adem.
Nostalgische
pri‘len, mei-juni 1994, 558-559, 33-34.
I
'ga niet ruggelings in de nostalgische pri‘len', 33
II
'...of in de violette winter waar de jeugd patent op heeft', 33
III
'ooit zal liefde heersen', 34
Bourgonje, Fleur (1946)
Zondagskinderen, februari
2014, 795, 32-34.
1.
'Het is zondag, je zou het niet zeggen', 32
2. 'Zelfde dag, andere plek.', 33
3. 'Twee vrouwen op zondag.', 34
Kringloop, oktober 2014,
803, 37-40.
I
'Op de tweede dag van de maand november ontgrendel je het hek', 37
II
'Er ligt een perceel brak, daar moet je niet zijn', 37
III
'Achter je knarst het hek. Herinneringen lopen het kerkhof op', 37
IV
'Hier is het. Hier heb je twee keer in zwart gestaan', 38
V.
'Je vraagt je af of ze elkaar omarmen, of botten kunnen reiken', 38
VI 'Je vader. Je moeder. De draagbaar met herinneringen komt', 38
VII
'Niet eerder waren de bladeren zo geel voor ze de takken loslieten', 39
VIII 'Het dorp begint zich door het het te wringen met armen', 39
IX
'Daar sta je, omringd door vreemdheid. Op je geboortegrond', 39
X
'Kennis is macht. En: Wij zijn niet bang, maar doodsbenauwd', 40
XI
'Je blijft achter. Om te ruimen wat al geruimd is', 40
[Gedichten], maart 2015, 808, 19-20.
Maison de chasse: 'Daar
huizen ze vandaag. Daar laten ze', 19
Het
besterven: 'Hier hangt de haas. Aan een haak. Hij is dood.', 20
[Gedichten], februari
2017, 831, 34-36.
Zusje:
ÔZo
zie ik haar. Zo staat zeÕ, 34
ÔHier kijkt ze
blij. Ergens in het zuidenÕ, 34
ÔZo is het gegaan. Altijd wachtenÕ,
35
ÔNu ligt ze in
waan gehuld,Õ, 35
ÔVerzin maar
wat, denken wij, doorwoel de tijdÕ, 36
[Gedichten], december
2020, 877, 25-27.
ÔHet begon
met de bomen. Ze leken te oudÕ, 25-26
ÔZo
verliep het die dag: weg met de overlast!Õ 26
ÔLiefde is
broosÕ, 27
Brands, Wim (1959 - 2016)
[Gedichten],
juni-juli 1979, 379-380, 51.
Herfst:
'fantastisch'
Gedicht:
'in een woord/de'
Wachten:
'wachten terwijl je'
De
trein, maart 1980, 388, 31.
'Zwalkend
beweegt de man zich door'
[Gedichten],
juni-juli 1980, 391-392, 20.
Melancholisch
schouwspel: 'Aangevreten door roest'
Florence:
'Zwervers, mismaakten'
Dichterlijke
vrijheid: 'De draaimolen staat stil'
Het
proces, november 1980, 396, 25.
'In
een hoek gezeten tik ik'
[Gedichten],
februari 1981, 399, 24.
Het
witte doek: 'Hoe paradoxaal hij'
De
overlevende: 'Terwijl een waas het'
[Gedichten],
mei 1981, 402, 23.
Het
station: 'Viel de essentie van de'
Zelfontbranding:
'De mist, ook die dag'
[Gedichten],
augustus-september 1981, 405-406, 52-54.
Sehnsucht:
'De deur staat plotseling', 52
Landelijkheid:
'De Hofstee, Onze Hoek: de opschriften zijn', 52
Maalstroom:
'De tredmolen zijn wereld', 53
Reprenez
le mouvement: 'Nadat hij de speer in de hals van', 53
De
jager: 'Hij trekt geen rechte lijn', 54
De
achtervolging: 'Aan het eind van de zomerse avond', 54
Vier
Gedichten, november 1981, 408, 30-31.
Kleine
Engelenburg: 'Waar mijn voorvaderen het bankpersoneel', 30
De
Vlucht: 'Landverhuizers op klaarlichte dag', 30
Het
slachtoffer: 'Het landschap : tot aan de horizon', 31
Het
spiegelgevecht: 'Alle verhalen moesten betrekking hebben', 31
[Gedichten],
februari 1982, 411, 40.
Winters
tafereel: 'Brandweerwagens slippen'
Verstoten:
'Tijdens de kermis-nog steeds'
[Gedichten],
juni-juli 1982, 415-416, 22-25.
Alledaags:
'Zacht snorrend over', 22
Straf:
'Samen gingen ze naar de zolder', 22
Het
einde: 'De oude Chinees', 23
De
gekken: 'Geglimlacht wordt er als', 23
Herkansing:
'De jeugdvriend', 24
De
kolonie: 'Het spel eindigde onvermijdelijk', 24
Herinnering:
'Waar hij toen het konijn ving', 25
Bomkrater:
'Dicht gegroeid het pad naar de plas', 25
[Gedichten],
december 1994, 565, 22-23.
Mes:
'In deze nacht woont een arme familie', 22
Pas:
'Het meubilair in deze hotelkamer staat er', 23
[Gedichten],
december 1995, 577, 24-26.
De
krengenput: 'Ik heb nooit een ezel gehad', 24-25
'Zodra
ze wakker is reikt ze naar', 26
[Gedichten],
april 1997, 593, 22-23.
'Zoals
een paard van zijn nek houdt', 22
'Schoonheid,
zei een blinde, is een zee...', 23
[Gedichten],
april-mei 1999, 617-618, 61-63.
'Het
alledaagse kent geen sleur', 61
'Mijn
bijna dode hond', 62
'het
was zes uur in de ochtend', 63
[Gedichten], juni-juli
2001, 643-[644], 13-14.
Kloppers:
'Hij kreeg steeds minder vat op zijn gedachten', 13
Voor Jim: 'Denk als het leven je zwaar valt aan Jan Wassink, die aan het
begin', 14
[Gedichten], december 2002, 661, 15-16.
'Op de laatste foto
draagt ze een kerstmuts,', 15
'Op
een stadsplattegrond wilde ze lijnen', 16
[Gedichten], mei 2003,
666, 19-21.
ÔElke
ochtend gaat ze de oceaan opÕ, 19
Ô
Ik hou van zulke vrouwenÕ, 20
(vrij
naar Wolf Wondratschek)
ÔEen
oude kroniek – of moet ik spreken van legende? –Ô, 21
(vrij
naar Alice Becker-Ho)
[Gedichten], oktober 2003, 671, 17-18.
ÔToen
hij zijn straf had uitgezetenÕ, 17
ÔNa
al die jaren, de heuvel is nog steeds kaalÕ, 18
(vrij
naar Spencer Reece)
[Gedichten], maart 2004, 676, 12-13.
'De giraffe komt van Neptunus', 12
'Er vloog een spreeuw', 13
[Gedichten], augustus-september 2004,
681-682, 31-32.
Open het raam: ÔIk ben nuchterÕ, 31
ÔZe legt de telefoon neer en zegt O,
AnnieÕ, 32
[Gedichten], december 2004, 685, 9-10.
ÔIn het voorportaal: als elke
bezoeker JezusÕ, 9
Ruimtevaart: ÔMijn grootouders
geloofden niet dat een mensÕ, 10
Ruimtevaart, juni-juli
2005, 691-692, [inlegvel]
'Mijn grootouders
geloofden niet dat een mensÕ
Reclame voor het
po‘ziefonds van uitgeverij Nieuw Amsterdam. Uit de bundle Ruimtevaart.
[Gedichten],
augustus-september 2005, 693-694, 25.
'Weg rennen kinderen'
'Liet al zijn bonnen
bewaren'
ÕRails in de
ondergrondse'
Annotatie: Onderschrift:
(Vrij naar Charles Reznikoff).
Thema: Eros &
Thanatos
'Stop de oude kogel in je zak,' maart 2006,
700, 64.
Onderschrift: Vrij naar
Charles Reznikoff.
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 74-75.
'In de haven lag een
schip, aan de reling', 74
'Ik bevind me op', 74
'De hond blaft elke
avond', 75
[Gedichten] januari 2008, 722, 34-35.
Staldeuren:
'Ik belde je en vroeg', 34
'Hij vraagt
me waar hij is, ik vertel', 35
[Gedichten], april 2008, 725, 21-22.
Wat ze geheim
hield: 'Ze belde haar kennis die haar en haar vriendin sinds jaren', 21
Hun geheim:
'Deze steen, waarop haar voeten al jaren rusten,' 22
[Gedichten], mei 2008, 726, 19.
'De vissers
vertelden dat z op een dag',
Ze keken naar het schilderij, vonden het'
[Gedichten] januari 2008, 722, 34-35.
Staldeuren:
'Ik belde je en vroeg'
'Hij vraagt
me waar hij is, ik vertel', 35
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 15.
Een grap zonder clou: 'Ik
prijs de oude Chinezen die me een paar woorden'
Nauwelijks: 'Er is nauwelijks een verhaal'
[Gedichten], mei 2009, 738, 32-33.
'Sinds vanochtend weet ik
waarom engelen soms verdwijnen', 32
'Wees blij met wat er
fout gaat: Auden schreef', 32
'Als je wilt weten hoe
het dichttalent', 33
[Gedichten], oktober 2009, 743, 4.
'Een storm dreigt, de
lucht is al hysterisch'
'Hij leerde'
Voor Peter Muller.
'Mijn
grootvader maakte elk jaar de graven van familieleden schoon', december 2009,
745, 39.
Denkende voeten, november 2010, 756, 31-32.
Litscher: 'Een pelgrimage
van 6788 kilometers', 31
Tati: 'Hij ziet een man
die een bank schoonveegt, een krant uitvouwt', 31
Ai weiwei: 'Hij liet een
Chinees dorp honderden miljoenen', 32
Carver: 'Ik denk aan hem terwijl ik mijn huis opruim', 32
[Gedichten],
februari 2011, 759, 46-47.
Afscheid van de vaste lijn: 'Onze eerste telefoon hing in de gang,
naast de koffiemolen', 46
Meneer Klaassen plukt appels: 'Ze zeggen dat je na je zestigste
niet meer', 47
Vrij naar Tom Warner.
[Gedichten],
mei 2011, 762, 22-23.
In memoriam Christiaan Berk: 'Je kunt de man zijn die op
maandagochtend de tram naar de stad neemt', 22
Geen longen: 'Mijn moeder verbood ons achteruit te lopen', 23
[Gedichten],
juni-juli 2011, 763-764, 36-37.
'Ze weet soms nog waar ze is, als ze voor haar huis danst', 36
'Ze hebben kaartjes voor het ballet maar zijn eigenlijk doodmoe',
37
(vrij naar Wolf Wondratschek)
[Gedichten],
november 2011, 768, 4-5.
'Voor hij begon met repareren nam hij de omgeving in zich op', 4
'In het bos buigen de herten', 15
[Gedichten],
maart 2012, 772, 6-7.
'Ik hou van paarden', 6
'Mijn vader zat elke avond', 6
'Toen hij The Tree of Life zag', 7
[Gedichten],
mei 2012, 774, 24-26.
'Een vriend zag de kamers', 24
'Het beg on met doden. Op welke afstand', 24
Eenzame uitvaart: 'Zo heb ik het me bedacht: op een doordeweekse
avond wilde ik', 25
In memoriam Johanna Francisca de Bie.
Monopoly: 'We zaten als luie landheren rond het bord', 26
Vrij naar Paul Farley.
Grafschrift: 'Ik moet ook', 26
[Gedichten],
november 2012, 779 [780], 18-19.
'Zomer, tijd waarin mensen inpakken', 18
'Hoogzomer, in de poort worden', 19
'Opeens was hij bang, zo bang', 19
Wat po‘zie
is, januari 2013, 781 [782], 49.
1. 'Mark Twain schreef dat Tom zijn'
2. 'Als je zeven jaar van huis gaat'
[Gedichten],
april 2013, 785, 49.
'Geest, ik huis in'
'Ze zaten met gesloten ogen'
[Gedichten],
februari 2014, 795, 7-9.
Eenzame uitvaart: 'Ik heb het nog nooit tegen iemand gezegd:', 7
In memoriam Ralf Schelkes.
Hof van Eden: 'Ik zal het missen, de ochtenden waarop', 8
Voor Nikki.
Troost: 'In de eerste nacht nadat ik had', 9
'dertig jaar
sinds zijn ouders verdwenen', april 2014, 797, 4.
'Ik heb je
brief die zo slecht leesbaar is', juni-juli 2014, 799-800, 4.
Eenzame
Uitvaart, november 2014, 804, 48.
'Een landgenoot van je klampt me regelmatig aan'
'I.M. Benny John M.'.
'Hij vertelt
me hoe hij haar optilde', mei 2015, 810, 49.
'Ik kan je huiskamer dromen', juni-juli 2015, 811-812, 65.
Kostverlorenkade,
november 2015, 816, 38.
'Wandelend langs het water lees ik elke ochtend'
[Gedicht],
januari 2016, 818, 38.
(vrij naar Austin Smith) Tsjechov: ÔZe zeggen dat je waarschijnlijk tbc
opliep van de boerenÕ, 38
Gedicht,
april 2016, 821, 48.
Ôin een woord/deÕ – Een van de drie gedichten waarmee Wim Brands
debuteerde in Hollands Maandblad 379/380, opnieuw afgedrukt bij zijn overlijden.
Brandt Corstius, Hugo (1935)
Voor
R., april 1963, 189, 43.
Onder
pseudoniem Apherdiano (X-3).
'hovaerdicheyt'
Een
jaar later, april 1964, 201, 32.
Onder
pseudoniem Apherdiano (X-3).
`Achtere
appel afslaen'
Leven
en niet laten leven, april 1965, 213, 22.
Onder
pseudoniem Raoul Chapkis.
`Er
staat een boom in het Vondelpark'
[Gedichten],
april 1965, 213, 31.
Onder
pseudoniem Raoul Chapkis.
Wat
ik in 1957 in een week meemaakte: `Maandag'
Wat
ik in 1965 in een week meemaakte: `Maandag'
Uit
de omgekeerde Van Dale, februari 1971, 279, 37-38.
Onder
pseudoniem Battus. Retrograde opsomming uit Van Dale.
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 66-67.
Onder pseudoniem Battus.
DŽlirant rietland:
'Donkerblauwe landbouwstreek'
, 66
Mondelinge minnegloed:
'Bloedkoralen koolbladeren'
, 67
[Gedichten], april 2007, 713, 41.
'Onderweg naar de galg'
Schoenen: 'Een wand vol
schoenendozen wilde hij'
Je zag en zei, juni-juli 2008, 727-728, 9.
Onder
pseudoniem Raoul Chapkis.
'Je
knikt van ja en van beneden'
Je zag en zei,
augustus-september 2008, 729-730, 4.
Onder
pseudoniem Raoul Chapkis.
'Je
knikt van ja en van beneden'
Naturen, november 2008, 732, 45.
'Bittere hitte woei over
donkergroene hemel', 45
Onder
pseudoniem Raoul Chapkis.
Nonnettes, augustus-september 2009, 741-742, 12-14.
'Je moet nooit aan nikkel
likken', 12
'Waar woon jij eigenlijk
in Doorn? Noord', 13
'Waarom denk je aan
kopestaal? Loperstaak!', 14
Onder pseudoniem Daan
Gramman.
Letterruilgedichten, augustus-september 2009, 741-742,
12-14.
Onder
pseudoniem Daan Gramman. Zie augustus-september 2009, 741-742, 10-11.
Ruil van eerste en
laatste letter: 'Je moet nooit aan nikkel likken!', 12
N.a.v.
Pot tot Neet: 'Waar woon jij eigenlijk in Doorn? Noord!', 13
Ruil van laatste en eerste letter: 'Waarom denk je aan koperstaal?
Loperstaak!', 14
O daar bent U –
ironie op uw tronie, december 2010, 757, 9-11.
'Alom
geniet men van een Blom'
Ja Ze Is Nu Op, januari
2011, 758, 29-31.
Van KleiNSTEe naar
uiTSNuRK, februari 2011, 759, 15-17.
Wat er in m'n kop rust,
maart 2011, 760, 32-34.
Oud draaiaard duo, april
2011, 761, 34-35.
Vers vers, mei 2011, 762,
36-37.
Vriesdiep, juni-juli
2011, 763-764, 38-39.
Barbaarse tweelingspier
onooglijk, augustus-september 2011, 765-766, 34-35.
Abracadabra Tegengestelde
Crisisinrichting Blijspelschrijverij Pornoshopfoto Huwelijksgeluk
Aanbevelenswaardig Tweederangsverkeer Reisgelegenheid Liefdespo‘zie
Koopmannenkantoor Goederenvervoer Uitverkoopbesluit, oktober 2011, 767, 26-27.
MeDeKLiNKeRS
RuiKeN LeuK DoM, november 2011, 768, 40-41.
Theocide?
Ga!, december 2011, 769, 36-37.
Partijdige
medeklinkers, januari 2012, 770, 31.
'Godin
zei gedag tegen goudoom'
Palindroomkust, februari 2012, 771, 33-34.
'Parano•de pruilde ik doelrijp op de duinreep.'
Laten talen vertalen verlaten, maart 20012, 772, 30-31.
'Generaal denkt: 'Kaartengelden!''
Nies is vies. Pies is kies, april 2012, 773, 42-43.
'Absenties werden frequent toen de wind zo hard blies.'
Dit idee is simpel, mei 2012, 774, 34-35.
'Barbaren zijn het die roepen 'Abracadabra!''
Mensenarm
mierenrijk: kretenrijm, juni-juli 2012, 775-776, 32-33.
'Denkbeeld: deugdelijk kleinkind.'
Korstius wil
bij de kaas, augustus-september 2012, 777-778, 36-37.
'Adeldom is heerlijk bezit, maar is echt elke heer van adel dom?'
Mot altijd
achterop het Franse mot, oktober 2012, 779, 28-29.
'Arts helpt als je ziek bent, maar in Frankrijk geniet je van de
arts'
Woord, word
word!, november 2012, 779 [780], 38-39.
'Angel doet je pijn, maar aangeland in Engeland is de heerlijkste
droom een angel.'
Sproei
eiervlaai, december 2012, 780 [781], 38-39.
'WC: Au! Snee iets? Druipt aambei? Grootmoe uitvraat?', 38
Roulaties,
roulaties, roulaties, januari 2013, 781 [782], 42-43.
Zwemseizoen
van carri�re-vrouwen, februari 2013, 782 [783], 38-39.
'we varen vier uren over zee, waarover we ooievaars zien razen en
waarin we zeemeerminnen'
'Hugo had
haast: historicus hitst honoraria hartstochtig', maart 2013, 783 [784], 30-31.
[Gedichten],
april 2013, 785, 38-39.
Marmer: 'Daden noemen wij de stoute dingen die we expres deden',
38
Bosbes: 'doden was wat wij als soldaten met grote animo deden', 39
Eerste
letters verste zetters, mei 2013, 786, 32-33.
'AŠron was baron, en dus frisser dan een grisser'
Mannenbordeel:
interromperen!, juni-juli 2013, 787-788, [27]-28.
'Vergasten van vrienden deden jullie toen jullie je vergisten'
Brassinga, Anneke (1948)
Acht
gedichten, januari 1988, 482, 31-33.
Voor
nu en altijd: 'De bomen in schemer het zwartst', 31
Scheur:
'Dichten is een schuur', 31
Nachtregen:
'Zweet breekt uit de muren', 32
Maart:
'Onder stammen staat het blank', 32
Zoet:
'Bitter vreemd wie wordt liefgehad', 32
Stilleven:
'In boerenbos hurkt landjuweel', 33
Buiten,
herfst: 'De bliksem heeft mij niet geraakt', 33
Appels
van CŽzanne: 'Dat zijn pas gloeilampen', 33
[Gedichten],
juli-augustus 1988, 488-489, 40-42.
Boomgaard:
'Als ging nooit verloren', 40
Nabestaan:
'Hond die onder de aarde dwaalt', 40
Rond:
'Elke maand is de maan vol', 41
Wijn:
'Zeg ja en alles spiegelt', 41
Over
zee: 'De groene weiden', 41
Nocturne
ˆ la Turner: 'Terwijl gedachten onder zeil', 42
Kwartet
voor een cellist:
De
eerste viool: 'Liefde baart klank, geen omweg', 42
Tweede
viool: 'Liefde's geest, van snaren muggen-', 42
De
alt: 'Liefde baat smart, mateloos gedeeld', 42
De
cello: Liefde is maat, ademend voortgaan', 42
[Gedichten],
november 1988, 492, 18-20.
Vlier
en springbalsemien: 'De liefde voor haar trossen', 18
Tuinman
Zon: 'O blonde jonkman in het groen', 18
Ik
hoor mijn geliefde: ''k Hoor mijn geliefde pruimen eten', 19
Mais:
'Wit is de lucht, zilver breekt', 19
Tafel
van twee: 'Trees heeft', 19
Oosterpark:
'De reumatiekplant kijkt naar buiten', 20
Bei
der Kreuzeiche: 'Volbracht: alles', 20
[Gedichten],
april 1990, 509, 13.
Dood
door zon: 'Het wieken 's nachts boven steden'
Beginsel:
'Laat iedereen zien het schoon'
[Gedichten],
oktober 1990, 515, 28-29.
Het
Elze op 4 mei 1990: 'Vier wanden en een blauw plafond blijft', 28
Wereldbeeld:
'Een zee ach zonder water', 28
Het
hoge noorden: 'De zee woelt en rolt', 29
Noodlot:
'Op hun plaats zijn ze nergens', 29
De
woning in Thule: 'Een Viking in de uithoek van zijn leven', 29
Bij een overdosis
motteballen, april 1998, 605, 10.
'Broodkorstje,
halfdoodborstje tikt aan het raam -'
[Gedichten], februari 2000, 627, 17, 18.
Verhuisbericht
voor Th. C.: 'Ik ben al vaak door mijzelf op straat gezet', 17
Fondamente
Nuove: 'Schoonheid zei Stendhal, is nooit iets anders', 18
Breemen, Herman
[Gedichten],
mei-juni 1994, 558-559, 31-32.
De
hel: 'Hij zei, net uit de hel terug', 31
De
moeder: 'Pas in haar doodkist kwam zij weer opnieuw', 32
Breukers,
ChrŽtien (1965)
[Gedichten], november 2001, 648, 12-14.
'Vlees ben ik. Van hem,
van haar,van hen', 12
Vaardigheid: 'Handen met
een vaardigheid die mij', 13
'Het is niet anders: als
taal ben', 14
Anatomisch alfabet, [april] 2002, 653, 17-19.
'Aards is het lichaam,
maar anders;'
Opdracht:
Voor Nicole.
[Gedichten], maart 2003,
664, 27-28.
Wiegelied: ÔMijn
geboortegrond, daar ben ik ooitÕ, 27
Uiterlijk:
ÔHet is een kop die ik ongezienÕ, 28
[Gedichten], maart 2004, 676, 31-32.
De dirigent: 'Ik wil een gedicht
zoals het was', 31
Kamermuziek: 'Was ik een componist,
ik maakte', 32
[Gedichten], oktober
2005, 695, 41-42.
Vanuit mijn wieg I: 'Alsof je in een
bloedblaar hebt geprikt. Het leger', 41
Vanuit mijn wieg II: 'Mijn vader is
mijn zoon. Ik ben mijn moeders hoeder.', 42
Het werd gemist, juni-juli 2006, 703-704, 62-63.
I: 'Het werd gemist. Niet
hevig,', 62
II: 'Maar wat het was?
Duizendschoon,', 63
[Gedichten], februari 2008, 723, 38-39.
En niet de dood:
'Oorverdovend stil. Hij slaapt nu niet. Hij is gestorven', 38
Ik ben voorzegd, verwekt,
vermoord: 'Ik ben ter helle neergedaald. Via de trappen', 39
[Gedichten], augustus-september
2015, 813-814, 41-42.
Duizend
stappen: 'Ik de wolken werd je naam door grote handen geborduurd.', 41
Schroeit:
'Vandaag ben ik in Utrecht en het schroeit. In de voortuin', 41
Storm
1: 'Fietsers zwoegen op de brug. Een gordijn van regen', 42
Storm
2: ' 'Schuin achter het standbeeld staat een man', 42
Brink, A.E.W. van den
Mijn
grootvader, december 1965, 221, 16.
`mijn
grootvader'
[Gedichten], augustus-september 1999, 621-622, 25-26.
'Ooit
mathematisch gedroomd?', 25
'Zo'n
achteloze tak', 26
Debuut.
Brown, Adrian (1966)
Vier gedichten van Adrian
Brown, december 2008, 733, 45-48.
'De
stemmingen van mijn lief hadden hun vier seizoenen', 45
'Jouw
afwezigheid holt een nis in mijn hart uit', 46
Herfstkatapult:
'Riskant is het nu om te lopen', 46
De
beproeving van een lezer: 'Aanzienlijk het bedrag dat ik betaalde voor deze
delen', 47
Vertaald
uit het Engels door Hafid Bouazza. De Engelse originelen zijn onder de
vertalingen afgedrukt.
Brunia, Iris (1977)
[Gedichten], augustus-september 2009, 741-742, 34-35.
Laten we mijn lichaam
delen: 'zo om de week, en afwisselend een weekend', 34
Alibi: 'het bleek dat de
woorden nu stiller zijn. Jij zei: champignons', 35
Wild Card, februari 2011,
759, 37-39.
–
Beweeg je: 'Het eindigde die ochtend', 37
–
Sneller, sneller: ' Ik hield een haan ondersteboven', 37-38
–
Waarom zou je: 'Vergeten wat zich voltrok', 38
–
En rende weg: 'Je rukte de vis uit de alg', 39
Kruimels, oktober 2011,
767, 21.
'Zoals
je vandaag je handen omhoog hield'
Buddingh', Cees
Ode
aan een toch wel zeer gelukkig toeval, december 1974, 325, 20-21.
'Het
staat er nog steeds, mijn geboortehuis'
Tien
strofen voor Gerard Stigter, april 1975, 329, 26-27.
`Het
lijkt onvoorstelbaar, maar toch: eenmaal moet er een tijd'
Ode
aan een schaal met suikerklontjes, april 1975, 329, 28.
`Weten
jullie nog jongens-maar wat een retorische vraag'
Vier
strofen voor Remco Campert, oktober 1975, 335, 33-34.
`Sinds
Buddingh', heb je geschreven, Remco, verwachten'
In
memoriam Po Tjiu I, april 1976, 341, 39-40.
Drie
gedichten, april 1977, 353, 24-25.
Nu
en dan: 'Toch een van West-Europa's beste slapers', 24
Keukenkastje:
''t Blijft wazig, als het om je vroegste jeugd gaat', 24
Vrees
niet: 'Vrees niet: ik maak nog regelmatig grapjes', 25
Acht
gedichten, mei 1977, 354, 20-23.
Neigus
d'antan: 'Vanavond, 'k ging een brief doen op de post', 20
Natuurkunde:
'Je zit in het natuurkundelokaal', 20
The
peace wich passeth understanding: 'De telefoon gaat. Ik neem op:
"Buddingh'"', 21
Bordje:
'Voor iedereen en alles onbereikbaar', 21
Steegoversloot:
'Kindertijd, rijk van grotten en spelonken', 22
Misschien:
'Misschien ga 'k nog een keer in Londen wonen', 22
Ik
hoor het Gerard Goudriaan nog zeggen: 'Jij ziet eruit, of je geleden hebt', 23
Leeuw
en vosje: 'Mijn vader kon zo prachtig voor leeuw spelen', 23
[Gedichten],
december 1977, 361, 32-33.
In
moedeloosheid geschreven: 'Ook GŸnter Bruno Fucha is uit de tijd', 32
Iets
over lente en treurwilgen: 'Treurwilgen zijn altijd het eerste groen', 32
Zegt
men: 'Je moet, zegt men, een keer volwassen worden', 23
Kleine
ode aan een al lang dode keizer: 'Meiregen. Mist. Pufhitte. Hagelbuien.', 23
[Gedichten],
maart 1978, 364, 41-42.
Razzia
I: ''t Leven was heel onwezenlijk in die dagen', 41
Razzia
II: 'Als toen die ene Duitser fout gewild had', 41
Naar
aanleiding van een oud fotootje: 'Dat gekke ventje op die vacht ben ik', 42
Wat
dat betreft: 'Ik heb het weer zo druk als een klein baasje', 42
Vier
gedichten, augustus-september 1978, 369-370, 42-43.
Bonenpaadje
1: 'Op zondagmiddag gingen we vaak wandelen', 42
Bonenpaadje
2: 'Later werd het 'n heel ander Bonenpaadje', 42
Bonenpaadje
3: 'Vandaag vind je het nauwelijks nog terug', 43
Die
eerste nacht: 'Die eerste nacht, dat we door Londen reden!', 43
Ergens het bos, juni-juli 2004,
679-680, 40-42.
'Niet alleen het knarpen, vanwaar het
komt', 40
'Een vogel ontvlucht zijn plek,
stijgt op,' 41
'Beweging die om aandacht vraagt,
stipjes', 42
[Gedichten], oktober 2007, 719, 15-16.
Zonder
buren: 'De omtrek van een tuin, boom', 15
Zwaluw:
'Een fletse dag en toch heel hoog zwaluwen', 16
Burger, Wilma
[Gedichten],
maart 1971, 280, 25.
De
kwekerij: `Noach kweekte een roos'
Spinnen:
`Noach zat in een hoek tussen de spinnen'
Burnier, Andreas
Pseudoniem van C.I.
Dessaur.
Burns,
Emma (1980)
[Gedichten], maart 2007, 712, 19-21.
Ken je dat: ÔWaarvan het
gemaakt isÕ, 19
Vraag I: ÔWeet je nogÕ,
20
Ja daag: ÔDat even praten
omÕ, 20
Poging dertig: ÔStel dat
ik je thee aanbiedÕ, 21
[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 28-30.
Je gaf me vijand: 'Wiens
schaduw ik betrad', 28
Lief dagboek:
'Hoi, vandaag had ik een zes', 29
Zo kan het ook: 'De beste
regen', 29
ps: 'Ik zag trouwens een
vrouw op het perron', 30
[Gedichten], januari 2008, 722, 40-42.
Een begin:
'Op het ritme van je keel', 40
'We waren
zoveel', 40
Voorbij gaat
makkelijk: 'We waren om', 41
Niks aan de
hand: 'Nu dus niet vragen wat er is', 42
[Gedichten], mei 2008, 726, 23-25.
Sprong naast
het diepe: 'De winter is al minder hard dit seizoen', 23
Zware kost:
'Er is licht', 24
Er zijn
grenzen: 'Altijd sleutels kwijt', 25
Dag I, augustus-september 2008, 729-730, 46.
09.01u –
goedemorgen: 'Daar ben ik weer'
18.36u – nou zeg:
'Er zit een blaar op dat stuk'
23.52u
– Sweet dreams: 'Ik deel bier en rook'
Pleziertje, augustus-september 2008, 729-730, 47.
'Ik
staar naar de grond'
[Gedichten], november 2010, 756, 38-39.
I. 'Er is de lucht', 38
II. 'Er is het wentellied
van de regen', 38
III. 'Er is het wachten',
39
IV.
'Er is de chaos', 39
Update, mei 2014, 798, 12.
'Het
goede nieuws is dit lied'
Wat ik eigenlijk had
willen doen, januari 2015, 806, 49.
'Jezus,
2015 - blijkt nu al sciencefiction.'
[Gedichten], november
2019, 864, 17-18.
Sprong naast het diepe II: ÔHoe heet een
afscheid datÕ, 17
Bericht van buiten: ÔEr is de bloem tussen de tegelsÕ, 18
[Gedichten], januari
2021, 878, 20-22.
Sellavie: ÔVoor alle pijn een redenÕ, 20
II: ÔIk zie en ik kies de pracht van een lach met een hartÕ, 21
III:
ÔDe goedheid en het toevalÕ, 22
Burns, Ezra (1980)
[Gedicht], januari 2018,
842, 48.
Openingszin I: ÔAls
je het medelijden wegdenktÕ, 48
Buschenhenke, Floor (1978)
[Gedichten], oktober
2005, 695, 23-24.
Verkeersteller:
'westplein', 23
Vogelman: 'vogelman aan
het ontbijt', 24
Met een opschrift van
Jozua Douglas.
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 50-51.
'een huisvrouw met
netvrees', 50
Zolder: 'in de eerste
kamer kraken de balken', 51
[Gedichten], oktober 2007, 719, 44-45.
schaartste:
moet nodig nog', 44
alv:
'we lopen de alternatieven door', 45
Campert, Remco
[Gedichten],
december 1964, 209, 28.
The
Roman spring of Mr.Campert: `Ah, die Romeinse nachten!'
Zo
blijf je aan de gang: `wat zich afspeelt in de schaduw'
Capelleveen, Paul van
De
laatste slag van Ridder Rozemond, januari 1989, 494, 20-23.
'Eindelijk
op weg en aangeschoten door de harmonie'
Correctie
495, 7.
Driekwart
marathon, mei-juni 1989, 498-499, 34.
'Wat,
Harry, ons bekend is van het leven'
Altijd
commentaar, november 1989, 504, 20-23.
Verklaring
afgelegd in een Tram: 'Ik ga hem gek maken, dat jochie', 20
Niederdodenleben:
'Als je me verkracht, vermoord ik je', 21
Een
slapend schimmenrijk: 'Jouw apocalyps is de mijne niet', 22-23.
Kwadratuur,
mei-juni 1990, 510-511, 21-22.
1.
'En zoals elk van je organen', 21
2.
'Wat ben je toch een lekker beest. Zeg ik', 21
3.
'Alle gedachten door elkaar geprakt', 22
4.
'Dat praten van ons neemt een einde', 22
Inscripties
(1), november 1993, 552, 27-28.
1.
Stilstand: 'In het museum zag hij zijn lichaam', 27
2.
Hard en zacht: 'Hij zoekt voor mij een nieuwe vriend', 27
3.
Als een kind: 'De volgende erectie komt over een maand', 28
Carlson, Michael
Five
jazz poems, december 1987, 481, 18-19.
Grey
voice: 'The bright recurring dream whose wings glow with fire finds', 18
Some
time in silence: 'The phone line whines & cracles; nothing', 18
Dakota
recollections: 'Sunset stutters in the shadows of mountains', 18
...Listen:
'You're learning', 19
The
crossing place: 'Empty borders excend', 19
Gedichten
in het Engels.
[Gedichten], november 2018,
852, 24-25
Beton: ÔRot op met
rootkokoÕ, 24
Het skai: ÔWeet je
nog, PollyÕ, 24
Keramiek: ÔIk ben
van liefde ziekÕ, 25
Sterf zeg: ÔIk wilde
welÕ, 25
[Gedichten], juni/juli 2019,
859/860, 38-40.
ÔIk ben een oude vrouw en kan niet slapenÕ, 38
Er gloort iets: ÔAchter in het RoergebiedÕ, 39
Ik zal in al uw dromen zijn:
I ÔIk zal in al uw dromen zijnÕ, 40
II ÔIk droomde dat ik mijn verjaardag vierdeÕ, 40
[Gedichten], januari 2020,
866, 9-10.
Berceuse: ÔGaat u slapenÕ, 9
Rimbaud zegt merde: ÔIk neuk je dwars door je terlenkaÕ, 9
De roos: ÔO, mijn uitverkoren roosÕ, 10
In
een mooi zwart pak: ÔGod schiep mij uit vervelingÕ, 18
Bijles: ÔJij krijgt
bijles, ventjeÕ, 19
De Assuradeur: ÔIk
ben een oude manÕ, 20
[Gedichten], december 2021,
889, 30
Vreemde kamers: ÔJe
propt je leven in een kofferÕ, 30
Het laatste woord:
ÔZo schrijf ik alsmaar voortÕ, 30
[Gedichten], juni-juli 2000, 631-632, 59-60.
As
the world turns: '27 als ik opsta', 59
'Ik
houd van je', 60
Thema:
Liefde.
Chapkis, Raoul
Pseudoniem van Hugo
Brandt Corstius.
Charles, J.B.
Pseudoniem van Willem
Frederik Nagel.
Chen, Tao
Chinese
kwatrijnen, maart 1985, 448, 21.
Lied
van de steppe: 'tegen de Hunnen zwoeren zij hun leven veil te hebben', 21
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Chiusa, Giovanni della
(1989, Pseudoniem)
[Gedichten], november 2012, 779 [780], 41-42.
Het kraambezoek: 'Is mama er misschien?', 41
Nostalgie: 'Dat winkelcentrum', 42
Hommage aan Raymond Roussel: (hoewel nooit gelezen): '33 tabletten
Phanodorme', 42
[Gedichten],
mei 2013, 786, 41-42.
De
bibliothecaresse: 'Een artikel over pornografie in een obscuur tijdschrift uit
1951', 41
Sky
radio: 'We zijn geliefden maar spreken', 42
Meer
po‘zie: 'Na het telefoontje met het nieuws dat', 42
Stilleven, april 2014,
797, 26.
'In
de warme ontbijtzaal'
[Gedichten], juni-juli
2014, 799-800, 55-56.
Relocatie:
'Aan de muur', 55
Schoonheid: 'Voorbij de remise', 56
Van
horen zeggen: 'Na een heldere winternacht', 56
[Gedichten], december
2014, 805, 23-24.
Doelloos:
'Ergens tussen', 23
Zelfhulp:
'Eenzaamheid', 24
[Gedichten], juni-juli
2015, 811-812, 48-50.
Genezing:
'Als de schemering', 48
Praatje:
'Liedjes', 49
Stationswacht:
'Avondtreinen', 50
Lucca,
17 september 2014
[Gedichten], januari
2016, 818, 48-49.
Yellow
Submarine: ÔJe kunt veel zeggenÕ, 48
Afscheid:
ÔStad van werklozenÕ, 49
[Gedicht], mei 2018, 846,
49.
Robot:
ÔVer van huisÕ, 49
Claus, Hugo (1929-2008)
Rijmen
voor een reiziger in Antwerpen, februari 1999, 615, 21-24.
1.:
'De zon is een Antwerpse planeet', 21
2.:
'Een dagje uit. De Zoo en het zuid', 21
3.:
'Als de schemer valt (ook voor jou), 21
4.:
'De kathedraal staat klaar', 21
5.:
'Het was in mei en te Brugge', 22
6.:
'Mijn huis in zijn loof gevangen', 22
7.:
'Zij liggen breeduit in de etalage', 22
8.:
'Knip je nagels niet te kort', 22
9.:
'Zij wuifde naar mij als naar haar kat', 23
10.:
'Ik verdiende goed mijn broed', 23
11.:
'een van die huisjes van toen', 23
12.:
De gevels beloven een andere wereld', 23
13.:
wat hinnekt er nog zo laat in de straat?', 23
14.:
'De boeren bidden om droogte', 24
15.:
'Zo vredig als het vee', 24
Clifton, Lucile
1994, juni-juli 2015,
811-812, 27.
'ik was mijn
achtenvijftigste jaar aan het verlaten'
Het
origineel '1994' is voor de vertaling afgedrukt. Vertaling uit het Engels door
Philip Huff.
[Gedichten], [april] 2002, 653, 31-32.
'ik ruk ze er zo uit!',
31
'Dag', 32
Constandse, Dana
[Gedichten],
april 1969, 257, 32-34.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
Otto:
1.
`Liever dan langs je kamer te gaan', 32
2.
`Ik heb teveel tegen', 32
3.
`Je zou jezelf niet meer herkennen', 32
Literatuurgeschiedenis:
`Het lied losgemaakt van zijn melodie', 32
Oefening
in interpunctie: `Je helpt me maar hulpeloos', 33
Woorden
::` krappe denkmantels voor verwaarloosde begrippen', 33
`Mijn
castratenkater', 33
`Tenslotte
ronden vrouwen zich af', 34
Nijd
genoemd: `Er is geen woord lief genoeg', 34
[Gedichten],
juni-juli 1969, 259-260, 30.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
Wetenschap:
`Lopend aan de leiband'
Opdracht:
Voor GŽ
Kenmerk:
`Opvallend gewoon is liefde'
Vergelijking:
`Het paren van nijlpaarden'
[Gedichten],
oktober 1969, 263, 14.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
Luctor:
`Ik ben toch te gek'
Me
mergo: `water, dragende weerstand'
[Gedichten],
januari 1970, 266, 11.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
Beveland:
`In de polders hing de mist rond'
Holten:
`Mijn ogenblikken'
Jan
Emmens behandeld, september 1974, 322, 25.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
Cursus
72/73: 'De man van het vorige uur'
Cursus
73/74: 'Eerstejaars'
[Gedichten],
maart 1978, 364, 25.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
Bergen:
'De zee een watergevaarte'
Klein
lief: 'Je ging hem sluiten'
Verhouding:
'Geannonceerde rouw brengt hen samen'
Bres,
februari 1982, 411, 21.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
'Een
mens is voor mij een bemuurde'
Opdracht:
Voor Jaap Hillenius.
WAKE,
januari 1985, 446, 13.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
'Mulier
stabilis'
'De
dag dat je begraven werd'
'Wat
blijft is de afwezigheid'
Opdracht:
Voor H.
Herdenking,
februari 1988, 483, 43.
Onder
pseudoniem Dana Hokke.
'Het
sneeuwt als op een oude film'
[Gedichten],
juni-juli 1991, 523-[524], 42-43.
Claartje:
'Dit glas bevat', 42
Zie
je: 'de woorden', 42
April:
'Slordige wolken bij vlagen', 43
Einde:
'De verschrikbare verenbegrenzing', 43
[Gedichten],
maart 1993, 544, 13-14.
'Vroeger
bij raadsels voor ik het wist', 13
Keerweerlaan:
'De weg terug rijd ik', 13
Vlindermes:
'Het lemmet lag verborgen in het heft', 13
Voorbereiding:
Verstoppertje was voor de kleintjes', 14
Ingesloten:
'Vlak bij het venster daalt een lichte mist', 14
Constantine, Brendan
De behoeften van de
velen, december 2015, 817, 49.
'Op
de dagen dat we huilden –'
Het
origineel 'The Needs of the Many' is voor de vertaling afgedrukt. Vertaling uit
het Engels door Philip Huff.
Costafreda, Alfonso
[Gedichten],
juni-juli 1992, 535-536, 25-27.
'Lucht
zijn: 'Ik wil niet dat de ochtendwind', 25
'Vanjongsaf
droomde ik ervan', 26
'Groene
ruimte, lichtende bomen', 26
'Ga
naar de velden', 26
'Ik
aanschouw...', 27
'Vluchtigheid
van het woord', 27
Opdracht:
Voor Eugenio de Nora
De
besten zijn al bezweken: 'De besten zijn al bezweken. Anderen', 27
Het
boek: 'Dit boek bestaat niet', 27
Vertaald
uit het Spaans en voorzien van een inleiding door Kees Bakker.
[Gedichten],
oktober 1992, 539, 31-32.
De
Seine: 'Onder de bruggen van Parijs zag ik', 31
Eenmaal
tot bezinning gekomen...: 'Als mensen eenmaal tot bezinning komen, toont hun
gezicht', 31
Veertig
winters: 'mijn keel vlecht', 31
De
ceremonie: 'Je wilt helemaal niet sterven', 32
Preventieve
angst: 'Ze maakten het vuur kwaadaardig' 32,
Tumor:
'Met deze kleine borstpijn', 32
Vertaald
uit het Spaans door Kees Bakker.
Couprie, L.D.
Een
kleine cyclus. Vier schilders en een lithograaf, juni-juli 1985, 450-451
[451-452], 54.
RenŽ
Magritte: 'pijnlijke mannen in stijve pakken'
Caspar
David Friedrich, Frau am Fenster: 'licht gebogen wendt zij zich naar buiten'
Jan
Vermeer, Het melkmeisje: 'met volle arm wordt de kan gesteund'
Odilon
Redon: 'zwart in de nacht lopen de hoofden'
Vincent
van Gogh: 'anderszins wakend liep hij voorbij'
In
facsimile.
Courtz, Rijk
Vier
gedichten, november 1982, 420, 27-28.
'Toen
ik mezelf vernietigd had', 27
's
Avonds in haar kamer: 'Wanneer zij 's avonds in haar kamer zit', 27
Middag:
'het was op een regenmiddag', 28
Voor
meisje met droeve ogen: 'tuurlijk heb ik je herkend', 28
Cousine, F. de la
[Gedichten],
april 1967, 235, 28-29.
Ergerlijk:
`na hem eerst te verwarmen en stevig', 288
Voor
Wampie: wanneer we weer eens', 28
Ontleend
aan eigen ervaring: `nu de kat nuttig', 29
Image:
`mijn angst is verschoven van de russen', 29
Aan
alle werklozen: `nadat ik mij vanmorgen', 29
Crebolder, Emma (1942)
Hart
van zwart, november 1994, 564, 22-23.
I
'Alle berichten, voorspellingen', 22
II
'later bracht men mij', 23
[Gedichten],
oktober 1995, 575, 19-20.
Vos
a: 'Er is een vos verschenen', 19
Vos
d: 'In Absdale woont mijn tante', 20
[Gedichten],
augustus-september 1996, 585-586, 45-46.
Vos
b: 'Vos, ik heb ver bij je vandaan', 45
Vos
c: 'Ik maakte met mijn hand', 46
[Gedichten],
augustus-september 1997, 597-598, 44-45.
'Je
reist met een kind, in elk geval', 44
'Je
gaat aan de wegrand zitten', 45
[Gedichten],
augustus-september 1998, 609-610, 47-48.
Je
hebt geluk gehad, vogel: 'Ik zie het bos vanuit de trein', 47
Er
is plaats: 'Als ik mezelf door kleine', 48
[Gedichten],
maart 1999, 616, 21-22.
Nijlpaarden
langzij: 'Het was ergens vanuit een trein', 21
Het
paradijs langzij: 'Het was ergens vanuit een auto', 22
[Gedichten], augustus-september 2000, 633-634, 8-9.
Van
IJsland: 'Eens hoorde ik bij een kunstwerk', 8
Grijskopspecht:
'Vandaag een grijskopspecht gezien', 9
[Gedichten], juni-juli 2001, 643-[644], 27-28.
www.valdemarr.com:
'We starten je in ragdun web,', 27
Ooievaars
op baan zeven: 'Een diep gerucht werd ik gewaar.', 28
[Gedichten], [april] 2002, 653, 12-13.
De
tuinman: 'Bijna winterklaar. De tuinman', 12
Struikelvuurstenen:
'Wanneer een vogel een goochel is,', 13
[Gedichten],
februari 2003, 663, 31-32.
Het
onbedacht gebekte: ÔMijn eerste blik naar buitenÕ, 31
Opruimdienst:
ÔEr lag iets bloederigsÕ, 32
[Gedichten], januari 2004, 674, 20-21.
Domplein: 'Toen men ontdekte dat de
klemtoon', 20
Plaza Mayor: 'Het plein bestond van
ver omheind', 21
[Gedichten], januari
2005, 686, 20-21.
Het zwartste zwart: 'Een mol duikt
op, en terug met', 20
Het roodste rood: 'Men zocht het
roodste rood, men', 21
[Gedichten], november
2005, 696, 18-19.
Voor Catharina, negen maanden oud:
'Tussen het zoeven van een bal, al door', 18
In een hangmat: 'In een hangmat
voorspellen zij', 19
[Gedichten],
augustus-september 2006, 705-706, 38-39.
Het
witste wit: ÔMen wordt door wit bezocht. WittelingÕ, 38
Het
blauwste blauwÕ, 39
[Gedichten],
november 2007, 720, 38-39.
Hellezwam:
'Aan het eind van de doodlopende weg', 38
Het
beschermde monument: 'Deze zomer in het noorden van Portugal', 39
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 31.
'Tong, je bent bij mij
van velum tot'
'Niet
kardemom, meergenaamd paradijskorrel,' 31
[Gedichten], oktober 2009, 743, 36.
'Niet het begrip
ontglipt, maar de benaming'
'Met
wat ik gisteren vergat'
[Gedichten], oktober 2010, 755, 29.
1. 'Als de valbij-'
2. 'Een halfnaakt met
pantalon'
3.
'Op de valreep wordt bericht'
[Gedichten],
augustus-september 2011, 765-766, 44-45.
1
'Bevallig het meisje met', 44
2
'Wisten wij het vallen niet te', 45
[Gedichten], juni-juli
2012, 775-776, 42.
'Hoe
wij verzanden gelijk'
'Diep
een ijsbaan op'
[Gedichten],
april 2013, 785, 32-33.
'Hoe zij zijn verletterd de vrouwen', 32
'Soms tussen heuvels en flatgebouwen', 33
[Gedichten],
augustus-september 2014, 801-802, 48.
Verholen vrijen: 'Een leeggelopen zondag'
Vanuit het A. Roland Holsthuis: 'De einder reikt weer verder en'
[Gedichten], mei 2015, 810, 35-36.
Zang voor de vlaskam:
'Het vlas in wit-blauwe bloei', 35
Geurpalet: 'Als ik terugga naar mijn tante', 36
[Gedichten],
juni-juli 2016, 823-824, 41-42.
De wederkeer van Elisabeth E.: ÔEr is hier een kamer voor jeÕ, 41
Nog voor die oorlog het
begin: ÔBij het Vrouwenmonument buig ikÕ, 42
[Gedichten],
januari 2018, 842, 33.
Drie portretten:
I: ÔDe schommel bij de vijver, waaropÕ, 33
II: ÔTegen blauw decor had ikÕ, 33
III: ÔDe zwarte moeder klemt tussenÕ, 33
Crijns, Myriam
Verval,
januari 1991, 518, 21.
'Het
leken negen graven, drie aan drie'
Daalder, H.
New
York, maart 1966, 224, 42.
`Bollige
Joods meisjes zag ik'
Daalder-Neukircher, A.P.
Oma,
januari 1986, 458, 12.
'in
de familiekring'
DamstŽ, J.C.
Atoomtijdperk,
januari 1968, 242, 14.
`Is
dit nu het atoomtijdperk?'
Dautzenberg, A.H.J. (1967)
Asbestemming, juni-juli 2012, 775-776, 31.
'ik ga mijn vader inruilen'
Deel, Tom van
[Gedichten],
april 1968, 245, 18.
In
de plooi: `precies onder het uitleggen'
Even
een briefje: `Even een briefje'
[Gedichten],
december 1968, 253, 23.
Begrafenis:
`Terwijl opa D. de grond'
Overwegingen:
`als ik nu tegen die jongen'
[Gedichten],
juni-juli 1969, 259-260, 43.
Literatuurles:
`Nu Chrisjes vader overleden is'
Parterre:
`Met oma ja'
[Gedichten],
december 1969, 265, 31.
Weide:
`gefietst naar Holysloot, om in de wei'
Op
een eindexamen: `Als een zijn vinger opsteekt'
Puzzelen:
`Ben je aan het puzzelen'
Zonder
omweg: `Vogels leer je van plaatjes kennen'
Deeleman, Titia
[Gedichten],
februari 1979, 375, 41.
1.
'Het is of zij spreekt van toekomst'
2.
'Als je weer terug mocht komen'
Dekker, Hedwig
[Gedichten],
oktober 1974, 323, 28-30.
Vreemd:
'Manshoge varens tussen bramenstruiken', 28
Vrouw:
'Wijde vlakten wuivend gras', 28
Paranoia:
'Eurydicee toe kijk niet om', 29
Kruishang:
'Ik zocht je in woestijnen', 29
Doop:
'In lauwe vingerkommen', 30
Virgin:
'Ik duw mijn huilend kindje voort', 30
Dekker, Nikki (1989)
[Gedichten]. Oktober
2017, 839, 39-40.
Wie slaat
zÕn arm om zÕn eigen: ÔIk voel me zo vaak een brandoefening maar somsÕ, 39
Mevrouw Julia leeft: ÔMevrouw Julia doet de ramen dichtÕ, 40
Denoo, Jos
Een
Vlaamse Klassieker (De Moeren/Les Mo‘res, La route au tabac, '46-'53), januari
1994, 554, 38-40.
1.
'Hier ligt het niemandsland', 38
2.
'De wind zit mee; ze lopen er weer in', 388
3.
'De rechterhand draagt zwarte sokken', 39
4.
'Waar de portefeuille van de bazen zit', 39
5.
'Het peloton van knechten', 40
Deschoenmaeker, Frans
[Gedichten],
januari 1996, 578, 16-17.
Sluitsteen:
'Dit staat te gebeuren; het erf amorf', 16
Mosagaat:
'Mazen van middernacht. maan', 17
Dessaur, C.I.
Op
zoek naar Gertrude Stein, januari 1967, 232, 20.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
`Een
kamer zwaar van overjarig zwijgen'
2
november, november 1967, 240, 24.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
`Nu
ben je gegaan door de achtbaan'
`Zij
zullen je begroeten met ritmisch geklap', december 1967, 241, 32.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
Eros
en Thanatos, december 1976, 349, 31-32.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
'My
darling: let us live long and elegant'
Paris,
Monday, februari 1977, 351, 34.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
'La
belle Žpoque'
Twee
filmgedichten, juni-juli 1978, 367-[368], 59.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
The
sting: 'Het gevoel alleen te zijn in vervallend Chicago'
Falsche
Bewegung: 'In groepen, verbonden door onzichtbare draden'
[Gedichten],
april 1979, 377, 41-42.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
Blankenese:
'Des Irrtums wunderlicher Sohn', 41
Wat
is een mens?: 'Wat is een mens?', 41
On
my way out: 'na de laatste keer', 42
Vier
sombere liederen en een toegift, augustus-september 1979, 381-382, 49-50.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
Verdriet:
'Verdriet is een erg dood dier in je buik', 49
Verraad:
'Diep onder satans grotten', 49
Het
kwaad: 'Uit Zeeland komt het Zeeuwse zwijn', 49
Twist:
'Daar is de minnares', 50
Sipapu:
'Onze Moeder de Aarde, onze Vader de Hemel', 50
[Gedichten],
december 1979, 385, 12-13.
Onder
pseudoniem Andreas Burnier.
Lousanne-Ouchy:
'Je me trouwe au bord du lac', 12
'Kon
ik je maar bereiken', 12
Icarus:
'Tussen Honolulu en de westkust', 13
'Zo
meteen begeef ik mij te water', 13
Dijk, Jan-Willem (1985)
[Gedichten], maart 2015, 808, 27-28.
'het zou kunnen dat mijn
moeder het zag gebeuren', 27
'als
ik de deur dichttrek begint de kamer', 28
Na het overlijden van Gerrit Kouwenaar. Debuteert hiermee.
[Gedichten], oktober
2015, 815, 5-6.
het
gemak van de dingen: 'het gemak van de dingen zoals ze zijn', 5
vanaf
hier is alles helder: 'ik vouw mijn handen om mijn weerspiegeling', 6
[Gedichten], februari
2016, 819, 14-15.
Onderkomen:
I: Ôals ik in het midden van de kamer staÕ, 14
II: Ôik loop van het raam naar de deur en terugÕ, 14
III: Ôer drijven
wolken door mijn kamerÕ, 15
[Gedichten], december
2016, 829, 38-40.
Stasis: Ôtussen de tafel en de stoelenÕ, 38
In het knallende middaglicht: Ôleegte lijft de kamer inÕ, 39
Stilleven: Ôop blote voeten door het huisÕ, 39
Een schilder is de zon: Ôgeboren worden in een schilderijÕ, 40
[Gedichten], mei 2017,
834, 28-30.
Achter de horizon: Ôwaar je ook kijkt overal uitzichtÕ, 28
John Cage: 4Õ33 Òfor piano: Ôieder huis zijn eigen orkestÕ, 29
Waar de schilder aan denkt: Ôhet atelier verlatenÕ, 30
[Gedichten],
december 2017, 841, 29-31.
Vertrek
in olieverf: Ôde muren het spanraam datÕ, 29
Hier
reist met je mee: Ôin een poging te krimpenÕ, 30
Verdwijnpunt:
Ôje lichaam een paar laarzenÕ, 31
Dijk, Renske Marike van (1995)
[Gedichten],
juni/juli 2019, 859/860, 55-57
Thuis: ÔIk heb voldoende wierook in huisÕ, 55
Ik blijf op ŽŽn plek om helemaal niets waar te maken: ÔDe ochtendzon is
sterk en de hond
zoekt al naar slakkenÕ, 56
Als je denkt dat er een plek voor je bestaat: ÔJe zit in de auto en er
is geen hoekjeÕ, 57
[Gedichten],
augustus-september 2020, 873/874, 17-20.
Weerzi(e)n:
Ôop een ochtend heb ik de zon aan een lijntje gedaanÕ, 17
Alleen:
ÔStilteÕ, 18
Niet
geschikt voor frituurbranden: Ôniet geschikt voor mensen met vierhonderd
jaar
determinisme in hun chromosomenÕ, 19
#Lazy
Sunday in bed: ÔDeze week zag ik vijf mensen met een IKEA-family-tasÕ, 20
[Gedichten],
december 2021, 889, 3-5.
Trimester
I: In deze overgang kies ik mijn eigen lesmateriaal:
ÔIk
sta op een houten kist in de woonkamer waar ik groot werd.Õ, 3
Ik
heb dit niet zelf bedacht: ÔIeder blad ontvangt een druppel regen anders.Õ, 4
Huilen
is voor mij te laat, ik kom niet meer: ÔIk neem de trein naar Utrecht om je
gedag te
kussen,Õ, 5
Dijk, A.J. van
[Gedichten],
september 1986, 466, 37.
Peinzende
lezer: 'Er wordt geen voortgang meer geboekt'
Kas
in onbruik: 'Het metrum van het kale staal bepaalt'
Dijkstra, Margriet (1948)
Familie,
oktober 1977, 359, 40.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
'Je
moeders man: een vreemde gast, zijn mond'
'De
kleine dame met de ringbaard, die'
Zes
gedichten, oktober 1978, 371, 19/22-23.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
'Neem
mijn vriend S. Zijn gebaren', 19
"Vaderlief,
na zoveel jaren..": 'Ik vond je klein geworden, jij mij groot', 19
Mon
repos: ''s Nachts loopt zij met haar breiwerk over de gangen', 22
'Je
liet me al je kleren zien-drie broeken', 22
Foto:
vrouw met spiegel: 'In de psychŽ gaat haar moment verloren', 23
Psalmen,
23
1.
'Leg je mij strikken, Heer? Moet ik als Job'
2.
'Als ik de kans maar kon berekenen'
3.
'Het vriest. Het gras wordt zwart. Ik hou niet meer'
Dochter,
mei-juni 1984, 438-439, 92.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
1.
'Schaduwen gaan ons voor, door het onvertrouwde'
2.
'Wat dicht is maakt zij open, werkelijkheid'
[Gedichten],
juli-augustus 1988, 488-489, 39.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Ligstil:
'Eens was je scherp als kiezel maar nu eelt'
Tot
een steen: 'Heer kiezel, fijngenerfd, herinnering'
[Gedichten],
juli-augustus 1989, 500-501, 31-32.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Can
vei lauzeta mover: 'Ezelsgewijs langs de velden', 31
April:
'Snoeihout loopt uit, de schubben', 31
Zandgat:
'Hoe het mogelijk is', 32
[Gedichten],
oktober 1989, 503, 27.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
De
hoge dijk: 'De dagen, korter maar niet veel, 27
Pauw:
'Eerst dacht ik nog dat jij het was, vermomd', 27
[Gedichten], mei 2006,
207, 3-5.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach
Onverlet:
ÔHoofd, maak je los van dit verhaal. VerteldÕ, 3
Tant™t:
Draai ik de Grote Fuga, sloft mijn vaderÕ, 4
Plek:
ÔAls iemand weg is heb ik je hem dan nogÕ, 5
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 15-17.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach
Vloed
: 'We gooiden
de vijver om,'
, 15
De ganzen: 'De ganzen
komen terug bij je vandaan, ze roepen', 16
Af: 'Het is vroeger dag
maar grijs tot de koffie en verder', 17
[Gedichten], oktober
2006, 707, 11-12.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach
Opdat:
ÔVannacht sneden ze mijn benen afÕ, 11
Ars
oblivionis: ÔDe buitenkant van dingen, meer hadden we nietÕ, 12
Dat
je, juni-juli 2007, 715-716, 9.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach
'Hoofd. dat je alles
bewaart'
Van nu af, maart 2008, 724, 4.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
'Ik zag dat
jij het was, je vader hield je'
Mei, mei
2008, 726, 11-12.
'Het ene oog
loopt dicht', 11
'Ik wrijf de
rug van mijn moeder', 11
Toen je
thuiskwam had ik het bad warm', 12
Het
fluitenkruid wacht', 12
Lied van tech duinn geblazen, november 2008,
732, 4.
'Tussen
a en b zijn grotten en stormen'
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
In het verrotte hotel, maart 2009, 736, 29.
'Wentel je aan het spit'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
In het verrotte hotel, april 2009, 737, 27.
2 - on line: 'Je zit in
het midden groter dan echt met je hand'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Hotel 3, 738, mei 2009, 4.
'De nachtwaker komt om
half elf eerst sluit hij de blinden'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Hotel, juni-juli 2009, 739-740, 15.
4 – zoon: 'Niets
klopt hier, toch zijn alle verhoudingen goed'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Hotel, augustus-september 2009, 741-742, 9.
5 – En tiempos era
yo la alegria de mi casa: 'Braakselspoor naar het bed. Kartonnen kamer'.
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Hotel, oktober 2009, 743, 24.
6 – Uitzicht: ''Een
kamer kost er niks maar je slaapt onder kranten''
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Hotel, november 2009, 744, 35.
7
– Dat het: 'afgebrand, ingestort, ver van u was, daarom'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Hotel, januari 2010, 746, 4.
8 - Missie: 'Plaats: gerealiseerd.
Vervoeg je. Code?'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Leeg, februari 2010, 747, 25.
9-
'We gooien het wachten eruit, de sleetse matrassen'
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Is er sprake, februari
2011, 759, 7-8.
1.
'Er is sprake van vertrek aan de rand, 7
2.
'Als ze je hebben maakt het nog niet uit', 7
3.
'Van binnen zit iets scheef, je loopt verkeerd', 8
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Stof, augustus-september
2011, 765-766, 6-8.
1
'Handen plat op de stoep, armen loodrecht', 6
4
'Het glimmen hoe dan ook, de tong, tandvlees', 7
6
Dunne armen en het', 8
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Onder het
vouwen van was, april 2012, 773, 8.
'Op straat begint een geluid van zoals het verhaal'
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
Restloos,
februari 2013, 19.
'Mijn kind boort gaten in de muur, het plafond;'
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
Pas, februari
2014, 795, 3.
'Telkens zoek je de weg die gewoon uit je tenen'
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
[Gedichten],
oktober 2014, 803, 5-6.
Blind zolang: 'De nacht met treinen ver weg en scrupules.', 5
4 van je handdoeken: 'Handdoek losjes over de deur van nog even', 6
Bij een foto van Bianca Sistermans.
Funicul“, april 2015, 809, 49.
'Er danst een man op het dak hiertegenover,'
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
[Gedichten],
december 2015, 817, 10-11.
gang: 'Niemand mocht je oren zien, hooggeplaatst, veel', 10
los: 'Ik kijk de tuin in, de grassen nemen het over', 11
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
[Gedichten],
april 2016, 821, 9-10.
helder: ÔHet is helder zegt hij, de woordenÕ, 9
straks: ÔHet was avond toen ik je losliet, het gat van je mond sloot.Õ,
10
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
[Gedicht],
januari 2017, 830, 9.
De dag dat mijn vader naakt op het strand liep: Ôbegon waarschijnlijk
als altijd, hij schoor zichÕ, 9
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
[Gedicht],
mei 2017, 834, 15.
Ottersaat: ÔRoodhals waarvoor we er warenÕ, 15
Onder pseudoniem Eva Gerlach.
[Gedichten],
december 2018, 853, 15-16.
Vos:
ÔDe weg van het ziekenhuis. Wie blijftÕ, 15
ÔEentje die ik verloor zit recht in bedÕ, 16
Onder
pseudoniem Eva Gerlach.
Dijkstra, Sjoerd M.
Hangend,
maart 1973, 304, 29.
'Hangend,
in wier aangevreten zetelt de tak'
[Gedichten],
mei-juni 1973, 306-307, 31.
Aphrodite:
'hoor, in de donkere diepte waadt zij'
Hij
was...: 'Hij was een slaaf van de woorden, anders gingen heen ook de'
[Gedichten],
december 1973, 313, 13.
4+3+4:
'Altijd te laat en steeds op zoek naar tijd'
De
schaduw: 'En 't is alleen je blondheid en blauw' ogen dijn'
[Gedichten],
december 1974, 325, 26-27.
De
zee: 'De zee, zilte woestijn, wervelend van water', 26
Was
het dat: 'Was het dat je naar me keek', 26
De
stem van de meeuwen: 'Een kathedraal op te richten van zeilen masten', 27
Dromen,
mei 1975, 330, 15.
`Hij
op mijn schouder, ik langs de kristalheldere gracht'
Schepen,
juni-juli 1975, 331-332, 47.
`Schepen
in de zon, langs de horizon'
[Gedichten],
februari 1976, 339, 39.
1975:
'Langs welke lijnen gegaan tot welke lijn'
Als
in droom...: 'Als in droom bij het water van toen, zeegroen ; jouw voeten'
Graven
beneden de sluis, februari 1977, 351, 33.
'Adam's
schedel bracht schade aan zijn schaal'
Wie
stierf, februari 1982, 411, 29.
'Wie
stierf in Veneti‘'
'Bewaar
je ogen voor de avond, januari 1983, 422, 45.
Avond
in IJmuiden, november 1985, 456, 25.
'Nazomer
in herfstmist. Als toen straalden'
Domselaar, Kees van (1954)
[Gedichten], oktober
2006, 707, 33-34.
Tafel
met tulpen: ÔDag in dag uit vervolgt zich het verhaalÕ, 33
Oortjeshekken:
ÔHet regende en daar liepen weÕ, 34
[Gedichten], april 2007, 713, 31-32.
Nooit dichter: 'Nooit
dichter zal ik ooit nog bij je kunnen komen', 31
Op reis: 'Bij lange na
niet de wakkere, ik ben vaak', 32
[Gedichten], februari 2009, 735, 41-42.
Mijn lief, met vermoeide
ogen: 'Mijn lief, met vermoeide ogen', 41
Bij
een schilderij van Jan Mankes: 'Dat we juist dachten een houding te hebben
gevonden', 42
Doorman, Maarten (1957)
Almere:
tas aan de vlag, december 1994, 565, 27.
'Video
na het laatste'
[Gedichten],
augustus-september 1995, 573-574, 36-37.
Afstandsbediening:
'Veel komt binnen, de ijskast slaat', 36
Zapbeheersing:
'Het helpt bij de bescherming van de huid', 37
[Gedichten],
mei 1996, 582, 16-18.
De
Mantra Om I: 'tss', 16
De
Mantra Om 2: 'toe doe', 17
De
Mantra Om 3: 'sst', 18
[Gedichten],
maart 1997, 592, 21-22.
Wie
gaat er uit: 'het afkrabben van de haren', 21
Bij
een schoolplein: 'Wierook een mij vreemd ritueel', 22
[Gedichten],
november-december 1997, 600-601, 65-66.
Thema:
Risico.
Het
wederom: 'Het weer', 65
Angst
voor wat gebeurt: 'Nu de wind opsteekt', 66
[Gedicht], januari 1999,
614, 26.
Ontvangst:
'O fax van mijn hart', 26
Vliesdun ijs van gewoon
waarop wij, januari 1999, 614, 27-28.
1:
'Doe mijn ogen', 27
2:
'Slachtrijp', 28
[Gedichten], december 1999, 625, 32, 33.
PŽtanque
met Hugo Claus: 'Het profiel stamt van een Romeinse keizer', 32
Nacht
raakt een stalen snaar: 'Als de computer start klinkt aluminium gefluister', 33
[Gedichten], juni-juli 2000, 631-632, 28-29.
Oudbakken
rapvers: 'Ik kan veel', 28
vice
versa: 'Je had die ezel van buridan', 29
Thema:
Liefde.
Cyclus:
Bezoek aan mijn vader, januari 2001, 638, 9-11
1. 'Vader wij maakten wel vaker', 9
2. 'Zo precies', 10
3. 'Met jou te verstaan', 11
[Gedichten], januari 2002, 650, 8-9.
Zes uur: 'Het blad
dorde', 8
Na de kolen kwam het
gras: 'Het kost me weinig moeite', 9
[Gedichten], juni-juli 2004, 679-680,
52-53.
Heines Fichte: 'Ik waande mij in een
sparrenboom', 52
Met als opschrift een citaat van
Heinrich Heine.
RŸckerts Pappel: 'Leeglopers met
beroerde uniformen', 53
Met als opschrift een citaat van
Friedrich RŸckert.
[Gedichten], maart 2008, 724, 26-27.
Been: 'Er
hing een heel been half', 26
Een beetje
los: 'Ze vliegeren bij de campers aan zee', 27
[Gedichten], oktober 2008, 731, 25-26.
Sterren: 'Misschien is de
oude ijskast wel een grote minibar', 25
Dienstregels:
'De perrons zijn altijd', 26
Telefoon, mei 2009, 738, 20.
'Iemand
is voor je het weet'
[Gedichten], mei 2011,
762, 30-32.
Mededelingen:
'Zijn er nog mededelingen of kunnen we gelijk', 30
Notulen:
'De hoeveelheid ongebruikte vingers', 31
Perspectiefnota:
'Verschillende leden van deze vergadering', 32
[Gedichten],
juni-juli 2012, 775-776, 12-13.
Salome
belt: 'Salome belt', 12
'Het
vliegtuig werpt zijn beeld niet in het water', 13
[Gedichten], februari
2014, 795, 19-20.
Koper
uit het park: 'Kurk heeft lang in de verkeerde hoek', 19
Eerder
de tijd: 'Ook zonder mes zijn ze vrolijk', 20
[Gedichten], december 2015, 817, 25-26.
Drones: 'Wij voetbalden in de zon', 25
Goederentreinen: 'slingerden door mijn slaap', 26
[Gedichten], december 2016, 829, 21-22.
Profiel: ÔAls het profiel is versletenÕ, 21
Harder: ÔHonderdtwintigÕ, 22
[Gedicht], maart 2018, 844, 24-25.
Tamelijk
tijdloze lamentatie: ÔLieve dood, wat ben ikÕ, 24-25
[Gedichten], februari 2019, 855, 15-16.
ÔTe
vroeg lamplicht, 15
Grondtrek:
I ÔEen slap waaien laag bij de grond, te traagÕ, 16
II Ôen de stad soms luistertÕ, 16
[Gedichten], november 2019, 864, 3-4.
Schoen: ÔEen smalle schoen, eentjeÕ, 3
Europa: ÔMet ŽŽn musket-Ô 4
[Gedichten], augustus-september 2020, 873/874, 38-40.
Belville
(januari 2020): ÔDondert een container om of is het een bomÕ, 38
Oefening:
ÔIk baar mijzelf in bedÕ, 39
Niet
voortdurend maar onophoudelijk: ÔHet gras zal nog wuiven, een steenÕ, 40
[Gedichten], augustus-september 2021, 885/886, 55-57.
Catacomben:
ÔÕs Nachts langs een lange ladderÕ, 55
Bij
Toetanchamon: ÔEenmaal de trap af heb je op kopÕ, 56
Ballonvaart
boven de Nijl: ÔEn weer wat later, lieve dood, zag ik jeÕ, 57
Dorrestijn, Hans (1940)
Liedteksten,
oktober 1982, 419, 29-30.
De
wanhoop: 'Waar zijn die mooie droeve dagen', 29
''k
Heb dit geleerd', 30
Met
tekeningen van Georgien Overwater, 29 en 30.
De
lelijkheid 4, mei 1985, 450, 29.
'Voorbijgangers
zijn vaak nieuwsgierig'
Doting, Anna
Pseudoniem van Margrieta
Jeltema.
Drabbe, Thera
[Gedichten],
oktober 1964, 207, 32.
Impressie:
`Sneeuwfonteinen versplinteren'
Ontmoeting:
`Onherkenbare bekend'
Een
liedje van verlangen: `Vervorm, verbuig, betover'
Duinker, Arjen P.
[Gedichten],
mei 1980, 390, 30-32.
1.
'Taal en', 30
2.
'Hoe kan ik het', 30
3.
'De bomen in de straat', 30
4.
'Er zijn vele manieren om', 31
5.
'De moet', 31
6.
'Langzaam', 31
7.
'Glimmende straten', 32
8.
'Een', 32
Aapnootmies 1985,
april-mei 1986, 461-462, 46-49.
I.s.m.
K. Michel.
1.
'Verlos ons van', 46
2.
'Doof?', 47
3.
'Het leven. Helder', 47
4.
'Veel tijd is er niet', 47
5.
'Een twee drie', 48
6.
'om gewoon zand zon zee te kunnen zeggen', 49
7.
'Laten we de lucht over de knie leggen', 49
Aapnootmies
poetica, februari 1987, 471, 28-29.
I.s.m.
K. Michel.
1.
'noem het een gordijn van spiegels', 28
2.
'ik omhels je, lage straat', 28
1.
'op een zeer absolute dag', 29
2.
'duizend gele', 29
DŸndar,
Tun�
[Gedichten], december 2002, 661, 30-31.
'Een oud autowrak', 30
Ons huis: 'Er zijn
huizen', 31
Dussen, Michael van der
Zandspoor
en verstening, oktober 1981, 407, 28.
'keert
alles weer terug'
Eerhart, Frank (1948)
[Gedichten],
maart 2016, 820, 35-36.
Onverharde
wegen
Grond: Ôeen zakje bodemÕ, 35
Bos: Ôkijk zeg ikÕ, 35
Groei: Ôer leek
ietsÕ, 36
Eijkelboom, Jan
Leiden
ontzet, 16-12-1959, 31, 16.
`Zie
ik van Sempre het vaandel'
N.a.v.
een krantebericht. Reactie kritisch proza, De student M., 31, 7. Zie A.L.
Schneiders, 30, 8-9.
[Gedichten],
december 1979, 385, 45-46.
Geen
notie: 'Ik hou de tijd niet bij', 45
Die
eenvuldighe sempelheit: 'Hoe oppervlakkig was de wereld', 45
Toch:
'Vanaf de schilferige bank', 46
Ekkers, Remco
Dick
Hillenius in de Groningse sjoel, december 1982, 421, 39.
'Hij
staat even een gibbon'
Elagin, Ivan
Pseudoniem van Ivan
Venediktovitsj Matveev.
Emmens, J.A.
[Gedichten],
06-04-1960, 47, 8.
Sprookje:
'Ik sprak op de wallen'
Wensdroom:
'Aardig idee: de hemel te bevolken'
[Gedichten],
05-07-1961, 112, 15.
Geschiedenis:
'De slag, thans onderwerp van diepgaande discussies'
Vooruitzichten:
'Laat een scheepje te water'
Comming
out of the woods, 29-11-1961, 133, 13.
'Comming
out of the woods'
Engels.
Emmerik, Judy van
Vijf
gedichten, juli-augustus 1974, 320-321, 34-39.
'Na
een operatie ziek', 34
'Vragen
vragen', 35
'Thuis
voel ik me het prettigst', 35-36
'In
memoriam Jan Arends: 'Psychisch onvermogen', 36
'Je
kunt beter', 37-38
'Ik
was dood', 38-39
'Hij
droomde', november 1974, 324, 40.
'Jarenlang
fietste ik', december 1974, 325, 34.
Ende, J. van den
[Gedichten],
november 1993, 552, 23-24.
Onder
pseudoniem Frank Esper.
Stadsplan:
'wie is de meester van dit gebouw', 23
Het
pand: 'nog staat zijn omgeving in het groen', 23
Ingreep:
'door de regen opgeroepen', 24
Leven
in de marge: 'afgewezen zoekt zij langzaam', 24
[Gedichten],
december 1993, 553, 28.
Onder
pseudoniem Frank Esper.
Biografisch
1: 'vervallen lijkt die plek een uithoek'
Biografisch
2: 'het plein, de kerk en het hof'
Vermist:
'waar het dagelijks over leven gaat'
Enquist, Anna
Pseudoniem van Christa
Widlund-Broer.
Ensslin, Janine
[Gedichten],
december 1998, 613, 14-15.
Daar
waar men gezegd had: 'we reden soms van gat naar gat', 14
Als
ik luister met mijn olifantenoor: 'ik weet nooit of ik mezelf wel hoor', 15
Ent, Anton
Henk van der Ent.
Ent, Henk van der
[Gedichten],
maart 1974, 316, 24.
Onder
pseudoniem Anton Ent. Paasregen: 'Paasregen in de zonneschijn'
Edison:
'Edison sprak tegen tin'
Marieke:
'Ik had mijn dochters bij 't gebed'
[Gedichten],
oktober 1976, 347, 28.
Onder
pseudoniem Anton Ent. Aan de oever van de IJssel: 'Een schip met hout hoog
opgetast'
Terugkeer
van de specialist: 'Ik loop weer met mijn moeder langs de Leede'
[Gedichten],
oktober 1993, 551, 22-23.
Onder
pseudoniem Marieke Jonkman.
Sauna:
'Mannen keken en bekeken. Ik zat niet lekker', 22
Rembrandt:
'Je mag zijn zoals je bent: met of zonder kraag', 22
Jurk:
'Dit kanten kraagje houdt mij overeind', 22
Insult:
'Geen post. Geen antwoord op mijn brief', 23
Bad:
'Een open vrouw is recht van lijf en leden', 23
Esch, Sjef van
De
schaduwen, februari 1974, 315, 28.
'Zo
stil ie het nu lach niet'
Zeeuws
Vlaanderen, november 1974, 324, 30.
'In
herinnering blijft de ruimte'
Ameland,
juni-juli 1975, 331-332, 33-34.
(de
zee): `pal rijdt zij', 33
(de
wind): `als vaal en angstig', 33
(de
maan): `soms in een losbandige nacht', 34
(de
wolken): `en een witsmeltende maan', 34
(de
vogels): `opgewonden altijd', 34
Wintergedichten,
februari 1977, 351, 26-27.
1.
'in verten wacht donker', 26
2.
'binnen zwijgen de boeren', 26
3.
'in de witte kraag', 27
4.
'de winter is een wolf', 27
Vijverjeugd
(vrouwenpaviljoen), februari 1977, 351, 28-29.
'De
wingerd': ,stiekem gapen', 28
'Honingbijen':
'op koppig avontuur', 28
'Klimop':
'haar ogen onderweg verdwaald', 28
'In
de tuin: 'in de paleistuin', 28
Lof
der zomernachten, november 1977, 360, 34-35.
'bruinrood
tuimelt de zon', 34
'langs
bossen de donkere', 34
'in
het onbewogen blauw', 35
Afscheid,
december 1979, 385, 40-41.
'wanneer
kantelde licht', 40
'angstig
klapwiekt het bericht', 40
'marmeren
dood raak ik de hand', 40
'spreek
ik aan het graf', 41
Herfst,
augustus-september 1981, 405-406, 40-41.
'in
de bossen het snuiven', 40
'oktober
sloopt de zinnen', 40
'later
de boer', 41
'er
hangt onzichtbaar', 41
Escher, Sidonie
[Gedichten],
februari 1987, 471, 30.
Zeventig:
'Het weer is druilerig, de verjaardag voorbij'
Geruststellingen:
'(Bezadigder tijdens naderend bedenk ik me)'
Einde
mei: 'Zo'n dag-warm met een koele ondertoon-'
Eshove-Bedijs, Elisabeth
[Gedicht],
november 1968, 252, 22-23.
Vogelvlucht:
`Vanaf de berg Sinai bekeken', 22
Doof
het licht, ik zie teveel: `zei Minerva', 22
Dienstregeling:
`Er zijn treinen', 22
For
Gabri‘l-a warning: `It's all very well to think', 23
Gedicht
in het Engels.
"Melancholy
is the nurse of frenzy": `Yes-tearful Kate', 23
Gedicht
in het Engels.
Ophelia-Cordelia:
`To be on edge', 23
Gedicht
in het Engels.
[Gedichten],
juni-juli 1969, 259-260, 36.
Machinaal:
`Vlakbij'
Black
Peter: `There he comes! A cat'
Gedicht
in Engels.
Duel,
oktober 1971, 287, 7.
`Gespleten
zielen bergen twee leven'
[Gedichten],
december 1971, 289, 18-19.
1971:
`Vier jaren terug', 18
`ik
droomde van een lange bleke stengel', 18
Incongruent:
`Wel samen naar bed geweest', 19
Fliegende
BlŠtter: `"Ik ben"', 19
[Gedichten],
februari 1974, 315, 22-24.
Those
were the things: 'Wolfheze', 22
Portret:
'Een stuk star verdriet', 22
Najaar:
'De bomen staan in nachtgewaad', 22
Ooghoogte:
'Zolang ik engelen ontmoet', 23
Crematie:
'Het is alweer zolang geleden', 23
Bezoek:
'Ze had een spreeuw', 24
Op
de tast: 'De dennenboom grijpt om zich heen', 24
Lot:
'Overleefd ter nauwste nood', 24
[Gedichten],
maart 1974, 316, 18.
Ongeduld:
'Laat mij de lente'
Vincent
van Gogh: 'Desperate he'
Malewitch,
november 1974, 324, 30.
'Moe
wit gezicht'
Esper, Frank
J. van den Ende.
Espriu, Salvador
[Gedichten],
juni-juli 1992, 535-536, 23-24.
Buit
verzekerd: 'Voetstappen van de jager', 23
Begraafplaats
van Sinera:
1.
'Over de wegen daalt', 23
2.
'Wat een bescheiden land', 23
4.
'Mijn ogen zien alleen', 23
5.
'De portieken van Sinera', 24
6.
'De spinnen hebben vorsten-', 24
7.
'De eerste druiven zijn er', 24
11.
'De regen sterft, terwijl ze', 24
13
'Als het middag is, komen', 24
14.
'Spiegel, herinnering', 24
15.
'Over het kustland', 24
17.
'O, het zwarte schip', 24
21.
'Ongebreidelde paarden 's morgens', 24
Vertaald
uit het Spaans en voorzien van een inleiding door Kees Bakker.
Exter, Pieter van
Bij
een oude foto, februari 1993, 543, 33.
'Oom
Gert'
Eybers, Elisabeth
[Gedichten],
januari 1997, 590, 12-15.
Fase:
'Aarselend kyk ek die trappe aan', 12
Voortgang:
'Onverhoeds en verbasend kom jy op slag', 13
Erfenis:
'Beide my moeder en vader', 14
In
laaste instansie: 'Wanneer woorde jou in die steek laat', 15
[Gedichten],
mei 1997, 594, 6-8.
Opmerking:
'Hoekom gaan jy so vroeg na bed', 6
Noodweer:
'Die besete, stuiptrekkende boom', 7
Diminuendo:
'In daardie oase, ruimskoots toegerus', 8
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 8-11.
Voetjie vir
voetjie: Voetjie vir voetjie word mens immigrant..., 8
Step by step:
'You learn migration step by step, you see', 9
Ontheemde:
Hier, in die vreemde, en sonder 'n masker aan..,Õ, 10
Homelessness:
'In this strange land, unshielded by a mask...', 11
Niet eerder
gepubliceerde vertalingen door Elisabeth Eybers van haar oorspronkelijke
Afrikaanse gedichten ÔVoetjie vir voetjieÕ (Kruis
of munt, 1973 en Versamelde gedigte,
2004) en ÔOntheemdeÕ (Dryfsand, 1985
en Versamelde gedigte, 2004)
Faverey, Hans
Reeks
tegen de dood, november 1987, 480, 23-31.
'De
ogen die haar ogen', 23
'Is
hetzelfde dan niet goed genoeg', 25
'Zijn
enige raadsel : hoe', 25
'Wie
sterft die blijft niet zo lang', 26
'Door
zich te laten begaan', 27
'Hoe
de aanbedene, nu ik zo', 28
'Zoveel
dingen zijn er', 29
'Is
het gorgonenhoofd', 30
'Geloof
mij toch', 31
Flipse, Robert Paul
Een
oud huis, juni-juli 1967, 237, 29.
`Borgharen-gele
dennen'
Fontane, Sacha
[Gedichten],
december 1979, 385, 28.
Vroeger
Oost-Indi‘: 'Paars watervlak opppervlak'
Haags
gevoel: 'Voel'
[Gedichten],
april 1980, 389, 32-33.
Morgenkou:
'Morgendauw-het weiland trekt uit het gezichtsveld weg', 32
Op
een boot op Hudson-rivier: 'De vrouw legt haar hand op zijn schouder', 32
Schaduw:
'De schimmen schaduwen de wandelaar' , 32
Stad:
'Schreeuw roepen', 33
Ochtend:
'Romig roest het water door de gootsteen', 33
Vier
gedichten, februari 1981, 399, 32-35.
Levensteken:
'de groene wereldreiziger', 32
M.S.
Noorddam: 'Witte ijzerplaten reusachtig van omvang', 32
'Mijn
vroegste herinnering', 33-34
Blind:
'Open', 35
Drie
gedichten, augustus-september 1981, 405-405, 42-43.
''s
morgens vroeg als de tong dwars ligt in de mond', 43
Afscheid:
'De schaduw van een voorwerp opvangen', 42
Bergbeklimming:
'naderen het ding', 43
Francken, Vicky (1989)
[Gedichten], februari 2008, 723, 18-19.
Bevinding #
22: 'Tegen deze grauwe achtergrond vechten wij onafgebroken.', 18
Sc�ne: 'We
staan tot elkaar als vier muren om de ergste vragen', 19
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 34-35.
Foto: 'Hier sta ik
vervreemd tot oude planten', 34
Dit
is zo te zien al bekeken: 'Ik lig hier kreupel en leg mijn handen om mijn
ellebogen', 35
[Gedichten], februari 2009, 735, 29-30.
Kauwen, kraaien, roeken
of raven: 'Onder deze regels lig ik wanhopig in de mode', 29
Hier draait het leven om:
'Hier draait het en zoekt het zijn voeten', 30
[Gedichten], mei 2009, 738, 38-39.
Begrip is een begrip:
'Een man in een boek zei zonder omhaal het enige', 38
Leidraad voor zeilers: '1
– Je moet altijd je leven riskeren', 39
Alles, december 2009, 745, 17-18.
I: 'Alles is onscherp. Ik
blijf mijn bril opzetten', 17
II: 'Alles lijkt alles
behalve eeuwig, is van voorbijgaande', 17
III: 'Alles is
langzamerhand zo moeilijk', 18
IV:
'Alles duurt langdurig lang, het is de moeite niet', 18
[Gedichten], maart 2010, 748, 24-25.
We keken in onze
koplampen en reden ons aan: Er ging iemand dood. In ons huis. We waren er
niet', 24
Verontwaardigde
gitaren zingen niet: 'Mijn klankkast is misschien massief', 25
[Gedichten], maart 2011,
760, 19-20.
Hoe
is het mogelijk: 'Het duurt niet lang of het duurt niet lang meer', 19
'Na
jengelen om naald en draad', 20
'Moet
je me nu zien, ik wilde altijd iemand worden', 20
[Gedichten], januari
2012, 770, 4-5.
'Dit
is nog maar het begin en ik tik mezelf al op de vingers', 4
'Nu
wordt alles duidelijk', 5
[Gedichten], november 2012, 779 [780], 32-34
Het eerste ontbijt: 'Een ontwaken van jewelste, vogels zonder
vleugels', 32
Hopen dat de zon opkomt een groots misdadig plan noemen: 'is
onmenselijk, in de diepte van een rivier je hart zien liggen', 33
Wat kapot is kan niet stuk: 'Je relativeert jezelf een ongeluk', 34
Hekwerkzaamheden, augustus-september 2013, 789-790, 42.
I.
'Er zijn leugenachtige woorden zoals onmisbaar'
II.
'Soms vraagt iemand zich af of er niets mis is'
II.
'Het licht heeft zich omgeschoold tot terrorist'
[Gedichten],
mei 2014, 798, 30-33.
soms moet je de kussens in je hoofd een stomp geven: 'als het
veertjes sneeuwt heb je eindelijk grip', 30
'Naakte muziek speelt in de grotten', 31
'Hoe heet het', 32
is hier iemand: 'er waait geen wind, er wuift geen riet', 33
[Gedichten], februari 2015, 807, 15-16.
'tot de lippen gericht zegt het water', 15
'vaak is het beter de vogels niet rood te verven', 16
[Gedichten],
januari 2016, 818, 13-14.
1995: ÔToen ik mijn zwemdiploma haalde, was ik blij.Õ, 13
Je krijgt alweer kleur: ÔTien jaar lang was er niets aan de hand,Õ, 13
Windpark: ÔEr was een tijd dat ik dacht dat een windpark zoiets wasÕ, 14
[Gedichten],
juni-juli 2017, 835-836, 9-12.
Geen geschiedenis: Ôdie zomaar de benen neemtÕ, 9
Ôde akker ligt er gebarstenÕ, 10
de auteur is dood: Ôeen hangslot aan de deur van de nooduitgangÕ, 11
Vatnajškull: ÔOndertemperatuur en zo grijsÕ, 12
Friedrichsen, F.V.
[Gedichten],
september 1986, 466, 23.
Gezicht
op een mooie jongen: 'Ik schuif met de draaideur mee naar binnen'
Elementen:
'De gele trein trekt door het noodweer'
Gali‘n, Laura van der
[Gedichten],
februari 1996, 579, 36-38.
'Zoveel
straten, mensen, pleinen!', 36
'Zeventien
passen en nu al vermoeid', 37
'Dit
grijs, het went al aan je ogen', 38
Geel, Chris J. van (1917-1974)
Snelle
verluchtiging, 14-03-1962, 145, 12.
'Van
kijkgeld vrijgesteld zijn blinde militairen'
Opdracht:
aan P. & R. [ = K.L. Poll en J. Roukens]. Polemiek over Eichmann,
antisemitisme en identifcatie, n.a.v. J. Roukens, 136, 3-4. Zie A. Nuis, 137,
8; J. Roukens, 137, 8-9; K.L. Poll, 141, 1-3; R. Rubinstein, 143, 1-4; J.A.
Emmens, 143, 5-6 en antwoord K.L. Poll, 143, 6-7. Reacties J. Roukens, 145,
11-12; J.A. Emmens, 145, 12; D. Hillenius, 145, 12-13; K.L. Poll, 13-14 en H.R.
Eyl.
Wilhelmina,
17-01-1963, 186, 33.
'Rust
zacht. De uitvaart van de witte wijfjesbeer'. Met de bijschriften: bij haar
laatste koningschap; (op acht december in een stoel elders). Zie rectificatie,
187, 43. Zie ook Chris J. van Geel, 199, 17 en 201, 8.
Irene,
februari 1964, 199, 17.
`Hoe
fier bewoog de goede Koningin'
Gedateerd:
31 januari 1964. Zie Wilhelmina, 186, 33 en irene twee, 201, 8.
Irene
twee, april 1964, 201, 8.
`irene
drinkt de statenloze dromen van haar don'
Gedateerd:
9 april 1964. Zie Irene, 199, 17 en 'Wilhelmina', 186, 33.
Fazant,
september 1965, 218, 15.
`Voorzichtig
op gespreide tenen stappen zettend'
Zerken,
oktober 1965, 219, 39.
`Boven
wie in de aarde slaapt'
Droom,
november 1965, 220, 23.
`In
een prachtig fluwelen loverbezet'
Hofstad,
december 1965, 221, 35.
`Het
windoog treft de Twensteeg in het hart'
Havenwoonwijk,
januari 1966, 222, 27.
`Soms
ziet men houten zwaluwen'
Bomen,
februari 1966, 223, 33.
`Zwart
als de zon opkomt'
`Leven
tegen de dood', maart 1966, 224, 37.
`Begrafenissen
trekken aan de horizon', april 1966, 225, 22.
'De
zon gaat rechtop onder', mei 1966, 226, 23.
Dertig
gedichten, juni-juli 1968, 247-248, 26-31.
Pad
ontmoet: `Ik wandel en probeer, 26
Klein
lover: `Zit hij, vliegt hij?', 26
Koekoek:
`Ik wist niet dat een koekoek vliegend', 27
Luchtvee:
`het regent in het briesen van tien mussen', 27
Oceanisch:
`De zee is van gehaaide zielepoten vol', 27
Gezelschap:
`Zo vroeg kan ik niet opstaan of ik zie', 27
Bewogen:
`Ik heb een schilderij gezien', 27
Merels
op een rieten dak: `Afwisselend staan ze zich', 27
Jonge
springspin: `Een springspin zie ik zitten', 28
Nieuw
heershaantje: `Nog zonder kleur zo jong', 28
Vroege
polder: `Drie eenden vluchten in paniek', 28
Kapel:
`Gepoederd in de geur van ongestadigheid', 28
Schaap:
`Het bruine schaap toen ik', 28
Griffioen:
`O zeker niet altijd', 29
Fabel:
`Ik wil inlichtingen, riep de griffioen', 26
Malakoloog:
`Gebogen over zijn pincet door gidsen gruis', 29
Parc
aux cerfs: `Ik wandel rond, de bomen vol in blad', 29
Bodem:
`De koeien hoesten in het stof', 29
Gebedsboom:
`De takken tillen linten aan hun vingers', 29
xxx:
`Kleine gehuwde vogels tussen stenen op het gras', 30
xxx:
`Bijna onmerkbaar gespikkelde vogel', 30
xxx:
`Door een nachtuil in de regen', 30
Turkse
tortel: `Als de uitverkoren zeemeermin', 30
Wrak
voor de kust, 's zomers: `Op lichte deining veert de spiegel', 30
Courses:
`Er stonden paarden voor de kano's', 30
`"Dat
was leven"', 31
Tor,
kwaad: `Kaken bijtend opgeheven', 31
Slak:
`Ik pluk een slak van asfalt', 31
Roofdier:
`waar hij ook staat is een lege plek', 31
Territorium:
`De vogels zijn weer bezig elkaar', 31
[Gedichten],
januari 1969, 254, 24-25.
XXX:
`een lege plek van langer licht', 24
XXX:
`Mijn landgoed is niet groter dan', 24
XXX:
`'k Herinner mij geen blad', 24
Nachtvorst
in klimop: `Elfen of nachtvorst over de begroeide door', 24
Omgang:
`Zij heeft, zegt ze, een blij gevoel', 25
Op
trektocht met een slaapzak: `Een man zat op een bank', 25
XXX:
`Mij verscheen in droom de grijze visgraatbroek', 25
15
gedichten, maart 1969, 256, 30-32.
Boom
_: `Boom is de grootste plant van allen', 30
Boom
_: `Zij staat op stam, zij kan niet dromen', 30
Naaste:
`Fietsend laat ze haar vriendin', 30
Proeftuin:
`In hun fragiele nood zijn zij omhoog gezonden', 30
XXX:
`Zij stijgt, zij domineert, niemand', 30
Voorjaar:
`Er is niets liefelijks aan knoppen', 31
April:
`Schoon en helder is het voorjaar', 31
Februarinacht:
`Als het voldoende waait om ze te horen', 31
Onderhout:
`Wat leeft groeit krom', 31
Leer
der proporti‘n: `Het teentje maan dat gisteren te klein was', 31
Twee‘rlei
linnen: `Ik ben veel liever een', 32
Onderbroken
binnenspelen: `Ik geef volmondig toe, er viel een totem om', 32
Verkeersbord:
`Ik lijd als ik een ander zie', 32
Tekst
voor J.: `Zij zegt: "Ik weet dat in de diepste diepten', 32
Oude
knoop: `Rond bosgezicht met hert in bos', 32
Drie
gedichten, juni-juli 1969, 259-260, 26.
N.a.v.
een ziedene zwerm spreeuwen op een oktoberochtend: `Of duizend bladeren
tegelijk'
Sisyphus:
`Spontaan ontstaat nieuw water waar'
Voor
het raam: `Sneeuw maakt verten helder ruim rondom'
Met
illustratie van de auteur, door Jan Hanlo uitgezocht op pagina 26.
Pad
ontmoet, augustus-september 1969, 261-262, 30.
`Ik
wandel en probeer'
Met
notitie op dezelfde pagina.
Zeventien
gedichten, oktober 1969, 263, 20-22.
Aan
op en onder onderhevig: `Verscheurd door hout laag bij de grond', 20
Strekdam:
`Strekdam bij vloed vlecht golven op', 20
Schuilen:
`Het dreunt van regen waar ik sta', 20
Tuin:
`Mijn kussens liggen in de nacht', 20
Honger:
`Ik loop op straat een koek te eten', 20
Uitzicht:
`Uitzicht', 20
Sprookje:
`Wat een ruw landschap, zei de koningin', 21
Berm,
grote stronk: `De stam ontbreekt, niets dan een knoest', 21
Vesting:
`Hoe kan je anders wonen', 21
Nachtvorst
in klimop: `Elfen of nachtvorst over de begroeide, door', 21
Gotisch:
`De bomen schragen mist', 21
Gras:
`Gras waar de nachtvorst over ging', 22
Naaste:
`Fietsend laat ze haar vriendin', 22
Meisje:
`In de dood schaduw gewassen kamer spelen', 22
Zon:
`Zij stijgt, zij domineert, niemand', 22
Tuinstorm:
`Er zwaait wat voor me', 22
`Ik
sta', 22
Tien
gedichten, mei 1970, 270, 30-32.
Dood
van een wielrenner: `Het najaar viel augustus binnen', 30
In
memoriam: `Hij was uit hout van de hemel gesneden', 30
Op
weg naar het einde: `Schaduw, om in geen kwelling stil', 30
XXX:
`Er zijn er jong vermoord', 31
XXX:
`Tussen de explosie van de omvang', 31
XXX:
`Tel de sterren op de koekbus', 31
Terug:
`terug naar wat ik was', 32
Uitgegraven
stronk: `De stam ontbreekt, niets dan een knoest', 32
Voor
verzending gereed: `De aan elkaar gelijke jonge bomen', 32
Boom
als hekpaal: `van tot onzichtbaarheid verroeste', 32
De
gedichten zijn gekozen door de auteur uit de bundel Zinrijk (1970).
[Gedichten],
februari 1971, 279, 15-16.
Jonge
spinnen: `Een springspin zie ik zitten', 15
Spinachtig:
`Spinachtig wezen in het grint', 15
Spinnentrek:
`De hemel die de wolken kweekt', 15
Tor,
kwaad: `Kaken bijtend opgeheven', 15
Tor:
`Hij vrat. Zo is het om hem kaal gebleven', 16
Tor
beluisterd in een zandkuil: `'k Ben bang dat wat ik ook mag doen', 16
Kever
op inspectie: `Streng en korrekt, veldgrauwe stramme kever', 16
Torren:
`Torren in de lucht', 16
[Gedichten],
mei 1971, 282, 22-23.
Spooksprinkhaan
(wandelende tak): `Een goede goudsmid zit doodstil', 22
Huisjesslak:
`Hij is een wenteltrap van dromen', 22
Op
een huisjesslak: `Hij trekt een haperend spoor', 22
Tegel:
`Een nest van sporen die zich kruisen', 22
Naaktslak:
`Hij moet zich zwetend voortbewegen', 23
Vormen
van dood: `Hij sleept zijn leven voort', 23
Droomtraining:
`Ik droomde dat ik een pad', 23
Pad
op zoek naar winterslaap: `Hij klimt de takken binnen op vier benen', 23
Diergedichten,
april 1972, 293, 23-25.
Merel
in goeden doen: 'In ieder woord door hem gezegd', 23
Merels
op een rieten dak: 'Afwisselend staan ze zich', 23
Hok:
'Ik bestudeer de kippen in natuurstaat', 23
Onder
honden: 'Ik en mijn hond, wij zitten in', 23
Wandeling:
'Ik loop het lage land in en', 24
Fatum:
'De hond drinkt uit zijn spiegelbeeld', 24
Roodstaarthavik:
'Landeigenaar van het hogere zelf', 24
Luchtvee:
'Wat zouden zij zoeken, de dieren', 24
Turkse
tortel: 'Als de uitverkoren zeemeermin', 25
Bij:
'De bij, een engel die gesard zich wreekt, volstrekt tot in', 25
Jonge
albatrossen: 'Zij leren vliegen op de grond', 25
Nacht
in de herfst: 'Ik hoorde lopen en stemmen van mannen in', 25
[Gedichten],
mei-juni 1972, 294-295, 45-48.
Vlinder:
'Gepoederd in de geur van ongestadigheid', 45
Vlinder
binnen: 'Hij heeft niets onbekwaams', 45
Het
handvleugelige zoogdier: 'De wilgen staan hoogst perzisch in de nacht', 45
Bosuil:
'Roept hij, de uil, gerekt wegstervend', 46
Steltvogel:
'Gillend trillend lopertje gebatikt', 46
Jonge
sprinkhaan: 'Niet weggezakt in zijn verdriet', 46
Spinachtig:
'Spinachtig wezen in het grint', 46
Huisjesslak:
'Mijn kamer moet gevuld als ik', 41
Schollevaren:
'Hun poten als van uitgestorven vliegreptielen', 47
Schaap:
'Het bruine schaap toen ik', 47
Schapen:
'Ze hoeven niet getekend', 47
Aan
een afwezige: 'Het hagelt tussen varkens', 48
Dwergpad:
'Op korte blote armpjes kijkt', 48
Paard:
'Mijn staart slaat vliegen af', 48
16
Diergedichten, oktober 1972, 299, 27-30.
Dier:
'De ogen vol met oorlogstuig', 27
Bosduif:
'De bosduif koert, bescheiden toonaard', 27
Stadsduif:
'Een duif waarin een ouderwetse straat', 27
Dalende
turk: 'Hij slaat een waaier van geluid', 27
Onder
eekhoorns: 'Om de manier waarop je zit', 28
Eenden:
'De eenden zijn met lucht alleen', 28
Vroeg:
'Loopt zo de weg, een boekt waarin', 28
Middageenden:
'De eenden slapen graag', 28
Zwemvogels:
'Geen eend brengt ooit geen zwaan', 29
Woerd:
'Zonder toezicht duikt hij onder', 29
Verhuisd:
'Toen van alle plekken mist en schaduw', 29
Lopend
hoofd: 'Wiens hoofd op snelle beentje', 29
Kunsteend:
'De stenen eend lag jaren voor het raam', 30
Nachteend:
'Oever, nacht en stilstaand water', 30
Jacht:
'Met de rook uit de loop van de buks', 30
Fenix:
'Aan veren het gelijke aantal', 30
7
Diergedichten, december 1972, 301, 22-23.
Haan:
'Ik weet een haan gevlucht', 22
Hondetekens:
'Een hond geeft hals', 22
Dalmatiner
onweer: 'Het blaffen is begonnen', 22
Jachthond:
'Een liefde die zich vastbijt in de wind', 23
Over
honden: 'Wat ik wil is wat honden doen', 23
Kievit:
'Een halve leeuw te water', 23
Kikker
op handen: 'Ik tel en raak de tel kwijt', 23
[Gedichten],
februari 1973, 303, 22-23.
Oud:
'Als vlindervleugels voelt ze aan', 22
Rag:
'Een web van ŽŽn draad lang', 22
Tuin:
'Hoe met een goede plantslag midden', 22
File:
'Een populier, rij ratelpopulieren', 23
Laat
licht: 'Het wordt al dunner in de lucht en ijler ,korter', 23
Nauw
water: 'In het geluid van vleugele krijgen', 23
Enkele
Gedichten, september 1973, 310, 38-41.
In
water heimlijk aan de dag: 'Het water drukt wat stierf plat', 38
Sloot:
'Zo oud niet of hun jeugd treurt in de wilgen', 38
Roodborst:
'Een bolle veer vol honger', 38
Oud:
'Als vlindervleugels voelt zij aan', 39
Zomer:
'Het water ligt ontdaan bijna', 39
Wijde
regen: 'Druppels laten zich te water', 39
Tuin
tegen water aan: 'Eenden die zich reppen naar de sloot', 39
De
zee, een pauw: 'Een waaier van geduld', 40
Thee
drinken: 'Nacht in een theepot', 40
Asyl:
'Ik zoek een toevlucht in de poes die met', 40
Druipende
bomen boven sloot: 'Hier vallen druppels in het water', 41
Eend
tussen veren: 'Om zijn weelde te beroeren', 41
Zwanen
bij nacht: 'Zij kunnen het niet laten licht te geven', 41
Uiltje:
'Hij rolt blad stevig om zich op', 41
[Gedichten],
februari 1974, 315, 31.
Uitzicht:
'Het uitzicht is een landschap takken en een grijze lucht'
Binnenplaats:
'Het boompje staat omringd door muren op het gras'
Geemert, J.H. van
Elf
Gedichten, februari 1981, 399, 25-28.
Winters:
'Alleen het raam was verlicht', 25
Zomertijd:
'Buiten heerst er zomer, vogels', 25
Zwart
op wit, 26
1.
'Vermoeidheid kwam boven'
2.
'Als iedereen vertrokken is'
3.
'Te laat teruggetrokken'
Buiten:
'De stad lag achter ons. Hier restte niets', 26
Herhaalde
ontmoeting: 'Onze jassen waren zwaarder geworden', 27
Brief,
niet verzonden: 'Niet de woorden, maar je blik, 27
Decor:
'Bij gunstige wind kun je', 27
Rust:
'Vanuit zijn bed heeft alles stilgestaan', 28
Thuiskomst:
'langs de oude weg ga ik terug. Langs', 28
Gelderblom, Arie
[Gedichten],
juli-augustus 1974, 320-321, 28-31.
'Je
bent het niet', 28
Tijdverdrijf:
'Tijdverdrijf der stervenden', 28-29
Al
die dingen: 'Al die ontroeringen', 30
Of:
'Of men wel of niet lachte', 31
[Gedichten],
januari 1976, 338, 29-31.
Het
eiland: 'hij had het goed met haar en het kind', 29
Dit
meneer: 'dit was de avond, meneer', 29
Priory
Court Hotel II, Dover: 'weet iemand waar ik ben', 30-31
Opdracht:
Voor jane.
Aan
zee in Brighton: 'terwijl de wind met de golven speelde', 31
Vier
gedichten, juni-juli 1976, 343-344, 49-51.
Zo
ontroerend soms: 'het gaat voorbij, zo ontroerend', 49
Sandwich
(Engeland): 'dat het droomde tussen de heuvels', 49
Bericht
uit Bolsward: 'op weg naar nergens en niets denk je en', 50
Bericht
uit Hindeloopen: 'hier droomt het dat de droom niet eindigt', 51
Gellings, Paul (1953)
[Gedichten],
oktober 1996, 587, 31-32.
Populier:
'Het is niet te geloven, hoe in deze dagen', 31
Antwoord
van de populier: 'Vandaag is er geen winter meer, maar al', 32
[Gedichten],
mei 1997, 594, 21-22.
[Gedichten],
mei 1997, 594, 21-22.
Maarste
bui: 'Verwardheid brengt het voorjaar', 21
Mei:
'Schrijnend als frambozensorbets', 22
[Gedichten],
december 1998, 613, 32-34.
Rijeka:
'Avonden aan zwartzijden water dat', 32
Logement:
'In deze straten achteraf vlotten', 33
Museum:
'Bouwput geslagen in de hemel. Tandkas', 34
[Gedichten] , november 1999, 624, 12-14.
Lavendel:
'Het keerpunt in de zomer is deze', 12
Muggen:
'Hier op dit braakland achter', 13
Vlieland:
'Lied van de golven, van het schuim', 14
[Gedichten], oktober 2000, 635, 11-12.
Opium:
'Vannacht geweigerd om te slapen, maar', 11
Cupido:
'Hij leeft het liefst in houten tuinen', 12
[Gedichten], augustus-september 2002, 656
[657-658], 23-25.
Achter de horizon:
'Voorbij de laatste tuinen begint de aarde', 23
November:
'De maand begon dit jaar met taaie zomer,' 24-25
[Gedichten],
oktober 2015, 815, 38-39.
Babel:
'Op de kaart nadert de avond', 38
Nemausus:
'Hier loopt een gracht die ik ken uit een droom', 39
[Gedichten],
maart 2016, 820, 28-29.
Lijn 25, een ode
I: ÔHet is zomer en de rails liggen rusteloosÕ, 28
II: ÔWie de lege rails nog zien wilÕ, 29
[Gedichten],
februari 2020, 867, 7-9.
Parijs 1972: ÔMetropool in de hitte, hoe hoog en hoe donker alleÕ, 7
Gezicht op Ch‰tel-Censoir: ÔHerfst in de kloostertuin – dit kunnen
schilderenÕ 8
Herfst in Combray: ÔPlaatsnaam uit de oevers van een stroom woorden
getredenÕ, 9
[Gedichten],
oktober 2020, 875, 23-26.
Testament
van de vlier: ÔNu het er toch van komen moet, dan maar vandaagÕ, 23
Palmyra:
ÔKom met me mee naar de stad waar duizend zuilenÕ, 24
Victory
Boogiewoogie: ÔNooit eerder was abstractie zo figuratiefÕ, 25
Nighthawks:
ÔGeestesoog geopend op canvas, glazen puiÕ, 26
[Gedichten],
april 2021, 881, 32-34.
Po‘zie
is antimaterie: ÔZiek van heimwee naar verwelkte kalendersÕ, 32
Het
appelboompje van Van Gogh: ÔOvernachten richting Arles in een knipogend motelÕ,
33
Zomerregen:
ÔZondag in augustus, de kraan in de hemel openÕ, 34
Gerbrandy, Piet (1958)
Idyllen,
augustus-september 1997, 597-598, 20-21.
'wat
rent er die haas', 20
'Ter vliering neuken boeren hier', 21
Drie
idyllen, oktober 1997, 599, 33-35.
'Portieren
slaan, house hakt', 33
'Klam
drenkt een misten dek', 34
'Het
is gedaan. Cilinders', 35
Drie
muzen, augustus-september 1998, 609-610, 37-39.
I:
'Wij zitten, lul ter hand, op rug', 37
II:
'In dijen hapt men, haring', 38
III:
'Jaag rok, sluip tuin, blus netel', 39
[Gedichten], oktober 1999, 623, 34-35.
'De
lezende man weet een paar', 34
'Hoe de slachtende man
zich het boze', 35
Opgedragen
aan slager Jaap Kolkman.
[Gedichten], april 2001, 641, 12-13.
'Houd vast, vent, je bent
nog maar even.', 12
'Wortelstok spreidt
knollen in je', 13
[Gedichten], oktober 2001, 647, 12-14.
'ik trek mij terug in
dit', 12
'besprong je een water
jij', 13
'wat in je wil uit wat je
aan hebt?', 14
[Gedichten], oktober 2002, 659, 17-19.
'Keldervrouw snerp me een
deun op uw riet', 17
'Min je de krater en haat
je de lava?', 18
'Je kunt nog wat gaan
huilen om je', 19
[Gedichten], april 2003, 665, 14-16.
ÔStapt hij straks aan
hand gedweeÕ, 14
ÔZomers houden wij wak
aan huisÕ, 15
ÔHoe strik je ook weer
watÕ, 16
[Gedichten], oktober 2003, 671, 8-10.
Stort:
ÔStorten wijÕ, 8
Breek:
ÔGa je – verdwijnen je blutsen je wondingenÕ, 9
Laat:
ÔRichtten waar ze hun krengen van meeuwÕ, 10
[Gedichten], mei 2004, 678, 8-10.
Blijf: 'Wat beklop je dat geiten
venster met beuker van hardhout?', 8
Laaf: 'Wijf duld mij in uw schoot
streel van mijn buik', 9
Slaap: 'Laat nu', 10
[Gedichten], februari
2005, 687, 3-5.
Groet: 'Niet uit haat niet uit woede
niet', 3
Baal: 'Afgod baalt van alles. Huurt
kamer bij aftandse tollenaren.', 4
Lek: 'Elke koude profeteert
longkoorts elk', 5
[Gedichten],
augustus-september 2005, 693-694, 19-21.
Daal: 'In het hol van je mond nu', 19
Teel: 'Vette stoomhoknimfen pletten
hun opgevouwen', 20
Leeg: 'En dan doven wij bengaalse
pijlen wachten', 21
Thema: Eros & Thanatos
[Gedichten], februari 2006, 699, 26-28.
Stel: Ôleen me vanavond
je koevoet je knuppelÕ, 26
Was: ÔIn de eeuw dat het
sleutelgat gaapte menÕ, 27
Hoor:ÕHier houdt mijn
zwijgplicht opÕ, 28
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 42-45.
Stook: 'Hangt
er weer een vetschort voor uw plasser?', 42
Loop: 'Vossin
met je isabelglazige ogen jij teder', 43
Jen: 'Jen me
niet met opslag van de ogen die je hebt.', 44
Klok: 'Jij
koolwaterstof met mond en een zin', 45
[Gedichten], januari 2007, 710, 17-19.
ÔZie daar ontwaar ik mijn
hoofd hoe het roltÕ, 17
ÔHoe was de eerste nacht
met uw kermisattractieÕ, 18
ÔWie wij missenÕ, 19
[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 10-12.
'Alles
buren breken ondragelijke muren door', 10
'Wij
werden dekbed waaruit veertjes prikken?', 11
'Fluwijn
wat talm je mijn motorkap te betrekken', 12
drie vriendinnen, januari 2008,
722, 22-24.
'Korinna
Korinna waar bleef je zo lang?', 22
'Geen toegang
voor bevoegden. Verboden voor de wet.', 23
'Wat horizon?
Vervuilt uw blik want splitst in vol', 24
[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 19-21.
Strot: 'Behepte wat vuren
uw vezels toch angst en ontzetting', 19
Long: 'Lachen hoge mannen
op hoogste bergen uitziend', 20
Gal: 'U zit
inde penarie die u uitzuigt', 21
Glimpen van inhoud, maart 2010, 748, 11-12.
'Waar hebben ze je heen
gebracht?'
[Gedichten], november 2010, 756, 10-12.
'Minzaam blaffend open je
de morgen', 10
'De dagen waarin je dood
waren luttel en lang', 11
'Je hebt een
mond vol rook gekregen', 12
[Gedichten] februari 2012, 771, 11-13.
'Hoe zal het
met je rug hij rijst zo rank en onversleten.'
'Mag ik u ontleden redekundig?', 12
'Niets had jij te zoeken
maar was er', 13
Gerits,
Anton (1930)
[Gedichten],
juli-augustus 1994, 560-561, 40-41.
'Aan
deze kant van het loket', 40
'Het
wollig gras dat ingelijst', 40
'Het
landschap met muziek verknust', 40
'Wat
dagelijks gezwegen wordt', 41
[Gedichten], mei 2000, 630, 9-10.
Vis:
'Soms komt hij boven, hapt naar lucht', 9
Laan:
'En in die lege laan liep jij', 10
[Gedichten], juni-juli 2001, 643-[644], 42-44.
Konijn: 'Hij lag daar in
een kransje gras', 42
Rat: 'Nog even keek hij
om zich heen', 43
Een sterven: 'Zoals de
nacht soms tot ons komt', 44
Opdracht: Voor Wim Meter.
[Gedichten], oktober 2002, 659, 32-33.
Trekkende
ganzen: 'Door waterlijnen en bekropen wegen', 32
Vlieg:
'Als je geen verleden en geen toekomst hebt', 33
Octaven aan Ate, augustus september
2004, 681-681, 40-42.
I ÔMijn hond die ongewild wordt
aangelijndÕ, 40
II ÔDe merels die zo engelachtig
fluitenÕ, 41
III ÔDe garven bij elkaar in lijn
zien staanÕ, 42
Vervreemdingen, juni-juli
2005, 691-692, 45-46.
I: 'De boeken op de tweede rij', 45
II: 'De schaduw die de blinde vlek
van licht', 46
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 65.
Heggenmus:
'Zo grijs en onopvallend'
Vos: 'Een
natte winterdag in het nadruipend bos'
Opdracht:
voor Wim Alings.
[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 42.
Niets: 'Je boort de
stilte die voorgoed zal zijn',
Verlaten hoeve: 'Bijna
steels verzonken in het land'
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 56.
Omgevallen boom: 'Daar
ligt hij waar hij eenmaal stond'
Opgehokte
kippen: 'Terloops, nauw hoorbaar mopperend'
[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 42-43.
Zomer: 'Terwijl de
middaghitte niet meer zindert', 42
Oude eik: 'Zodra hij door
de aardkorst brak', 42
Brief uit de bergen: 'Te
midden van mistige wolken bewoon ik mijn hut', 43
Vrij naar Li Kieou-ling
(7e of 8e eeuw)
Huis onder bamboe: 'Vrij
naar Wang Wei (699-759)
De lier bespelend: ên
zeven vibrerende snaren', 43
Vrij naar Liou,
Tch'ang-k'ing (ca. 760)
In de zuidelijke tuin:
'Stijl zoeken, zinnen plukken, wat een oude boekenwurm!', 43
Vrij
naar Li Ho (790-816)
[Gedichten], juni-juli 2010, 751-752, 59-60.
De afgesneden tulpen: 'De
afgesneden tulpen in een vaas geplaatst', 59
Voor Wim Alings
Werkeloze
paarden: 'Moedwillig staan zij aan elkander bloot', 60
Vervreemdingen,
augustus-september 2011, 765-766, 50-51.
'Rechtop
in bed sprak zij het uit', 50
In
memoriam Ada van Grafhorst
'De
voorbereiding op het niets', 51
[Gedichten], juni-juli
2012, 775-776, 52.
Malta:
'In verten die ik niet meer zie'
Boswandeling:
'Zolang ik deze paden lopen kan'
Gedichten], juni-juli
2013, 787-788, [49]-50.
Zomerdag:
'En boven ons alleen maar blauw', [49]
Weerwoord:
'Is er iets zo smartelijk indringend', [49]
Bij
een stervende boom: Nu je lot is bezegeld', 50
In memoriam,
augustus-september 2014, 801-802, 39.
'Hoe
dichtbij onbereikbaar'
[Gedichten],
augustus-september 2016, 825-826, 21-22.
Opvlucht: ÔToen ons een lome nevelÕ, 21
Vergeefsheid: ÔVan het weinigeÕ, 22
Nawinter: ÔDruipend van dooi de bomenÕ, 22
[Gedichten], juni-juli
2017, 835-836, 45.
Voorwaar:
I: ÔVijf bollen in een aarden potÕ, 45
II: ÔBloemenÕ, 45
Gerlach, Eva
Pseudoniem
van M. Dijkstra.
Gerrist, Annemiek (1980)
[Gedichten],
mei 2006, 702, 21-22.
ÔDe
hond slaapt op tafelÕ, 21
ÔIk
zit voor een muur om een mus te vangenÕ, 21
ÔDoor
fouten in de windÕ, 22
ÔVanuit
een hoek voeder ik de eendenÕ, 22
[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 33-34.
'Wij rennen er langs,
langs de visfabriek en de strontwei', 33
'Op de maan is de vlag
omgevallen', 33
'Vasthouden aan een lusje
van je broek', 34
'Ik weet niet of een huis
een weiland is', 34
[Gedichten], februari 2008, 723, 30-31.
'Tijdens de
lezing over massaslachting drukt de spreker', 30
'Ik zie een
plafond, een hond en dan een raam', 31
Gerritse, Karel
Mea
culpa, februari 1987, 471, 31.
'Voor
de waarheid schaam ik mij'
Ghyssaert, Peter
[Gedichten],
oktober 1991, 525 [=527], 27-30.
De
bloempotten: 'De bloempotten, te veel begoten', 27
Koninkrijk:
'De ouderwetse courtoisie van kerkhoven', 27
Hemel,
hel en vagevuur: 'Hier is het vagevuur', 28
Neurose:
'De zon maakt met zijn fijnste diamantboor', 28
Knotwilgen:
'Knotwilgen, spookrijders van', 29
Bij
een Kalmthouts ven: 'een strakke lijst van riet en grond', 29
Wandeling:
'Een oude fiets staat in de gracht verankerd', 30 De rozelaar: 'Met nerveuze,
klamme vingers', 30
[Gedichten],
maart 1995, 568, 27-29.
Nachtvlinders:
'Nachtvlinders, onoren van zwartblauw', 27
Middeleeuwen:
'Kolder groeide in de koppen tussen', 29
[Gedichten],
april 1997, 593, 15-16.
Oude
mannen in korte broeken: 'Ze wandelen heel gemoedelijk voorbij', 15
Het
hoofd van Edgar Allan Poe: 'Eerst verschijnt zijn hoed', 16
[Gedichten],
april-mei 1999, 617-618, 46-47.
Lente: 'De
loodgieter heeft een boeket van schitterende stengels', 46
Bewegingen:
'Breng ochtend binnen, als de drukte in de stad', 47
[Gedichten], juni-juli 1999, 619-620, 54-55.
'Soms zijn wij samen als
een lens', 54
'Hij leeft. Hij ademt.
Ademt', 55
Gilhuis, Cor
'Wij
hadden ons opgesloten in een pakhuis van trouw, darling', april 1963, 189, 39.
Giskes-Pieters, M.M.
Mijn
ouders, mei 1968, 246, 23.
`na
twee‘ntwintig jaren'
Goikoetxea Langarika, Kristina
[Gedichten],
juni-juli 2003, 667[-668], 10-11.
Kus (A): ÔDat je Piet
wasÕ, 10
Kus (B): ÔZwaaienÕ, 11
Gordijn,
Cor
[Gedichten], juni-juli 2001, 643-[644], 37-38.
Geluk: 'zelden zo traag',
37
Onvoltooid: 'de zon past
op alles vandaag', 38
[Gedichten], november 2002, 660, 25-26.
Vergeten: 'ik ben mijn
tekst', 25
Aan zee: 'zomaar aan
zee', 26
[Gedichten], juni-juli 2003, 667[-668], 28-29.
Bedding:
Ôrusten in een holteÕ, 28
Terras:
Ôhoe de avond werd weg-Ô, 29
Toen, januari 2004, 674, 29-31.
I. 'zit haar op de huid, dichter', 29
II. 'leg nu een hand op haar', 30
III. 'nu zij bloot staat', 31
[Gedichten], januari
2005, 686, 27-28.
Steen: 'hoe alles rondom je zich', 27
Scherven: 'ons bed nog vol met', 28
[Gedichten], januari
2006, 698, 38-39.
Nacht: Ôstukjes nacht verzameldÕ, 38
Glas: Ôhet glas weer gevuld om te
kunnenÕ, 39
Graaf, Agnes de
Gedichten,
mei 1969, 258, 26-29.
Dialoog
van anjes en de man met de gouden wangen: `anjes : ik ben bang voor de winter,
maar wat zou het?', 26
Een
kusje in mijn oor van mijn beertje: `agnes heeft twee beren', 27
weet
je spreek ik: `ik ben zo bedroeft weet je', 27
gedigtje
voor de man met de gouden wangen: `ik sta in mijn kruidentuin', 27
gedigtje
voor tonlensink: `ik sta in mijn kruidentuinen', 28
over
mijn vrient di heeft een bat daar stop ik hem in:
1.
`joggem zegt', 28
2.
`ik wou zeg ik', 28
een
getatoe‘erde jongen 1: `aan di ge‘maijeerde siraden', 28
een
getatoe‘erde jongen 2: `voor elfen en dwergen', 28
en
ook een heel leuk gezigt is: `hee zeg heb je op me gewagt', 29
o
mijn kleine sire: `maar majesteit', 29
Met
illustraties van de auteur, 26, 27 en 29
[Gedichten],
oktober 1969, 263, 28-31.
gedigten
in de tuin, 28-29:
in
de tuin i: `wat een kleine bloemen zitten er'
in
de tuin ii: `hoe graag zou ik'
in
de tuin xvi: `gerrit zegt je zou'
in
de tuin xvii: `pas op dat je niet'
`komkom
bediende draag de glazen maar aan'
Met
illustratie van de auteur, 29
over
agnes in de maant maart van het jaar mlcxiii: `wat agnes niet mag', 30
o
mamma o mamma, 31:
1.`in
het kleine massagraf'
2.
`zelfs in het graf'
3.
o mamma o mamma'
Met
illustraties van de auteur, 31
[Gedichten],
december 1969, 265, 32-33.
hoe
van een neger een kever te maken: `er waren eens twee kinderen, de outste was
jesaja, de jongste', 32
Opdracht:
Voor Lim
gesprekken
van jezus met judas de kat: `eerste gesprek', 33
of
zomaar een paart: `tussen het gras', 33
[Gedichten],
juni-juli 1970, 271-272, 36-38.
Over
Tobias, 36:
1.
`weet je'
2.
`tog waren we niet alleen'
3.
`met mij is niets aan de hand zegt tobias'
Een
vers maken voor snes: `een vers maken voor snes', 37
Over
bokiljoek: `Bookiljiuk nju bij fjeli kampe', 37
koning
met een gouden hoet: `koning in de tuin met molens', 38
Dri
bij maar liefst agt meter: `vandaag al weer niets gebeurt', 38
`kwam
er maar een eint aan de winter', 38
Met
illustraties van de auteur, 36 en 37.
Hoe
een beer in een vogel te veranderen, april 1973, 305, 35-38.
1.
'ach eigenlijk ben ik', 35
2.
'nu was je ook zoon aandoenlijk dier', 35
3.
'en kroop ik nog eens bij je in bed', 35
4.
'Had ik je zo graag ellis in spiegelland', 36
5.
'het was van dat goedaardige', 36
6.
'en je broer die vroeg of ik', 36
7.
'Dat huis was overigens', 38
8.
'en je broer die dacht dat jij', 38
9.
'zie jij dat vanuit de lucht', 38
Met
een illustratie van A. de Graaf, 305, 37.
Drie
buitenlandse gedichten, augustus-september 1977, 357-358, 25-30.
Een
onverhoedse bedroefdheid: 'het was slechts een onverhoedse bedroefdheid', 25-26
Hoe
een grijze trui uiteindelijk toch uitgetrokken te krijgen: 'het lijkt wat
vreemd te beginnen', 27-29
Po‘zie
dat is een hoed met veren: 'in po‘zie kan nu eenmaal meer', 30
[Gedichten],
mei 1978, 366, 36-37.
Zoek
ik weer vrolijk: 'nooit weer te hoeven zeggen maar', 36
Voor
altijd de jouwe: 'er was een overvloed aan tekenen geweest', 37
Vier
gedichten, augustus-september 1978, 369-370, 28-37.
Een
bepaald soort vaardigheid: 'toen je me zei dat', 28-29
Een
of meer zilveren veren: 'omdat ik de hele winter', 29-32
Een
goed voorteken: 'al met al verschilden we toch wel', 33-35
Een
nijlpaard en een neushoorn: 'omdat ik te lang', 35-37
Met
tekeningen van de auteur: 'veer, in mijn bed gevonden', 31 en 'limbering light
in german evening', 34
Drie
gedichten, november 1979, 384, 26-32.
Een
oogverblindend verschiet: 'hoe het met mijn verliefdheden', 26-28
Dat
er niets gebeuren zou: 'soms als ik heel langzaam', 29
Bang
en boos: 'nauwelijks thuisgekomen, 30-32
[Gedichten], maart 1980, 388, 33-35.
Wel
duizend: 'wat heb jij', 33
Dus
toch: soms wou ik weleens', 33
Maar
ik maar ik: '"je zei" zei je een', 34-35
[Gedichten],
augustus-september 1980, 393-394, 32-34.
Lof
van het Schrijverschap: 'avond aan avond besteden aan', 32-33
Lof
van de Po‘zie: 'wat ben je daar', 34
Met
illustraties van de auteur, 32 en 34.
[Gedichten],
juni 1986, 463, 18-20.
Dit
lichaam dat droomt: 'deze kalmte waarin de vogels', 18-19
Nijlpaard
op IJsland: 'het nijlpaard reist graag', 20
[Gedichten],
oktober 1988, 491, 44-47.
Zo
zwijgend liepen wij: 'de velden waren bruin en leeg', 44
Waarmee
ik mij in het voorbijgaan: 'de ballonvaarder vertrekt ook niet', 45
Agnesk
Alfabet: 'A is Afschuwelijk', 46-47
Een
duizelingwekkende vlucht, oktober 1989, 503, 28.
'soms
verontrust mij alles'
De
hond moet zwart zijn, december 1989, 505, 23.
'de
hond moet zwart zijn en'
[Gedichten],
mei-juni 1990, 510-511, 27-32.
Nee
dat vind ik niet erg: 'hoe merkwaardig leeg een schip', 27-29
De
vogel die jou helemaal droomt: 'in de metalen roep', 30-31
De
Raaf: 'de raaf is een grote zwarte', 32
Van
linde naar linde, oktober 1990, 515, 33-34.
'elke
zomer overvalt mij'
Graftdijk, T.
[Gedichten],
juni-juli 1970, 271-272, 49.
In
de mijn: `Van steenkoollaag tot laag, langs schommelende'
De
verloren zoon: `Hij weet dat hij gekruisigd is, zijn lijdensweg'
Gramman,
Daan
Pseudoniem
van Hugo Brandt Corstius
Grashof, Victor
Zee
en land, januari 1994, 554, 29.
Stroming:
'Van dit land, eiland toen', 29
Vloed:
'Zij spreken met gebarsten lippen', 29
Naar
de vuurtoren: 'Om de tien seconden dwalen', 30
Vallende
ster: 'Tussen de sterren knippert een vliegtuig', 30
Small
talk of a fat woman: 'De zee spoelt verhalen aan', 31
Groene
vrede: 'Het is niet alles brandhout', 31
Een
odyssee: 'Lopend langs het strand', 32
Slotsc�ne:
'Bezoek het kosmische theater', 32
[Gedichten],
maart 1994, 556, 19-20.
Hotel
Rubens, rue du banquier, Paris: 'Onder de wastafel verdwijnen minstens', 19
Etna:
'De zware gietijzeren haard', 19
Uitzicht:
'Als de huizenrij wordt neergehaald', 20
Brandend
huis: 'Toen Last tango in Paris draaide', 20
[Gedichten],
september 1994, 562, 29.
Suikerbieten:
'we zaten in het cafŽ en dronken koffie'
Oudjaar:
'We maken de balans op'
Recepten,
januari 1995, 566, 29-30.
laat
ons zingen: 'Neem een herinnering, snijd haar in stukken', 29
Koorts:
'vul het lichaam van het kind met dromen', 30
au
bai de la Mens: 'vul de schouders op en kijk in de spiegel', 30
Groen, Hannie (1938)
[Gedichten],
februari 2020, 867, 27-28.
de
aardbol: ÔIn bedwelmend blauw hangt zijÕ, 27
Grunberg: Am Ziel: Ôin de avond zagen we hemÕ, 27
Van Abbemuseum I: Ôzilver zijn de wanden vanÕ, 28
[Gedichten],
februari 2021, 879, 39-41.
de
rechter: Ôhoe hoger de stoel hoe hoger de rechterÕ, 39
aan
de oever van de Taag: Ôvijf vissers en wij daar komen deÕ, 40
Obama
zingt: Ôo de wind waaitÕ, 41
[Gedichten],
augustus/september 2021, 885/886, 31-33.
de
architect: Ôhij bouwde op een olijfbergÕ, 31
hal
van ziekenhuis: Ôhier komt allesÕ, 32
Palazzo
Abatellis: Ôtussen neus en lippenÕ, 33
Groot, Jacob
[Gedichten],
september 1974, 322, 19-20.
Dit
kind: 'Zoveel jaren in de wind', 19
De
tulpen: 'In en verscholen hart', 19
De
dode: 'De aarde heeft hem als tevoren', 20
Groot,
Edwin de (1963)
[Gedichten], januari 2019, 854, 27-30.
Kapstokhaakjes,
27
De
milde deernis der dingen, 28
Net
voordat het vliegertouw het begeeft (Wandeling door het Oosterschar), 29
Openbaringen
6:2 / Johnny Cash ÔÓCome and see.ÓAnd I saw. And behold a white horseÕ, 30
Iepenbiering
6:2 / Johnny Cash ÔÓCome and see.ÓAnd I saw. And behold a white horseÕ, 30
[Gedichten], november 2017, 840, 22-24.
Onopgelost
loopvermogen: ÔIk heb gemolken aan de oevers van het IJsselmeerÕ, 22
Dwaalgast:
ÔIk keek er bijkans nalatig overheenÕ, 23
Amor
fati – I: Ôhet dak zweet door als een oude scheepshuidÕ, 24
[Gedichten], januari 2020, 866, 29-31.
Gelijkenis in gevaar: ÔAls de spreeuwen, vinken en kepen hier in
vluchten vertrekkenÕ, 29
Moeder is er even niet: Ôonder de rook van de staalfabriekÕ, 30
De vraag is vergeefs: Ôals je wolvensporen in de sneeuw ziet verderopÕ,
31
[Gedichten], november 2020, 876, 30-32.
Beter
dat je zelf kijkt: ÔDe fiets leg ik tegen de dijk, mijn oren doe ik af enÕ, 30
Speling:
Ôik heb geen dochters, geen dochtersÕ 31
Goede
heer Kopland: ÔU dichtte dat de mens beter een rivier kon zijnÕ, 32
[Gedichten], juni/juli 2021, 883, 47-48.
koperwieken:
Ôvoor de sneeuw uit ingegraven in het bos onwillekeurigÕ, 47
de
oeigoer en de rode planeet: Ôelk tijdperk heeft wel een volk waar het van af
wilÕ, 47
vrijmoedig
ongekleed: Ôminzaam hield hij ons voor dat met Albert CuypÕ, 48
Grootendorst,
Pieter (1969)
[Gedichten], april 2007, 713, 39.
Grens: 'Tot de grens hou
ik je hand vast'
Buiten stond de regel al
op m te wachten: ' Buiten stond de regel al op m te wachten'
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 41-42.
Meisje, muisje van de
postkamer: 'Meisje, muisje van de postkamer', 41
Liever: 'Ik slaap liever
alleen', 41
Automobilist: 'De stad
was prachtig zonder jou', 42
Vrijmarkt: 'De zes
courgettes', 42
[Gedichten], maart 2009, 736, 39-40.
Bel me: 'Bel me. De
mogelijkheid bestaat', 39
We laten je nu alleen: '
We laten je nu alleen', 40
Vertrek: het kamermeisje
is laat', 40
[Gedichten], juni-juli 2011, 763-764, 53-54.
Niet alleen: 'Óje staat
er niet alleen voor,', 53
Wat verder ter tafel
komt...: Tijdens de vergadering vervaagt het onderscheid', 54
Na sluitingstijd: 'Na
sluitingstijd kan het gezicht', 54
[Gedichten],
augustus-september 2012, 777-778, 39.
Van horen
zeggen: 'Ik heb gehoord dat je met een handlezer'
Het lichaam
bedenkt woorden: 'Het lichaam bedenkt woorden'
Wat een dichter verder nog kwijt wil
in vrije verzen, februari 2004, 675, 12-13.
'Boodschappenlijstjes'
[Gedichten], augustus-september 2004,
681-682, 8-10.
Psalm I – Miss Infoscreen:
Ôhaar droom: persvoorlichter bij het Sigmund Freudmuseum, Berggasse 19Õ, 8
Psalm II – het geld: ÔIk heb
mijn naam verbonden aan een naslagwerkÕ, 9
Psalm III – de details: Ôdit is
waarvan mijn leven gemaakt isÕ, 10
Twee klaagliederen, juni-juli 2006,
703-704, 26-29.
Eerste lied,
het lot van de Poolse Maria: 'Ruzica De Falica, Day Spa & Laser Center', 26
Tweede lied, de beurs als vijand: 'Zes keer is de wereld al
vernietigd', 28
Een
klaaglied. Wanhoop en kind, december 2006, 709, 9-10.
ÔHaar
vader heeft de FBI gebeldÕ
GuŽpin, J.P.
Gedichten,
09-03-1960, 43, 8-9.
Sparagmos:
'Ik zie de onwaarschijnlijke kleuren', 8
Bijschrift:
Eur. Ba. 1114-1136
Rijke
vrouwen: 'Rijke vrouwen, Mathilde', 8
De
val van de po‘zie: 'Dit is een lied voor hen die denken', 8
De
laatste reis (Orphisch): 'Ik maakte vers op vers voor Suzan', 9
De
onbereikbare lezing: 'Wee de ruiter die uilen steelt op het heipad', 9
Eeuw:
'Niet lachende eeuw met hopen goud', 9
De
zwarte monnik: 'Ik zei nog tegen de graaf', 9
Vijf
mei 1955, 04-05-1960, 51, 3.
'Ik
noem het blauwe azuur'
Gedichten,
10-05-1961, 104, 15-16.
'Dampend
drijven de doden een dag', 15
Boot:
'Voor mij geen koperen stemmen van de engelen', 15
De
tyrannendoder: 'Wijs niet teveel, ik voel het wel', 15
Het
leven hier: 'Arme arme geiten', 16
Endymion:
'Dichter, tolk van mijn pathetische gedachten', 16
Boswandeling:
'Dit lijkt, vind ik, op de komische situatie', 16
'De
dromen sluiten op elkaar', 16
Gedichten
met het motto: De mens is een dier, maar hij zou het kunnen weten.
Een
lezer van Ovidius in gesprek met zijn verloofde, 29-11-1961, 133, 16.
'Slechts
wie van jongs af aan'
Tevredenheid,
april 1963, 189, 37-38.
'Haar
lichaam eens een open boek-', 37
Bij
het opnieuw vloeien van mijn dichtader: 'Een plotselinge schaamte', 37
'De
regen zont zich op', 37
'Wat,
de meeuw verbitterd door het uitspansel?', 37
Voorjaar:
'Ik verrichtte', 38
'Ook
dit is ijdelheid als woorden zijn', 37
'Een
leugenaar spreekt waarheid', 38
[Gedichten],
maart 1964, 200, 33.
Het
paradijs: `Goed goed, ik geef het toe'
Voorjaar:
`Waarom bedroefd om dooiend ijs'
Portret,
september 1964, 206, 27.
`Een
Haags dametje in de dop'
De
verzoeking van de heilige Antonius, februari 1965, 211, 18.
`Zijn
schennende hand wijst in haar schoot'
Drie
gedichten, juni-juli 1967, 237, 16.
`Wat
een vies gezicht'
De
gustibus: `Over de smaak van sperma valt te twisten'
Opdracht:
Voor Avenue, maart 1967: "Hebt U
nog een heilig huisje?"
`Grauwe
vrouwen'
[Gedichten],
november 1967, 240, 29.
Wat
verbeeld je je wel?: `jawel, we gaan al jaren met'
Carpe
Diem: `Zullen we even neuken, Mevrouw Zeldenrust?'
Waar
kan ik Reinheid vinden?: `De non waarmee ik dinsdag sliep'
Met
begeleidend schrijven.
[Gedichten],
augustus-september 1968, 249-250, 24-26.
De
uitvinding van het wiel: `Ik kan zelfs de eenvoudigste dingen niet begrijpen',
24-25
Opdracht:
Voor Dolf en Bernie Gogelein.
Ik
sta alleen: `Een keer heb ik onbezorgd geleefd', 25
Roem:
`Er is water, bij de schepping al neergeregend', 26
`Ik
heb nergens zin in, in', 26
`'s
Ochtends, niet weten hoe ik mij voelen zal', 26
[Gedichten],
oktober 1968, 251, 30.
Doden
om te leven: `Kwade aap'
De
Tsjechische emigrŽe: `zong ze daarom'
[Gedichten],
december 1968, 253, 17-18.
`"De
bomen staan allemaal buiten", 17
`Hij
kreeg een kop als vuur', 17
Vastberaden:
`En zo eenzaam als een maagd', 17
Prager
liefde: `Oe (heel hoog en kort) zei ze', 17
Pop:
`Jane', 18
Nooit
hetzelfde: `Als jij naar mij kijkt', 18
`Ook
als je niet de allerfijnste was', 18
Een
terugblik, oktober 1971, 287, 18-19.
`Toen
ook het Armageddon in Sinkiang'
Romantisch
distichon, mei-juni 1972, 294-295, 44.
'Dit
is geluk op het scherp van de snede ; een zin die te dubbel-'
[Gedichten],
december 1972, 301, 21.
Kontakt:
'Dat zij sprak, wat zei de stilte ons'
Voor
Piet Hein: 'De klok tikt "tik tak"'
Schrijven:
'Honing en walnoten'
[Gedichten],
februari 1973, 303, 28-29.
Er
kan toch ook gewoon een snaar aangeslagen zijn volgens Pythagoras: 'Niet elk,
dacht ik, niet elk waar heb', 28
Triestinitˆ:
'Wij liepen samem, Rosa en ik, langs', 28
Opdracht:
Voor Komrij
Rhetorisch
proza: 'Wie zich in de konventies van de wereld', 29 Voor Peter Schmitz, voor
zijn lezing: 'Purper of vaal, van allerlei vorm', 29
Allemaal
waanzin, mei-juni 1973, 306-307, 51.
'Nam
ik waar of dacht ik of schreef ik gewoon maar op'
[Gedichten],
juli-augustus 1973, 308-309, 33.
De
lange reis op Long Island: 'Verscholen, met alleen uitzicht op de horizon'
Over
God: 'Ken je Sinterklaas'
[Gedichten],
januari 1974, 314, 21.
Archetype:
'Toen we de gekantelde veewagen hadden opengebroken'
De
voet: 'Mijn verste lichaamsdeel'
Vrouwentuig,
februari 1974, 315, 16.
'Ik
was al zo verbaasd toen ze'
Drie
gedichten, mei-juni 1974, 318-319, 56-57.
'Ze
zei maak een grap', 56
Alexandri‘:
'Pastroudis is er nog', 56
Een
egyptische film: 'Weet je wat ook mooi is ?', 57
Een
voorloper, oktober 1974, 323, 21.
'De
klok loopt voor. Voorspelt hij de tijd?'
Opdracht:
Voor Rinus van den Bosch.
De
vreugde van de conservatief, mei 1975, 330, 18.
`Ik
vind het niet gek dat er zo weinig mensen zijn opgekomen voor de'
Brood:
gebakken natuur, augustus-september 1975, 333-334, 25.
`Ik
haat de winkelier, wat die verkoopt is nep'
Uit:
Liefde, een krans (1976).
Spock,
oktober 1975, 335, 25.
`Wat,
geen spinazie meer? Dat komt dan later wel'
Gunzel-Lubbers, Jeannette
[Gedichten],
december 1979, 385, 27.
'Als
zij me lief begroet vanuit'
'Soms
doe ik lezend'
Haddon, Mark
[Gedichten], november
2006, 708, 14-15.
Thunderbirds
are Go: ÔHet eiland van de miljadair-filantroopÕ, 14
De
Feiten: ÔOm eerlijk te zijn, werkte de dwerg in een gokhalÕ, 15
Vertaald
uit het Engels door Ingmar Heytze. Met dank aan Robert Dorsman voor zijn
vertaaladviezen. De Engelse originelen zijn onder de vertalingen afgedrukt.
Hage, Kees van
Drie
lofzangen op de computer, januari 1993, 542, 19-22.
1.
'kaart onleesbaar', 19
2.
'het huis', 20
3.
'hoe moest ik mijn lofzangen zingen', 21-22
Haghenaar, Frederik Willem
[Gedichten],
mei-juni 1994, 558-559, 26-28.
Kinderliedje:
'Kind, kat, wesp', 26
Kermis:
'Een tandrad vol benen met', 26
Gedachten
zijn maar kleine dingetjes: 'Ik sein Robina', 27
Vergelijking:
'Stel drie is een getal', 28
Hanegraaf, Marijke (1946)
[Gedichten], april 2005,
689, 11-12.
Stank:
'Als een verstekeling stond in een roman een chemisch woord.', 11
Slapen:
'Gelukkig is de slaapervaring', 12
[Gedichten], januari
2006, 698, 16-17.
Als
zij is. prepaaraat 115: ÔDe dode baby is een meisje, 16
HŽ
wie sterft daar: ÔIk besta nog voor zolangÕ, 17
[Gedichten], oktober 2007, 719, 38-39.
Rivier:
'Ga de telpost binnen met in je tas', 38
Achterland:
'Ter ere van mijn bezoek brengt de wind stilte', 39
[Gedichten], oktober 2008, 731, 40-41.
De belofte: 'Ze dobbert
in je maag, ploegt door je darmen', 40
De droefheid: 'Zelfs uit
de blijste woorden sijpelt droefheid', 41
[Gedichten], oktober 2009, 743, 31-32.
Maart: 'Zwart valt de zon
in', 31
Mei: 'In de plataan', 31
Najaarscrisis:
'Kou glipt de kronen in', 32
[Gedichten], maart 2011,
760, 41-42.
Maasbracht:
'De haven, schijn van scheiding', 41
Huissen,
zondag 2 mei: 'Als in het klooster vier mei alvast', 4', 42
[Gedichten], december
2011, 769, 5-6.
De
bank: 'Al die jaren trok door mijn dromen', 5
Hemmen:
'Over de Lingebrug kom ik aan', 6
[Gedichten], december
2012, 780 [781], 31-32.
Thuis:
'Als ik dan 's morgens vroeg de deur uit ga', 31
Geliefd
gezicht: 'Verdeliet en chocolade tegen het verdriet', 32
[Gedichten], juni-juli
2015, 811-812, 55-56.
Rivier
zonder landschap: 'Ontdaan van leed spoelt ze aan', 55
Schommelvoetenbankje:
'Genoeg boeken trager gelezen in een grotere letter', 56
Hanshan
De
armoe en rijkdom van de kluizenaar, januari 1976, 338, 21-24.
Vertaald
uit het Chinees en voorzien van een korte introductie door W.L. Idema.
Haren, Elma van
Overgave,
februari 1996, 579, 32-33.
1.
'De palm van de hand breidt zich uit tijdens het strelen', 32
2.
'IJsplekken zullen smeulplekken worden', 33
Harmens, Erik Jan (1970)
Psalm voor de hengst, oktober 2008, 731, 34-37.
'de eerste keer dat je me
sloeg', 34
'de tweede keer dat je me
sloeg', 35
'de derde keer dat je me
sloeg', 35
'de vierde keer dat je me
sloeg', 36
'ik had geen stem maar ik
zong', 36
'als
jij en ik door onze ramen naar de maan keken', 37
[Gedichten], juni-juli 2013,
787-788, [21]-22.
'we
staan ergens tot onze enkels in', [21]
'we
staan in een deuropening', [21]
'mijn
mond is al open', 22
'steeds
langzamer lopen we leeg', 22
Harten, Jaap
[Gedichten],
juni 1965, 215, 16-17.
Schlechte
Zeit fŸr Lyrik (Bertolt Brecht)
1.
`Al deze vragen', 16
2.
`Ik teken in het perspectief', 16
Schiettent:
`Het maakt weinig uit', 17
Moto:
Wie bedroefd is houdt van scherven en mikt in de schiettent op gloeilampen.
V’tazlev Nezval.
[Gedichten],
september 1965, 218, 24-25.
Epitaaf
voor Jaap Nanninga: `Waar is dat gekke handorgeltje gebleven?', 24
Draadloos:
`Wij weten al niet anders', 24
Trein
met &-tekens: `De Biedermeier-lokomotief vervoerde', 25
[Gedichten],
november 1965, 220, 20-21.
Oude
boksers: `zijn meestal niet pedant meer: hun', 20
Jaartallen:
`Een halfstijf luchtschip met geraamte', 20
Makers
van marsen/makers of history?: `het houden van marsen is', 21
[Gedichten],
februari 1967, 233, 30-31.
Van
Eeden's Walden: `bestaat niet meer. Denk hoe het was', 30
Ode
op de paardetram & een dichteres: `Wat was het Gooi fijn', 31
[Gedichten],
januari 1992, 530, 25-26.
Testament
van een Franse surrealist: 'Mijn pupillen heb ik vermaakt', 25
Waarom:
'Soms voel ik mijn laatste uur', 25
Lady
Sappho: 'Soms droeg zij een honinggeel', 26
Literaire
toerist kijkt terug: 'Achterberg is voor de intellectuele lezer die durft', 26
[Gedichten],
mei 1992, 534, 26.
Lido
in Veneti‘: 'Gisteravond gekroond'
Enkele
regels Apollinaire voor mijn bink: 'Onder de Pont Mirabeau stroomt de Seine'
[Gedichten],
oktober 1992, 539, 30.
Yesteryear:
'heeft nu koude voeten'
Aus
meinen grossen Schmerzen mach' ich die kleine Leider (Heine): 'Doen dwingt
respect af'
[Gedichten],
november 1993, 552, 25-26.
Wat
moet je nou met al die scherven: 'Het begon als wonderland avenue', 25
Ballade
van Rick Allen & zijn auto-ongeluk: 'Hij scheert zich in autospiegels
niet', 26
[Gedichten],
februari 1994, 555, 24.
Haagse
villa aan de Kerkhoflaan: 'is dan alles hier'
Vanuit
een wolk gezien: 'Staat die geen staart heeft'
Het
is maar een vraag, juli-augustus 1994, 560-561, 21.
'Maar
wat gebeurde er daarna? viel hij of niet?'
Louis
Davids (1883-1939). Grootdansen van Mokum, februari 1995, 567, 27-28.
1.
'geboren op de rommelzolder, 27
2.
'Later, tiranniek in zijn dierentuin', 27
3.
'vluchtend in two-steps met ademnood', 28
[Gedichten],
januari 1996, 578, 34-35.
Oudejaarsavond
1994 in een comfy & cosy home: 'Wie spreekt van een feest?', 34
Fado
voor een fabulerende kapitein: 'Sinds je met dat pompeuze vlaggeschip', 35
Hartkamp, A.S.
Ode aan de juridische
faculteit der Universiteit van Amsterdam, februari 1976, 339, 21-25.
Opdracht:
Voor Jacob Kohnstamm en Annette Houtman.
Wet
Universitaire Bestuurshervorming: ''t Werkgroeplokaal is rokerig en vol', 21
Leermeester:
'Bij roerend goed en in schulden aan toonder', 21
Secretaresse
van de faculteit: 'Wanneer zij, rug gestrekt en recht van leden', 22
Festschrift:
'Deze dag is gewijd aan onderzoek', 22
Universiteit:
'Ook deze dag heb ik mijn beste uren', 23
Studentenexcursie
naar Rome: 'Om acht uur 's morgens wacht zij reeds benenden', 23
Afscheid
(1): 'De voorzitter gaat heen. De faculteit', 24
Hora
est: 'Alleen, te midden van zoveel bekenden!', 24
Gastdocent:
'Het gastcollege rolt gezapig voort', 25
Afscheid
(2): 'Nu ga ik zelf weg uit dit goede leven', 25
Hartog, Margot H. de
Zeven
gedichten, oktober 1973, 311, 19-22.
Opgeprikte
vlinders, 19
Zomer
1945: 'Toen ik terugkwam', 19
De
grot: 'Bij het bezichtigen van de grot', 20
Drempels:
'In het moderne huis', 21
Ik
droom zo dikwijls dat ze er weer zijn', 21
Wachten:
'De glanspapieren schedel', 22
Jij,
die ik eens zal zijn: 'Ergens ben je', 22
Heaney, Seamus
[Gedichten],
februari 1992, 531, 11-14.
Spitten:
'Tussen mijn vinger en mijn duim', 11
Dood
van een natuurvorser: 'Heel het jaar etterde de vlasdam in het hart', 12
De
man van Tollund, 13:
1.
'Op een dag zal ik gaan Aarhus'
2.
'Ik kon godslastering riskeren'
3.
'Iets van zijn droevige vrijheid'
Van
de schrijfgrens: 'De gespannenheid en de nulliteit om die ruimte', 14
Vertaald
uit het Engels en ingeleid o.d.t. 'Seamus famous. Over de reputatie van een
Ierse dichter' door J. Eijkelboom.
Heredia, JosŽ de
[Gedichten],
december 1994, 565, 19-21.
Verovering:
'Als een zwerm gieren die hun nors en bars bestaan', 19
Stymphalos:
'Duizenden vogels wachten hem, een wemelend heir', 19
De
vaas: 'Op het ivoor, met fijne hand geciseleerd', 20
De
sphinx: 'Hoog op de Kirthaeron, onder een bramenstruik', 21
Vertaling
uit het Frans door A. Posthuma. Uit: Les
Trophees (1893).
Henkes, Robbert-Jan
De
intocht van Christus in Amsterdam (Een leerdicht), juni 1988, 487, 12-18.
'Langs
de A4, Utrecht-Amsterdam, in de richting van Amsterdam'
Feestjes
van de apecolypse, april 1989, 497, 32-33.
'De
valavond stond op. Zo dicht bij de kortste dag. De jongste morgen. De valt.'
De
intocht van Christus in Amsterdam, juli-augustus 1990, 512-513, 22-31.
Zaterdag:
'Zaterdag waterdag koopjesdag', 22-21
Moeder:
'U liet me niet aan 't woord', 28
Aan
de oever: 'kip en ei', 28
De
Utrechtse Brug en Omgeving: 'Al te misse moede op de Utrechtsebrug', 29-30
Op
Nederland: 'We liepen op de heide', 31
Het
Boek Bert, december 1990, 517, 18-19.
'We
waren met professor Bodegraven (Bert Poll) bezig het wereldraadsel op te
lossen'
Herinneringen
aan K.L. Poll.
De
erfenis, augustus-september 1991, 525-526, 15-16.
'de
thee staat koud op tafel'
Liedteksten, januari 2009, 734, 46-49.
Boheemse rapsodie: 'Is
dit mijn leven wel, of is het ingebeeld', 47
Luchtvibraties: '', 49
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'Bohemian Rhapsody' van F. Mercury en 'Good vibrations' B.
Wilson & M. Love zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, februari 2009, 735, 46-49.
Er komt verandering aan:
'Bij de rivier stond mijn wieg', 47
'Waar gaan we heen:
'Moeder, moeder', 49
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'A Change is Gonna Come' van Sam Cooke en 'What's going on'
van Marvin Gaye zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, maart 2009, 736, 46-49.
Wit konijn: 'EŽn pil
maakt je groter' 47
Weg op de woeste, kwaaie
hei: 'Weg op de woeste, kwaaie hei', 49
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'White Rabbet' G. Slick en 'Wuthering Heights' van K. Bush,
zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, april 2009, 737, 46-49.
Bergen aan Zee: Het tij
zat mee', 47
Pietersberg: 'Ik besteeg
de Pietersberg', 49
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'Blueberry Hill' van L.L. Stock, A. Lewis, V. Rose en
'Solsbury Hill' van P. Gabriel zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, mei 2009, 738, 44-47.
Gun vrede een kans: '2,
1, 2, 3, 4', 45
Kom erin: 'Hoor wie klopt
er aan de deur? Hoor wie belt er hier aan?', 47
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'Give peace an chance' van Paul McCartney en John Lennon en
'Let 'em in' van Paul McCartney zijn voor de vertalingen afgedrukt.
Liedteksten, juni-juli 2009, 739-740, 60-63.
Dan loop je nooit alleen:
'Als je loopt door een storm', 61
Wij zijn de besten: 'Mijn
tol betaald', 63
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'You'll Never Walk alone' van Oscar Hammerstein II &
Richard Rogers en 'We Are the Champions' van F. Mercury zijn voor de
vertalingen opgenomen.
Liedteksten, augustus-september 2009, 741-742, 62-65.
Geen Uitweg: 'Het plafond
zit vol met scheuren', 63
Leve de koningin: 'Leve
de koningin', 65
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'Dead End Street' van Ray Davies en 'God Save the Queen van
Paul Cook, Steve Jones, John Lydon, Glen Matlock zijn voor de vertalingen
opgenomen.
Liedteksten, oktober 2009, 743, 46-49.
Schooltijd: 'Hoppa je
nest uit en hup naar school', 47
De zoveelste steen in de
muur: 'Pappie vloog over het water', 49
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'Schooldays' van Chuck Berry en 'Another Brick in the Wall'
van Pink Floyd zijn voor de vertalingen opgenomen.
Liedteksten, november 2009, 744, 46-49.
Herinnering: 'Toen jij was
weggegaan', 47
Niets dat het haalt bij
jou: 'Het is nu zeven uur geleden op de twaalfde dag', 49
I.s.m. Erik Bindervoet De
Engelse originelen 'Memories' Earth & Fire en 'Nothing Compares 2 U' van
Sinead O'Conner zijn voor de vertalingen opgenomen.
Liedteksten, december 2009, 745, 46-49.
Een met z'n twee‘n: 'Denk
jij aan mij en jou, ja nou', 47
Dalen diep, hemelhoog:
'Ooit had ik een lappen pop, toen ik nog klein was', 49
I.s.m.
Erik Bindervoet De Engelse originelen 'Happy Together' van The Turtles en 'River
Deep-Mountain High' van Ike & Tina Turner zijn voor de vertalingen
opgenomen.
Liedteksten, januari
2010, 746, 42-45.
Mijn
strijd: 'Mijn vriend, het einde naakt', 43
Het
end: 'Dat is het end, wie je ook bent', 45
I.s.m
Erik Bindervoet. De Engelse originelen 'My way' Frank Sinatra en 'The End' van
The Doors en zijn voor de vertalingen opgenomen.
Herzberg, Judith
[Gedichten],
29-11-1961, 133, 15.
Soldaat:
'Eerst is er altijd het geweer dat'
Navy
Blue: 'Kom laat mij je kietelen, befietelen'
[Gedichten],
14-02-1962, 141, 7-8.
Bij
een foto: `Zij hoort, het hoofd leeg', 7
Met
begeleidende tekst: Kay Mazzo: Fifteen and a Robbins discovery. Seen at the
first-night party given by Richard Buckle.
Daglicht:
`Uit chaos van lakens en', 7
Melancholie:
`Per boot een land verlaten'
Oude
vrouw: `De fantasie‘n die ik vroeger als ik ziek was had!'
'Wij
staan naakt achter de lijn', maart 1963, 188, 47.
Bijschrift:
Bij de dood van Sylvia Plath op 11 februari 1963.
`Wilskracht.
Moed. Vastbera', november 1966, 230, 41.
Tekens
voor dynamiet, mei 1967, 236, 13.
`Vervielen
bijna weer in praten, zulk praten'
[Gedichten],
januari 1970, 266, 5-6.
Opgeschreven:
`Misschien', 5
Vlaggen:
`Opinies zijn de vlaggetjes om mee te zwaaien', 5
Spreeuw:
`Had niets te beweren', 6
Planetarium
te Franeker: `Een oude roze zon', 6
Hesselink,
Krijn Peter (1976)
[Gedichten], maart 2007, 712, 31-33.
Een brief aan het object
li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum: ÔObject li 158Õ, 31
wat ik jou wil laten
zien: ÔHet pleintje, nietÕ, 32
thuiskomst: ÔNestel je
tussen mijn schouders, hoofdÕ, 33
[Gedichten], juni-juli 2007, 715-716, 31-32.
een
hof van heden: 'God weet hoe ik die kinderfijne vingertjes', 31
aan
het eind van de winter: 'Was ik het laagje sneeuw', 32
[Gedichten], , maart 2008, 724, 32-33.
aanzoek: 'Ik
wil niet ondankbaar lijken',33
beademing:
'Kijk, ik blaas een wolkje uit, fiets er', 33
onderweg:
'Niets dubbelt zo mooi als dubbel glas', 33
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 26-28.
Van strandtent naar
strandtent: 'Uit desinteresse word ik wakker', 26
Beleefde geschiedenis:
'Een beleefde regen wandelt over straat', 27
Hogere
wiskunde: 'als ik optel tot vandaag komt', 28
[Gedichten],
december 2008, 733, 12-13.
Afhankelijkheid:
'De trappen hangen aan de daken', 12
Keitjes
om mee te keilen: 'De beste keitjes', 12
Verkeerssituatie:
'De agent dirigeert de verkeersstromen', 13
Ravage:
'Een enkele trap', 13
[Gedichten], maart 2009, 736, 17-18.
Een eerste eetafspraak:
'Een haastig leeggeruimde tafel waar', 17
Alles behalve: 'Doe alles
wat je leuk vindt, zei je, maar', 17
In het huis van je vader:
'De kat die toe mag kijken als we vrijen', 18
Verkwikking: 'Je had
bedacht dat je het laatste kopje', 18
[Gedichten], december 2009, 745, 11-12.
Parkzicht: 'En kijk,
geknakte sprietjes strekken zich', 11
Een wolk (van een vrouw):
'Ze liet me achter met de zon om op te drogen', 12
[Gedichten], juni-juli 2010, 751-752, 33-35.
Een stem in de nacht:
'Als ik het dekbed naast mij opensla', 33
Mene tekel: 'Spuug mij in
het gezicht, als ik thuis kom', 33
Rood
sein: 'Ze moest weer over haar gevoelens praten', 34-35
[Gedichten],
juni-juli 2011, 763-764, 42-44.
Beproeving:
'De moeder vindt het mooi geweest, ze zet', 42
Huls:
'Hoe lang kan het nog duren voor de jassen', 43
De
regels van het spelÓ 'Als ik de laatste boom heb afgetikt', 44
Surprise,
surprise!: 'We staan gezellig in een kring te wachten', 44
Anekdotes waar je niks mee kunt, maart 2012, 783 [784], 4.
'Zoals van die kampdokter, in de oorlog, die de ene'
[Gedichten], december 2016, 829, 17-18.
Widerstandsnest 67 HL: ÔIk heb me hier nu zo lang ingegravenÕ, 17
Een voorwerp op het spoor: ÔJe bent zo iemand die niet wegkijktÕ, 18
[Gedichten], januari 2018, 842, 40-42.
Half werk:
ÔHet was eraan af te zien, her en derÕ, 40
ÔMijn eerste woordÕ, 41
Overdracht: ÔIn mijn armen ligt het kind dat ikÕ 42
De naden: ÔDe bomen die neerzienÕ, 42
Hessels, W.P.
Wij,
februari 1966, 223, 23.
`we
hebben god'
Heytze, Ingmar (1970)
[Gedichten],
februari 2001, 639, 15-18.
Dertig:
'Het wordt vreemder en vreemder om dertig te zijn', 15
De
hoer: 'Schrijf geen gedicht meer. Wat doen ze er toe?', 16
Po�te
bŽnit: 'Het gaat te goed! Doe daar wat aan!', 17
Voli�re:
'Liefde is een schaduwrijke wielewaal', 18
[Gedichten], augustus-september 2001, 645-646, 19-20.
Letterenfonds blues: 'Het
is november en zwart zaad', 19
Tandeloos lied: '(snel en
ritmisch uit te spreken)', 20
Thema: Mijn lied.
[Gedichten], februari 2002, 651, 18-19.
Stinkende heelmeesters:
'O, die dingen die je doet', 18
Zachte wonden: 'O, de
wijzers die in mij lopen,' 19
[Gedichten], juni-juli 2002, 655 [655-656], 14-15.
De mooiste meisjes: 'De
mooiste meisjes hebben nooit gevraagd', 15
Puppy: 'Het blijft maar
over zachte dingen gaan', 14
Thema: Het lichaam.
[Gedichten], augustus-september 2003, 669-670, 7-9.
You
have a good eye, my friend: ÔTegen de man die op klaarlichte dagÕ, 7
Opdracht:
voor R.
Onder
je bed: ÔVan alle dingen die ik bij je vind, zoals ogen die meÕ, 8
Opdracht: voor F.
Vertel nog eens over de
wolven: ÔVertel nog eens over de wolven vroeg ze in de dagenÕ, 9
Opdracht:
voor T.
[Gedichten], januari 2004, 674, 10-11.
Komen en gaan: 'Eerlijk zijn, altijd.
Zachte heelmeesters maken', 10
Wat u gerust mag weten: 'Wat
vreselijk om niet ons te zijn geweest.', 11
Schaduwboekhouding – I,
augustus-september 2004, 681-682, 16-19.
Mijsje: Ôeen lang verloren kennis
buldert over het terras;Õ, 16
In dit gedicht: ÔIn dit gedicht maak
ik geen schijn van kansÕ, 17
Vier katten: Ô Je leeft misschien een
kat of vierÕ, 18
Po‘tisch spreekuur: ÔMeneer ik heb
zoÕn last van enjambementÕ, 19
Schaduwboekhouding – II,
augustus-september 2004, 681-682, 20-22.
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704,
19-21.
Lonely planet: 'Ik heb vriendinnen in
ru•nes en woestijnen.', 19
Niet inpakken: 'Tegen het meisje van
de boekhandel', 20
Zo ver weg: 'Zo ver weg ben je,
zoveel zweten en kreten', 2
[Gedichten], maart 2007, 712, 9-11.
Interview: ÔVandaag ben
ik een soort infuusÕ, 9
Weggaan: ÔIk heb een man
gekend die zei dat jeÕ, 10
[Gedichten], november 2007, 720, 12-14.
Dorian: 'Niemand, enkele doden
uitgezonderd', 12
Margriet: 'Ik ben genoemd naar een
princes maar dat is onzin want', 13
De jongen die mijn nummer heeft: 'Op
een dag - het regende, mijn verleden was', 14
Twee koningskinderen, mei 2008,
726, 6.
'Achter het
zolderraam tegenover mijn huis'
[Gedichten], december 2008, 733, 3-4.
Fantoompenis: 'Niet het snijden', 3
Benjamin: 'Benjamin, jij bent een
reiziger door buiken', 4
[Gedichten], 738, mei 2009, 14-17.
Ex: ''s Nachts ga ik
terug en breek in negen levens in', 14
Hazen, egels: 'Hazen
vindt de mevrouw van de opvang het mooist,15
Examinator. Gedicht in
vijf versnellingen: 'Stuurloze van ons twee, in welke oorlog bent', 16
Benjamin: 'Benjamin, jij
bent een reiziger door buiken', 17
[Gedichten], november 2009, 744, 37-39.
Groene daken: 'Tegen de
buien en de geselende zon', 37
Satellite City: 'Wat
wordt er ontvangen in Satellite City: fijnstof'', 38
Laatste wensen: 'Vandaag ben ik een
bange, grijze puzzel', 39
De laatste dag, november 2010, 756, 49.
'Als het dan moet, dacht
je misschien'
In memoriam Peter Vos
(1935-2010). Eerder verschenen in Utrechts Nieuwsblad/AD op 8 november 2010.
[Gedichten], juni-juli 2012,
775-776, 6-9.
Wat hij dacht: ;''Wat is
po‘zie,' wilde een van de scholieren weten,', 6
Vrij naar een deel van
'What he thought' van Heather McHugh.
Niet gek, pa, niet gek:
'Ik denk dat je het meest jezelf bent', 7
Vrij naar Jan Heller Levi.
Tarief: 'Er is tijd voor
nodig om te appreci‘ren hoe ik ooit', 8
Naar 'Tariff' van Michelle Boisseau.
Dankbetuiging aan oude
onderwijzers: 'Als we schrijden of stappen over het bevroren meer', 9
Vrij naar Robert Bly.
Dagen: 'Waar zijn dagen
voor?', 9
Vrij naar James Fenton.
[Gedichten], augustus-september 2012, 777-778, 43-45.
Alzeimer: 'Stoelen
verplaatsen zichzelf, net als boeken.', 43
Vrij naar Bob Hicok.
'Vier vrije vertalingen', grotendeels uit 'Poetry 180; A Turning Back to
Poetry' (2003) door Billy Collins (red.).
Een zondagmorgen begin
november: 'en er liggen al heel wat bladeren. Ik zou', 44
Vrij naar Philip Shultz.
Zes eenregelige
filmscripts: 'Film noir', 45
Vrij naar Tom Andrews.
Het uitzoeken van een
lezer: 'Om te beginnen zou ik haar knap laten zijn.', 46
Vrij naar Ted Kooser.
[Gedichten], maart 2014, 796, 4-6.
Korte samenvatting van
het voorafgaande: 'Parijs natuurlijk. Recht boven de hospita.', 4
Sorry: 'Sorry dat ik laat
ben. Tektonische platen.', 5
Hospice: 'Op de trap
vertelt de buurman', 6
Smalfilmjaren: 'Mijn
vader kijkt om in smalfilmjaren', 6
[Gedichten], oktober 2017, 839, 19-22.
Jakhalsdagen:
ÔDames en heren, leden van de juryÕ, 19
Wederopstanding:
ÔJe wilt terug en vraagt me of ik iets kan doen maarÕ, 20
De
mooiste tijd: ÔÕs Nachts zijn we van elkaar bevrijdÕ, 21
Offer:
ÔWe morrelen aan de deur naar buiten, DoodÕ, 22
Hilhorst, Marijke
[Gedichten], december
2005, 697, 24-25.
geen gezicht: Ôna al die
vijfentwintig jarenÕ, 24
welles-nietes: Ôze komt de kamer opÕ,
25
Hillenius, Dick
Gedichten,
27-01-1960, 37, 12-13.
'De
herten trekken al weg', 12
'Van
alle hagedissen die ooit leefden', 12
Hansje:
'De springbok van haar wil', 12
'Het
groot drijven van plezier', 12
Wensdroompje:
'De duizende platvoetjes van de mieren', 12
'zij
groef haar handen in de grond', 12
Einde
van mei: 'trillend vanuit het hart der gong', 13
Mei,
04-05-1960, 51, 3.
'In
mei beginnen de dansen'
Gedichten,
08-06-1960, 56, 14-15.
'Gordijn
vanuit de zee getrokken', 14
'Om
te verbreken het eindelijk evenwicht', 14
'Er
is niets bestendiger dan vlucht', 14
Het
Interregnum: 'Er liep een Tibetaan in Artis', 15
Hoogliedje:
'De kamelen hebben met heuvelpassen', 15
Gedichten,
24-08-1960, 67, 12-13.
Reis,
12-13:
Covadonga:
'De wolken worden door Cantabrische kammen'
Finisterre
(Galicia): 'er is geen einde'
Portugal:
'alles werd schoongemaakt'
Puerto
Barizo (Malpica): 'zeesterrehandjes vermoorden zacht blauwe mossels'
Bezwering:
'De woede is een slang', 13
[Gedichten],
07-12-1960, 82, 11.
Concertgedachten:
'Onder het schraal lover van kammerdennen'
'Heilig
water'
'mannetje
met ŽŽn oog'
'De vaten veler zielen', 08-03-1961, 95, 13.
[Gedichten],
12-04-1961, 100, 11.
Gestoorde
assimilatie: 'Ontrouw was een behendig spel'Stilstand: 'Taal wordt steeds meer'
Vlucht:
'Angst voor omstanders'
Bevrijding:
'Weer het land met de kleiheuvels'
[Gedichten],
29-11-1961, 133, 14.
Versailles
in herfst:
1.
'omlaagziend naar het einde'
2.
'Een vogel fluit, de herfst, de zon'
De
nadering van skelet (niet beperkters dan dat): 'Momenten zijn amoeben in de
tijd'
`De
vijandschap der verzorgers', 22-08-1962, 168, 12.
Abstract
of a paper by some biologist, 19-12-1962, 185, 19.
`Waiting
for an idea about chameleons'
Engels.
Wachtend
voor de ingang der nieuwe muziek (I.S.C.M. Festival), juni 1963, 191, 40.
'de
viool in haar schoot'
Zie
kritisch proza, D. Hillenius, 192-193, 47-52 voor het tweede deel.
[Gedichten],
oktober 1963, 195, 23.
Bede
om ervaring: 'versprokkelende dame'
Oog
om oud oog: 'een zeer oud varken'
Cultuurspreiding:
'Barokke boer'
Strandleven:
'Verfoverbene dame'
Zonder
wuiven, januari 1964, 198, 34.
`De
stapelschepen van oom Henri'
Maanzinnen,
oktober 1964, 207, 31-32.
`De
maan nog eens bezingen, kan dat?', 31
1.
`De keizer wil vandaag geen kleren', 31
2.
`De maan is een ster dichtbij', 31
3.
`De maan is vrouwelijk zegt Graves', 31
4.
`Zou de voorkant van de maan', 31
5.
`De maan is soms zo keizerlijk', 32
6.
`Soms is ze zachter, toonaard van verleiding', 32
7.
`Misschien is de maan gevangen', 32
[Gedichten],
juni-juli 1968, 247-248, 36-37.
`Met
koud lemurenhandje'
Onvergeeflijk:
`Kinderen van de golven', 36
`Er
is een beest', 37
`Blinde
Emerson', 37
Voorafgegaan
door Emmerson, Woodnotes, I: `For
Nature ever faithful is'
Slijtage,
juni-juli 1968, 247-248, 44-46.
Notities
en waarnemingen over (de geschiedenis van) Madagascar in een po‘tische
herinneringsvorm en voorzien van toelichting.
[Gedichten],
oktober 1970, 275, 15.
`al
weer aan een rivier'
`Het
P�re Davids hert bestaat'
[Twee
gedichten], oktober 1977, 359, 18.
Moedervlek:
'Significant : een babyhaar'
'In
de ochtend, helder'
1001
nacht, mei-juni 1984, 438-439, 62.
'Het
verhaal is simpeler, klassiek'
Hoetjes, Gijs (1947)
[Gedichten], april 2006,
701, 26-27.
Zolang
de vaarboom in de moder staat: ÔWat waren wij graag overstag gegaanÕ, 26
Planken
wambuis: Wie geen hol heeft om te slapen,Õ, 27
Onder
pseudoniem Gijs IJlander
[Gedichten], april 2011,
761, 24-25.
avondmaal:
'haal mensen in huis, vraag om rijpe', 24
wat
gebeurd is: 'rangschik dat dakpansgewijs', 25
Onder
pseudoniem Gijs Ijlander
Hofmannsthal, Hugo von
[Fragment
uit: De dood van Titiaant], december 1976, 349, 40-41.
Fragment
uit dit drama in verzen. Oorspronkelijke titel: Der Tod des Tizian. Vertaald
uit het Duits door S. Fischer-Kunst.
Hokke, Dana
pseudoniem van Dana
Constandse.
Hollak, Rosan
[Gedichten], april 2020,
869, 41-42.
Pas de deux: ÔHij zeiÕ, 41
Bodem: ÔJe durft niet eensÕ, 42
Holtman Jan (1969)
[Gedichten], november
2015, 816, 17-18.
Rijnkade
I: 'ze loopt niet, ze zweeft', 17
Rijnkade
II: 'hier rijden geen auto's'
Stilleven:
'en dan... dan kom je thuis', 18
Grand
CafŽ Het Wijnhuis: 'het meisje in haar rode schort', 18
Holtrigter, Julien
[Gedichten],
januari 1999, 614, 33-35.
Dat
ik dit schrijf: 'dat ik dit schrijf nadat ik', 33
Hale
Bopp: 'wij waren wakker geworden', 34
Zomer
in Vaals: 'de hoek van haar nek is identiek aan', 35
Choreo grafisch, augustus-september 2001,
645-646, 31.
'Hoe zij danst,'
Thema: Mijn lied.
Hommena, Titus
[Gedichten],
december 1992, 541, 26-27.
Onbekend
pseudoniem.
Ontbinding:
'Als de laatste hoer de laatste rode lamp gedoofd heeft', 26
Big
Bang: 'De knop bestond-noch hier, noch daar', 26
Hagoromo:
'Haar sprong begonnen in een wereld zonder zwaarte', 27 (Japans sprookje)
Honingh, Chris
Hercules'
eclips, maart 1988, 484, 28-33.
Peloponnesos:
'In die dagen verschoot je steeds van kleur' 28
Zangeres:
'De schaduw van het instrument', 28
Verworpen:
'Verkrampte trekken, en de ogen', 29
Hippolyte:
'Er was een paarse stoel, waar kleren', 29
Stenenregen:
'Op ijle toppen ademen de runderen', 30
Weerkeer:
'Wat in mij liefde was, is dood. Ik', 30
Charoon:
'Naderhand verstond hij pas wat in', 31
Cerberos:
'Hondsrug. Zal niet wijken. Minder', 31
Nessos:
'Hou je aan mijn manen vast, je bent', 32
Deinaneira:
'De vuurschacht van Kalydoon doet de avond', 32
Doodskleed:
'Schuchter lachen overstroomt terrassen', 32
Staak:
'Ontsteek het vuur en laat de gloed', 33
Hooff, Emma van (1997)
[Gedichten],
januari 2021, 878, 31-34.
Ôop
een dag valt een lach mijn gezicht aanÕ, 31
Ôwat:
het landschap vertrouwenÕ, 32
Ôhoi
goeie ouweÕ, 33
Ôomdat
ik wil laten zien hoe een gelukkig hoofd eruitzietÕ, 34
Hoofdakker, R.H. van den
Sonnetje
over leven en dood, januari 1969, 254, 29.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
`'s
Avonds hopend dat'
[Gedichten],
mei 1969, 258, 25.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
Intussen:
`Intussen zoog een knop zich vol'
Paar:
`zachte tuin, zacht lijf van je'
[Gedichten],
oktober 1969, 263, 25-26.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
De
macht van het evangelie: `De heer die de deur open deed', 25
Jonge
sla: `Alles kan ik verdragen' 26
Groeten
uit Glimmen (een serie ansichtkaarten): `In de sneeuw staat de sneeuwman', 26
[Gedichten],
juni-juli 1970, 271-272, 48.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
Julia:
`Veel van wat ik zeg betekent niets'
Enkele
vogeltjes: `Of het nu die paar vogeltjes'
De
man in de tuin, augustus-september 1971, 285-286, 19.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
`We
denken dat de dieren weer begonnen zijn'
[Gedichten],
mei-juni 1972, 294-295, 31.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
Gedicht
over de Drentse A: 'Wat we mooi vinden, zonder cynisme, dat'
Tegen
het krakende hek: 'Zo stonden wij tegen het krakende hek'
Plaatsen,
passages, november 1974, 324, 29.
Onder
pseudoniem Rutger Kopland.
17.
'Want langs de bergen zakken gerafelde'
18.
'Het is donker en het ruikt naar omgevallen'
Hoore, Cees van
Een
zomer aan zee, juni-juli 1981, 403-404, 40.
'ik
het van zweet glanzend paard'
[Gedichten],
februari 1982, 411, 24-25.
Panorama:
'Uit luidsprekers', 24
Het
paard: 'Tegen de stalmuur leunt de keetploeg', 25
Mezzaluce:
'Aan de vloedlijn wacht je', 26
Oogstmaand:
'In die augustusdagen', 26
[Gedichten],
november 1982, 420, 32-33.
Onraad:
'Geen adempluimen in de stal', 32
Dooi:
'Spoorloos 's morgens', 32
Onheind:
'Schuifelt naar huis', 33
[Gedichten],
juni-juli 1983, 427-428, 20-21.
Job:
'Hoe wrede regens overdag', 20
Woekering:
'Er ligt een plaid over zijn benen', 20
Picknick:
'Een deken op het gras', 21
Onraad:
'Geen adempluimen in de stal', 21
Horst, Tonny van der
Herinneringen aan A.
Roland Holst, april 2001, 641, 22-23.
'In
de laatste kamer waar hij zat,' 22
'Soms
was er nog iets om hem heen', 23
Houtsma, Jos
Tien
gedichten, december 1980, 397, 29-31.
Na
de zondvloed: 'het water valt', 29
Zomer,
zomer in de stad: 'de vlinders spelen in de groententuin', 29
Margrieten:
'ŽŽn margriet in '70', 29
In
plaats van een foto: 'kijk', 29
Kluiten:
'deze heren, die in vroeger jaren', 30
De
duivenmelker: 'de koele zomermiddag kruipt voorbij', 30
Februari:
'de zon sluipt achter', 30
Nieuwegein:
'vroeg in de ochtend, voordat we gaan werken', 31
RŸgen
ca. 1860: 'een koele noordelijke zon beschijnt', 31
IJsselstein
11.00 a.m.: 'de stille nieuwbouwwijken', 31
Hoven, Paul van den (1960)
De
dertien treden, juni-juli 1996, 583-584, 54-55.
'Kan
ik er wat aan doen?'
[Gedichten],
april 1997, 593, 37-38.
Komend
van een bruiloft: 'Schrik om niets. het hart dat langs de ribbenkast', 37
Sluitingstijd:
'Zee. Een oog dat verheugd is noch gewend', 38
Ithaka herzien, januari 2000, 626, 25-26.
'Het strand raakt leeg.
Ook deze keer', 25
[Gedichten], december 2000, 637, 17-18.
De perken:'Ten zuiden van
mijn eenzaamheid', 17
Anti-exodus: 'Houd mij
niet vast', 18
De stenen troon,
augustus-september 2001, 645-646, 14.
'Nooit
hoorde ik de regel'
Thema:
Mijn lied.
[Gedichten], maart 2002, 652, 24-25.
Siamese tweeling: 'Als er
een mooi gemiddelde bestond', 24
Voetstuk:
'Ik ben nog steeds voor niets te groot', 25
[Gedichten], april 2003,
665, 27-28.
De dood van de
geliefde: ÔIn wat zij achterlaat zal ze verdwijnenÕ, 27
Drie houdingen: ÔIn
de eeuw van bals en bajonettenÕ, 28
[Gedichten], februari 2004, 675, 29-30.
Massagraf bij Vilnius: 'De Keizer
deed als alle grote Keizers.', 29
Het uur: (In memoriam matris):
'Opverend uit je laatste strekking', 30
[Gedichten],
augustus-september 2005, 693-694, 47-48.
Tol: 'Het is iets anders, niet de
hand met zweep', 47
Jeugdherinnering: 'De kinderen liggen
al in bed.', 48
Thema: Eros & Thanatos
Als afgesproken, oktober
2006, 707, 25.
ÔIk
zeg niet dat ik later pasÕ
[Gedichten], november 2008, 732, 35-36.
Niemandsrails: 'Als
jongetje hield ik het binnenpad -', 35
Stormenderhand: 'We geven
door wat niet te delen is', 36
In memoriam patris, maart 2010, 748, 43.
'Waarom
steeds reiken naar een dag erbij?'
Ons onderhoud, januari
2012, 770, 49.
'Ik
hield, zolang jij toch niet zag'
Condensatie, januari 2013, 781 [782], 39.
'De naamafroeping op een ruit'
[Gedichten],
januari 2016, 818, 27-28.
Twee
moderne sonnetten:
I
– Plasta: ÔVan jeugdigheid wit weggetrokkenÕ, 27
II
– Tato: ÔHij leek ontsnapt aan een kolonieÕ, 28
[Gedicht],
maart 2018, 844, 49.
Verbijstering:
ÔIk stap zeker inÕ, 49
Huff, Philip (1984)
[Gedichten],
augustus-september 2016, 825-826, 9-11.
Rutger
Kopland – sampling & remix Philip Huff: Een Paard: Ôooit zijn wijÕ, 9
Gerrit
Komrij – sampling & remix Philip Huff: Elke morgen: ÔElke morgenÕ, 10
Peter
Terrin – sampling & remix Philip Huff: Schrijver: ÔBidden isÕ, 11
Drie gedichten, mei 2017,
834, 19-21.
I:
ÔJe las ergens ÔJe kijkt in je hoofdÕ en knikteÕ, 19
II:
ÔIemand vroeg: ÔWie neem je mee naar dat eiland?ÕÕ, 20
III:
ÔNiet alleen het toeval breekt je maar ook de wetenschapÕ, 21
Twee gedichten,
augustus-september 2017, 837-838, 16-17.
I:
ÔOmdat het zo onbegrijpelijk isÕ, 16
II:
ÔHier volgt een lijst van dingen die ik niet zagÕ, 17
[Gedichten], november
2017, 840, 37-38.
(Voor
Maartje Wortel) Bij SzymborskaÕs ÔNotitieÕ: ÔJe zegt ÔHier ben ikÕ maar wieÕ,
37
(Voor
A.K.) Ik heb een vrouw gekend: ÔIk heb een vrouw gekend die sprak in
boekzinnen:Õ, 38
[Gedichten], februari,
2018, 843, 13-16.
Blijf
slapen: ÔHet is lang geleden dat ik eerder op was dan jijÕ, Vrij naar ÔFor
youÕ, Maureen N. McLane, 13
Weet
dat je het mooiste gezicht hebt: Ô En dan je neus die je op Hawaii brakÕ, 14
Tussen
de vijver en de garage: ÔTussen de vijver en de garage, beschut door de
dennenbomenÕ, ge•nspireerd op: ÔA sister on the tracksÕ, Donald Hall, 15-16
[Gedichten], april 2018,
845, 31-32.
Dubbelportret:
ÔEn toen was dat zwembad met die man er ineens,Õ, 31
In
Popoyo: ÔVoordat de zon ondergaat willen weÕ, 32
[Gedichten], juni-juli
2018, 847-848, 18-21.
Is
het dan te minste wel gedeeltelijk geworden zoals jij wenste? ge•nspireerd op
John Murray: ÔIs all at least partially as you might wish?Õ, 18-19
Sonata
D960: ÔSchubert klinkt heel simpel maar ik heb hem nooit in mijn vingers
gekregen.Õ, 20
Hoe
het is: ÔOm hoe het isÕ, 21
[Gedicht],
augustus-september 2018, 849-850, 35-38.
Wat
we worden: ÔWat we wordenÕ, 35-38
[Gedichten], november
2018, 852, 18-19.
Weer
thuis: ÔDe gebouwen soms wel zeven verdiepingenÕ, 18
De
handen: ÔDe handen van een kleinkindÕ, 19
[Gedichten], februari
2019, 855, 47-49.
Veldwerk:
I
ÔOp een warme middag aan een zwembad in het zuidenÕ, 47
II
ÔDe hond slaap in de schaduw van de steeneik. Ook mijn lichaam is moe.Õ, 47
III
ÔZo veel van wat wij meemaken, zo niet alles, waaronder je kunt bezwijken
– Ô, 48
IV
ÔWe staan in de zon, jij een trede boven mij,Õ 49
[Gedichten] mei 2019,
858, 15-17.
Stellig leven I: ÔVandaag weer zo lang mijn handen totÕ, 15
Stellig leven II: ÔWeifel niet. Hou je kin omhoog. Trek jeÕ, 16-17
[Gedichten] oktober 2019,
863, 40-42
Spiegel voor een spiegel
I: ÔKijk naar je verleden, lang en hard, kijk naarÕ, 40
II: ÔWaar gaat een herinnering heenÕ, 41
III: ÔEen spiegel is glad, krast niet, houdt geen pen of potlood vast.Õ
41-42
IV: ÔEn altijd, onder anderen, gedraag je je. Doe jeÕ, 42
V: ÔWieÕ, 42
[Gedichten] april 2020,
869, 9-11.
Willem: ÔMaar, zoals Willem zei: we hebbenÕ
[Gedichten],
augustus-september 2010, 873/874, 32-34.
Op
het middelpunt van de wandeling:
1.
ÔOp het middelpunt van de wandeling.Õ, 32
2.
ÔDe merrie briest en stapt uit,Õ, 32
3.
ÔJe zware ademhalingÕ, 33
4.
ÔDe grootste technologische ontdekking afgedankt,Õ, 33
5.
ÔHet moment kan niet blijven. AllesÕ, 33
6.
ÔEn bij een langgewensteÕ, 34
7.
Ô Õs Avonds zit jeÕ, 34
[Gedichten], maart 2021,
880, 26-28.
Het
gewicht: ÔVerbijsterend wat nodig is geweest om tot hier te komen.Õ, 26
Marcus
Aurelius: ÔJe holle hand met scherpe vingersÕ, 27
Mijn
vaders hand: ÔLevervlekken als geplette bruine bonenÕ, 28
[Gedichten], juni/juli
2021, 883, 6-8.
Zomertuin:
ÔSoms denk ik dat wat gebeurt op ons teert.Õ, 6
Voor
je het weet ben je dood: ÔJe zou zeggen dat er geen licht is en tochÕ, 7
2256:
ÔEn nu ligt de zon tevreden en geelÕ, 8
[Gedichten], november 2021, 888, 16-20.
Het
bos op het eiland:
I:
ÔNadat de pijn niet meerÕ, 16
II:
ÔOp weg naar het eiland verdweenÕ, 16
III:
ÔOok zonder haar lijf ligt je handÕ, 17
IV:
ÔEn op een dagÕ, 17
Overwegingen:
I:
ÔDe dood is veel minder absurd dan het levenÕ, 18
II:
ÔDit is geen lofzang op de octopus, noch een elegieÕ, 19
III:
ÔAls kind klommen we over schuttingen en kropen onder struikenÕ, 21
Hurk,
Francie van den
Binnenweg, januari 2002, 650, 29-31.
I: 'We spreken elkaar
even', 29
II: 'We verdwalen bij
elkaar'
III:
'We omhelzen elkaar zolang', 31
Idema, W.L.
Tien
variaties op een vertaling, maart 1991, 520, 11-15.
Bai
Yuyi (772-846): 'Een rat verwierf onsterflijkheid, verhief zich op zijn
vleugels', 11
1.
Berijmd: 'Een rat kreeg vleugels als bewijs van zijn onsterfelijkheid', 11
2.
Isofyllabisch: 'Vleugels krijgen ŽŽn rat als fee', 11
3.
In de trant van de Esopet: 'Zo men in de boeken leest', 11-12
4.
In de trant van La Fontaine (in de vertaling van Ary Prins): 'Een rat-men kent
de soort', 12
5.
In de trant van Juliana Cornelia de Lannoy: 'En rat, vertelt des fabeldichters
lied', 12
6.
In de trant van Mr. Willem Bilderdijk: 'Mijn epos zingt van overmoed', 13
7.
In de trant van Willem Kloos; 'Ik ben een god in 't diepst van mijn
gedachten/Die op de sterke vleugels aan zijn rug', 13
8.
In de trant van de heer J.H. Speenhoff dichter-zanger: 'Hij was een rat, een
van die kerels', 14
9.
In de trant van Max de Jong: 'Zo'n klein gemeen loeder!', 14
10.
In de trant van Leo Vroman: 'Al ben ik maar een grijze muis', 15
Pseudoniem
van Gijs Hoetjes.
Imr al-Qays
M_allaqa,
oktober 1970, 275, 5-9.
Vertaald
uit het Arabisch door J. Brugman. Zie J. Brugman, kritisch proza, 275, 3-5.
[Gedichten], oktober
2003, 671, 5-7.
ÔIk
zie ons draven naar een onzichtbare bestemmingÕ, 5-6
ÔAngstig
ben ik en van afscheid werd ik nooit angstigÕ, 6
Inderwisch, Meindert
[Gedichten],
oktober 1982, 419, 31.
De
hervormers: 'zomaar uit de branding'
Doodsbed:
'hij keek om zich heen'
Riten:
'we kijken elkaar vriendelijk aan'
Zeven
gedichten, juni-juli 1983, 427-428, 38-40.
Loterijbriefje:
'koop geen loterijbriefje', 38
Afscheid:
'weinig is houdbaar', 38
Sneeuw:
'het is nacht', 38
Tuin:
'blanke ruisende rozen', 39
Watersnaren:
'verloren zeelieden', 39
Speeltuin:
'dageraadje', 40
Veerboot:
'een winterzon',40
[Gedichten],
juli-augustus 1984, 440-441, 40-41.
Duin:
'begraven in het duin', 40
Strandpaviljoen:
'het strandpaviljoen', 40
Oplossen:
'verholen toonaangevend', 41
Herinneringen:
'waar moet ik beginnen', 41
Tien
gedichten, mei 1985, 450, 15-19.
Op
zee: 'aan dek', 15
Heraut:
'uit het niets', 15
Halcyon:
'toen de ijsvogel', 15
Vlucht:
'in een wit jasje', 16
Regenboog:
'als een vossestaart', 16
Rapunzel:
'Startbanen, 17
Morgenstilte:
'ondanks mahler', 17
Bewegingen:
'een sIang hangt', 18
Symfonie:
'snaren van ijs', 18
Aarzel
niet: 'aarzel niet', 19
Jacobson, Ellen
De
piloot, juli-augustus 1984, 440-441, 29.
'Luister,
honderd meter hier vandaan'
'Ik
bied U hier aan', juli-augustus 1984, 440-441, 37.
Klein
labyrint, mei 1985, 450, 35.
1.
'Naar binnen gegaan'
2.
'Met veel omhaal-nochtans'
Klein
Labyrint, mei-juni 1987, 474-475, 37.
1.
'Naar binnen gegaan'
2.
'Met veel omhaal-nochtans'
[Gedichten], februari 2004, 675, 20-21.
Op weg naar het hoge noorden, te
midden van verspreide bezittingen: 'De zaterdag: die doorgebracht op', 20
Nooit thuis en altijd elders: 'Je zit
op een vreemd terras onder pijnbomen en vraagt je', 21
[Gedichten], april 2005,
689, 26-27.
Brief: 'Zoals een moeder aan haar
zoon', 26
Over de bitterheid: 'De boom geplant,
het huis', 27
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 30.
Sterk zeil: 'En het moet
wel zijn, vanaf',
Het grote ontkennen: 'Je
kunt wel zeggen dat van alles, maar alsof er is ingebroken'
Jansen, Elisabeth J.M.
[Gedichten],
december 1996, 589, 20-21.
Zonder
grondpatroon: 'Sinds ik van mijn moeder', 20
Par
avion: 'Met gesponnen woorden', 21
Jansen, Elisabeth J.M.
[Gedichten],
maart 1998, 604, 34-35.
Jubileum:
'Van alles wat ik deed', 34
Schone
schijn: 'Als een reuzehoofd', 35
Jansma, Esther (1958)
[Gedichten],
juni-juli 2006, 703-704, 12-14.
De
stad in slaap: 'Iemand heeft de papieren voor morgen geordend,', 12
Picknick:
'Plek, vuur, thuis zijn verzinsels gebleken van hem en zijn', 13
Ik
ben het: 'Buiten liggen de huizen nog altijd als nesten', 14
Jarry, Alfred
La
Chanson du DŽcervelage, december 1966, 231, 3-9.
`Et
maintenant, comme vous'
Frans.
Met illustraties van de auteur, 3-10. Met een vertaling o.d.t. `Ontherseningslied',
10 van J. Slauerhoff.
Ontherseningslied,
december 1966, 231, 10.
`Ik
fabriceerde al jaren lang lijkkisten'. Vertaling van J. Slauerhoff, opgenomen
in de bundel Archipel (1923).
Jaspers, R.
Steen
der wijzen oftewel ŽŽn blauwdruk voor tien transfiguraties over hoe men goud
maakt, januari 1990, 506, 13-17.
In
duplo: 'Indien de megaster van zenith komt', 13.
Dans
der duizend lentes: 'Weerom smoor ik-te kort van stof-', 14
Kopstaart
uit slangenhaard: 'Voor al hetgeen dat wordt behalve dood', 14
De
elementaire weegschaal: 'Welaan wijsgeer kook uw ei op de zon', 14
Delta
aan omega: 'Opdat de jager sterft verleert hij velerlei,-', 15
Necromantie:
'In het spel dat herijkt ons verstand', 16
Magi‘r
in demasquŽ: 'Hij velt vonnis zonder plicht noch belangen', 16
Caleidoscopisch
labyrint: 'Gelijk vuursteen schampt de kleur van robijn', 17
Voltage
van geest: 'Zover het oog de maan liet varen', 17
Moza•ek
bij avondrood: 'Voor alchemie duidt op ontbinding', 17
Met
illustratie, 13.
Jeltema, Margarieta
Verhaal
om Anna, april 1980, 389, 34-35.
Onder
pseudoniem Anna Doting.
'anna
heet ze'
Liedjes
voor Sanne, maart 1981, 400, 39-40.
'rosa/sara
moederkat al die', 39
'we
kruipen onder de kleurige deken', 39
'o
sanne', 40
'je
naam', 40
Weerzien,
november 1981, 408, 36-37.
'zo
stil sta je'
Zwaluwen,
augustus-september 1982, 417-418, 49-50.
'niets
kan ze meer'
La
VallŽe des Merveilles, december 1983, 433, 26-27.
'je
ligt roerloos &', 26
'in
de haven slapen', 27
Vliegers,
april 1984, 437, 24-25.
'was
je mens &', 24
'er
groeit ijs op het water', 25
Drie
gedichten, februari 1985, 447, 28-29.
1.
'y' en a des filles', 28
2.
'je eet koek', 28-29
3.
'nog', 29
Zeven
gedichten, maart 1985, 448, 27-29.
'dit
weerbarstig wezen', 27
'toegedekt
met slaap', 27
'ze
ruimt van alles op', 28
'je
zingt een liedje voor haar', 28
'je
bent opeens', 28
'als
ik je roep', 29
'de
telefoon heeft je ontvreemd', 29
Een
hand van steen, augustus-september 1985, 452-453 [453-454], 36-37.
'het
licht trekt'
Meer
dan dit, november 1985, 456, 30-31.
'grijs
licht hangt voor het raam'
Getekend
licht, oktober 1986, 467, 30-31.
'ik
sta op met jou'
[Gedichten],
maart 1987, 472, 35-37.
Een
ochtend: 'je schrijft je naam', 35
Irrequiem:
'tussen blaffende honden', 36-37
Nu
je dood bent: 'nu je dood bent en ik', 37
[Gedichten],
september 1987, 478, 26-27.
Het
rijstveld: 'als het waait loopt ze', 26
Als
een bladzijde: 'je maakt een hemel', 27
[Gedichten],
januari 1988, 482, 34.
Dansend:
'...ballando riesci a farti'
Slapen:
'door blauw gaas'
Dansend
water, juni 1988, 487, 41/43.
'de
zee omarmt het eiland'
Carthago
in het middaglicht, mei-juni 1989, 498-499, 43-48.
1.
'anna liep door de polder', 43
2.
'de spaanse koning zette haar boven op een toren', 44
3.
'voor het eerst kijkt ze om', 44
4.
'in de nachtstilte-rode strepen', 45
5.
'anna glimlacht-ze leert je', 46
6.
'de condor vliegt', 47
7.
'niets is zo willekeurig als', 47
8.
'je kon wel ergens in verdwijnen', 48
[Gedichten],
november 1991, 528, 25.
'vandaag
liep je door talca'
'hoe
onversleten de lucht'
[Gedichten],
februari 1993, 543, 29-30.
Ochtend:
'je stapt naar buiten', 29
Feest:
'je stuurt een foto van', 29
Landschap:
'Jij liep door grijze straten', 30
November:
'vandaag scheen de zon', 30
[Gedichten],
december 1993, 553, 29-31.
Il
giardino dell'infanzia: 'wasgoed op het balkon', 29
Zomer:
1.
'ik reed in de metro', 30
2.
'het is zomer', 30
3.
'in de hoogste kamer van het grote huis', 31
Jia, Dao
Chinese
kwatrijnen, maart 1985, 448, 21.
Een
vergeefs bezoek aan de kluizenaar: 'Onder de dennen antwoordt mij het
knechtje', 21
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Jiang, Wei
Chinese
kwatrijnen, maart 1985, 448, 21.
In
afwachting van executie: 'De wijkpoorttrommen sporen aan tot spoed', 21
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Jong, Martin Aart de (1966)
[Gedichten],
juni-juli 2018, 847-848, 32-35.
In
hechtenis: ÔDe dag was zacht het licht zo mooi en Amsterdam lagÕ, 32
Mailtje
uit Nepal: ÔVandaag nu ik niet schrijven kanÕ, 33
De
jaren trokken muren: ÔEr was een onbekend reptiel dat alles om ons heen
verslinden zouÕ, 34
ÔIemand
zei vanmorgen witÕ, 35
[Gedichten],
februari 2020, 867, 20-22.
Au
village: ÔJe wilt de dag beschrijvenÕ, 20
In het voorbijgaan: ÔAltijd gedacht dat po‘zie iets wasÕ 21
Klokklok: Ô Nog nooit zag ik ijs dat brandt, een zon die smeltÕ, 22
Jong, Theo de
[Gedichten],
oktober 1985, 455, 26-28.
1
Januari: 'Meeuwen zweven even wit als gister', 26
Generaties:
'Opgetogen holt ze naar het schaap dat niet opstaat', 26
Turquoise
meer: 'Als turquoise geen groen en geen blauw is', 26
Lammetjes:
'Op hun knie‘n onder haar wol', 27
Spoorloos:
'Alleen de echo hoort me', 27
Roche
du Corbeau, Elzas: 'De stenen bek verbijt zijn stilte, nu', 27
Treinen,
28
1.
'De zon, achter 't Harde brandend'
2.
'Weer trekt de trein vaart aan'
Jonkman, Marieke
Henk van der Ent.
Kaal, Meertje
'Toen
we de wonden van de streepjeskat verbonden, april-mei 1986, 461-462, 17.
'vannacht
begon mijn poes te lachen in de gang', december 1987, 481, 28.
Kal, Jan
De
rattenvanger van Hamelen, juni-juli 1997, 595-596, 38-39.
[I]:
'In zeker jaar, 1284', 38
II:
'Toen hij het loon vroeg voor zijn vangersloon', 39
Kalidasa
Aja
en indumati, november 1985, 456, 3-17.
Boek
VI, 3-7
Boek
VII, 8-12
Boek
VIII, 13-17.
Fragment
uit een gedeelte van de Raghyvamsha,
een groot onvoltooid episch-lyrisch gedicht dat de koningen van het geslacht
Raghu van de Iksvaku's beschrijft. Vertaald uit het Sanskriet en voorzien van
aantekeningen door Dr. Aaltje Beth.
Kanik, Orhan Veli
Achttien
gedichten, september 1986, 466, 24-29.
Helling:
'Als het hiernamaals, 's avonds', 24
Feestdag:
'Kraaien, niks zeggen tegen mamma!', 24
Asfaltgedichten:
'wat is dat iets moois', 25
Op
straat: 'Als ik op straat in de gaten krijg', 25
Hoofdpijn
1.
'Hoe mooi de weg ook is', 25
2.
'Zelfs als ik nu mijn huis inga', 25
Voor
het vaderland: 'wat hebben we voor ons land niet allemaal gedaan!', 26
Mijn
bed: 'Ik die elke nacht in mijn bed', 26
Epitaaf:
'Hij leed onder niets ter wereld', 26
Ochtend:
'Als een wijdvertakte boom', 27
Mijn
linkerhand: 'Ik werd dronken en', 27
Bij
wijze van werk: 'Alle mooie vrouwen dachten dat', 27
Kwantitatief:
'Ik houd van mooie vrouwen', 27
Droom:
'Ik droomde dat mijn moeder dood was', 27
Het
verhaal van Ali Reza en Ahmed: ''t Is een vreemd verhaal', 28
Op
reis: 'Ik ben niet van plan op reis te gaan', 28
Reis:
'De wilgeboom is mooi', 28
Zelfmoord:
'Ik moet in stilte sterven', 28
Ik
luister naar Istanbul: 'Ik luister naar Istanbul, met mijn ogen dicht', 29
Vertaald
uit het Turks en ingeleid door E.J. ZŸrcher.
Keeven, Tea
Zes
gedichten, januari 1973, 302, 35.
'pas'
'het
binnenste beest'
'jouw
violette vingers'
'Ik
koester mijn zonnetje'
'engelen
bengelen'
'de
watergod'
Keizer, Jedida
[Gedichten],
december 1985, 457, 37-38.
Geluk:
'Na heel lang en vreselijk leed', 37
Zelfbeklag:
'Lyriek wil ik als meester wel', 37
Bloed:
'Waarom ik bloed wil zien?', 37
Lichtflits:
'Hartverwarmend is jouw straling', 38
Verdwaalde
gerechtigheid: 'Voorzichtig zijn mijn schreden', 38
De
beelden: 'Roetloos staan daarginds twee stenen', 38
Zeven
gedichten, oktober 1987, 479, 28-31.
Gedicht
zonder taal: 'In de regen', 28
Vergetelheid:
'Mijn weten is een stil verhaal', 29
Revolutie:
'Een stap op het schip, het vergaat', 29
Winterreis:
' Kil en vluchtig is de warmtebron', 30
Evenaar:
'Eindelijk ben je opgelucht', 30
Water:
'De avond is een rivier', 31.
Einde:
'Bijna ben ik klaar met leven', 31
Kemper, Anne
[Gedichten],
juni-juli 1995, 571-572, 56-57.
Koninginnedag:
'De 29ste april in de voormiddag vroeg', 56
Anders:
'Anders dan loper', 57
[Gedichten],
mei 1997, 594, 29-30.
Flanerende
meisjes: 'Kijken en gezien', 29
Naseizoen:
'Hier zwom men', 30
Kleijwegt, Gerrit
[Gedichten],
november 1992, 540, 22-23.
Busrit
van Lady Macbeth: 'ik ken u wel, weet zelfs uw naam', 22
Vertroosting:
'Hij kijkt naar de lucht', 23
[Gedichten],
mei 1993, 546, 20-22.
Opvoeding:
'Vanuit de erker in mijn ouderhuis', 20
Ontmoeting
met het onbekende: 'een enkele arm steekt uit de schuttersput', 21
Gelijktijdigheid:
'drie mussen bewerken een klokhuis', 22
Laat
inzicht: revolutie maak je alleen/als kleine zelfstandige', 22
[Gedichten],
maart 1995, 568, 30-31.
Crepuscule
with Nellie (Monk 1920-1982): 'Zweeft, eerst aarzelend, in de schemering met
Nellie', 30
Toen
de taal: 'Toen de taal nog niet door de elementen', 31
Klinkenberg, Gerard van
Intermezzo,
februari 1974, 315, 27.
'Het
jaar is blijven staan'
Knibbe,
Hester (1946)
Hond op de Akropolis, januari 2007, 710, 8-11.
Koenegracht, Frank
Vijf
gedichten, augustus-september 1983, 429-430, 46-47.
Na•ef
(O-Europa): 'Boven de boeren hangt een wolkje', 46
In
het aquarium: 'Misschien is het licht voor niets gedoofd', 46 Inversie:
'Beenderenloos zinkt het meer op', 46
In
memoriam: 'Op een middag die ik mij niet herinner', 47
Ballade:
'Makker, niets valt mij in', 47
Epigrammen,
augustus-september 1985, 452-453 [453-454], 25-28.
De
blauwe vinvis: 'Hij wil een paar deuren breken', 25
Opdracht:
Voor T.
Rug
gebroken, verder goed: 'Het is hier absoluut niet pluis', 25
Performance:
'De zon daalt', 26
Excursie:
'Onze begeleider was al oud', 26
1975:
'Het waren mooie jaren toen', 26
De
keizerlijke boodschap: 'De keizer heeft jou, nietig schepsel aangewezen', 27
Opdracht:
Voor Harry
Spaart
u zegels, gelukkig niet: 'Water, Christus in Limburg, Chef', 27
Vuilniszakken:
'Het vrolijke van de vuilniszakken', 28
Een
gezonde Hollandse jongen: 'Hoe ik er kwam ben ik vergeten' 28
Met
aantekeningen, 28.
[Gedichten],
juni 1988, 487, 19-20.
Voor
31 december: 'Nacht was het, nacht', 19
Verschijning:
'Op een avond die ik mij niet herinner', 20
Epigram:
'Op zekere avond zijn wij dood', 21
Zwaluwstaartjes:
'Licht doorzeef de lampekap maar eens', 21
Borges:
'Was blind en leefde in een bol', 21
Credo:
'Vals kronkelt de singel', 22
Strandscene:
'De zon komt op de mens is vrij', 22
Heb
je alles bij je: 'Vissen met Verschoor is rustig en goed', 22
'MEERMALEN
maak ik mij druk om niets', 22
[Gedichten],
juli-augustus 1990, 512-513, 41-45.
Stationspsalm:
'We zaten in onze eigen trein, Heer', 41
Slaapliedje:
'Slaap maar liefje, ik hoop dat je droomt', 42
Opdracht:
Voor Harmke
Jeugd:
'Het zijn de kleinen', 42
Begrafenis
van oom Frits: 'De weduwe', 42
Epigram:
'Komen er twee ogen naar je', 43
Herfst:
'Hoofd dat niet kan slapen', 43
Epigram:
'En nu dan bloeddruppeltje', 43
Huwelijk
en gezin: 'Het onweer is de vader van de dingen', 44
Tante
Palazzoli vertelt: 'Jullie krijgen niets meer te eten', 44
Slaapliedje:
'Ik ga slapen want ik heb slaap', 44
Epigram
voor Chet Baker: 'Wat huilen die twee toch', 45
Meiregen,
maak dat ik groter word!: 'Mijn meisje woonde rustig', 45
Epigram
voor Lucebert, november-december 1997, 600-601, 57-57.
Thema:
Risico.
'Ze
dragen allebei een hoofd, de duivel en god', 57
'Kan
een dwerg de zee verplegen? hagelt het', 57
Vadertje zoetwatergids, augustus-september
1999, 621-622, 8-10.
'Mijn
vader is van lieverlede nu', 8
'Hij sprak al zijn
medewerkers en alle vogels', 8
'Door de lucht gingen de
wolken', 9
'Iemand moet hem
belasterd hebben', 9
'Dus dit is mijn vader',
10
'En de wind rustte uit',
10
Kom,
Antoine de (1956)
[Gedichten], mei 2001, 642, 21-22.
De
thuiskomst van Cesare Borgia: 'thuis cesare doe alsof je thuis', 21
Cacata
carta: 'zo dan? gaius? .... dit wordt niks. jij zong', 22
[Gedichten], juni-juli 2002, 655 [655-656], 32-33.
Waarheid
is een naakt uit Uruguay: 'naakt juana je naakte lichaam sprak', 32
Zomer
& winter nota bene bijna in hun blootje: 'hoezo is liefde loom en zomerend
en winters?
eet
jij dat', 33
Thema:
Het lichaam.
[Gedichten], februari
2003, 663, 9-10.
vanboven
vellen bruin vanonder: Ôwit je zit weer zwembroekÕ, 9
zijn
d’t dan knetterende kiemen: Ô van die fijne splinters bot beton metaalÕ, 10
[Gedichten], november
2003, 672, 9-10.
Ôdie
hun ogen even opendoen dan niet meerÕ, 9
je
liet me in het donker toe: Ôwaar bladeren als gnomenÕ, 10
giraf in syndeys dierentuin taronga
zoo, augustus-september 2004, 681-682, 33-34.
Ôzo snuffel je aan hoge rotsen
terwijl je uitkijkendÕ, 33
[Gedichten], maart 2005,
688, 8-9.
thuis
van de zilverberg: 'ben je op losgebroken betekenissen', 8
met
ruisende vleugelslag, 'kwamen ze als in een wolk witmetalen veren', 9
[Gedichten], juni-juli
2006, 703-704, 48-49.
ze
had het over groen: 'de bladeren het gras waarin ze lag', 48
je
bent het meisje met de glazen vis: 'de gele vis die heel graag vis wou zijn',
49
[Gedichten], januari 2007, 710, 28-29.
daar stonden er opeens 3
te wankelen: Ôop het droge beschuitgrasÕ, 28
hŽt probleem van de
slavenhouder: Ôis dat ie zo lijkt op zijn eigendomÕ, 29
[Gedichten], juni-juli 2007, 715-716, 45-46.
tot
ik: 'mijzelf raakte in mijn slaap', 45
bijna
stilstaand net nog stoppend: 'op een kruising', 46
'Kunnen we niet van de tijd af?',
april 2008, 725, 27-28.
na dagen al hamra, juni-juli 2010, 751-752, 53.
'waar hun wonden
eindelijk in schoonheid'
(muscat:
maart 2010)
[Gedichten], december
2010, 757, 30-32.
lichtland:
'op de valreep groet etienne zichzelf en zijn', 30
etienne:
'terwijl weer het huis van de meest omstreden 65-jarige passeert', 31
leegland:
'een korte tocht door de kille herfst voerde ons', 32
[Gedichten], mei 2011,
762, 10-12.
ergens
in damascus: 'A.D. 2011: wij aten in ene licht turkooizen zaal', 10
bij
de ingang van de citadel: 'werden wij ontvangen', 11
het
is de dag van de arabische liga: 'en onlangs vond men', 12
[Gedichten], december
2014, 805, 9-10.
'het
is hier druk vandaag', 9
(Leo
Vroman 1915 – Dallas/Fort Worth Airport Delta Skylounge 8 May 2014)
'Have
you ever', 10
(Leo
Vroman 1915 – over the Atlantic on Air France 10 May 2014)
[Gedichten],
augustus-september 2016, 825-826, 34-36.
ÔIk kan me wel aanhoudenÕ, 34
Ôhet waren weer de schuurmachinesÕ, 35
Ônog iets nodig voor de
inrichting?Õ, 36
Komrij, Gerrit (1944-2012)
[Gedichten],
november 1965, 220, 34.
Weigering:
`In een museum loopt men langs veel lijken'
Willem
Kloos: `Er zijn in Oostenrijk veel hoge bergen'
[Gedichten],
februari 1966, 223, 16.
Du
musst verstehn: `Als kind vond je een puntenslijper 't fijnst'
Droom:
`De opperman verkracht zijn korifee en'
Kloostertuin:
`We gaan vanavond naar de Zomertuinen'
[Gedichten],
augustus-september 1967, 238, 38-39.
Weerzien:
`Valt er van dit weerzien iets te hopen?', 38
Niet
naar de dierentuin: `We plukten appels van wildvreemde bomen', 38
Vergeetachtigheid:
`Wee mijn Jozef, driemaal as op mijn hoofd!', 39
Slakkenhuis:
`De melkkruk werd op een zekere dag zo groot', 39
[Gedichten],
november 1967, 240, 33.
Hond:
`Je wandelt op twee benen van taai-taai'
Agave:
`Oh agave, plant van mijn later jaren...'
Een
gedicht: `De eerste regel is om te beginnen'
[Gedichten],
januari 1968, 242, 25.
Jan
Klaassen spreekt: `vanavond heb ik toch een mens gezien'
De
ladenkast: `Bij aller volken tal is de nieuwsgierigheid'
Vijf
gedichten van de Spiering en de Windbuil, maart 1968, 244, 18-20.
1.
`Het oude hotel was bezet tot aan de vliering', 18
2.
`"Nee mijnheer, ik kan u niet betalen", zegt', 19
3.
`"Ga je weer gek doen?" vraagt de Spiering beducht', 19
4.
'Soms heeft de Spiering van die vuige dromen...', 20
5.
`Ze hebben weer eens ouderwets gelachen, toen', 20
[Gedichten],
mei 1968, 246, 24-25.
Te
laat en ingevuld: `We gingen in een bos vol opgedoekte bomen', 24
Huwelijk:
`Ik stap het bordes af in een statige bruidstooi', 24
Pluimsteken:
`Ik lig bij Charles en moet een spreekwoord zeggen', 24
De
jeugd van mijn held: `In ieder dorp stond nog een watertoren', 25
[Gedichten],
januari 1969, 254, 37.
De
reuze overbodige dood van Malle Jopie: `Je was jong nog, toen jouw zuster
stierf'
Danse
macabre: `Hij heft, van tafel opstaande, het helder glas'
Reclame,
zo'n kunst: `je liep met Jezus door de Kalverstraat'
[Gedichten],
mei 1969, 258, 33.
De
dood als vaas: `De dood is als een vaas, waarin je valt'
Op
je rug: `Het is of je een commode op je rug draagt'
Vijf
gedichten, augustus-september 1969, 261-262, 19-21.
Eoos
en de cycloop: `Toen de fanfare op een ochtend aan je deur', 19
Dodenpark:
`We wandelden des avonds door de tuinen', 19
Zang
van de gebroken ogen: `Is niet de kist de voorruste des grafs?', 20
Het
stervensuur van een veertigjarige tot zijn verzamelde vrienden: `Wacht u voor
een natuurlijke dood; het bot', 20
Met
nat zeil: `je stopt twee anjelieren in je oren', 21
[Gedichten],
juni-juli 1970, 271-272, 44.
De
ziekenbarak: `je vraagt je af waarom je altijd maar'
De
verhuizing: `'t Begon eerst zo onschuldig; toen we met onze'
Bruiloftsfeest,
februari 1971, 279, 20-21.
Zeven
uur: `dat 't feest beginnen zou, dat stond wel vast', 20
Negen
uur: Het onkruid van de broodjes is gewied', 20
Elf
uur: `Haar sluier stond nog altijd even strak', 21
Een
uur: `Toen, na het bruiloftsfeest, de allerlaatste gast', 21
[Gedichten],
juni-juli 1971, 283-284, 25-26.
Een
boodschap: `je ging de stad in om een schemerlamp', 25
Weg
met alles: `Je had jezelf nog wel zo voorgenomen', 25
Aan
tafel: `Opeens zag je de slangen overal kruipen', 26
Lampionnen
en guirlandes: `Varend op een versierde staatsiesloep', 26
[Gedichten],
oktober 1971, 287, 37-39.
Een
glaasje melk: `Deze man gooit tuba's in een trechter', 37
Een
goed gesprek: `We stonden als potplanten op de straat', 37
Een
meevaller: `Hotel "De Ponderosa" was, de eerste weken', 38
Op
een vaas van Emile GallŽ: `Zo'n heel mooie vaas, je', 38
Hoop
verloren, stank bewaard: `Een soort van goddelijke bries was', 39
Een
namiddag: `Je zit, in je met goud bestikte jupe,
fr�le', 39
[Gedichten],
juli-augustus 1972, 296-297, 34-37.
Het
boze bos: 'Bij avond wordt het bos zo heel, heel anders', 34
Lyrisch:
'Wat zijn de sterren vanavond weer mooi', 34
De
wandelende reus: 'De reus met zijn machtige hoofd, dat', 35
De
rijke weduwe: 'Er was tot aan de allerverste horizon', 35
Achter
de coulissen: 'Zizi Maelstrom was een grote vedette', 36
De
dichter: 'Toen het letterkundig tijdschrift', 37
Drie
gedichten, oktober 1972, 299, 22-23.
De
praalstoet: 'Als je maar lang genoeg blijft zitten, komt', 22
De
Apollo van Elephantinopolus: 'De jongen met zijn blauwe huid, zijn dieren', 23
Doloroso:
'De bleke vrouw ("haar schoone pantoffelen"), 23
Op
de planken, oktober 1973, 311, 11-13.
1.
Waarin van Sacha Culpeppers werkelijk geheel onbelangrijke misgreep verteld
wordt: 'Culpepper was, voordat hij Zizi zag', 11
2.
Hoe Sacha Culpepper ontdekt werd: 'Als kind was sacha al vaak figurant, 11
3.
Vervolg op Hoe Sacha Culpepper ontdekt werd: 'Het daverend applaus zou hem lang
heugen', 12
4.
Waarin we Culpepper onder meer laveloos aantreffen: 'Snel verspreidt zich de
faam van Culpepper', 12
5.
Waarin Sacha Culpepper beseft dat het vrijgezellen bestaan niet altijd alles
is: 'Maar soms kwam een moment-wanneer hij naging', 13
Vijf
gedichten uit een groter geheel, ondertiteld 'Episodes uit het leven van de
tragŽdienne Zizi Maelstrom en de toneelkunstenaar Sacha Culpepper'.
De
stenen van Veneti‘, maart 1975, 328, 21-24.
Bleke
roeier op weg naar de stad: `Je zag een roeiboot van het Lido komen', 21
Het
labyrinth: `'t Was in de Calle delle Case Nove', 21
De
droom van een dorpsjongen: `Nu ken ik alle kaden, alle stegen', 22
De
stad: `Hier dolen dode vogels, zweven grandes', 22
De
stank: `Vandaag stonk alles werkelijk dubbelop', 23
In
de nacht: `De muzikanten op het Marcusplein', 23
Hutten
en paleizen: `Het is benauwd. Het is altijd benauwd', 24
Zes
gedichten, april 1977, 353, 29-30.
Koude
springstof: 'De bleke Armeni‘rs uit de fabriek', 29
De
thuiskomst: 'Ferm gedrild was de meid. Slaven en sloven', 29
Hij
danst op spijkers: 'Verzen die martelen, regels die zeer doen', 29
De
annunciatie: 'Komt hij nog? Komt hij nog? dacht ze gespannen, 30
Een
marconist smeekt de zegen af: 'Neem een gemakkelijk rijm als dat', 30
Liggend
in het gras: 'Zie hoe de Zeppelin hangt, Doodsbang', 30
Koopman, Marcel (1952)
Of zoals, oktober 2010, 755, 25-27.
'zoals'
Kopland, Rutger
Pseudoniem van R.H. van
den Hoofdakker.
Kortz,
Olga (1985)
'Het
is de drank', januari 2011, 758, 15.
als
je me kent, januari 2012, 770, 24.
'Onder lichte'
'Hoor
ik liefde', april 2012, 773, 19.
Nachtgedachte, oktober 2012, 779, 4.
'In mijn slaap'
'Jij ving'
Gestalt Switch, januari 2013, 781 [782], 23.
'De dag is'
Zomersproeten,
oktober 2013, 791, 4.
'je
zei:'
[Ketamine],
december 2013, 793, 19.
'Ik heb het uitgemaakt met ketamine'
Weer geil,
maart 2014, 796, 38.
'Een beetje vermoeiend'
[Gedicht],
augustus-september 2018, 849-850, 20.
Opeens
twee jongens: Ôgetroffen door horizontale bliksemÕ, 20
Korteweg, Anton (1944)
`vooral
als ze de zachte handen slaat', februari 1970, 267, 19.
Aus
dem Sterbregister der Pfarrei St. Jacob ob der Tauber, augustus-september 1970,
273-274, 34-36.
1.
`op de leeftijd van 54 jaar min 7 weken', 34
2.
`Anna Maria Bierhalsin, eerzame echtgenote', 34
3.
`de eerzame George Meder, vorstelijk paardeknecht', 35
4.
`6 september werd Zacharias Schalck', 35
5.
`25 januari stierf Johann George Tillui', 36
Unofficial
history, januari 1974, 314, 30-31.
Le
gŽnie du christianisme: 'Op 16 Maart laatstleden werd', 30
Schertsenderwijs:
'Te Boworok, Rusland, overleed onlangs', 31
Salpin-organon:
'De heer G. van Oeckelen heeft', 31
De
gegevens voor 'Unofficial History' zijn ontleend aan de Overijsselsche Courant, 29-04-1825.
[Gedichten],
februari 1991, 519, 39-40.
Leiden:
'In Leiden hou ik het graag simpel en hetzelfde', 39
In
den vreemde: 'Den Haag. Ik voel me er zo ver van huis', 39
Aldaar:
'Niet in de juiste tijd', 40
Johannes
Vermeer, Meisje met een tulband: 'Ze lijkt wel voorheen God !-de ogen van', 40
Teylers:
'Bij Katwijk aangespoeld, lig je in Teylers', 40
[Gedichten],
mei 1991, 522, 39.
Tunnels:
'Gebruik de tunnel, staat er, en, die raad gevolgd'
Crematorium:
'Je gaat er met de bus of tram naar toe'
[Gedichten],
oktober 1991, 525 [527], 25-26.
Vreemd:
'Onlangs, tussen Sittard en Weert', 25
Succes-agenda:
'Op de 26ste dag', 25
2
SAMUEL II, 2-6: 'Omdat wij branden van nefast verlangen', 26
Goede
strijd: 'Hoezo goed? Wat gestreden? Waar ik niet tegen', 26. Juiste versie:
528, 46.
Raad:
'Melancholie des onvermogens? Nee, niet meer', 26
Goede
strijd, november 1991, 528, 46.
'Hoezo
goed? Wat gestreden? Waar ik niet tegen'
Correctie
van 525 [527], 26.
[Gedichten],
juni-juli 1997, 595-596, 54-57.
Oor:
'Van al wat er hoort bij een hoofd', 54
Air-wick:
'Alles wat ons niet bevalt', 55
WerkcoupŽ:
'We moeten, zegt ene heer met snor', 56
Fietsend:
'Knalhard in de herfst schiet mijn voorband', 57
[Gedichten], november
1998, 612, 38-40.
Ongelijke
strijd: 'Aan de andere
kant van het net', 38
Troost:
'Als hij zijn sterke punten goed gebruikt', 39
Plok:
'Het gezicht van het oog', 40
[Gedichten],
februari 2001, 639, 29-30.
Congres
in Dakar: 'In wat ooit een weverij', 29
Vinden:
'Al jaren niet meer stom van jongigheid', 30
[Gedichten] februari 2001, 639, 29-30.
Congres in Dakar: 'In wat
ooit een weverij', 29
Vinden: 'Al jaren niet
meer stom van jongigheid', 30
[Gedichten], maart 2005,
688, 16-17.
Aan mij de toekomst: 'Als
blijkt dat ik niet iemand was', 16
Zestig: 'Tienduizend
morgens nog, denk ik.', 17
[Gedichten], maart 2007, 712, 26-27.
Komt goed uit: ÔIk woon
in een wijk met beschaduwde lanenÕ, 26
Alles goed: ÔLeuk aan zo
lang al samenÕ, 27
Gesprekje:
ÔMoet ik bij leven zelfÕ, 27
[Gedichten], , februari 2008, 723, 24-25.
Na jaren weer
eens met mij: 'Ik ben na halfslachtig verweer', 24
Voor de brug:
'Ik moet wachten en zie tot mijn schrik', 25
[Gedichten], december
2010, 757, 20-22.
Eigen
schuld: 'Als ik een bosje ranonkels', 20
Gloeiend
aaneengesmeed: 'Na nogal wat zelfmutilatie', 21
Pijn:
'Pijn is strikt verticaal:',
[Gedichten]
februari 2012, 771, 18-19.
Verstand op nul: 'Vandaag naar A, morgen naar B, op C volgt D,',
18
Onderweg: 'Koeien, gestoord, staan krakkemikkig op;', 18
Samen op weg: 'Nooit zit er eens een steentje in haar schoen', 19
Inwoner, juni-juli 2014, 799-800, 37.
'Beschouw hem als je gast,'
[Gedichten],
oktober 2016, 827, 21-22.
Door
struiken heen en heg: ÔDe weg is doorgaans oneffen,Õ, 21
Wat
moet hij anders: ÔHij golft, hij bridget, stemt op de VVD,Õ, 22
Moest
dat nou zo?: ÔVanuit Het Niets kon het toch alle kanten op?Õ, 22
[Gedichten]
oktober 2019, 863, 16-19
Een pleidooi voor inpandige afbouw: ÔIk begrijp het allemaal welÕ, 16
Over wat ik beter hoor met apparaatje achter ieder oor: ÔSinds kort
draag ik tussen elk oor
en hoofdÕ, 17
Saldo: ÔIk loop op mijn armen met stokkenÕ, 18
Opstaan: ÔEenmaal de dag in geduwdÕ, 19
[Gedichten],
december 2020, 877, 18-20.
De
schrijn van Hagestein: ÔBoven mijn afgematte lijf een vluchtÕ, 18
Brasserie
Streek, Culemborg: ÔEen eersteklaswagon van voor de Grote OorlogÕ, 19
Fijn
mens: ÔSta me vol ongemakÕ, 20
[Gedichten},
juni/juli 2021, 883, 29-32.
Niet
eerlijk: ÔWe zijn al aan Õt verzakken; de spinnenÕ, 29
Boomer
Narcissus op Aarde: ÔAarde: vervaarlijk rond.Õ, 30
De
parel aan de Lek: ÔJe ligt gewoon aan de Lek,Õ, 31
De
oester aan de Lek: ÔGeen stadje in ons als een pannenkoekÕ, 32
Kossmann, Alfred
I
remember Anna, februari 1964, 199, 19-20.
`Toen
ik dat las, Cornelis Bastiaan'
Bevat
het gedicht 'Made in Rotterdam' van C.B. Vaandrager, Gard Sivik, p.32.
Kouwenaar, Gerrit
[Gedichten],
november 1966, 230, 25-27.
Thuiskomst:
`haast of je thuiskwam', 25
Ervaring:
`De stad verlaten, motoren en gras maken onbehagen', 25
Feit:
`De nauwkeurigste vorm van de wartaal', 26
Niets
is alweer onwaar: `De werkelijkheid doet maar wat', 26
au
au: `Ik eigen mij niets toe', 27
[Gedichten],
juni-juli 1967, 237, 28-29.
Goede
zomer: `Ruikend creosoot in de veroverde badkuip', 28
Het
woord vreselijk: `Het woord vreselijk : eertijds vertaald', 29
[Gedichten],
februari 1969, 255, 17-21.
Zie
de dagbladen: `Schrijvend aan een collega', 17
De
generale lijn:
1.
`Als men een broer heeft moet men hem vragen', 18
2.
`alle steden van toen zijn duurzaam', 18
3.
`men herinnert zich een middenstandsstraat', 19
De
moeilijkste naam; `De moeilijkste naam had loewie', 20
Drs
van Schaffelaar: `Hoewel de stenen marva van de generaal', 21
[Gedichten],
juni-juli 1971, 283-284, 31-33.
Heel
helder: `Heel helder kegelt hij de mist van tafel', 31
Decor
in drie bedrijven:
1.
`Hetzelfde decor als gisteren', 31
2.
`tussen gisteren en nu was het donker', 32
3.
`vandaag hetzelfde decor', 32
Theedrinkend
in omgeving: `De vlieg zoemt in de zomer', 33
Krol, Gerrit
Verzekering,
25-10-1961, 128, 13.
'Hoort
hoort het avontuur dat mij'
[Gedichten],
juni 1964, 203, 44.
Een
nieuwe kennis: `Het was een lange meid'
Fortune:
`Ik wacht op de thee en lees in Fortune'
God,
september 1964, 206, 29.
`Het
laatste nieuws van de theologie'
Athletiek,
november 1964, 208, 40.
`Junior
heeft gelopen'
Rest,
december 1964, 209, 27.
`een
vrouw, wat is een vrouw'
Zeven
gedichten, januari 1965, 210, 18-21.
Ontmoeting:
`Opnieuw moesten wij, noodlot', 18
November:
`Er dringen geen geluiden door', 18
Landschap:
`Ik ben na jaren', 19
Het
nieuwe kanaal: `Ik weet het niet, de aarde', 19
Kleine
oorlog: `De illegalen zijn weer gevaarlijk', 19
Delfzijl:
`Het spoorbiljet werd in de trein reeds afgegeven', 20
Uit
het tekenboek van Rauh: `Voorop de vleermuis die in vallende staat', 20-21
Het
meisje van Steinberg, maart 1965, 212, 19.
`Het
meisje van Steinberg gezien'
[Gedichten],
juli-augustus 1965, 216-217, 40.
Niet
te beschrijven: `Niet te beschrijven'
Gesprek:
`Het is mijn hulpvaardigheid'
Het
stappertje, november 1965, 220, 27.
`Zijn
been gooit hij naar voren'
[Gedichten],
december 1969, 265, 25-26.
Over
ijdelheid: `Wie met een revolver schiet', 25
Over
onze relatie tot de dieren: `het vogeltje dat op een tak zit', 25
Over
bepaalde voornemens: `Bijv. wat ik altijd wil maken is', 26
[Gedichten],
april 1970, 269, 3-5.
Over
het nut van een afbeelding: `Ik denk in dit verband aan', 3
`Over
het meisje dat ik in', 3
De
nieuwe ader: `Een stoel, bijv. een kantoorstoel', 4
N.a.v.:
Stephan von Huene's `Foot' (leather, wood), 1964.
Heb
ik aanleg voor wetenschappelijk onderzoek?: `ja', 5
[Gedichten],
augustus-september 1976, 345-346, 24-26.
De
onvoorstelbare rijkdom van het dagelijkse leven: 'Om een voorbeeld te noemen:
Marie, hoe zij', 24
Carlos
en de IBM: 'Toen wij in Poughkeepsie, USA', 24-25
Groningen:
'Ach, die steenkoude winternachten dat ik', 25-26
Tweede
klas: 'Wat ik wel 's zit te doen in de trein', 26
Opdracht:
Voor Ellen.
Krijgsman, Esther (1967)
[Gedichten],
mei 2017, 834, 39-40.
Drie
gedichten:
I:
ÔMijn moeder is mijn naam vergeten, plaktÕ, 39
II:
ÔDe kamer is ineens te klein voor wat ik zeggen wil.Õ, 39
III:
ÔHet was november en jij vielÕ, 40
Kuijten, AndrŽ
[Gedichten],
29-12-1961, 137, 14.
Short
story: 'Wachten heeft geen zin'
Na
de overwinning: 'De mist die het raam snijdt'
Vlucht
voor de herfst: 'De vogel vind je gevlogen'
[Gedichten],
07-03-1962, 144, 8.
Mare:
`na al te lange vrede'
St
Michael: `Als dan de slag gewonnen of verloren is'
[Gedichten],
28-03-1962, 147, 16.
Zondvloed:
`Bij zijn ontwaken'
Einde:
`Stroomt dood'
[Gedichten],
09-05-1962, 153, 12.
Slaapt
alleen, tenslotte: `Die niet meer weet'
Einde:
`Een grote rust is over hem gekomen'
Liefde
voor later: `Liefde voor later? van dit ogenblik'
Drie
losse gedichten, 20-06-1962, 159, 15.
`De
regen reikt hoger'
`Als
je ingespannen luistert'.
Opdracht:
Voor J.G.T.
`Tijd
is onder hem uitgelopen'
[Gedichten],
25-07-1962, 164, 8.
Brief:
`Ja, ik heb je wel herkent'
Voor
S.V.: `Jazz zou je doof moeten maken'
Drie
gedichten, 24-10-1962, 177, 13.
Hier
een: `die het tijd vindt af te rekenen'
Gene
zijde: `Voorzichtig, maar onvoorstelbaar'
Het
regent: `witte vlekken en vals licht'
Hightide,
17-01-1963, 186, 35.
'From
Es Vive to Figueretas-hill'
Engels.
Bij
gebrek aan beter een angstig gedicht, mei 1963, 190, 42.
'Heb
ik liefde gewild, en gekregen?'
Kuik, Dirkje (1929-2008)
[Gedichten],
maart 1964, 200, 38.
Onder
de naam William D. Kuik.
Uitzicht:
`Gespiegeld in dun vensterglas'
Voor
Tollens: `Het grauwig schilderij van thorax, voorhoofd'
Stilleven:
`Opgesteld naast de koperen salamander, het rookstel'
Geesten
bestaan, april 1964, 201, 40.
Onder
de naam William D. Kuik.
1.
`Als Teetje, uit de mast geslagen'
2.
`Inderdaad, het leven telt, geesten bestaan'
[Gedichten],
juni 1964, 203, 26.
Onder
de naam William D. Kuik.
Oud
model: `Een eendenmossel in vloed'
Ongewenst:
`U kunt niet meer verlangen'
Houtsnijder:
`Hij sneed zichzelf in hout'
Utrechtse
figuren, juli-augustus 1964, 203-204 [204-205], 28.
Onder
de naam William D. Kuik.
Mechanisch
orgel: `Aan De Meester'
Opdracht:
Voor Ton Bruynel.
Een
oude man klaagt
1.
`het is onwaardig heer
2.
`jarenlang schreef ik, o heer'
Opdracht:
Voor de oom van Willem van Malsen
Retour:
`Zie ik de esdoorn in de tuin'
[Gedichten],
oktober 1964, 207, 33-34.
Onder
de naam William D. Kuik.
Opening
van een expositie: `Noch het kennersrot aan deze verlopen geschiedenis', 34
Met
notitie op pagina 34.
Aangevreten
asphaltcopie: `De vrouw in cr�pe de chine verlept als een cyclaam', 33
Met
notitie op pagina 34.
Voor
Cynthia: `Cynthia, de vale rode vos', 33
Anecdote:
`het lichter dan water', 33
De
splijtzwam: `De splijtzwam is nog niet gekist', 34
Opdracht:
Voor Mevrouw A.B.
Triptiek
voor een oude amateur: `nadenkend staart de oude man', 34
Mislukte
ets: `Dode glazenzemer', 34
4
december, december 1964, 209, 21.
Onder
de naam William D. Kuik.
`Nu,
boven, zong het kinderkoor van Jacob Hamel'
[Gedichten],
februari 1965, 211, 18.
Onder
de naam William D. Kuik.
Atjehganger:
`De vijver ligt zo stil'
Zoon
van Saul: `Mephiboseth krauwelt zich voorzichtig'
De
egel, maart 1965, 212, 32.
Onder
de naam William D. Kuik.
`Naast
de muis met handen, de dode mol'
Aftocht,
mei 1965, 214, 17-18.
Onder
de naam William D. Kuik.
1.
`De photograaf liet zich betalen', 17
2.
`Hoog boven op de rotte houten spoorbrug', 17
3.
`Weg is die spijker, zet je petje af en veeg je neus, 17
4.
`Men lost de wacht af bij de volle kolenschuit', 18
Nature
Morte: `Stil eenzelving oerwoud', 18
Iets
als de charge van de lichte brigade of de kurassiers van Rezonville voor mijn
overgrootvader, 26, 27, 28 november 1812, mei 1966, 226, 14.
Onder
de naam William D. Kuik.
`Het
is niet meer dan nutteloze lont'
[Gedichten],
februari 1967, 233, 29.
Onder
de naam William D. Kuik.
Estheet:
`De kazuifel geeft met het geduldige uiterlijk van de nijvere wever'
Voor
Horatius: `Van verse snijbloemen houd ik niet'
[Gedichten],
april 1967, 235, 25.
Onder
de naam William D. Kuik.
Goedkoop
eethuis: `Spiegel is opoe'
Voor
Kuyper: `Ik zit en zie het uit lijn twee'
Voor
Walter: `Eigenlijkheid houd ik van de winter, Mitty'
Volgens
ValŽry, augustus-september 1967, 238, 54.
Onder
de naam William D. Kuik.
`De
dieren des velds'
Winst
en verliesrekening voor x, y, z en enige Venetianen, april 1968, 245, 30.
Onder
de naam William D. Kuik.
`Men
rijpt als een goede appel'
Met
notities.
[Gedichten],
oktober 1968, 251, 26.
Onder
de naam William D. Kuik.
Anecdote:
`Nu pas hoorde ik het verhaal'
Aangeschoten
herfst: `Als de blaren weer opgejaagd worden'
[Gedichten],
januari 1969, 254, 38.
Onder
de naam William D. Kuik.
Piep.
Een vormstudie: `Piep, piep, piep, piep (lang)'
Vlaams
volksvertelsel: `Achter het bureau, mahonie, de dwaas'
Weegschaal:
`Men kan worden'
Opdracht:
Voor mijn dove Oom S. en Betjeman.
Reisverhaal
voor Waldemar, oktober 1969, 263, 23-24.
Onder
de naam William D. Kuik.
1.
Proloog: `De roerdomp knijpt', 23
2.
Utrecht afbraak van de Jansstraat: `Emmich Emmanuel', 23
3.
R¿dbyhaven: `vroeg staat de autobus voor het station', 23
4.
Gezicht op het eiland Taasinghe: `De verborgen vijver, het klateren van de
beek', 24
5.
Svendborg: `Onvolwassen sta ik te denken', 24
6.
Broholm: `tegen de avond draaien de zwanen', 24
[Gedichten],
maart 1970, 268, 20-21.
Onder
de naam William D. Kuik.
Wandeling:
`hang de huik, hongerige meeuw', 20
Huiselijk
vergezicht: `De zuil, verbrokkeld beeld', 20
Zeegezicht:
`De zee staat dof', 21
Historie:
`gauguin', 21
Buiten
tekenen, december 1970, 277, 31.
Onder
de naam William D. Kuik.
Leesbibliotheek
Roundstone: `Kijk vreemdeling duidelijk'
Baai
van Roundstone: `In het houten huis droomt'
[Gedichten],
februari 1978, 363, 29-30.
Onder
de naam William D. Kuik.
Tweegesprek
op een Leidse schuit: 'Krombenige bedaarde wandelaar, bedenkelijke jager', 29
Opdracht:
Voor moeder Aagje
Schoonvader:
'Zijn vader, boer, verachtte hem', 29
Lief
dier: 'Maar Potter mevrouw, laat ze de lieve dieren', 30
Theetuin
in de avond: 'De hoed op de bleke maan', 30
[Gedichten],
november 1978, 372, 30-31.
Onder
de naam William D. Kuik.
Ode
aan de Rijnlaan, 30:
1.
'Dat vond ik wel aardig, het logeren'
2.
'Krombenig is het kind en mager is de tante'
3.
'Ik geloof mijn vader was haar zeer genegen'
Opdracht:
Voor Tante Jans
Reis
naar het Noorden: 'De kat zat op mijn schoot', 31
Opdracht:
Voor F.
Beloofd
land: 'Luie witte huizen klimmen', 31
Opdracht:
Voor Shekel.
[Gedichten],
juni-juli 1980, 391-392, 25-26.
Namiddag
bij de buren: 'Soms, men kent ik denk het zeverige moment', 25
Biedermeier:
'het is een aardig stukje schilderwerk', 25
Opdracht:
Voor Kšpke
Klein
Arkadi‘: 'Kom lente-achtig koel zomer', 26
Opdracht:
Voor Eva Kuyper.
Het
zwart konijn, januari 1982, 410, 20-21.
'Van
lappen tekkels, het speelgoedbeest'
Opdracht:
Voor Lonneke Uittenbogaard.
[Gedichten],
oktober 1982, 419, 21-24.
Cornelia,
het meisje uit de ABC-straat: 'Cornelia is een glas, gebroken', 23
Liedje
voor de poes: 'Wat zit je toch te dromen puntoor miezel', 23
Uithangbord:
'In een schuitje kun je roeien af en aan', 23
Met
bijbehorende rijmprenten van de auteur, 21, 22 en 24.
Het
huis, april 1983, 425, 12-16.
1.
'Men komt terug, een wandeling aan zee', 13
2.
'Verborgen is het kind', 15
3.
'Lees jij dat, de moeder spot', 17
4.
'Het huis je bent het zelf, erken', 17
Met
illustraties van de auteur, 12, [14], 16.
De
deense dog, mei 1985, 450, 28.
'Het
voorjaar in de handen, een po‘tisch beeld'
Australisch
soldatenliedje, februari 1991, 519, [2].
'Een
blikken pispot op je hersens'
Kuik, William D.
Zie
Dirkje Kuik.
Kunst, Jos
Zeven
gedichten tegen de dood, april 1979, 377, 30-33.
Theodicee:
'De bleke bulgod zwijgt en zweet. Zacht raast zijn adem', 30
Afstand:
'De boom en de muur staan in de vochtige schaduw', 30
Tweede
lichaam: 'De krachtpop sluit. Het hoesten kan niet doorgaan', 31
Stalingrad:
'Ik weet nog wel, hoe nacht en licht', 31
Hoogtevrees:
'In mijn borst beweegt een dikke bloeder', 32
Wachten
is waanzin: 'O, 't walglijk water van de zee te moeten drinken', 32
Mineraal:
'Uit een steen komt tenslotte niets meer dan zwaarte', 33
Negen
gedichten tegen de dood, juni-juli 1979, 379-380, 43-46.
Osiris:
'De kleine ritselregen en de witte lucht omgeven', 43
Subway:
De krans van onlicht neonlicht om wat ik zie', 43
Offerdier:
'De regen valt vanzelf rechtvaardig maar zo moe', 44
Worm:
'Er groeit een lange worm in mij, die mij verandert', 44
Wachtkamer:
'het is nog precies als het vroeger was', 44
Nature
Morte: 'Ik leg het moede hoofd maar in de brijpot neder', 45
Kauwen
en slikken: 'Luister glas tegen tandbeen brekend trekt geen bloed', 46
Bepaling:
'Stelsels van planken huilend van de trap', 46
Uitworp:
'Vaarwel godskwal vliegend door de hoge nacht', 46
Acht
gedichten tegen de dood, oktober 1979, 383, 36-39.
Masker:
'Gelaagd als smeltsteen maar door eigen groei ontzet', 36
Tussenwezens:
'Het lichtvliegt aan horizontaal en grijpt de regen', 36
Castricum:
'Hitte verstoft zonlicht niet te ademen dik', 37
Net
als iedereen: 'Ik strek mijn lijf en nek geknepen droge erwten', 37
Afscheidswoorden:
'In godsnaam opstaan en weggaan om eindelijk', 38
Ondode:
'Mijn bloed is koud en hol en voelt de oude honger', 38
Max
Ernst: 'Rest van het ruwe schaamhaar van de oude aarde', 39
DCLXVI:
'Toen ik ontwaakte in een wereld zonder leven', 39
Zes
gedichten tegen de dood, december 1979, 385, 17-19.
Monument:
'Dit urinoir bewaart de doodstrijd die de kaalklem', 17
Impasse:
'Glas kan van licht geheel doorschenen zijn toch kaatst', 17
Feiten:
'Kijk alle mensen zijn verwisselbaar ze wandelen', 18
Oorsprong:
'Lopend door lege huls van stilte en geluiden', 18
Binnen
& Buiten: 'Onder zijn gladde huid is deze kleine steen', 19
Final
stage: 'Parklandschap met bejaardenoordengroen', 19
Zeven
gedichten tegen de dood, februari 1980, 387, 12-14.
Vesting:
'Dit stenen huis groeit verder dicht en harder', 12
Novalis:
'Een verre lucht van bijna wit en bijna blauw', 12
Po‘tica:
'Ik lees wat ik lees voorbij en ik val', 13
Vector:
'Je warm en donker bloed trekt door je heen ik struikel', 13
Niets
en niemand: 'Niets wat ik weet zal bij me blijven, niemand blijft', 14
Niet
voorbij: 'Niets wat ik weet zal bij me blijven niemand blijft', 14
Levensloop:
'O moeder gebakje niemand weet wat hij moet', 14
Opdracht:
Voor Jacques Northe.
Dryade,
april 1980, 389, 3-7.
'Zie
deze zachte zaal, verzamelplaats van mensen'
Zeven
gedichten tegen de dood, oktober 1980, 395, 27-29.
Maieutiek:
'Bloed van mijn denken, buitenwereld, ik wil niet', 27
Steniging:
'Ik vlucht op handen en voeten uit voor de vliegende wind', 27
Opdracht:
Voor Jan Vriend.
Eendvogels:
'Macht van de vleugels die de wind gevangen', 28
Sirius:
'O hondsster midden in de sprong gedood', 28
Exit
1: 'Vogels waaiblaren woedend door het straatravijn', 28
Exit
2: 'Vogels waaiblaren woedend door het straatravijn', 29
Exit
3: 'Vogels waaiblaren woedend door het straatravijn', 29
Penthesileia,
maart 1981, 400, 19-20.
1.
'Weidelandschap/Hoogspanningsmasten', 19
2.
'Weidelandschap/Met schrijdende hoogspanningsmasten', 19
3.
'Weidelandschap/Met schrijdende hoogspanningsmasten/Van horizon tot horizon. De
dageraad', 19
4.
'Weidelandschap/Met schrijdende hoogspanningsmasten/Van horizon tot horizon. De
lucht is ijl', 20
5.
'Weidelandschap/Met schrijdende hoogspanningsmasten/Van horizon tot horizon,
hoog, ongerept', 20
Thebaide.
Een leerdicht, maart 1983, 424, 3-6.
Fragment
van 54 strofen uit een leerdicht dat meer dan duizend verzen zal beslaan.
[Gedichten],
mei-juni 1984, 438-439, 70-71.
Als
ik weg ben: 'Koeien in conferentieschakeling', 70
Geboorterecht
(naar Louis MacNeice): 'Vanaf mijn geboorte was het al mis', 70
Epithalaan:
'Wat ons nu overkomt, laat het voor ŽŽnmaal', 71
[Gedichten],
maart 1985, 448, 16.
'GROOT
donker dier, zacht rund, een aarzeling'
Goyescas
: 'ZIJN lippen zijn versleten maar nooit droog'
'ZOALS
een mens omsloten blijft in eigen'
[Gedichten],
november 1985, 456, 21.
'DUN
als een deur te moeten worden, tussen'
'WAAR
in de koelte van de watertaart'
Rectificatie,
457, 5.
Drie
sonnetten, februari 1987, 471, 19-20.
'DARM
GODS, in ons geboren, en geloogd', 19
'HARMONICA,
aanhalig, hees en listig', 19
'LIERVLINDER,
onder onhandig gehorente', 20
Drie
sonnetten, februari 1988, 483, 38-39.
1.
'BOOMWONING voor ons oude bodemvogels', 38
2.
Entropie: 'HERINNERING, een mondvol warme watertanden', 39
3.
'ZIE!-EMPERORS & DOLPHINS op de rolgordijnen', 39
Labey, Karel
[Gedichten],
december 1979, 385, 41.
Noord-Holland:
'De lucht valt in spatten op het land uiteen'
'Het
licht schijnt helder in de kamer'
[Gedichten],
augustus-september 1992, 537-538, 38-39.
Carol:
'Ruimste staat', 38
Hebertsfelden:
'Beieren is de wieg van het schaakspel', 38
De
limousine van de droom: 'Slaap-', 39
Zee:
wijd graf van dromen: 'Zee : wijd graf van dromen', 39
Labrunie, GŽrard
Drie
sonnetten, maart 1987, 472, 40-43.
Onder
pseudoniem GŽrard de Nerval.
ArtŽmis:
'La TreiziŽme revient... C'est encor premi�re', 40
Horus:
'Le dieu Kneph en tremblant Žbranlait l'univers', 40
La
T�te armŽe: 'NapolŽon mourant vit une T�te armŽe...', 41
Artemis:
'De dertiende keert weer... en 't is nog steeds de eerste', 42
Horus:
'De god Kneph rilde, en de ganse aarde sidderde', 42
Het
gewapend Hoofd: 'Napoleon zag, stervende, een gewapend Hoofd', 43
Gedichten
in het Frans-Nederlands. Vertaald uit het Frans door Jos Kunst.
Lambertus, Hans
[Gedichten],
juni-juli 1966, 227, 58.
Fossiel:
`Hij wil de dingen die'
Episode:
`Ik weet wel dat hij'
Affiche,
oktober 1967, 239, 11.
`Er
zijn oude affiches'
Lammes, M.
Een
zonderling, februari 1964, 199, 21.
`Een
Zonderling, die Beek'
Lauxtermann, Edwin
[Gedichten],
december 1988, 493, 34-35.
Troost:
'Het is een wrede wereld', 34
Over
de voor-en nadelen van pepmiddelen: 'Mijn nachten zou ik niet, 34
Feestje:
'Ik heb overal mijn', 35
[Gedichten], december 2000, 637, 30-31.
frsk: 'meest plat land',
30
gemist: 'de geur van
gier', 31
[Gedichten], mei 2001, 642, 13-14.
Eerste zon: 'ben ik een
kind', 13
Onderweg: 'als de buien
even verwaaien', 14
[Gedichten], januari 2003, 662, 24-25.
Triumph des Willnes: Ôen
dat hij altijd gelijk hadÕ, 24
ÔMother NatureÕs SonÕ:
Ôde ondergaande zonÕ, 25
[Gedichten], mei 2002, 654, 27-28.
Vakantie: 'tot niets', 27
Serenade: 'je lach', 28
[Gedichten], mei 2004, 678, 20-21.
Mantgum: 'zo trouwhartig op tijd', 20
In de roemte is te weez'n: 'op bergen
ben ik heel gauw', 21
Opdracht: Voor Berend Groen, schilder
(1947-2003).
[Gedichten], november
2005, 696, 39-40.
Zolder: 'man op zolder', 39
Man op zolder (bij een schilderij van
Barend Blankert): 'man op zolder', 40
Lecompte, Delphine (1978)
[Gedichten], augustus-september 2010, 753-754, 9-10.
Haar is een bange ik:
'Ken je haar?', 9
Vandaag ben ik
onoplosbaar: 'Wat heb ik vandaag meegemaakt?', 10
[Gedichten], augustus-september 2012, 777-778, 14-17.
Ik loop stervende rond in
een klappertandende wereld: 'Ik wandel naar mijn moeder', 14
Broer zijn zonder hulp
van bulten: 'Terwijl ik wacht op de werking', 15
Ik ga slapen om mijn
werkappel te verdienden: 'Om dichter bij mijn ontbijt te geraken', 16
Bijna iedere dag is niet
mijn verjaardag: 'Wanneer ik wakker word slaapt hij jarig', 17
[Gedichten], april 2013, 785, 14-15.
Ben jij ook een lezer van
oude brandweerkalenders?: 'Waarschijnlijk zul je dit niet geloven', 14
De meeuwen krijsen alsof
ze optimistisch marktkramers verachten' 15
[Gedichten],
augustus-september 2013, 789-790, 8-10.
Bij de makreel o wee:
'Bij de makreel word ik aangesproken door een kind', 8
Herkauwers op zoek naar
Satan: 'Mijn nicht gooit een appelsien', 9
Mijn moeder, mijn
facebookvriendin: 'Toen mijn moeder nog geen vriendin was', 10
[Gedichten], november 2013, 792, 42-43.
Ik heb mij nog nooit
verveeld in een droom: 'Ik ben de enige paardenhater in de isolatiecel' 42
De wildernis gemist:
'Vandaag zou ik graag een stam vinden', 43
[Gedichten], februari 2014, 795, 48-49.
Peuter en graaf: 'Het is
donker en ik peuter keutels uit het verlamde lichaam', 48
De orgeldraaier verliest
de zin van het zwengelen: 'De orgeldraaier heeft geen zin meer om te leven', 49
[Gedichten], juni-juli 2014, 799-800, 19-22.
Carnaval is niet vulgair,
mjin muze evenmin: 'De twee meeuwen op het dak van de profetische glasblazer',
19
Bagger en buidel: 'Na het
werk toont Veerle de gedichten van haar man', 20
Hoe heette God toen je nog sprakeloos was?: 'De vijf foto's van mezelf zijn
foto's van vijf Katholieke feesten',21
Moeder met jachthond: 'Ik
ben een moeder met een jachthond', 22
[Gedichten], oktober 2014, 803, 17-18.
Een hond en een
internetverbinding: 'Ik heb een hond en een internetverbinding', 17
Hik in het donker: 'Kind met de hik in het donker', 18
[Gedichten], januari 2015, 806, 30-31.
Ik vergeet altijd de
kleur van je ogen: 'Na de tonijnsalade sluit je je ogen', 30
Ouzo en Oost-Duitse
jolijt: 'In het Grieks restaurant probeer ik de Duitse gasten te haten', 31
[Gedicht], maart 2016,
820, 4.
De man met de hamer: ÔDe man met de hamer
kwam elke avond binnenÕ, 4
[Gedichten], juni-juli
2016, 823-824, 7-8.
De badstad die ze vergaten: ÔDit is de
badstad die ze vergaten te bombarderenÕ, 7
Ik streel zijn manen: ÔIk streel je manenÕ, 8
[Gedichten], december
2016, 829, 5-7.
Kerststalmoord te
Brugge: ÔDe reden van de ruzie is de kerststalÕÕ, 5
De geruchten over mijn
pyromanie zijn sterk overdreven: ÔIk zie mijn moeder in een weideÕ, 6
Vrouwen en hun beste
plekken of woorden: ÔIk loop rond met een naam die niets betekentÕ, 7
[Gedichten], maart 2017,
832, 41-42.
Meeuwen apen
zeemvellen na: ÔHet geluid van meeuwen als een salvo zeemvellen op te glad
glas, 41
Vragen vervagen op matrassen: ÔEen triomfantelijke tycoon geeft me een
liftÕ, 42
[Gedichten], juni-juli 2017,
835-836, 34-37.
Eeuwig rusteloos: ÔIk
ga naar de woestijn en ik neem mee:Õ, 34
Moeder van een wafelijzer: ÔOP een plek waar enkel mensen zonder
tongenÕ, 35
De dood is een tijdverdrijf als een ander: ÔEen mooie werkman spuwt op
het grafÕ, 36
Jammer dat ik altijd mezelf blijf: ÔIk probeer je uit te leggen waaromÕ,
37
[Gedichten], december
2017, 841, 15-16.
Zijn rode bromfiets:
ÔWe maken een ritje op zijn rode bromfietsÕ, 15
Je bent messenwerper
noch krokodil: ÔJe bent een melkboer, maar je maakt me wijsÕ, 16
[Gedichten], april 2018,
845, 13-14.
Een van JezusÕ
beulen: ÔJe ontmantelt een raamÕ, 13
Niemand wil zijn
ouders dragen: ÔIk hou van zoete aardappelen en van tapirhuidÕ, 14
[Gedichten], november
2018, 852, 5-6.
In het oerwoud van
onze verveling: ÔSoms leef ik in de jungle van je hoofdÕ, 5
Ik ben niet
verantwoordelijk voor mijn smaken: ÔMijn ouders zitten vol bloed, maar dat
kan
ik niet gelovenÕ, 6
[Gedichten], februari
2019, 855, 39-40.
Gekoesterd door een benzinepomp,
39
Parijs werd door
mijn moeder uitgevonden, 40
[Gedichten], januari
2020, 866, 22-24.
De zwarte beha die een strandherinnering werd: ÔDe bovenbuurvrouw van de
voormalige
vrachtwagenchauffeur drinkt sherryÕ, 22
God, wees eens wat meer betrokken: ÔIk vraag me soms af of God wel iets
aan me heeftÕ,
23
De mannen in mijn leven kunnen een puntje zuigen aan de vrouwen in mijn
leven: ÔZo
begint de dag: een vos pist tegen de laagst hangende braambessenÕ, 24
[Gedichten], mei 2020,
870, 24-26.
Doorzichtige zalf in Macedoni‘, 24.
Een mooie dag om een haiku te schrijven, 25.
Tussen nierbekkens en narcissen, 26.
[Gedichten], december
2020, 877, 9-12.
Het kan geen kwaad,
maar het doet wel pijn: ÔIk sta voor het ziekenhuis, mijn vader ligtÕ, 9
De moeder en het
bezeten kind: ÔHet is heet en mijn dode huidschilfers doen een schatkaart naÕ, 10-11
De nieuwe kleurloze
kameleon van de zeepzieder: ÔIk straf mezelf, ik straf mezelf elke dagÕ, 12
[Gedichten], maart 2021,
880, 10-13.
De fanfare van woede en
lust: ÔDe analfabetische jongenshoer probeert kaarsen, steunkousen,
oogbollen,Õ, 10
Rare eer, vreemde codes:
ÔEen ochtendlijke conversatie met de dappere scheepslosserÕ,12
[Gedichten], november
2021, 888, 3-5.
Helden en nijlpaarden,
moeders en ijsberen: ÔIk heb geen baby vermoord, waarom voel ik me dan zo
schuldig?Õ 3
Ons eeuwige paradijs is
het parkeerterrein van de rupsbandenfabriek: ÔIk droom over vriendschap met een
fabeldierÕ, 4
Vreselijk is beter met
twee: ÔHet zwembad is een soort limbo; er is nog hoop[ voor de
ZondaarsÕ,
5
Leenders, Herman (1960)
[Gedichten], februari
2005, 687, 30-31.
Onbewogen: 'De uitverkoren geliefde',
30
Getijden: 'We wandelen nog altijd in
de duinen', 31
[Gedichten], januari 2007, 710, 24-25.
De buitenlamp: ÔDe auto
ritste de nacht als een slaapzak open.Õ, 24
Dankzij de sneeuw:
ÔDankzij de sneeuw van maartÕ, 25
[Gedichten], februari
2020, 867, 42-44.
Hij: Ôhij smokkelt zich naar binnenÕ, 42
Retour II: Ôvoorbij Parijs gaat het in gestrekte drafÕ, 43
Goed nieuws: Ôhet bleef donker achter de ramenÕ, 44
Leguerre, Vincent (1973)
[Gedichten], augustus-septembeer
2006, 705-706, 28-29.
Indianenverhaal: ÔIk
openzwaaide deurÕ, 28
Muggenlijfjes: Ôwaarom
po‘ziebundelsÕ, 29
[Gedichten], februari
2012, 771, 49.
In vergadering: 'Men
vroeg mij wat mijn mening was. Ik wist het niet.'
Toekomstperspectief: 'Bij Homerus ben ik niets'
Lehmann, L.Th. (1920-2012)
Akropolis
van Amphissa, 01-02-1961, 90, 16.
'Ronde
schapen grazen onder een muur met rechte hoeken'
Koloniaal
sonnet, 15-02-1961, 92, 16.
'Helaas,
nooit weken Bonny en Baron'
[Gedichten],
augustus-september 1996, 585-586, 41-42.
Homerische
vergelijking I ter lering van de makers van epen: 'Ontstak in gramschap, heftig
als die van', 41
Bestiaire
martial et artistique: 'Otto, een kunstkameleon', 42
Met
tekeningen van de auteur.
[Gedichten], maart 2004, 676, 24-26.
Parijs 1953: 'Zij kwam uit Georgia.',
24
Mystic Harbour, Connecticut: 'Rood en
gele esdoorns voor,' 25
Rural England: 'In het groene
veldje,' 26
[Gedichten], juni-juli
2005, 691-692, 39-40.
'Van mij kan men zeggen', 39
Uitzicht bij een vergadering van de
LIRA: 'Vanuit een hoogte van drie‘ntwintig', 40
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704,
52-53.
Wat ik zien kan onthoud ik even:
'Baksteen en smalle', 52
Sonnet voor een leraar: ''k Ging
school toen pijprokers vertrouwen wekten', 53
[Gedichten], mei 2007, 714, 18-20.
Aan Anneke Brassinga:
'Verdoemd de haast die jou 't hazenpad deed kiezen', 18
'Op een rond', 19
'Bath is een van de', 19
Klein mannetje: 'Klein
mannetje, klein mannetje', 20
Naar Alfonsina Storni
(1892-1938)
Nu, augustus-september 2007, 717-718, 47-49.
'maakt
een landrot'
[Gedichten], mei 2008, 726, 39-40.
'Ik zag
correcte drietrapsbenen', 39
'een
treinconducteur', 39
'Als de
mensheid nog een twintig', 39
Jazz and a
loner: 'Jazz is not his religion, he has none', 40
'There is
little te be said about the charm of things', 40
[Gedichten], november 2008, 732, 12-13.
Galata Bridge: 'Here
worked, alas, no great impressionist.', 12
'Getript in de regen', 13
'Een rotstreek van een schepper of
zoiets;', 13
[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 27-29.
'Gerrit Jan Mulderstraat
34A', 27
'Tango is lopen door een
donk're straat', 28
'Den Haag, windig Den
Haag, ik houd ervan', 28
Oude Maan: 'Je armen
beschermen me tegen de winter', 29
Naar Alfonsina Suorni (1892-1938),
'Vieja luna'.
[Gedichten], maart 2010, 748, 37-38.
Het geheugen:
'ge‘mailleerde pannen waren groen', 37
Eind Sail Amsterdam:
'Grijze razeils in de regen', 38
'Mijn ik raakte in de
schaduw', 38
[Gedichten], augustus-september 2010, 753-754,
45-46.
'Regendruppels voor je
lippen', 45
'Woorden', 45
Voor een roos:
'Liefelijke bloem die uitstrekt', 46
'Aan
de rand van het stadslawaai' 46
'In
de bocht die men ziet verenigt zich', maart 2011, 760, 27.
[Gedichten],
augustus-september 2011, 765-766, 56-57.
'Niemand
van het nageslacht', 56
Vuurtoren
in de nacht: 'De hemel is een zwarte bol',57
(naar
Alfonsina Storni)
De
onrust van de rozelaar: 'De rozenstruik in zijn rust'loze manier van bloeien',
57
(naar
Alfonsina Storni)
[Gedichten],
januari 2012, 770, 12.
'De
halo die zich spreidt rondom de maan', 12
'Het
moest A4 zijn en het werd A3', 12
Maagdenhuisbezetting,
augustus-september 2012, 777-778, 34.
'In
een bezet gebouw,'
'Deze
dag was het dat'
Hond en zee,
augustus-september 2012, 777-778, 35.
'De
zee was alleen'
Naar Alfonisina Storni.
[Gedichten], november
2013, 792, 27-28.
De
baard van dertig meter: 'De eeuwigheid druipt langs de ruiten', 27
'In
de sneeuw voor de ruit stonden sporen,', 27
Sonnet:
'O vertrouwde geest der dingen', 28
'Ik
ben daar en minder hier', 28
[Gedichten], februari 2015, 807, 43-45.
Blues: 'De romp van een
gitaar', 43
On poetry: 'You can't
beat the old ivory', 43
Rottingslied: 'Oude
groene kaas blijf in dicht blik staan,', 44
Naar Libby Houston.
Buenos
Aires: 'Buenos Aires is een man', 45
Naar Alfonisina Storni.
[Gedichten], juni-juli
2016, 823-824, 36.
Amsterdam:
ÔLloyd Triestino, een naam nog uit de tijd datÕ, 36
Liverpool:
ÔSlaves, Irishmen, tea clippers, much was thereÕ, 36
Lemmens, Jan
Don
Mateo, november 1992, 540, 26.
'op
zijn dagelijkse tocht door zijn huis'
Aards
paradijs, februari 1993, 543, 31-32.
1.
'de Nijl, contrastvloeistof', 31
2.
'in Filitosa', 31
Sweater
1: 'wat de farao's niet meenamen', 32
Sweater
2: 'in de wind met rood zand', 32
[Gedichten],
maart 1993, 544, 15-16.
Sweater
1: 'prijsgegeven aan het lot', 15
Sweater
2: 'in de wind met zand', 16
Aards
paradijs, april 1993, 545, 33.
'een
slag sluipt Egypte'
[Gedichten],
februari 1994, 555, 27.
carna
vale: 'vrouwen op wieltjes keerden'
kind:
'je handen gevouwen'
[Gedichten], augustus-september 2000, 633-634, 47-48.
vijver:
'naarmate de zomer', 47
twee
kraaien: 'een kraai staat in de wei', 48
Lennon, John
The
Fool on the hill-De dwaas bij het raam, maart 1969, 256, 28-29.
I.s.m.
Paul McCartney. Vertaling uit het Engels door Rutger Kopland [ = R.H. van den
Hoofdakker], met het Engelse origineel.
`Day
after day, alone on an hill', 28
`dagen
en dag, alleen bij het raam', 29
Le RŸtte, Iris (1960)
[Gedichten],
oktober 2016, 827, 29-32.
Vroeger:
ÔToen ik met mijn moederÕ, 29
Onbewogen:
ÔDe lucht is stil en grijsÕ, 30
Onschuld:
Ôooit ontstaanÕ, 31
Nooit:
ÔJe weet nooitÕ, 31
Eindeloos:
ÔDe zee zucht en zuigt zijn longen volÕ, 32
Eindelijk:
ÔHoog in de luchtÕ, 32
[Gedichten],
april 2017, 833, 23-26.
Glasvijver:
ÔHier waaieren dikkopjes uitÕ, 23
Streep:
ÔDe horizon – een streepÕ, 24
ÔIk
loop in de bevroren ochtendzonÕ, 25
ÔDe
aarde rimpeltÕ, 25
ÔEn
Õs avonds steek ikÕ, 25
ÔDe
schrille klank van de zonÕ, 26
ÔMijn
woorden lopen alsÕ, 26
[Gedichten],
november 2017, 840, 32-34.
Ver:
ÔHet licht is hierÕ, 32
Leeg:
ÔSchapenblauwe wolken grazenÕ, 33
ÔIk
leef onder mijn nagelsÕ, 33
ÔVandaag
besta ik uit nietsÕ, 34
ÔDit
is het moment – ietsÕ, 34
[Gedichten],
maart 2018, 844, 31-34.
Ontkomen:
ÔHumphrey wil opgehaald worden uit de ballenbakÕ, 31
Sprookje:
ÔBoven de tafel hangt een stiltelamp,Õ 32
Weg:
ÔWe stonden op een kruispuntÕ, 33
ÔWe liggen op de grens van gras en luchtÕ, 33
Rif:
ÔJe legt een woordÕ, 34
ÔIk huilde inÕ, 34
ÔIets
roept dat het lente wordtÕ, 34
[Gedichten],
augustus-september 2018, 849-850, 51-54.
Misschien:
ÔIk blaas paardebloempluizenÕ, 51
Terug:
ÔMond open.Õ, 51
Spiegel:
ÔJe wrijft regenboogkleuren in mijn ogenÕ, 52
Zee:
ÔHet landschap in mijn hoofdÕ, 52
Glas:
ÔJe loopt mijn adem inÕ, 53
Tijd:
ÔDit is zoÕn dag. Meisjes, jongensÕ, 53
Onleesbaar:
ÔBinnen ijsbloemen op de ramenÕ, 54
[Gedichten],
januari 2019, 854, 15-18.
Ruis,
15
In,
16
Hemel,
16
Uit,
17
Vast,
17
Aan
het einde, 18
[Gedichten],
maart 2021, 880, 35-37.
Verbonden:
ÔThis is what happened sinceÕ, 35
Rivier:
ÔDie middag dat we langsÕ, 36
ÔVertwijfeld
zwaait de treurwilgÕ, 37
ÔIk
zie, zegt hijÕ, 37
Levy, Helmut
Herinnering,
december 1988, 493, 31.
'ik
zie voor mijn oog gebeuren' Opdracht: Aan Roosje
Li, Shen
Chinese
kwatrijnen, maart 1985, 448, 20.
Medelijden
met de boer, 20
1.
'EŽn korrel in het voorjaar uitgezaaid'
2.
'Hij wiedt terwijl de zon ten hoogsten staat'
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Li, Taibai
Zeven
gedichten van Li Taibai (701-762), oktober 1980, 395, 30-32.
Toen
ik een bezoek wou brengen aan de kluizenaar van de berg de Daitian, trof ik hem
niet: 'Een hond blaft door het ruisen van de stroom', 30
Dialoog
in de bergen: 'Vraagt men aan mij waarom ik neerstreek in de groene bergen', 30
Ter
bewening van de grijze Ji, de voortreffelijke rijstwijnbrouwer uit Xuancheng:
'De grijze Ji, onder de groende zoden', 30
Ontspanning:
"Terwijl ik dronk viel ongemerkt de nacht', 31
Bij
het aanbieden van de wijn: 'Ziet u niet hoe het water van de Gele Rivier, uit
de hemel neergedaald', 31
Alleen
drinkend bij het licht van de maan: 'Tussen de bloemen ŽŽn kruik wijn', 32
Gedachten
in een stille nacht: 'het schijnsel van de maan viel voor mijn bed', 32
Vier
gedichten, december 1982, 421, 33.
1.
Op een zomerdag in de bergen: 'te loom te wuiven met de witte waaier'
2.
Alleen mediterend op de wijdingshalte-berg: 'de vele vogels zijn hoog heen
gevlogen'
3.
's nachts in een klooster in de bergen: 'vanaf de toren, honderd voeten hoog'
4.
In herinnering aan de Oosterbergen: 'Al lang ging ik niet naar de Oosterbergen'
Lichtenstein, Alfred
Vrouwen
en vet, november 1991, 528, 28-29.
De
schemering: 'De vijver amuseert het dikke joch', 28
De
plagiarissen: 'Iemand deelt in het lot van anderen', 28
De
nacht: 'Agenten staan te dromen bij lantarenpalen', 29
De
operatie: 'Bij daglicht hakken de artsen in op een vrouw', 29
Aangeschoten:
'Je moet echt oppassen dat je het niet', 29
Vertaald
uit het Duits door Paul van Capelleveen.
Lieshout, Peter H. van
Astronaut
2, maart 1966, 224, 22.
`gekonserveerd
in z'n mercury'
[Gedichten],
oktober 1976, 347, 22-23.
Rivier
en landschap: 'landschap ligt vooroorlogs dichter waardig', 22
Trans:
'kathedraal die 's winters als de avond valt', 23
Ligtvoet, Frank (1954)
Lof der zeevaart,
december 2005, 697, 20-21.
ÔEen verzameling van woorden, vergetenÕ, 20
[Gedichten],
maart 2006, 700, 36-37.
Zwemmers: 'Zij zwemmen
niet altijd. Zij kijken somtijds', 36
Andere zwemmers: 'Zo
wordt niet meer gezwommen: onbevreesd', 37
Linden, Gerry van der (1952)
[Gedichten],
januari 1997, 590, 26-27.
Seizoenen
(II): 'Voor ons is dit een lauwe zomer', 26
Ochtenden
(I): 'De drempel half belopen', 27
[Gedichten],
november 1998, 612, 29-30.
Landschappen
(V): 'Als de taal van dit land', 29
Brief
in een fles: 'Koning, zeg ik', 30
Blauw is het licht (drie gedichten voor mijn vader),
juni-juli 1999, 619-620, 40-42.
'Het raam is zwart', 40
'Blauw is het licht van
de vader', 41
'We hebben hetzelfde
bloed', 42
Queeste, augustus-september 2000, 633-634, 26-28.
'Op de kade', 26
'Aangekomen bij de
helling', 27
'Ze voegt haar koude lijf',
28
Wij, januari 2003, 662, 15-16.
I: ÔWe liepen zij aan
zijÕ, 15
II: ÔOp de rand van het
badÕ, 16
Ik sla ze, maart 2005,
688, 34-36.
I: 'Marta Rudzka werd
wakker', 34
II: ÔHŽ, man, ik sla zeÕ,
35
III: 'Ze ziet een man die
weggaat.', 36
[Gedichten], november
2005, 696, 12-13.
Twee vragen I: 'Mijn zoon
zingt', 12
Twee vragen II: 'Zoals ik
je vroeger kon vertellen', 13
[Gedichten],
maart 2006, 700, 14-15.
Liefste ligt stil: 'Ik
pak je brede pols die', 14
Reiziger reist: 'Daar is
de zon wat schijnt ie', 15
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 68-69.
'Een
blonde jongeman klopt', 68
Opdracht:
Voor J.
Huisraad:
'In een kast van het huis', 69
Uit het leven van, augustus-septembeer 2006,
705-706, 22.
ÔHoningmond
springt uit bedÕ
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 25-26.
L'Žcriture dans nature:
'Ik heb een plek op het platte land', 25
'Het erf is leeg', 26
Indian
winter, april 2011, 761, 36-37.
Great
Barrington, Mass.: 'Prince Tambi werkt in de Rite Aid', 36
White
Plains, New York: 'Een postbus hangt op de weg', 37
[Gedichten], april 2012, 773, 35-37.
Zomer 1959: 'Moeder laat de teil vollopen', 35
Zwemles: 'Onder water zweeft', 36
Wislawa: 'De vrouw in het bed wordt wakker', 37
[Gedichten], augustus-september 2013, 789-790, 14-15.
Eeuwige
liefde I: 'Een jongeman stierf op zolder', 14
Eeuwige
liefde II: 'Ze hoeft niet te verplaatsen', 15
[Gedichten], april 2015, 809, 21-22.
Afscheid I: 'Het is dat ik niet vliegen kan', 21
Afscheid II: 'Op een tafel aan het raam', 22
Wij,
pendule, oktober 2015, 815, 49.
'Wat
ik ooit zorgvuldig wegstopte'
[Gedichten], februari 2017, 831, 30-31.
Een boterham met Brodsky: ÔOp een
winderige plekÕ, 30
Hotel Jan Luyken: ÔOp een kingsize bed – veel velours –Ô, 31
[Gedichten], februari 2018, 843, 37-38.
Niets: ÔEr is
geen deur die toegang biedt, de deurÕ, 37
Wind: ÔAchter mijn oor buigt de windÕ, 38
[Gedichten], november 2018, 852, 35-36.
Te vroeg voor avond: ÔIn de
ochtend is er een als jij op de rand van het bedÕ, 35
Ivoren toren:
ÔZoveel jaren op reisÕ, 36
[Gedicht], april 2019, 857, 14-15.
ÔLaatste foto van geliefde in bed (1981)Õ, 14-15
[Gedichten], december 2019, 865, 21-23.
Lindenlaan, 1958: ÔIn licht op schaduw leer ik je
lopenÕ, 21-22
Gebed: ÔDat er tranen op de zee‘n zijn als
kroonluchtersÕ, 23
[Gedichten], juni-juli 2020, 871-872, 33-35.
Exit, 33-34
Als kind keek ik vaak over mijn schouder, 35
[Gedichten], augustus/september 2021, 885/886, 27-28.
Stad: ÔVandaag zie ik drie
ineengedoken figurenÕ, 27
Park: ÔIn het park loopt de vrouw met de hoedÕ, 28
Linden, Wieke van der
(1975)
[Gedichten], oktober
2014, 803, 11-12.
'Ik
paste niet.', 11
'Zullen we doen', 11
'ÓDeed zij ook iets met genocide?Ó', 12
Lindner, Erik (1968)
'De zee is paars bij Piraeus.',
maart 2008, 724, 21.
[Gedichten], maart 2010, 748, 7-9.
'De laadklep van een
schip opent boven de kade', 7
I. 'Een wit paard, de
voorpoten aan elkaar gebonden', 8
II.
jongens rennen langs de weg hun ellebogen in de zij', 9
Lipska, Ewa
[Gedichten],
mei-juni 1990, 510-511, 23-25.
Aan
de grensovergang: 'Aan de grensovergang', 23-24
Ernstige
defecten (I): 'In het land waren de taalleidingen gesprongen', 25
Vertaald
uit het Pools door Richard Nowak. Gedichten afkomstig uit de afdeling 'Nieuwe
gedichten' van de bundel Keuze uit de
gedichten 1967-1986.
Liu, Zongyuan
Drie
knotverzen van Liu Zongyuan, januari 1980, 386, 33.
1.
Sneeuw op de rivier: 'Honderd heuvels : de vogels vlogen weg'
2.
Bij het opgaan van de Huang-beek hoor ik een gibbon: 'Het beekpad kronkelt
honderd mijlen'
3.
Met de Eerwaarde Haochu kijk ik naar de bergen: 'De rad der wereld : scherpe
bergen lijken zwaarden'
Vertaald
uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema.
Londersele,
Roel Richelieu van
[Gedichten], maart 2001, 640, 29-30.
'voor de tweede maal ben
je gestorven, vader,' 29
'waarom hebben zoveel
rivieren een naam', 30
Lorca, Federico Garc’a
Ode
aan Salvador Dali (1926), april 1989, 497, 25-27.
'Een
roos in de hoge tuin die jij je wenst'
Gedateerd:
1926. Vertaald uit het Spaans door E. de Vries-BovŽe.
Slaapwandelaars romance, januari 2009, 734, 6-8.
'Romance Son‡mbulo' uit
de bundel Romancero Gitano (1928)
vertaald uit het Spaans door L.Th. Lehman.
[Gedichten], januari 2000, 626, 16-17.
Sneeuwwitje:
'Eens, v——r je schoonheidsslaap begon', 16
'Rondom
mijn vesting is een gracht', 17
Lu, Ji
Vijf
Chinese grafgedichten, februari 1986, 459, 35.
'Hoe
hoog en steil verrijst de brede terp!', 35
Vertaald
uit het Chinees en voorzien van een nawoord door A. Blankestijn.
Lu, Lun
Chinese
kwatrijnen, maart 1985, 448, 21.
Lied
van de grens: 'De maan was zwart en ganzen vlogen hoog', 21
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Lucebert
Pseudoniem van L.J.
Swaanswijk.
[Gedicht], november 2000, 636, 13-16.
'De
namen die ik noemen moet', 13
'Te
wachten lagen op de dag', 14
'Naar
een kind met een pistool', 15
'Als
overlast als de beste', 16
'Ik hoor mijn moeder zingen', augustus-september 2001, 645-646, 5-6.
Thema: Mijn lied.
Hortus. In de kassen klinken stemmen, november
2002, 660, 14-19.
I: 'Zojuist de dag
begonnen met', 14-16
II: 'De straten zijn
verlaten', 17-19
[Gedichten], augustus-september 2003, 669-670, 22-23.
Zeeburgerdijk: Twee mannen lopen
lands de DijkÕ, 22
Kleine zeelt: ÔJe vangt zegt in het
Jordaan-cafŽÕ, 23
De pauwen, augustus-september 2004,
681-682, 24-25.
I ÔDe dagen die wij gaan zijn als de
wegenÕ, 24
II ÔWie de sterrenzang der hoge zee‘n
kentÕ, 25
Een sprong in de leegte, maart 2006, 700, 51-54.
'Blue Star'
Met als opschrift een
citaat van Paul ƒluard.
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 71.
Stille
herfst: 'Liefste kijk de wolken zingen'
Witte lente:
'De lammeren zijn opgegaan'
De
zee de zee de zee, november 2006, 708, 34.
ÔStralend
stil met zacht gekrasÕ
ÔDe
dagelijkse satellietÕ
ÔDe
rede klinkt maar tranenÕ
De oester de ziel, januari 2007, 710, 35-37.
1. ÔHet lange wachten op het blauwÕ, 35
2. ÔMijn hart dat als een zwaluwÕ, 36
'In
de spiegel zag ik oude man', oktober 2012, 779, 45.
Moeder,
mei 2013, 786, 49.
'In
de spiegel zie ik oude'
'In
de spiegel zie ik oude', augustus-september
2013, 789-790, 28.
Zeeglas,
december 2013, 793, 47.
'De
dood smeult in het glas'
'De
maan boven de stad', april 2014, 797, 34.
'De stad staat onder water', augustus-september 2014, 801-802, 12.
Oktober,
januari 2015, 806, 26.
'Wie
ons pad betreedt heeft niets'
[Gedichten], maart 2015, 808, 45-46.
'Maar
op een dag knipten we', 45
'Maartje
van de overkant', 45
'Het
kleine schilderij was blauw', 46
'In
alle vroegte wakker', 46
Kind,
augustus-september 2015, 813-814, 54-57.
1.
'De magnolia staat weer in', 54
2.
'In de zijstraat mysterieus', 54
3.
'Het kindje is gestorven', 54
4.
'Het graf ligt in een dorre tuin', 55
5.
'Maar dat kind dat zieke kind', 55
6.
'Ik ben het kind vergeten', 55
7.
'Het kind is door het slaapt', 56
8.
'We fietsen door de straten', 56
9.
'We zeilen naar de horizon', 56
10.
'Het kind dat in het duister', 57
11.
'Ik was je niet vergeten', 57
[GedichtÕ,
april 2016, 821, 26.
ÔDe
mezen dansen door de bomenÕ, 26
[Gedichten],
februari 2018, 843, 29-30.
ÔZo zanderig als kersenÕ, 29
ÔMet mijn
duizelingenÕ, 30
ÔIn de sinaasappelgaardenÕ, 30
[Gedichten],
mei 2018, 846, 13-15.
Krommert (voor Ton Anbeek)
ÔIn Gebouw de Krommerdt aanÕ 13
ÔIn de stille straten
van Ô, 14
[Gedichten],
oktober 2018, 851, 37-38.
Rietlanden:
I ÔWaar het riet begint hield onzeÕ, 37
II ÔIn de bunkers aan de dijkÕ, 37
III ÔGeen kind zo alleen als het kindÕ, 38
[Gedichten],
december 2018, 853, 28-29.
Twee sonnetten:
I ÔWie slaapt is liever dood wieÕ, 28
II ÔMijn stille hartÕ, 29
[Gedichten],
april 2019, 857, 21-22.
ÔBordelen van de zielÕ, 21
ÔSonnetÕ, 22
[Gedichten]
januari 2020, 866, 3-4.
Tulpen: ÔDe tulpen in hun vaasÕ, 3
Lityney, 4
I
ÔVolgens AchmatovaÕ, 4
II ÔDe
tram door de LityneystraatÕ, 4
Luitwieler, Margerite (1960)
[Gedichten], juni-juli
2005, 691-692, 34-35.
'ik zie ik zie', 34
'Mijn hoofd laat los', 35
Lichaamstaal, maart 2006, 700, 44.
[I] 'Alles bestaat'
[II] 'Ik wil niet meer'
[III] 'Ik zie mijn armen'
Stil, maart 2006, 700, 45.
[I] 'Bevroren lucht'
[II] 'Ik trek me terug en
kijk'
[III] 'Roerloos denken'
[Gedichten], juni-juli 2010, 751-752, 42-43.
'de wolk is al leeg', 42
'het bos', 42
'Een samenzwering van
kippen', 43
'onbewoonde weilanden',
43
'de
zee', 43
MacNeice, Louis
Drie
gedichten van Louis MacNeice, november 1982, 420, 18-21.
Pilaarheilige:
'De heilige staat op zijn zuil', 18
Stylite:
'The saint on the pillar stands', 19
Conversatie:
'Gewone mensen zijn niet gewoon', 20
Overval:
'Het stoplicht stond op rood, sprong niet meer terug', 20
Conversation:
'Ordinary people are peculiar too', 21
Hold-up:
'The lights were red, refused to change', 21
Gedichten
in Nederlands-Engels. Vertaald uit het Engels door J. Kunst. Uit: Collected poems (1966).
March, Michael (1946)
The future, juni-juli 2011, 763-764, 64.
'I killed the innocent with innocent lands'
Vertaling uit het Engels
door Barber van de Pol op blz. 65.
'ÓWhat have I done to you-?Ó', december 2011,
769, 34.
Vertaling uit het Engels
door Peter Verstegen op blz. 35 'Wat heb ik je aangedaan-?'
[Gedichten], januari 2020, 866, 39-40.
De harde valuta van twijfel: ÔHet kon niet worden gespaardÕ, 39
Het verlatene: ÔÓWat is daarbuiten-?Ó, 39
Einde tot einde: ÔHet begint aan het eindeÕ, 40
Al de rijst in China: Ô ÒHoe langer we zoeken – hoe groter de
leegteÓ Õ, 40
Mare, Walther de la
[Gedichten], februari 2009, 735, 21-24.
De schone slaapster: 'De
geur van braam vult de lucht', 22
Vaar wel: 'Wanneer ik zal
liggen waar duisterschaduwen', 24
De
originelen 'The Sleeping Beauty' en 'Fare Well' zijn voor de vertalingen
afgedrukt. Vertaling uit het Engels door Hafid Bouazza.
Marie, Sylvie (1984)
[Gedichten],
juni-juli 2016, 823-824, 14-15.
refuge:
I:
Ôhad ik voor alle keren dat ik aan de zeisÕ, 14
II:
Ôblijf nu maar liggen, druk jezelf inÕ
III:
Ôwe zouden kunnen gaan zittenÕ, 15
[Gedichten],
februari 2018, 843, 5-6.
Houdingen:
I
Ôveel vaker dan ik wil, wacht ik op bloedÕ, 5
II
Ôik kan dat niet, de vrouw uithangen,Õ 5
III:
Ôalles went, het waken, het wegenÕ, 6
IV:
Ôom kalm te blijven druk ikÕ, 6
Maris, Magda
`Ik
droomde van Kea', september 1964, 206, 34.
`Ze
zit in de tuin', mei 1965, 214, 39.
Vlucht,
september 1965, 218, 12.
`Ik
vluchtte van haar'
Marsman, H.J.
De
liefde voor kakkerlakken, december 1963, 197, 35.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Bijschrift:
Gegevens werden ontleend aan het artikel 'Cockroaches' van J.W.H. Lawson,
verschenen in Penguin Sciense Survey 1961-1962.
[Gedichten],
januari 1964, 198, 27-29.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Rekord:
`De kikker "Lucky" (eigendom van Roy Weimer)', 27
Berliner
bollen: `"Ik leef met Berliner bollen," zei de man in de tram,
"zo', 28
De
kracht van het zichtbare is het onzichtbare: `Een kracht? Ach nee geen
duw', 28
Opdracht:
Voor Gerard Stigter.
Onverwachte
schaduw: `De krekel die zich na de sprong schikt', 29
Foto
door Louis Jacques MandŽ Daguerre: `Mensen verdwenen van foto's gemaakt
voor 1840 als lucht', 29
Met
aantekeningen op pagina 29.
Suite
voor meubels, april 1964, 201, 24-27.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
1.
`R. die in 1950 mijn gymnastiekleraar was', 24
2.
`stoel-tafel-bed', 24
3.
`schots en scheef ik schrijf je in een hoek', 25
4.
`buiten spoedt iemand zich naar de sigarenwinkel', 25
5.
`de krant in mijn rechterhand het pakje', 25.
6.
`alleen de huid heeft een naam', 26
7.
(gedicht) `"zinvoller en zinlozer is het nooit geweest', 26
8.
`ik geloof niet dat je haar zult vangen met', 26
9.
`dit is nu juist niet het gevoel', 27
10.
`ik zit op de stoel aan tafel', 27
Vaklui
van headline tot logo, juli-augustus 1964, 203-204 [204-205], 15.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
`Marten
gaat na 7 jaar weg'
Naar
aanleiding van advertentie 203, 8.
Vier
gedichten, juli-augustus 1964, 203-204 [204-205], 25-27.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Het
gaat om de interpretatie: `er zijn tekens, zeker, maar het gaat', 25
Wat
wij nodig hebben: `men hoeft geen hond te zijn om belangstelling', 26
Een
grens: `De twee apen aangekleed tegenover elkaar aan tafel, 26
In
de manier van verliezen: `welke eieren voor mijn geld te kiezen', 27
Met
notities op iedere pagina.
[Gedichten],
november 1964, 208, 41-42.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
DŽjˆ-vu:
`Ik ontmoet steeds weer dezelfde vrouw', 41
Het
mesthoofd: `het hoofd zit weer vol mest dwz. hoe drink jij je thee', 41
Met
een notie op dezelfde pagina.
De
buurman en het gedicht: `Daar is hij (weer): de buurman uit Porlock', 42
Dure
wensen: `Omdat ik in analogie de blauwdruk van', 42
Opdracht:
Voor D. Hillenius. Met een notitie op dezelfde pagina.
[Gedichten],
februari 1967, 233, 28-29.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Gelukkig
Nieuwjaar 1966: `met een polaro•d camera een foto', 28
Opdracht:
Voor Jan Hein Donner, die op het idee kwam
Drie
ansichtkaarten:
`en
op de helling van die berg', 28
'op
het platje aan de overkant', 29
'staande
voor mijn boekenkast', 29
[Gedichten],
mei 1967, 236, 14.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Edward
de Bono: `de kunst van het vergeten-l'Žducation', 14
Met
notities op dezelfde pagina.
De
verkoudheid van Alexander Fleming: `een druppel uit de verkouden neus van
Alexander Fleming' 15
[Gedichten],
mei 1971, 282, 18-19.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Een
stevig ontbijt graag: `de spiegel met mijn gezicht', 18
Spraakwaterval:
`vanuit een vliegtuig', 18
Duif,
ondeelbaar ogenblik, 19:
1.
`klieft niet zoals een zwaluw'
2.
`lang nadat alle duiven'
[Gedichten],
mei 1995, 570, 9-13.
Onder
pseudoniem J. Bernlef.
Man
met verlopen dienstregeling: 'hele landstreken niet langer bereikbaar', 9
Veulen:
'De golven van het denken', 10
Hoogovens:
'De ondergaande zon stort zich', 11
Spel
zonder net: 'De krijtwitte lijnen waarbinnen' 12
Op
zoek naar het labyrint: 'De draad van Ariadne langs', 13
[Gedichten],
april-mei 1999, 617-618, 29-31.
Het
museum van de kindertijd: 'Het is altijd ergens, maar wie het bij toeval
ontdekt', 29
De
maltentige losbol indachtig (I): 'De kleine jongens van het grote kwaad', 30
De
maltentige losbol indachtig (II): 'Zinnen woordbrokken losgeschud', 31
Martineau, Anton
[Gedichten],
maart 1992, 532, 31-33.
'laat
mij niet blauw aanlopen', 31
'ik
vloog en viel', 31
'zingend
stil', 32
'Met
mijn oor in de wolken', 33
Martsjenko, Nikolaj Nikolaevitsj
Vijf
gedichten, augustus-september 1983, 429-430, 26-28.
Onder
pseudoniem Nikolaj Morsjen.
'De
zee, koud perpetuum mobile, 26
'Vandaag
is het stil op zee', 26
Uit:
De Zeehond (1959).
Rivier
voor waterval: 'Binnen driehonderd meter van de val', 27
Deining:
'Ik zie, waar de zee de schuimbarende band', 27
In
een rustpauze: '"...en stroomt een quasi-lyrische beek', 28
Uit:
De echo en de spiegel (1979).
Vertaald uit het Russisch en van aantekeningen voorzien door Jan Paul Hinrichs.
McCartney, Paul
The
Fool on the hill-De dwaas bij het raam, maart 1969, 256, 28-29.
I.s.m.
John Lennon. Vertaling uit het Engels door Rutger Kopland [ = R.H. van den
Hoofdakker], met het Engelse origineel.
`Day
after day, alone on an hill', 28
`dagen
en dag, alleen bij het raam', 29
McLane, Maureen N.
Voor jou, juni-juli 2015,
811-812, 29.
'Het is al lange tijd
terug dat ik eerder op was dan jij'
Het
origineel 'For you' is voor de vertaling afgedrukt. Vertaling uit het Engels
door Philip Huff.
Meeuwsen, Taco
Slik
niet, Schrik niet, augustus-september 1993, 449-450, 35.
'Zie/
Vergif heeft nu zijn werk gedaan'.
Koorts
van Eva, april 1993, 545, 35.
'Ik
ben een roofdier als vanzelf'
[Gedichten],
juli-augustus 1994, 560-561, 42-43.
Paloeter
bekeken: 'Ik ben het weer eens vergeten', 42
Een
kuur: 'Ik moet het vreten temperen', 43
[Gedichten],
april 1995, 569, 23-24.
Cura�ao:
'Blauwbaai is vol', 23
De
aanzegging: 'We gaan het weer voelen', 24
Meij, Sander (1980)
[Gedichten],
februari 2016, 819, 31-32.
Ochtendhunkering
met pompoenen: Ôtwee doorweekte schapenÕ, 31
Ze
viert het toch: Ôachter het raam vallen katten bloemen aanÕ, 32
[Gedichten],
juni-juli 2016, 823-824, 22-24.
Twee
violen: Ôeen gezinsvolvo draait de straat inÕ, 22
Een
rolletje dat vol moest: Ôsoms neem ik een vorm aanÕ, 23
Clair-obscur:
Ôwe kenden het woord remise nietÕ, 24
[Gedichten],
november 2016, 828, 13-14.
Pascal
draait zich om in zijn graf: Ôen alweer is het nachtÕ, 13
Buiten:
Ôik breek met tradities en rijd in een ToyotaÕ, 14
[Gedichten],
maart 2017, 832, 10-12
Houvast:
ÔBijna herinner ik me de man zonder handenÕ, 10
Laatste
bezoeking: Ôineens slaat ze haar ogen opÕ, 11
Verbodsbord:
Ôin het kunstlicht bij de nachtautomaatÕ, 12
[Gedichten],
augustus-september 2017, 837-838, 46-47.
Zwemles:
Ôje onderbroek valt op de natte tegelvloerÕ, 46
Water
neemt je altijd mee: Ôik stap in de branding om te zwemmenÕ, 47
[Gedichten],
mei 2018, 846, 35-36.
Lanzarote:
Ôik rijd veel te hard in een huurautoÕ, 35
De
aquariaan: Ôik bewasem het glas om het leven in te blazenÕ, 36
[Gedichten],
augustus/september 2021, 885/886, 7-9.
De
wolf is terug: ÔJe stem reisde door de nacht en brak, als ijs bij het haastige
smeltenÕ,7
Nota
nieuwkomers: Ôgeef de wolf de ruimte, maar binnen de kadersÕ, 8
Hemellichaam:
Ôhet nachtzwart geeft zich slordig overÕ, 9
Meijer, J.
[Gedichten],
mei 1964, 202, 15-16.
`het
eendekroos, de groene kikkerhemel', 15
Honest
to God: `god, gij ligt warempel als dagon op de drempel', 15
Lucullisch
zelfportret: `ik zal voor jou altijd de botterik', 16
Psycho-pathetisch,
`zwakzinnig gemompel'16
`ik
schrijf de encycliek van de zee', 16
Mesterom, Harry
[Gedichten],
juni-juli 1966, 227, 24.
Wandeling:
`de bergen in de verte komen'
3
uur 's nachts: `Wakker geworden'
Opgang:
`In het hertegewei boven de
Slaapliedje:
`Alles ruikt weer naar gras'
Miao, Xi
Vijf
Chinese grafgedichten, februari 1986, 459, 35.
'Bij
leven zocht ik in de stad vermaak', 35
Vertaald
uit het Chinees en voorzien van een nawoord door A. Blankestijn.
Michaelis, Hanny (1922-2007)
Gedichten,
06-09-1961, 121, 12-13.
'Uit
Egyptische ogen', 12
'Neerwaartse
voetstappen', 12
'Onrustbarend
verwant', 13
'Eindelijk
verlost', 13
'Aan
open ramen graast', 13
Met
verwijzing naar de bij G.A. van Oorschot te verschijnen bundel Tegen de wind in.
[Gedichten],
22-08-1962, 168, 13.
`Minuten
dijen uit'
`het
is gruwelijk'
[Gedichten],
oktober 1969, 263, 27.
`Woorden:
een dubieuze'
`Gezien
in een Žtalage'
`Als
alle bomen zijn omgehakt'
`Briljant
filosoferend'
Michel, K.
Aapnootmies
1985, april-mei 1986, 461-462, 46-49.
I.s.m.
Arjen P. Duinker.
1.
'Verlos ons van', 46
2.
'Doof?', 47
3.
'Het leven. Helder', 47
4.
'Veel tijd is er niet', 47
5.
'Een twee drie', 48
6.
'om gewoon zand zon zee te kunnen zeggen', 49
7.
'Laten we de lucht over de knie leggen', 49
Aapnootmies
poetica, februari 1987, 471, 28-29.
I.s.m.
Arjen P. Duinker.
1.
'noem het een gordijn van spiegels', 28
2.
'ik omhels je, lage straat', 28
1.
'op een zeer absolute dag', 29
2.
'duizend gele', 29
Vier
landschappen, oktober 1987, 479, 13-15.
1.
'De zon komt op', 13
2.
'als een hel', 14
3.
'Gouden vis', 14
4.
'BOOM', 15
Mikkers, Jasper Jacobus Johannes
Maria (1948)
[Gedichten], oktober
2005, 695, 8-10.
groene
iris: 'bij het knippen van de heg', 8
laat
iets van je achter: 'ik laat je nooit meer gaan, zegt ze, en grijpt me vast', 9
ze
namen afscheid van elkaar: 'ze namen afscheid van elkaar, zichtbaar', 10
Onder
pseudoniem Tymen Trolsky
[Gedichten], april 2006,
701, 10-11.
(mooier
dan voorheen): Ôhet ontbijt op bed is snel opzij gezetÕ, 10
(een
schil van breekbaarheid): Ôhet rook naar jodium en het was stilÕ, 11
Onder
pseudoniem Tymen Trolsky
[Gedichten], maart 2007, 712, 40-41.
'ga naar buiten, zei ze
door de telefoonÕ, 40
Even stilstaan: Ôsoms
vraagt ze of ik stil wil staan evenÕ, 41
[Gedichten], april 2008, 725, 43-44.
Onder pseudoniem Tymen Trolsky
'de liefde
houdt van schaduw en gedempte stappen', 43
'lief,
bedaar', 44
[Gedichten], januari 2011, 758, 30-40.
'je zegt dat
je naar zin zoekt', 39
'de eeuw als
kamer aangekleed', 40
[Gedichten],
oktober 2011, 767, 14-16.
'het verleden dat je zoekt, weet wie je bent', 14
'stel je volstrekte duisternis voor', 15
'de diepste wet van het heelal', 16
[Gedichten], mei 2014,
798, 7-8
'Het is goed dat we sterven', 7
'Wanneer we uit de kring van sprekers treden', 8
[Gedicht],
augustus-september 2016, 825-826, 46.
Ôer
zit een duif op de vijfde ring van de torenÕ, 46
[Gedichten],
februari 2018, 843, 19-21.
(trouw):
Ôik ga nu naar ons moeder toe, zei je, het zouÕ, 19
(laatste
kans): Ôik wandel door een afbraakwijk in LondenÕ, 20
(graf):
Ôwat hier nog speelt, nietsÕ, 21
[Gedichten],
december 2019, 865, 47-49.
Bewaarde voorwerpen: Ôniet dat ik dat niet weetÕ, 47
Waarom zou je gaan: Ômaak je geen zorgen, wat je je herinnert –Ô,
48
Boodschap aan het heelal: Ôhet donker was gevuld met zacht
verkeersgeruisÕ, 49
[Gedichten],
augustus-september 2020, 873/974, 55-57.
Ôhet
doel is om de leegte niet te zienÕ, 55
Ôik
heb je altijd in mijn greep gehoudenÕ, 56
Ôhij
zweeft door zonnevlekken boven bodems:Õ, 57
[Gedichten],
april 2021, 881, 11-14.
Keukenleven:
1.
ochtend, 11
2.
middageten, 11
3.1
vroege namiddag, 12
3.2
late namiddag, 12
4.
avondeten, 13
5.
avond, 13
6.
nacht, 14
Milikowski, Marisca
Zes
gedichten, september 1984, 442, 25-27.
Ode:
'In blauwe lakjas op de Prinsengracht', 25
Zee:
'Blozend van mijn eigen zon', 25
Mierenval:
'Paden die dwars op mijn stromen staan', 26
Perron:
'Deze namiddag staan de zon', 26
Nieuwbouw:
'De wereld opent bij donker', 27
Marsman:
'Nu is hij 40 en een mens', 27
Millay, Edna
[Gedichten],
december 1976, 349, 41-42.
Mariposa:
'Kleine vlinders, wit en blauw', 41
Gebed
tot Persephone: 'Wees, Persephone, begaan!', 42. Oorspronkelijke titel: Prayer
to persephone.
Humoreske:
'Vreemd, wat-zei men-nu zo'n kind', 42. Oorspronkelijke titel: Humoresque.
Vertaald
uit het Engels door S. Fischer-Kunst.
Moeniralm,
Nazroel
[Gedichten], februari 2002, 651, 32-33.
Christen: 'Dus ik was
zaterdagavond lekker aan het stappen met mijn nicht en twee', 32
Hoop doet leven: 'En ...
uuhhh ...', 33
Mohlen, Frank
von der (1958)
[Gedichten],
augustus-september 2012, 777-778, 23-25.
Tachtiger: 'Ik heb Bert Schierbeek nog gekend.', 23
Oud zeikwijf: 'Weemoed is een oude jas aantrekken',24
Alabama shakes: 'De dag nadat je thuiskomt van zo'n festival', 25
Onder
pseudoniem F. Starik.
Wees bereid, januari
2015, 806, 3-7.
I. 'Wees bereid om te geven, alles te geven', 3
II. 'Ik kom uit een
geslacht van mensen die de wereld vanaf de zijlijn bekijken', 4-5
III. 'Ik was op het
eerste gezicht geen prachtproduct', 5
IV. 'Wees bereid om in de
zon te kijken', 5
V. 'Jezus, je hebt in
jouw tijd nooit van Zijn bestaan geweten', 6
VI. 'Wees bereid je eigen
geluk op te offeren om de wereld te veranderen', 6-7
Onder
pseudoniem F. Starik. In gewijzigde vorm voorgedragen als laudatio voor Keizer
Augustus op 19 augustus 2014 in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden bij de
presentatie van het boek Augustus van John Williams.
Mol, Berit
[Gedichten],
juli-augustus 1986, 464-465, 19.
Als
het waait: 'Je zei'
Avond:
'Zat je stil'
[Gedichten],
juni 1988, 487, 26-27.
Morgen:
'Als ik morgen weg ben', 26
Oud
verdriet: 'Een oud verdriet', 26
Stilte:
'Soms tref ik je geluidloos', 27
Monkhorst, Th.P.
[Gedichten],
februari 1976, 339, 35-36.
Ontwikkeling,
35:
1.
'In de schaduw van de oude boerderij'
2.'Berusting
is de overgave'
3.'Onschuld:
'sterven met een glimlach'
4.'Het
ademend hart'
Schiermonnikoog
1: 'Daar waar het land laag is', 36
Schiermonnikoog
2: 'Toen ik kwam', 36
Montale, Eugenio
Oude
regels, januari 1989, 494, 28-31.
Vecchi
versi: 'Ricordo la farfalla ch'era entrata', 28/30
Oude
regels: 'Ik zie de vlinder weer, binnengekomen', 29/31
Vertaald
uit het Italiaans door Eva Gerlach (ps. Margriet Dijkstra).
Mooij, J.J.A.
[Gedichten],
juli-augustus 1986, 464-465, 30-33.
Gezicht
op Delft:
1.
'Gegrondvest op de donkre spiegelbeelden', 30
2.
'In lucht en water weggezonken', 31
3.
'Hoe zijn de mensen op de kade', 32
De
watermolen (Meindert Hobbema): 'Twee eenden hebben hun de weg gewezen', 32
Portret
van Kardinaal Bibbiena (Rafa‘l): 'Vanuit de donkerbruine ogen', 33
Met
illustraties: Vermeer, Gezicht op Delft, 30; Meinder Hobbema, De watermolen,
32; Rafa‘l, Portret van Kardinaal Bibbiena, 33
[Gedichten],
juli-augustus 1990, 512-513, 55.
Vreemde
vogels: 'Grijze reigers in 't vervuilde land'
De
griffoenen van Samos: 'Legertje van griffioenen, verweerd'
Moore, Marianne
Tom
Fool, december 1963, 197, 23-25.
'Zie
Jonas in Joppa aan boord gaand, bang voor'
Vertaald
uit het Engels door J. Bernlef [ = H.J. Marsman]. Bijschrift: Uit de Greentree
Stal. Met aantekeningen van Marianne Moore, pp.24-25.
Morri‘n, Adriaan
Moedercomplex,
29-11-1961, 133, 9.
'Je
hebt vannacht weer niet geslapen'
Morsjen, Nikolaj
Pseudoniem van Nikola
Nikolaevitsj Martsjenko.
Mulder-Koeman, Grietje
Familiekroniek,
juni-juli 1977, 355-356, 48-50.
1.
'Het schijnt z— geweest te zijn', 48
2.
Mijn oma: 'Zij heeft veertig jaar geconverseerd', 48-50
3.
'Mijn ouders verheffen', 50
[Gedichten],
maart 1978, 364, 32.
Mijn
vader speelt met mijn kind: 'Een kleuter op een bruine foto'
Mijn
vader speelt op zijn Russische accordeon, een halve toon te laag: 'Het beeld
frontaal, de voer vooral niet schuin'
Vijf
gedichten, december 1978, 373, 18-20.
Konfrontaties,
18-19
1.
Met een autistisch kind: 'Laat me alsjeblieft een kleine rechte tafel van
begrip', 18
2.
Afgesnauwd: 'Hou je bek', 18
3.
Met een gek: 'Zijn huis is al zo vaak', 19
Voor
Theo: 'Achter welke denkdijk bak het water door ?', 20
Gedateerd:
2 maart 1978.
Misdaad:
'Nee', 20
[Gedichten],
november 1992, 540, 24-25.
Was
ik: 'V——r sluitertijd was ingesteld', 24
Ben
ik : 'De weg', 25
Muller, Theo
[Gedichten],
april 1976, 341, 24-26.
'meedogenloos
slooptuig van gedachten', 24
'wind
over de polder', 24
(mijn
moeder): 'achteromgekeken staat ze nog', 24
'de
lucht is grijs', 24
'oude
vrouw met een vracht', 25
'vandaag
ben ik de hele dag', 25
'zolang
ik klein was', 26
'uit
muziek van Schumann kwam', 26
[Gedichten],
augustus-september 1976, 345-346, 34-36.
Requiem:
'er was geen herinnering meer', 34
'toen
ik de borduurkap waarmee', 34
Leeftekens:
'zolang met komma's en punten', 35
Rondeel:
'eerst kwam de adem', 35
'Hoe
zal ik weten', 36
Tien
gedichten, augustus-september 1977, 357-358, 40-43.
'hoor
de stilte, zegt het kind', 40
'een
rechte laan', 40
Wandeling:
'dit heb ik vannacht bespied', 40
'wanneer
ik wakker lig en niet', 41
'de
broedplaats van bewustzijn', 41
'zeer
recht', 41
'aan
de wind', 42
'de
kamer ligt geankerd aan het lamplicht', 42
Voor
de oudere lerares Nederlands: 'tussen onbespoten fruit en wilde flora', 43
De
drie hoeren: 'er waren eens drie hoeren', 43
Negen
gedichten, november 1978, 372, 32-35.
'uit
stilgevallen straten', 32
'de
radio om middernacht', 32
'de
zin van iets geven is', 32
'laatst
liep ik met mijn moeder', 33
Voor
het goede doel: 'toen ik met een volle hoodschappentas', 33
Kentering:
'tegen een hemel', 34
'o
kindertijd', 35
'hoe
het langzaam dag wordt', 35
'ik
sta in ons oud huis in kampen', 35
Acht
gedichten, januari 1979, 374, 37-40.
'het
besneeuwde land', 37
Cantilene:
'waarheen buigt zich de wind', 37
'eigenlijk
heb ik alles zelf bedacht', 38
'staren
naar de hoek van de tafel', 38
Noem
het: 'noem het een gezicht', 38-39
(alweer:
mijn moeder): 'boven in je slaapkamer', 39
Kampen:
'provinciestad tussen polders en dijken', 40
[Gedichten],
februari 1980, 387, 27-29.
1.
'ik ben de kat in dit huis', 27
2.
'mijn meester mijn vriend, 27
3.
'deuropener', 27
4.
'als ik geen eten krijg', 27
5.
'wanneer je wispelturige regime', 28
6.
'in je vredigste bui', 28
7.
'het huis en ik, we', 28
8.
'je houdt van me', 28
9.
'terwijl je me liefkoost, 29
Zeven
gedichten, augustus-september 1980, 393-394, 23-25.
'dit
is hoe zij samenwonen', 27
Sprookje:
'men noemt hen prinsen ofschoon', 23
'ik
droomde van een prachtig huis', 24
'als
jij breekt', 24
'als
grotbewoner tekenen wij', 24
(Villa
cronstadt): 'open deuren naar een klein balkon', 25
'in
je ogen bruist de zee', 25
Zes
Gedichten voor een gestorven jongen, januari 1981, 398, 34-36.
'nog
is het huis vol relikwie‘n', 34
'vol
schaamte zicht ik tussen vuilnis', 34
'met
je moeder en je broers mee', 35
'die
avond laat in champŽry', 35
'ik
zal je nu voorzichtig dragen', 36
'soms
zie ik iemand', 36
Mutsaers, Charlotte
Drie
gedichten, juni-juli 1985, 450-451 [451-452], 34-38.
Palingdroom:
'De trein vertrekt, maar onze hond', 34-35
Alles
dood: 'Hoog de kasteelzaal', 36
Marche
sombre des comcombres: 's Nachts het venster opgeschoven', 37-38
Met
illustraties van de auteur, 35 en 37.
[Gedichten],
augustus-september 1985, 452-453 [453-454], 43-45.
Ex
voto konijne-oor: 'Vanavond ben ik in je zieke oor te gast', 43
Voor
geen geld: 'Met ponden draven ze op', 44-45
Met
illustraties van de auteur, 43 en 44.
Recept
voor Sousa's kattegraf (Ljevka tot troost), november 1985, 456, 22.
'Snoes,
zit niet in de nesten'
Kerstmis
Metathesis, maart 1986, 460, 37.
'Toen
Christus'
Met
een illustratie van de auteur, 37.
Herfst
op zee hoe merk je die?, november-december 1986, 468-469, 68-69.
'Takkenbossen?'
Met
illustratie van de auteur, 69.
Hippodroom,
mei-juni 1987, 474-475, 38-39.
'Dit
is de Nacht van het Paard'
Met
illustratie van de auteur, 39.
Nagel, Willem Frederik
[Gedichten],
juni-juli 1981, 403-404, 31.
Onder
pseudoniem J.B. Charles.
De
tafel: 'Zoals de kamer'
Dom
als een heiden: 'De jonge vrouw vroeg heel bescheiden'
Napel, Harm Hendrik ten (1991)
[Gedichten],
maart 2020, 868, 23-24.
Voor
vandaag: ÔOpeens begrijp ik datÕ, 23
Voor de waterlinieweg: ÔTegen de hospiteerder zeggen weÕ, 24
NŽ, Yvonne (1958)
[Gedichten],
februari 1992, 531, 23-25.
Hars:
'een deur vind ik en ga', 23
Lunair:
'is er een waarmerk?', 23
Voorplein:
'je staat hier al heel', 24
'Nacht:
'in de avond is plaats', 24-25
Arachne:
'tot aan de tanden in stof kom ik', 25
[Gedichten],
maart 1992, 532, 28-30.
Beeld:
'licht drijft het beeld, koel op het oog', 28
Vensters:
'als de schemering komt, stop ik', 28
Exitus:
'tonen hoorden wil alle avonden', 29
Aanloop:
'in twee straten loop ik : ŽŽn', 29-30
[Gedichten],
juni-juli 1993, 547-548, 31-36.
'Fata
morgana's van te laat geboren dromen hebben gewicht', 31
'De
melktandjes van het ochtendlicht knabbelen', 32
'Lover,
wimpers, vleugels, wind van levenwekken', 33
'De
sinistere waterklok loopt leeg. Een vallen', 34
'Veel
oud zeer ligt onder daken van angst', 35
'Het
getij kruipt weg van de bedding', 36
Alle
gedichten met illustraties van de auteur.
[Gedichten],
december 1993, 553, 25-27.
Enkele
reis vlakland: 'stalen sporen verlopen', 25
Sprong:
'alleen van pogen kan ik zeggen, uit', 25
Ent:
'verkapt zijn zag je feiten, van', 26
Traject
van het licht: 'nochtans schenkt het heden iets', 27
De
boom: 'netten van wortelen houden', 27
[Gedichten],
maart 1994, 556, 23-24.
lief:
'o lief wees mij dichter bij', 23
spatium
temporis: 'alles ligt hier ineengerold', 23
Voor
Theo de Leeuw: 'geluid van hout dat zich vertakt', 24
limbus:
'buiten dit kan ik niet, 24
[Gedichten],
december 1994, 565, 24-26.
Biografie
of de papieren bootjes: 'Terwijl je langzaam afgegraven wordt drijft daar nog',
24
Provence
12.00 u: 'Een uitgebrande zonnebloem buigt door onder', 25
Graskantjes:
'Het onwillige, geel spetterende gras lacht, als het', 26
[Gedichten],
augustus-september 1998, 609-610, 26-28.
'Als
het dier in je lichaam in de breedte', 26
'Planten
leggen de hand voorzichtig', 27
'Ja,
zaad - eerst voelt het liploos', 28
[Gedichten], april 2004, 677, 12-13.
verhuizing: 'Hoe genaamd
onverschillig liet', 12
afscheid: 'Op een schip, ŽŽn woord,
vaart', 13
[Gedichten], oktober 2004, 683, 19-20.
kleiner: Ôje gedachten krijgen
eindelijk vormÕ, 19
hoorbaar: Ôeen masker van een
papieren zak is het mooistÕ, 20
[Gedichten], november
2007, 720, 29-30.
maskarade:
'Het vult de hele muur:', 29
het
bestaat: 'Dit is anders', 30
Nerval, GŽrard de
Pseudoniem van GŽrard
Labrunie
Neylen, J.V. (1989)
[Gedichten], oktober
2017, 839, 32-34
ÔKunstgras
en huizenkoppen is wat onveranderd is geblevenÕ, 32
ÔDe
doodstroom. Vingers klappen samenÕ, 33
ÔGewacht,
en toen er niemand kwamÕ, 34
[Gedichten], oktober
2020, 875, 44-47.
ÔEn
laat voor wat is. Laat de moeder die haar stemÕ, 44
ÔNiet
dit – niet dit blanco leven. Ik was niet van planÕ, 45
ÔIk
stift een mond. In het karmijn zoek ik een identiteitÕ, 46
ÔDit
meisje hier, fijn als een narcis,Õ, 47
Niematz, Max (1942)
Gedichten,
april-mei 1988, 485-486, 55-57.
Adam
Pijnacker: 'Niets wijst erop, dat we', 55
Winter
te O.: 'De bomen, wohltemperiert', 55
Wolk:
'Eens, toen ik dacht dat ik', 56
Rogge:
'Bomen langs de akker, geteld', 56
Klok:
'Bij donker het betasten van', 57
[Gedichten],
maart 1989, 496, 33-35.
Paviljoen:
'Zeewater stroomt beheerst langs', 33
Eik:
'Langs deze dijk omzien', 33
Telefoon:
'Als er ŽŽn telefoon zou zijn', 34
Thalassa:
'Geluk is wisselend als onze', 34
Heem:
'Ik roei verboden schaduwen', 35
[Gedichten],
januari 1990, 506, 26.
Fa�ade:
''t Gindse wil je niet toe be-'
Lutje
Hšrn: 'Zeewater, allitererend'
[Gedichten], maart 2012, 772, 43-44.
Land: 'Droge voeten - meer verlang ik niet.', 43
Strand: 'Je moet wel een goed mens zijn. In', 43
Zure appels: 'Zuur zijn onze dagen, nu wij niet', 44
[Gedichten], , januari 2015, 806, 41-42.
Goed: 'De geur van schoon
ondergoed', 41
Sputum: 'De een mag
spreken van onhygi‘nisch', 41
Appel: 'In koortsig
broeden overzie je', 42
Zij
en ik: 'Wat is er? vroeg ze. Wat heb je?', 42
[Gedichten], november
2019, 864, 26-28.
Moeydir: ÔDe nacht viel snel, het leek hem beterÕ, 26
Straks: ÔStraks, als ik dood ben, ga ik met je vissenÕ, 27
Gedicht 23: ÔIn de ochtendstilte klonk het gekrasÕ, 28
[Gedichten], april
2020,869, 47-49
Waanzin: ÔOok waanzin gaat voorbij. Waanzin isÕ, 47
Caesar: ÔEven houd je de
Gallische oorlogÕ, 48
Õs Winters: Ô Õs Winters vind je soms nog levenÕ, 49
Nods, W.
Herinnering,
09-11-1960, 78, 15.
'Van
mijn moeder onthield ik een glimlach'
Nordbrandt, Henrik
[Gedichten],
april 1967, 235, 19-20.
Du
ligner en film: 'du ligner en film', 19
Je
lijkt op een film: 'je lijkt op een film', 19
Dr¿m:
'i min dr¿m', 19
Droom:
'in mijn droom', 19
Trappesang:
'dit ansigt', 20
Trappenlied:
'je gezicht', 20
D¿dsikon:
'din d¿d', 20
Doods-ikoon:
'je dood', 20
Gedichten
in Deens-Nederlands. De eerste drie gedichten uit: Digte, 'D¿dsikon' uit Miniaturer.
Vertaald uit het Deens door A. Burnier [ = C.I. Dessaur]. Zie kritisch proza,
C.I. Dessaur, 235, 14-15/17-18.
Nuis, Aad
Antilliana,
21-04-1960, 49, 14-15.
Reiskamertje:
'Het is vreemd met reizen', 14
Bij
een standbeeld: 'Daar staat hij, pak en buik, een toga van beton', 14
Bijschrift: van Generalissimo Doctor Rafael Leonidas Trujillo Molina, Ciudad
Trujillo, Dominicaanse Republiek.
Rondeel:
'Krekels onderbreken de spreker', 14
Bijschrift:
Evening lecture, University College of the West Indies.
Een
klein eiland: 'Het perk is rond en groen, het huis is wit en vierkant', 15
[Gedichten],
14-09-1960, 70, 14-15.
Supporter's
song: 'Ik prijs in jou het duizendpotige', 14
Boeket
van een Mede-rozenkweker (Graves): 'O wat zegt de rozenkweker', 14
Groteske
(Graves): 'Chinese oom, halfblind, slechthorend, jichtig', 14
Klein
Groen Beest: 'Een klein groen beest dat op mijn vinger zit', 15
Holland:
'Holland is een oud huis zonder dak', 15
Een
moeilijke tijd: 'Fluiten als een regenvogel', 15
[Gedichten],
07-12-1960, 82, 10.
Beren
aan het hof: 'Op mijn bureau een kleine oude prent'
Twistgesprek:
'Een man?'
Strip-tease:
'Net lag hij kraaiend in een roze huid'
Wisselend
weer, 21-06-1961, 110, 11.
'Zuidwesters
en ploegen, vissers en boeren'
[Gedichten],
29-11-1961, 133, 13.
De
Held wordt kaal: 'Nog steeds een rost, en zelfs steeds meer een rots'
Voor
de Poes: 'Goed, ik ben een kaal dier, flarden aan het lijf'
[Gedichten],
mei 1963, 190, 33.
Ars
Poetica: 'Je kunt maar weinig zeggen in gedichten'
Correspondentie:
'Vandaag brieven van twee meisjes'
Drie
rederijkers, augustus-september 1966, 228, 26-27.
1.
De hoofdredacteur (sestina): `Aan zijn bureau kijkt hij de wereld rond', 26
2.
De interviewer (rondeel): `Zegt dr. X (wat weet hij veel!)', 27
3.
De columnist (sonnet): `Een spottend, zeer persoonlijk commentaar', 27
Oerlemans, J.W. (1926)
[Gedichten],
01-02-1961, 90, 12.
Mijn
beesten: 'dagen als duinzand, zacht en ongelukkig'
De
prooi: 'Je dunne hand'
Babels:
'Ik ben het dorstig monument'
Herinnering:
'Jaren riep ik achter mij'
De
verwoesting, 09-08-1961, 117, 16.
'Het
gaat over Brabant waar de heide was'
[Gedichten],
16-08-1961, 118, 9.
In
een slaap: 'In een slaap van heuvellanden'
De
verschansing: 'De ramen hebben zich gesloten'
Het
huis, 01-11-1961, 129, 15.
'Het
is een oud huis met rafels'
Het
oude landhuis, 29-11-1961, 133, 15.
'Het
is een vreemd huis waar de geslachten'
Amerika,
07-02-1962, 140, 16.
`Ik
zou de krachten willen zijn van Amerika'
[Gedichten],
28-02-1962, 143, 12.
Nacht:
`Dit is een nachtelijk gedicht'
Het
wereldkonijn: `Met zijn kop gebogen over de bossen'
Zomermiddag
halfdrie: `Het weinige gras in de spooktuin, het moeras dat stinkt'
[Gedichten],
09-05-1962, 153, 13.
Zomer
I: `Je bent de lieve berg, de dode-'
Zomer
II: `De rivieren waarop wij staarden, zijn er nog'
Zomer
III: `De schaduw brak'
Gedichten,
13-06-1962, 158, 15.
Verwijderingen:
`Tussen verwijderingen en einden'
Huis
in Auvergne: `Eindeloos en arm als de nacht'
Mythologie:
`Ik las een verhaal vol oudheid'
Zomer
aan de rivier, 10-10-1962, 175, 15.
`De
schemeringen werden langer, de zomer wit'
[Gedichten],
juli-augustus 1965, 216-217, 41.
Wandelende
vrouw: `In het magere veld liep zij zacht te zwieren'
Het
verschijnsel bij Gap: `Er moeten bossen gegolfd hebben'
Winterochtend:
`Als ik opsta vol lakens en duisternis'
[Gedichten],
oktober 1976, 347, 18-21.
Woorden:
'Ik hou van woorden als leeg en', 18
Wolk:
'Deze streep dunne wolk', 18
Altijd:
'Zij verdween in een plooi', 18
Sporen:
'De drempel schittert nog van jouw voet', 18
Vogel:
'Dit keer riep de vogel zo zacht fluitend', 18
Nihilisme:
'Die nacht hebben wij op het strand', 19
Koningschap:
'De koningen zijn verdwenen op ŽŽn na', 19
Kopen:
'Ik vestig mij bij voorkeur', 19
Orion:
'Op weg naar sterrebeelden', 19
Boom:
'Daar waar de bodem rechtop staat', 20
Wit:
'Het wit was maan geworden en later', 20
Tekening:
'Zij tekende eens een sloot', 20
Bladeren:
'Er zijn bladeren zo dun opgehangen', 20
Insect:
'In de twaalf uur', 20
Afscheid:
'Hoe moet ik ooit weer weggaan', 21
Paard:
'Een paard hoort niet los in het koren', 21
Het
landhuis: 'Je moet je moeder waarschuwen', 21
Voorpublicatie
uit de bundel In de neerslachtige polder
en elders (1976).
[Gedichten], april 2000, 629, 30-31.
Toen
zijn woorden: 'Toen zijn woorden zich hadden verdaan', 30
Het
waren dezelfde jaargetijden: 'Het waren dezelfde jaargetijden', 31
[Gedichten], januari 2002, 650, 18-19.
'Zo waren wij
overgeheveld', 18
'Meermalen heb ik 's
nachts', 19
[Gedichten], maart 2003,
664, 16-17.
Uitgeweken
naar vroeger: ÔUitgeweken naar vroegerÕ, 16
Collegezalen:
ÔZo was zij gstalte gewordenÕ, 17
[Gedichten], december
2003, 673, 32-33.
Het
gras: ÔHet gras had geen einde meerÕ, 32
Jaargetijden:
ÔDie winterÕ, 33
[Gedichten], oktober 2004, 683, 25-26.
Het wandelen: ÔIk hou niet van
wandelenÕ, 25
Peren: ÔIk dacht nog, deze herfstÕ,
26
[Gedichten], juni-juli
2005, 691-692, 26-27.
Dichterschap: 'Voorin de
tuinkamer',26
In de duinen vroeger: 'In de duinen
vroeger', 27
Lydia, juni-juli 2006, 703-704, 70.
I: 'Zij ging
de wereld achterna'
II: 'Wij
laten ons prachtig zeilen'
III: 'Zo
dreven wij samen'
Oomen Capteyn, Nora
Alleen
aarde moet aarde worden. Bosnische elegie‘n, oktober 1993, 551, 24-26.
1.
'Een verpleegster wast', 24
2.
'Een studente aan de filmacademie', 24
3.
'Een hond wordt begraven op', 24
4.
'Een cameraman gaat een', 25
5.
'Een sluipschutter schiet', 25
6.
'Een journalist komt thuis', 25
7.
'Een jongen en een meisje', 25
8.
'Een dokter amputeerde het', 26
9.
'Aan de bosrand even buiten', 26
10.
'Een echtpaar betrekt het huis', 26
11.
'Een man in de stad leest', 26
Oosterbaan, Lammijna
Huldiging,
februari 1966, 223, 10.
`Voor
de burgermeester'
Os,
Th. Van (1954)
Ruig, donker, bitter, maart 2002, 652, 16-17.
'De oude dichter kijkt
nog ŽŽn keer om'
Brug, augustus-september 2009, 741-742, 37-38.
I. 'Dat kan ik me goed
voorstellen', 37
II. 'Mijn broer zei
altijd dat hij niet', 38
III. 'Ik dacht altijd dat
ik de 51 niet', 38
4 Kwatrijnen, oktober 2011, 767, 44-45.
SOS: ' Wanneer mijn
moeder blauwe rokken droeg', 44
Katholieke Illustratie:
'Mijn vader rookte pijp en blies zijn wolken', 44
Dichter: 'Hij zweeft met
te veel armen en zuignappen'', 45
Samen: 'Hier in de inkt
op dit papier', 45
Otten, Willem Jan
[Gedichten],
december 1971, 289, 33.
Najaar
in de kamer: `Ze geven geen teken van leven'
Met
de zintuigen: `Dichten is'
Oude
vrouw, mei-juni 1972, 294-295, 37.
'Ze
is plantaardig, woeker van het meubilair'
[Gedichten],
mei-juni 1984, 438-439, 90-91.
Gezinshoofd:
'In elke kamer slaapt een mens', 90
's
Morgens:
1.
'Hij geeft zich omdat zij hem spant'
2.
'Om eerst een eeuwigheid daarna'
3.
'Ergens ruist de douche, vervolgt'
Twaalf
afzonderingen, januari 1987, 470, 28-33.
Begin
1: 'De stem vol etenstijd', 28
Zij:
'Zij neemt haar plaats in voor haar spiegelbeeld', 28
Zij
zee, hij meeuw : 'Zij bijt een appel wijdbeens voor de zee', 28
Ochtend:
'Nog twintig treden', 29
Evenbeeld:
'Hij komt niet tot bedaren', 30
Er
na: 'Iets kraste zijn nagel over mijn binnenste schoolbord', 30
Na
de nachttrein: 'Bedauwde klinkers, droge stoep', 31
De
eerste tuin : 'Mijn moeder toonde ons haar nieuwe tuin', 31
Voor
vaarwel: 'Ik heb haar op de Loreley-express gezet', 32
Doezelende
oude: 'Hoog in zijn geheugen', 32
Voor
de dooi uit: 'Hij schrijft zijn slagen', 33
Begin
2: 'Mij meegegeven met een verlangen', 33
Acht
gedichten, oktober 1987, 479, 3-6.
Amphytrion,
3:
1.
'Na de nachttrein stond ik in de tuin'
2.
'De zon is onder en de boom een donker ding'
3.
'Ook al zeg je nog zo lief'
Liedje
voor de pijn: 'Een mevrouw loopt door de gang', 4
Op
zaal: 'Nadert er rinkelend glas', 5
Laatste
blik achterom: 'Daar in die Nijl', 5
Laatste
blik vooruit: 'We zien het gras en horen water', 6
Laatste
blik: 'Hij ligt langszij het raam, ogen wijd', 6
De
droom van de tastbaarheid, november 1988, 492, 36-39.
Echtpaar
aan de oever: 'er is een vaagte tussen man en vrouw', 36
Meneer
Penelope beraamt een bruid: 'Zij zou herrijzen uit de Hades van haar
schoonheid', 36
Een
ster gezien door er naast te kijken: 'Hij oefent zich in het kijken door het
kraalgordijn', 37
De
Macht die schudt: 'Er was een onanoir verleden tijd', 37
Twee
vierjarigen en God: 'Doorzichtig waren ze en dreven'
Een
omhelzing zonder arm: 'Eens kwam hij laat de kamer in', 38
Waarom
trok toen hun passie krom?: 'Er was een amazone daar dreef zij in', 39
Broeder
zool: 'Zij betast haar ivoren biceps, het meisje', 39
Ouwens, Kees
[Gedichten],
mei 1980, 390, 12-13.
Tobbe:
'Ontvallen positie, uw lege plaats is als een muurvlak zonder raam', 12
Expansie:
'Ontwelling van sap, het is zo schoon te weten dat u waakt', 12
Kaalte:
'Stervend gras, waarom gaat u dood', 12
Zog:
'Verregening in wind, u is zo bizar in uw rechten', 13
Macht:
'Tweeledige dood, klem mij niet langer aan uw borst want niets beklijft', 13
Gedichten,
maart 1981, 400, 21-24.
Ik
zag...: 'Ik zag de ziel der depressie', 21
Chemie:
'Wonderdadig middel dat ik bekwaamheid alles overtreft', 21
Natjas:
'De dag ontplooit zich als van de werkster de dweil', 22
Klem:
'Ik keek omhoog met de mond naar', 22
Loketten:
'Blakend achterbuurt, met uw doodsklokken en autowassers', 23
Tocht:
'Ik was twee‘ntwintig, de wereld lag voor mij open', 23-24
Twintig
gedichten, juni-juli 1982, 415-416, 44-58.
Robe:
'Ik trouwde met mij, en ik', 44
Mineraliteit:
'Ik ontkleedde mijn lichaam', 45
Ster:
'Ik treur niet om droomverlorenheid', 45
Aanblik:
'Ik ben de betovering van het aanblikbewustzijn', 46
Manufactuur:
'Ik maakte mij/en ik wist hoe mijn hoofd reikte naar mijn hand', 46
Grond:
'Ik maakte mij/terwijl ik mijn lichaam aanwendde tot', 47
Magma:
'Ik wist God mijn voorspraak', 47
Parallellen:
'Ik hield uitverkoop van mijn volume', 48
SursŽance:
'Ik droeg zichtbaarheid af aan de ontvanger van mijn aanblik', 49
Arbeidsslag:
'Ik had een band met mijn rug', 50
Vendel:
'Ik was symbool van nationaliteit', 51
Offerte:
'Ik beken, ik heb niet geleefd', 51
Derivaat:
'Ik was de zin van mijn leven', 52
Exil:
'Ik ontwierp mij', 53
Ochtendzon:
'Ik was ten prooi aan mij zelf', 53
Westelijk:
'Ik kleedde mij om uit te gaan naar mijn grond', 54
Afreis:
'Ik zag een man zich van de daad ontdoen', 55
Detentie:
'Ik was de hystericus van mijn lichaam en', 56
Apostaat:
'Ik was de Moeder Gods', 57
Obductie:
'Ik had geen kennis', 58
[Gedichten,
mei-juni 1984, 438-439, 76-79.
'Ik
hoopte dat u uit de tekst kroop die mijn hand op u', 76
'Ik
was niemand minder dan mijzelf aan wie ik', 77
Wilg:
'Ik was mijn meest uitgesproken vorm', 78
Ik
riep u aan mijn poort...: Ik riep u aan mijn poort nadat ik u', 78
'wie
gelooft niet aan zijn gevoelens die zich aan', 79
Luister
naar die woorden, februari 1988, 483, 24-27.
Luister
naar die woorden uit mijn mond: 'Luister naar die woorden uit zijn mond en
toch...', 24
Het
was een dag in april: 'Jaren daarvoor had ik getracht mijn uiterlijk ingang
te', 25
Ja
ik ben vertwijfeld: 'Wat de god mij gegeven heeft, heeft zij mij afgenomen', 25
Waarom
anders...: 'Waarom anders zouden wij bij herhaling naar onze gronden zijn', 26
Nee,
dat lijkt maar zo: 'Een augustusdag. Een laatste poging tot het absolute En',
26
Van
goddelijke oorsprong heb ik geprobeerd te zijn: 'en een vervolg op die regel
heb ik gezocht', 27
Papenhove,
Fred (1956)
[Gedichten],
mei 2020, 870, 48-49.
Brief aan mijn broer Ruud in de hemel boven Den Haag
Zij
[Gedichten],
november 2020, 876, 38-40.
In
Den Haag: Ôbij ons om de hoek staat een standbeeldÕ, 38
Love
me tinder: Ôik accepteer me zoals Ôk eruitzieÕ, 39
Drive-throughcondoleance
(april 2020): Ôkom aanrijden in me auto en zie dat de kist met daarinÕ, 40
[Gedichten],
maart 2021, 880, 48-49.
Onder
ons (voor Delphine Lecompte): Ôluister op Spotify naar AC/DCÕsÕ, 48
Selfie:
Ôal kost het me een uurÕ, 48
Beginnende
vogelaars: Ôwe nemen in het bos onze positieÕ, 49
[Gedichten],
juni/juli 2021, 883, 23-24.
Wat
is dat toch: Ôhet uitbreken van de zomer wordt met opwinding begroetÕ, 23
Zoektocht:
Ôwil een hond voor contactÕ, 24
Huiver:
Ôvandaag mag Ôk voorÕ, 24
[Gedichten],
december 2021, 889, 39-40.
Psychedelica
anno 2021: ÔÕt maakt best wat in me los een paar chocolaatjes metÕ, 39
Body
mass index: Ôprobeer een boom te omhelzenÕ, 40
Woke:
Ôkies voor black lives matterÕ, 40
Pastor, Marianne
Drie
gedichten, januari 1985, 446, 31.
'Omdat
op het ikoon de lucht'
'Ochtendmist
de IJssel'
'Nu
is de bedding droog en'
[Gedichten],
november 1985, 456, 28-29.
Nu
het donker wordt langzaam:
'Nu
het donker wordt langzaam', 28
'Nu
klimt de zon en neemt', 28
"Opdat
deze hand Ruth', 28
Zij
noemen mij Hodegetna: '"Ik ben het. Bij de Scae•sche poort', 29
Twee
gedichten, februari 1989, 495, 20.
1.
'Niet voor ik mijn voet ontschoei en hoor'
2.
'Opdat ik leeg werd en de velen opnam die vergingen-'
Pavese, Cesare
[Gedichten],
februari 1990, 507, 32-33.
Ontmoeting:
'Deze harde heuvels die mijn lichaam maakten', 32
Ook
jij bent heuvel: 'Ook jij bent heuvel', 33
Vertaald
uit het Italiaans door Margarieta Jeltema.
Peeters, Hagar (1972)
[Gedichten],
oktober 2017, 839, 6-8.
10
gedichten voor Lucebert:
I:
ÔWe laten de wartaal van de holle vaten klaterenÕ, 6
II:
ÔKreeft schiet op!Õ, 7
III:
ÔDe geest scherpt zich maar zeldenÕ, 7
IV:
ÔVlam vlam in de rouwÕ, 7
V:
ÔEr waren geen moeders en vadersÕ, 7
VI:
ÔIn het atelier had de tand des tijdsÕ, 8
VII:
ÔEen vlek een universumÕ, 8
VIII:
ÔOok een verfspetter is een vlekÕ, 8
IX:
ÔIk bevrijd betekenisÕ, 8
X:
ÔEen tentoonstelling is een terechtstellingÕ, 8
Pieters, Ludo
Ooggetuige,
oktober 1963, 195, 24.
'Het
onkruid gemis'
Pijnaken, Eric
Een
mienuskuul gebeuren, november 1967, 240, 40.
`waar
hij gaat volgt hem'
Ploeg,
Froukje van der (1974)
[Gedichten], augustus-september 2001, 645-646, 25-26.
Elke dag verse
brunettino's: 'Vanuit haar strandstoel kijkt ze', 25
Woensdagochtend: 'en
motregen op de brug', 26
[Gedichten], mei 2002,
654, 16-17.
Over
en sluiten: 'Zijn rug voor het raam', 16
Niet
orgasme bevorderlijk: 'een maag vol warme chocomel appeltaart', 17
[Gedichten], oktober 2004, 683, 12-13.
Fotoalbum: Ômijn ogen bestonden alÕ,
12
Strand in juni: ÔWind blaast winter
in zomers lichtÕ, 13
[Gedichten], mei 2005,
690, 18-19.
Vervreemding: 'Ik zal voor je liegen',
18
Het vergeten is begonnen: 'Wat weet
je nog van wat je niet', 19
[Gedichten], januari
2006, 698, 29-30.
ÔMijn dag begon met de gedekte tafel,
29
Weiland: ÔOma in een roze pyjamaÕ, 30
[Gedichten], mei 2006,
702, 35-36.
Alice:
ÔZie je de wamte de tijd uitzetÕ, 35
Koninginnedagen:
ÔHet eerste bezet op de straten, de eersteÕ, 36
[Gedichten], oktober 2008, 731, 31-32.
Geen nieuwe dagen: 'De
wind volgt mijn adem', 31
Oud
en over: 'Een meisje rekt de avond', 32
[Gedichten]
februari 2012, 771, 27-28.
Zitten: 'Ze
denkt: ik kan het uitzitten', 27
Val: 'Het
perspectief slaat om, bomen', 28
[Gedichten], maart 2013,
783 [784], 41-42.
Eerst:
'Ik was veertien en een langpootmug', 41
IntermarchŽ:
'Door de regen naar binnen gedreven dan maar', 42
Verlies:
'De wind volgt mijn adem langs de appelboom' 42
[Gedichten], oktober
2014, 803, 32-33.
Kistje:
'Zolang ik het er niet over heb', 32
Stof: 'Is dit het dan, vader, het leven opgebouwd', 33
[Gedichten], juni-juli
2015, 811-812, 3-12.
Februari: 'Ochtend, het
zusje laat de dingen', 37
Date: 'Ik heb een man
ontmoet zegt oma', 38
Nummers: 'In het huis met
deze keer een zee', 39
[Gedichten], maart 2016,
820, 23-24.
Zand:
ÔHij zegt het is geen tovermiddel, als ik haar zieÕ, 23
Onthechten:
ÔWij zitten dezelfde tijd uit, wachten totÕ, 24
[Gedichten], maart 2018,
844, 16-18.
Lieve
Imke: ÔHoe bevalt je het leven weer terugÕ, 16
Wat
er is: ÔOchtend en buiten draaien de kranenÕ, 17
Uitgesproken:
ÔHij vouwt zijn armen als een lassoÕ, 18
[Gedichten], oktober
2019, 863, 3-8.
Zonnehof: ÔVoor haar is
het eigenlijk niet ergÕ, 3
Doldrums: ÔMijn hersens zijn gladÕ, 4
Jullie zijn het niet: ÔHet is niet alleen afscheid van een persoonÕ, 5
Geduld: ÔIk dacht: er komt een moment, dan weet ik hetÕ, 6
Maandag:
ÔOchtend en het regent tegen het raam, mannen sturenÕ, 7-8
[Gedichten], december
2019, 865, 11-13.
Insomnia:
I: 23 juli 02:23: ÔIk kijk naar de dingen die wel slapen, mijn katersÕ,
11
II: 26 juli 03.15: ÔIn het gat van de nacht is de traagte terug in de
tijdÕ, 11
III: 28 juli, 04.30: ÔOpgedroogd zaad in haar hals voelt als restjesÕ,
12
IV: 28 juli, 05.10: ÔHet is niet zo dat ik met je moederÕ, 12
V: 1 augustus, 05.15: ÔVraag je af hoe het voelt om na een avondÕ, 13
[Gedichten], maart 2020,
868, 45-48.
Amsterdam, oktober: ÔLieve ImkeÕ, 45
Overgeven: ÔHet
is een herhaling in doodgaanÕ, 46
Amor fati (I): Ô
De jongen controleert zijn hartslag – een patroon bloedspettersÕ, 47
Amor fati (II):
ÔIk wachtte op een berichtÕ, 48
[Gedichten], mei 2021,
882, 21-23.
Standaardsituatie:
ÔDe agente bekijkt de kamer en vraagtÕ, 21
Algoritme:
ÔDuitse huisjes in donker gebied, hotels met zeven sterrenÕ, 22
Overbrugging:
ÔHij stuurt me zijn uitzicht, zee en klif en lage zonÕ, 23
Pointl, Frans (1933-2015)
[Gedichten], februari
2011, 759, 25-26.
Nacht
(I): 'Vannacht in een auto', 25
Nacht
(II): 'moeder, vannacht bij ons oude Heemsteedse huisje', 26
Geborgenheid:
'moeder die mij kent', 26
Berichten uit het Dr.
Sarphatihuis, Amsterdam, mei 2013, 786, 25-26.
Spiegel:
'in de spiegel', 25
Contact:
'wuif naar mijn alter ego', 25
I.M.
Dokter Rex Derksen – dec. 2012: 'dat vieze eten', 25
Aandacht:
'jij schrijft omdat je',26
Afscheid:
'meeuw Frans P.', 26
elke ochtend, augustus-september 2013, 789-790, 55.
'elke
ochtend'
[Gedichten],
december 2013, 793, 40-41.
Voor P. die niets vermoedt: 'jij bent het', 40
Dood: 'ben ik dood', 41
[Gedichten], april 2015, 809, 29-30.
Spiegelbeeld: 'kijk', 29
Even blij: 'Soms -in de
nacht- onwetend', 29
1945: 'Niets bezaten we', 30
[Gedichten],
augustus-september 2015, 813-814, 17-18.
Nieuwe dag: 'alsof ik ben gedwongen', 17
Mevrouw V.: 'een mens gaat', 17
Die vredige tuin van toen: 'de eerste zes jaar', 18
Poll, K.L. (1927-1990)
Huis,
12-10-1960, 74, 13.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
'Kom
binnen door de linkerdeur'
Opdracht:
voor Peter Vos.
Contrasten,
16-11-1960, 79, 15.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
'Tranen
drogen'
In
leven, 12-04-1961, 100, 10.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
'Er
ligt niet ver van hier'
Zondag
in juli, 12-07-1961, 113, 11.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
1.
'Blauwe regen valt niet'
2.
De kastanjeblaren beginnen'
3.
'Het is niet waar dat een vrouw'
4.
'Wachtend op het einde'
5.
'De schrale zwarten schikten de pop'
6.
'Het is niet waar dat de trouw'
Ontmoeting,
16-08-1961, 118, 9.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
'De
nieuwe kleren van de keizer'
Op
goed geluk, 14-03-1962, 145, 16.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
`Kijk,
daar komt het geluk'
[Gedichten],
22-08-1962, 168, 12-13.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
`Ik
heb een diamant gevonden', 12
Kamer:
`Mijn dochter zit met een pop op een stoel', 13
[Gedichten],
12-09-1962, 171, 11.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
Tweelingen:
`Paljas, het late uur komt vroeger'
Vulgarisatie:
`Begroeid met eruditie'
Niets
menselijk is God vreemd, 28-11-1962, 182, 14.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
`De
kapper heeft gelijk, het is een zegen'
N.a.v.
een krantebricht in Het Parool,
17-11-1962.
[Gedichten],
17-01-1963, 186, 34-35.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
Baseball:
'Manager Stengel is ontslagen', 34
In
Los Angeles: 'Een oude man in een tropisch park', 34
Overvloed:
'Zij zong ook over de kast met de koffer erop', 34
De
gareelgangers: 'Het is daarbinnen veiliger', 35
De
nieuwe goden, februari 1963, 187, 35.
Onder
pseudoniem F. Sivry.'Onder een lijsterbes in de vogelbuurt'
'De
goden zien er van boven gezien', april 1963, 189, 38.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
Tot
er vrede op volgt, juli-augustus 1963, 192-193, 21.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
'Vrede
zij met u en de uwen'
[Gedichten],
oktober 1963, 195, 24-25.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
Ivanhoe:
'Met houten sabel', 24
Septembergeluiden:
'Kinderen klinken door de avond', 25
Begrafenis:
'Wij stonden ongemakkelijk', 25
Goudader:
'Hetis de eerste keer niet', 25
Matinee
van circus Strassburger, november 1963, 196, 43.
Onder
pseudoniem F. Sivry.
'Ouden
van dagen, vergroeide verschrikkers'
[Gedichten],
maart 1964, 200, 34-35.
Parkwandeling:
`Engeland is vol winterrozen', 34
Aan
de achterkant: `Angstig voor het stille', 34
Verkouden:
`Ze zegt: ik heb vannacht', 34
Bestemmen:
`Wat doen wij met de kerken', 35
Winter:
`Eenden gorgelen', 35
Wiston
House: `Zeven donkere mannen', 35
[Gedichten],
mei 1964, 202, 17.
Goede
raad: `Zoek de droge sentimenten'
In
Zweden
1.
`Een meisjesstudent in Lund
2.
`Ragnar Josephson dwaalt'
3.
`Mij is verteld'
[Gedichten],
september 1964, 206, 26-27.
Nieuw
geloof: `Er mankeert, zeggen ze, veel aan onze taal', 26
De
regels staan los van elkaar: `Het geheim is niet in de dode natuur', 26
Mogelijkheden:
`De maan is een appel', 26
Vroeger
1.
`Het verleden dat zijn', 27
2.
`Wat terugkomt heeft de smaak', 27
[Gedichten],
december 1964, 209, 20-21.
Twee
meisjesdromen
1.
`Mijn mooiste droom en ook mijn treurigste', 20
2.
`Toen ik klein was droomde ik een keer', 20
Aanwijzingen:
`Pas op voor de clinicus', 20
Over
een ree: `De wereld is klein daar', 21
In
huis, februari 1965, 211, 10-11.
`Wij
zijn bedoeld als geluid, verstorend'
Begeleiding,
december 1965, 221, 24-25.
`Laat
alles samenkomen, ongeregeld'
Een
idylle, april 1966, 225, 14-17.
1.
`Verteld is verteld. Een naaldloze kerstboom', 14
2.
`Zijn vriendin droomt over een bos', 14
3.
`Over de ouders van Jan en Levine', 14
4.
`Details zijn altijd welkom, zij leiden af', 15
5.
`Op de achtste verjaardag van Levine', 15
6.
`Met een stok in het zand getekende figuren', 15-16
7.
`De familie van Jan en Levine met haar moeder', 16
8.
`Een jaar of vier later zaten zij beiden', 16-17
9.
`Het was geen waanzin die zich openbaarde', 17
10.
`Hun laatste ontmoeting. na een duinwandeling', 17
Zeven
hoofdbegrippen, juni-juli 1966, 227, 52.
Vorm:
`Ook dit is een vorm, al'
Tijd:
`Laat maar komen de tijd'
Plaats:
`Denk aan de plaats van geboorte'
Verband:
`het verband, goed, als een geel'
Vrijheid:
`De ene appel na de andere'
Geluid:
`Stomheid slaat, tot slot'
Nacht:
`De nacht gedacht in theorie'
[Gedichten],
augustus-september 1966, 228, 43.
Het
stileren van de onwil: `Wel is er reden voor een tegen'
Poging
tot gebrek aan afstand: `Ruimte. Pas op voor een gebrek'
[Gedichten],
december 1966, 231, 39.
Opstanding:
`In de nacht van drie op vier'
De
oude dichters: `De oude dichters wachten af'
Lied
voor twee stemmen, juni-juli 1967, 237, 27.
`In
speelkaarten gratis verwisseling'
In
het land van de Yahoos, december 1967, 241, 16-17.
`Boven
de aarde, in vruchtbare deining', 16
`Aan
de dieren op aarde was onbekend', 16
`In
strijd met de bevelen van zijn ouders', 16
`Gemeenteleden,
laten wij hem volgen', 16
`Wespen,
kikkers, haaien, apen en paarden', 17
`Wij,
de gezegende heersers uit de lucht', 17
`Langs
de los bungelende draad werkte zich', 17
`Onder
het gewicht van de binnen dringers', 17
SchoolreŸnie,
april 1968, 245, 17.
`Het
jubileum van de oude Haagse katholieke school'
Portret
van een beginner, november 1968, 252, 31.
`Onvoorbereid
verstoor ik'
Metamorfosen,
februari 1969, 255, 26-27.
1.
`Het nieuws eindigt. Op het paleisbalkon', 26
2.
`Westerouwen van Meeteren', 26
3.
`Het mos van de handige lachers', 27
4.
`Nachten lig ik wakker, maar dat', 27
[Gedichten],
mei 1969, 258, 15.
Zondagmiddag:
`Er is geen haast bij'
Beschaving:
`het grootste onheil is geschied'
Verschil:
`Dit taalgebruik onderscheidt zich'
Ongeluk,
januari 1970, 266, 21.
`Uit
de dagmoes de anekdote'
[Gedichten],
augustus-september 1970, 273-274, 25-29.
Leerdicht:
`wantrouw de dichters, zij kiezen zichzelf', 25
Over
personen: `Het kan verbeelding zijn', 26-27
Het
hol van de leugen: `Al in een pas gebalde vuist', 28
Acht
korte gedichten, 28-29:
1.
`Er zijn momenten dat tranen defini‘ren'
2.
`Hier ligt, tussen de aarde, Van Aerssen'
3.
`In plaats van die lelijke narcissen'
4.
`Per ongeluk, half slapend, de macht'
5.
`Geen waarde hecht ik-nu dan niet'
6.
`Stel dat u alles wist wat er geschreven is'
7.
`Er stond eens in ee langverdorde krant'
8.
`Over de doden, goed, niet over de doden'
Vijf
gedichten, april 1971, 281, 15-17.
`De
morgen na de opening', 15
`Kijk,
de trouweloze dienaren van God, kijk', 15
Onder
de appelboom achter in de tuin', 16
`Ver
weg in de grond', 17
`De
slang op het trottoir verbeeldt zich iets', 17
[Gedichten],
januari 1972, 290, 20-21.
'Mijn
witte kind fietst door de groene struiken', 20
'Gesteld,
in de tuin voltrekt zich de avond', 21
'Laat
de filosofen het rijk der verveling', 21
De
wespen, november 1972, 300, 29.
'Macailay
wist geen raad. Zijn eeuw verliep'
[Gedichten],
maart 1973, 304, 32.
Keer
terug: 'keer terug, gezicht, keer terug'
Japanse
kers: 'De jongensnaam in bloesemletters op het hellend gras'
Nacht:
'Ik heb de studentenklok van mijn vader stilgezet'
Laten
wij bescheiden zijn: 'Laten we bescheiden zijn'
Biografie,
december 1973, 313, 23.
'Zoveel
is zeker'
[Gedichten],
mei 1975, 330, 23-26.
Om
te onthouden, 23
1.
`Po‘zie is geen bewijs'
2.
`Taal over taal over taal'
3.
`Ik geloof niet'
4.
`Mijn formules voor een moraal'
5.
`Het is niet waar'
6.
`Steeds verder leven wij weg'
7.
`De eeuwigheid ligt naast mij'
Monica,
24-25
1.
`Ik haalde alle bloemen naar mij toe', 24
2.
`Bang, zei ze, ben ik alleen voor slangen', 24
3.
`Mijn vader zei, wanneer het had geregend', 24-25
4.
`Alle wetten zijn wreed', 25
Portret:
`Jij, de wellust puriteins', 26
Vriendschap:
`Ze dachten allemaal dat ik dood ging', 26
Niet
de logica: `O nee, niet de logica', 26
[Gedichten],
augustus-september 1975, 333-334, 20-21.
Winter:
`Vergeet de maan, zoals wij vergeten', 20
Zomernacht:
`De melodie van de weerstand', 20
Vrijheidsbeeld:
`Ik ben daar gek om de dingen', 21
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, maart 1987, 472, 3-[6].
December:
1.
'Het verleden, het verleden', 3-4
2.
'Het lichaam heeft iets nachtelijks', 4
3.
'Het is een lichte winterdag', 4
4.
'Niet lang daarna verhief zich', 4-5
5.
'O, laten wij elkaar bevolken', 5
6.
'We three', 5
7.
'Als zich, als zich in Wiesbaden', 5
8.
'De mooi gebogen c', 6
9.
'De muziek blijft tenminste', 6
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, maart 1987, 472, 7-9.
Januari:
1.
'Pijn, pijn, de la douleur', 7
2.
'De laatste huizen van het dorp', 7
3.
'Een zwarte kip', 7
4.
'De ordening komt later', 7
5.
'Come, animals, come', 8
6.
'Onder de deken van de koude', 8
7.
'Er is geen woord dat niet ontkent',
8.
'In de machines van het dorp', 8
9.
'Laat mij doen wat ik doe-', 9
10.
'Er mag geen dag voorbijgaan',9
11.
'De bomen steken', 9
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, april 1987, 473, 27-29.
Februari:
1.
'De sneeuw is terug in Den Haag', 27
2.
'Wetten zijn wreed', 27
3.
'Er daagt steeds iets anders-', 27
4.
'De witte pauw', 28
5.
'De Russische kerk', 28
6.
'De Grieken van Jacob Burckhardt', 28
7.
'Zo gaat het dus voorbij', 29
8.
'Wat zich vergeten laat, de wanhoop', 29
9.
'Zondag is het, de tuinen', 29
10.
'De vloed dreigt', 29
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, april 1987, 473, 30-32.
Maart:
1.
'Zij zijn vannacht', 30
2.
'Onder de woestijnbomen', 30
3.
'Nee, te laat, de beurt van deze dag', 30
4.
'Mist kan ook-', 30
5.
'Wadend door de honing kijk ik naar mijn liefdes', 30
6.
'Stilte. De woorden zwijgen', 31
7.
'In de kring van de vriendschap', 31
8.
'Als er niets meer is', 31
9.
'De naam was ik ook', 31
10.
'De afstand is de redding', 31
11.
'Wij lagen naast elkaar, zoals vannacht', 32
12.
'Er zijn, zo in het vroege licht', 32
13.
'Vertel mij over de man, Muze', 32
14.
'Kies het licht van de doorkijk', 32
15.
'Als zelfs de vogels niet onrustig worden', 32
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, april 1987, 473, 33-34.
April:
1.
'De vorm verschrompelt tot liefhebberij-', 33
2.
'Ik kom, ik kom-', 33
3.
'Dit is het lied', 33
4.
'Ja, ja, ja', 34
5.
'Over de liefde', 34
6.
'Na een nacht waarin ik een meisje was', 34
7.
'De bloedrivieren worden ouder, breder', 34
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, mei-juni 1987, 474-475, 45-47.
Mei:
1.
'Op aggressieve wijze', 45
2.
'Daar gaan de machtige karikaturen', 45
3.
'Er loopt een hert', 45
4.
'De dommekracht van de natuur', 46
5.
'Bij de kers', 46
6.
'Het water denkt bij eb', 47
7.
'De naald van het kompas', 47
8.
'Zij is mij lief', 47
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, mei-juni 1987, 474-475, 48-50.
Juni:
1.
'Zonder gedachten', 48
2.
'Het paradijs, hoe sneu ook', 48
3.
'In groot gezelschap neergevallen', 48
4.
'In een opwelling', 48
5.
'Een korte storm', 48
6.
'But now thou askest me and sayest' 49
7.
'In de schaduw van vier margrieten', 49
8.
'In de grijzen', 50
9.
'Het pad loopt vast', 50
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, mei-juni 1987, 474-475, 51-54.
Juli:
1.
'De kamperfoelie lacht', 51
2.
'In de kamer van het landschap', 51
3.
'Een dag met eigen schaduwen', 51
4.
'In de lange schaduw van mijn hand', 51
5.
'Ik herken het hier niet', 52
6.
'Dag witte pauw, welkom in mijn blikveld', 53
7.
'Sneeuw van de toekomst', 53
8.
'Niet alles, schrijft Wšlfflin', 53
9.
'Het roodborstje dat ik daarnet ontmoette', 54
10.
'Het Binnenservies breekt-', 54
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, juli-augustus 1987, 476-477, 49-50.
Augustus:
1.
'Ik zag dat het goed was', 49
2.
'Ik breng de scepticus zijn koffie op de toren', 49
3.
'Wat is het toch dat bij de ingang staat?', 49
4.
'Een ander hemeldeel', 50
5.
'Op de velden de vruchten', 50
6.
'Ik word oud', 50
7.
'Mijn nieuwe, kleine zoon', 50
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, juli-augustus 1987, 476-477, 51-52.
September
1.
'Dag lief, dag avondlief', 51
2.
'Engel op mijn schouder, bescherm mij-', 51
3.
'Als een laat rood blad', 51
4.
'Laat de muziek komen', 51
5.
'Er is, zegt de schaduw, ook altijd wat', 51
6.
'Zo vrolijk staat zij daar, zo vol verwachting', 52
7.
'Ik zag of zou willen zien', 51
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, juli-augustus 1987, 476-477, 53-55.
Oktober:
1.
'Een pauw op de schoorsteen en drie op het dak', 53
2.
'De hemel slibt dicht', 53
3.
'Gedenk de witte stam van de berk', 53
4.
'Ik ben, zei Helmuth Schmidt', 54
5.
'De zwarte kip klaagt', 54
6.
'Een week na Trebon', 55
7.
'Laat de asters komen', 55
Het
Meer van de Ondank. Een tijdgedicht, juli-augustus 1987, 476-477, 56-58.
November:
1.
'Daar stapt hij', 56
2.
'In de middag verschijnt de verdachte', 56
3.
'Het is voorbij, het is voorbij', 56
4.
'De namen vinden elkaar', 57
5.
'Op tachtig meter hoogte', 57
6.
'Gij ruikt naar winter', 57
7.
'Ik geloof niet', 57
8.
'De oude vijand neemt de leiding over', 58
9.
'Het is begonnen', 58
Zeven
gedichten, september 1988, 490, 26-27.
1.
'Nu keert de kleur-het einde', 26
2.
'de aanloop naar het einde', 26
3.
'de omgeving blijft-de stillevens', 26
4.
'Daar drijven lelies, roze lelies', 26
5.
'Er toont zich, licht als sneeuw', 27
6.
'Er doet zich voor, in sommigen', 27
7.
'Zo ligt daar, Nana-', 27
Zes
gedichten, februari 1989, 495, 33-35.
'De
spreektoon van de noten, het instrument alleen', 33
'Laat
zacht het oude verhaal', 33
'Ik
dag begint, begint opnieuw', 34
Opdracht:
Voor Peter Machielsen
'De
onderwerpen komen langs', 34
'Een
langzaam gevoel van oudpaarse heide', 35
'Misschien
valt de dag-', 35
De
wil van de natuur, juli-augustus 1989, 500-501, 54-55.
'Rare
vogelmuziek, vrolijke schaduwen', 54
'Wee,
wee, de Oresteia', 54
'Er
zijn zo in het wit', 54
'De
muurtjes van de golven slieren over het speelplein', 55
'De
grote passen verraden', 55
'Angst
en beven, fear and trembling, het fundament', 55
'Je
weet het nooit, er staat', 55
De
wil van de natuur, november 1989, 504, 32-34.
'Wat
mooi! De zon schijnt', 32
'Er
kruipt grijs in de lucht, de toon verandert', 32
'Er
zijn, een slotaccoord', 32
'Zacht
beginnen de stemmen van het koor door de lichtrode morgen', 33
'De
webben van de winterbomen beschermen het ochtendrood', 33
'Als
zelfs de stem hapert, de bloedvaten aarzelen', 33
'Er
gaat iets langs mij, een sneller blad', 34
'Er
klinkt nog wat na', 34
'In
kleine eenheden trekken de elementen', 34
Voorjaar,
april 1990, 509, 19-22.
1.
'De losse draden van de nieuwe dag', 19
2.
'Kom Seghers, aan het werk', 19
3.
'De linkervleugel van de appelboom', 20
4.
'De betovering moogt gij alleen verbreken', 20
5.
'In groot vertrouwen', 20
6.
'De wil van de natuur blijkt niet', 21
7.
The fragment is the only form I trust: 'Dat dacht ik vroeger, ik zei het na',
21
8.
'Schaduw herneemt zijn rechten op aandacht', 22
9.
'Het klinkt misschien nog niet zuiver', 22
10.'De
slaap kijkt in het voorjaar rond', 22
Na
de storm, september 1990, 514, 26-29.
'Stel
dat het hard begon te waaien' (fragment)
[Gedichten],
december 1990, 517, 12-13/29/41.
Zomer
2.
'Het pad loopt dood', 12
4.
'In geen geval klimt wingerd boven muren uit', 12
8.
'Daar drijven lelies, roze lelies', 13
9.
'Nu de agent de hoek om is', 13
14.
'Beperk het gebied', 13
16.
'Er klinken geen tonen van betekenis', 29
Najaar
1: 'Wat zich verzet staat niet', 29
Winter
12: 'Er lopen drie wegen door het leven', 29
Najaar
3: 'Hoor hoe het klinken zal', 41
Herinneringen
aan K.L. Poll. Gedichten uit de bundel De
wil van de natuur (1990).
Pompe, Katelijn (1969)
[Gedichten],
december 2008, 733, 25-27.
Zeeotter:
'Zeeotter tussen het wier', 25
Niet
dicht: 'Ga je zwemmen bij slecht weer?', 26
Boom:
'Kutboom, kolereboom, wat sta je daar voor mijn raam te zwaaien', 27
Porcelijn,
Esther (1985)
[Gedichten],
december 2012, 780 [781], 44-45.
Wat
is nu beter weetje: 'Druk bevallen of', 44
Gedetineerd:
'Help help, mijn acquisitie is op,', 45
[Gedichten],
oktober 2013, 791, 13.
Twee
ton afscheid – bidprentje: 'In herinnering aan de doden'
Kermisser:
'Zie je die vrouw daar aan de overkant?'
Man
verdronken, juni-juli 2014, 799-800, 47.
'Er is een Pool te water geraakt'
[Gedichten],
december 2014, 805, 19-20.
Meisje
en pop: 'Meisje houdt het hoofd gebogen', 19
Verwarder:
'De mevrouw in een Yardenpak', 20
Noch schijngestalte, april 2015, 809, 4.
'Ik
haar de deuren die te hard dichtvallen'
Pos, Sonja
`Wat
droomde ik niet af', maart 1967, 234, 27.
Pound, Ezra
Canto
II, mei 1963, 190, 35-37.
Vertaald
en van aantekeningen voorzien door Rein Bloem.
Preester, Eric de
En
Jacob won, december 1964, 209, 14-17.
1.
`de jongeling wist niet juist', 14
2.
`de jongeling gespte 't schild der overwinning', 14-15
3.
`op een zware nacht stond God', 15-16
4.
`ja God is een tros bedrieglijke ballonetjes', 16-17
5.
`vol van waarheid klom de jongeling', 17
Opdracht:
Voor H. Marsman.
[Gedichten],
maart 1999, 616, 33-34.
Hotel
van vreemden: 'Ik heb de verhalen gehoord van hen die vertrokken', 33
'Sommige
mensen roken sigaretten', 34
Prins van Hanning, Jan (1941)
[Gedichten],
juni/juli 2021, 883, 58-59.
Texel:
ÔNiet zomaar dat eilandÕ, 58
Dag
pappa: ÔWaar ben je toch geblevenÕ, 59
Propertius
Propertius:
liefdesgedichten in grote stijl, maart 1969, 256, 21-24.
I,
2: `Wel Cynthia, nu j' in de badplaats Baiae bent', 21
I,
15: `Vaak ben ik bang voor je, je gril bezorgt me pijnen', 21-22
II,
15: `Gelukkig ben ik! o die nacht was stralend! Bed', 22-23
II,
29b: `'t Was ochtend en ik was gaan zien of zij alleen', 23
III,
24: `Vals is het vrouw, dat vast vertrouwen op u schoonheid', 23-24
III,
25: `Gelachen werd er aan de tafels bij het eten', 24
Vertaald
uit het Latijn en van een nawoord voorzien door J.P. GuŽpin.
[Gedichten], november 2004, 684, 5-6.
Mijn ouders: ÔIk weet dat jullie
bange mensen zijnÕ, 5
haar lach: ÔDe nacht was luid,
schandalig vrij erkennend zondigÕ, 6
[Gedichten], december 2004, 685, 30-31.
Groet aan mijn kinderen: ÔDag
kinderenÕ, 30
Van blauw: ÔHet is de kleur die je
laat breken is me opgevallenÕ, 31
[Gedichten], februari
2005, 687, 19-20.
De druivenplukker: 'klein donker zijn
de dagen naar de nacht gestegen', 19
De evolutie: 'het kind van zes vraagt
of het in de buik van moeder nog een aap was', 20
marathon, januari 2006, 698, 11-12.
Ôik draag geen kleren in mijn dromenÕ
[Gedichten], maart 2006, 700, 25-26.
Requiem
'Ik woon al
lange dagen in de dood en in dat huis', 25
Scheepsrecht: Ga scheep
en roep de dove golven naÕ, 26
De ironie, juni-juli 2006, 703-704,
60-61.
'ik heb een
wens een heel eenvoudige'
[Gedichten], januari 2010, 746, 33-34.
Rover: 'Wat voor het
opstijgen eerst zinken dorst', 33
Volkslied: 'Klaag niet,
stom kanonnenvoer', 34
[Gedichten] , maart 2010, 748, 31-32.
Aan de natuur: 'Ik heb de
stad in mij willen vergeten op het land', 31
Stom paard: 'Stom paard
gevonden in het bos waar ik de herten zie bevriezen',32
[Gedichten], oktober 2010, 755, 33-35.
1951: 'De Don Giovanni
van de kraakplaat dondert als de stentor die de vrouw beult dat de', 33
engelen: 'vandaag de
stadsprinsessen van de nieuwe tijd gezien', 34
Duizend
woorden: 'Alle woorden samen zijn een ding', 35
Raak, Cees van
[Gedichten],
mei 1992, 534, 27.
Onder
pseudoniem Cees Verraak.
Anteros
in de sneeuw: 'Een winteravond, sneeuw, kroeg na kroeg'
Belinda:
'Ik kijk op van de naam die dwaas'
[Gedichten],
augustus-september 1992, 537-538, 34-35.
Onder
pseudoniem Cees Verraak.
De
zuiplap: 'Bij binnenkomst zijn grijns, stoppels krabben', 34
Een
vrouw ontmoeten: 'Een vrouw ontmoeten op een granieten trap', 34
Drie
bier: 'Het verleden heeft weer eens goede zin'
[Gedichten],
oktober 1992, 539, 29.
Onder
pseudoniem Cees Verraak.
De
weg van zijn Iiefde: 'Hoe lang geleden, haar kleurig jurkje wapperde'
Vlinder:
'Zonder afscheid te nemen, want het mag niet'
Kleurloze
dag: 'Het is halfzes en het regent nog steeds'
Norma
Jean lezend, december 1992, 541, 28-29.
Onder
pseudoniem Cees Verraak.
'Pauze
op de set'
[Gedichten],
maart 1993, 544, 17-18.
Onder
pseudoniem Cees Verraak.
De
prins en haar bloed: 'Zij zou heersen over het rijk', 17
De
maan, vier letters: 'Maan, voor mijn moeder, mijn eerste', 18
De
maan, twee bedden: 'De nacht is al opgestaan, ik lig wakker', 18
Afstand
van de doden, januari 1994, 554, 13-15.
Onder
pseudoniem Cees Verraak.
'Opeten,
te water laten, in een moeras'
Thema:
Afstand.
Ramaker, Michel (1975)
[Gedichten],
mei 2020, 870, 11-12
Vannacht, I, 11
II, 12
Reens, Annetje
[Gedichten],
april 1992, 533, 29-32.
'Langs
de lijn der seizoenen', 29
Oud
sonnet: 'Een oud genieten, een oud verdriet', 29
Toen
ik kind was, 30 [Correctie, 534, 24]
In
een ziekenhuis: 'blauwe hemel', 30
'horen
is zien', 31
'Watch
your language, someone said', 31
Tribute
: 'Venturers into vernal time', 31
'subtle,
subtle', 32
'Jewels
you will ind here written', 32
Opdracht:
To a lady, on giving her a present of the poems of John Donne.
De
laatste vier gedichten in het Engels.
[Gedichten],
mei 1992, 534, 24-25.
'Toen
ik kind was', 24
'van
wat geweest is', 24
'Tussen
borrelend barok', 25
'The
tiniest, the tiniest', 25
(Engels)
[Gedichten],
mei 1993, 546, 23-24.
De
Piramide-vorser: 'droge driehoek', 23
'heel,
heel erg genieten van sneeuw', 24
'De
analyse van een blad', 24
Reijnders, Jan
In
afwachting, maart 1984, 436, 32.
'Languit
lag ik op bed en bewoog mij niet'
Reinders, P.H.
[Gedichten],
september 1964, 206, 28.
Schip:
`ik ga maar op het voordek staan', 28
Goor:
`wat zijn nu volgens u de gore woorden in de taal', 28
Bos:
`doe de luiken maar dicht zei ze zachtjes', 29
Reitsma, George
Haaksbergerveen,
juni-juli 1993, 547-548, 37.
1.
'De geest van de natuur is hier'
2.
'wij volgen langs de droes'
Resink, G.J.
Zeven
gedichten, januari 1979, 374, 35-36.
Omgeving:
'In het oosten het Duizendgebergte', 35
Tok�h:
'Hij slaat in de natuur soms zeven maal', 35
Lange
wandeling: 'Ik heb een lange wandeling gemaakt', 35
Excrementair:
'Westmoessonwind zoelt door de jaloezie‘n', 36
Schizophrenie:
'Wanneer komt de tijd dat de europeaan', 36
Galactische
masturbatie: 'Doordring mij sterren, drijf uw zaad uit mij', 36
Eerste
sal_t: 'De nanacht gonst en koert van de gebeden', 36
Riessen, RenŽe van (1954)
[Gedichten],
januari 1982, 410, 30-31.
Gierzwaluw:
'De rusteloze sikkel', 30
Steen,
30
1.
'De zware steen'
2.
'Al ga je weg, dit is genoeg'
In
beeld: 'Hij drijft een koe', 31
Kluut:
'Zijn snavel schrijft insecten in het water', 31
[Gedichten],
oktober 1984, 443, 38-39.
Het
kleden: 'Je bent zo stil gevallen', 38
Het
dragen: 'Omdat je niet meer lopen kunt', 39
Het
zingen: 'De laatste reis is een reis van vergaan', 39
Drie
gedichten, februari 1985, 447, 21-22.
Naakt
op een bed: 'Van de natuur bestaat er geen verhaal', 21
De
spiegel: 'De spiegel maakt haar steeds verbaasd' 21
Vrouwen
op een divan: 'Hoe zit je daar, hoe zit je daar?', 22
[Gedichten],
maart 1986, 460, 26-28.
De
paleizen van het geheugen: 'Het geheugen heeft zijn vreemde wingewesten', 26
Legio.
1.
'In cirkels schreef het zich op mijn linkerarm', 26
2.
'Ik zou wel iemand willen vragen mij te lezen', 27
De
tuin lijkt wel een oerwoud: 'De tuin lijkt een oerwoud nu jij', 27
Molensteen:
'Ik heb de molensteen ontdekt', 28
Fixatie:
'Kijk mij toch niet zo aan, kat, met je', 28
Onteigening:
'Diep in de dingen raak ik niet meer thuis', 28
Vijf
gedichten, mei-juni 1987, 474-475, 43-44.
Oogappeltje:
'Het mes doorsnijdt ook kamers', 43
Cleo's
Hairfashion: 'Een kapsalon vol boze koninginnen', 43
Waterkering:
'Die staat er met zijn voeten in het water', 44
Tuinarbeid:
'Hoe lang al hield ik', 44
Fitis:
'Het lied dat nog maar nauwelijks was begonnen', 44
Rigter, Arnoud (1978)
[Gedichten],
november 2006, 708, 45.
Ôeen
onthaande kraaiÕ
Ôeen
explosie op de zonÕ
Ômijn
tranenÕ
Rijneveld, Marieke (1991)
[Gedichten], augustus-september 2014, 801-802, 33-36.
Als
het je overkomt: 'Hoe ga je naar bed als je net een schaap hebt overreden,
trillend op de', 33
Vliegtuigje: 'Leegte is de ruimte tussen iemand in een zwart pak, tenen gehaakt
achter', 34
Verdwaald: 'Straten zijn mikadostokjes, steeds als je ze aanraakt', 35
Als
het land niet meer plat is: 'Stropakken liggen als blokken roomboter in het
weiland, hier heeft het', 36
[Gedichten], maart 2015, 808, 6-8.
Luizenmoeders: 'Het feest
gaat sneller als we af en toe de gasten als bierglazen', 6
Murmuration: 'Na een
maand wist ik hoe het klonk wanneer je nadacht: als het suizen van', 7
Oudjaar Kanaleneiland:
'Of je de tussentijd beter wilt onthouden dan de binnenkomst of het erna zo', 8
[Gedichten], mei 2015, 810, 8-10.
Zee van vlees: 'Aan de
wand hang mijn schilderij waarop lijf van meeuw met reigerkop,', 8
Gangenstelsels: 'De
onherstelbaarheid van wat we verzoenen - poedersuiker raakt bord,', 9
Hoogtevrees: 'Als ik
onder de Dom sta, kijk ik even naar boven en stel me', 10
[Gedichten], augustus-september 2015, 813-814, 31-32.
Maaidorser: 'Een vader
betrappen op schaamte is een regenmeter vullen met kraanwater, de', 31
Nachtschade: 'Zoals je
bij kippen aan de oorlellen kunt zien wat voor kleur eieren ze leggen zo', 32
[Gedichten], december 2015, 817, 17-18.
Kanteltijd: 'Hij vindt
dat de zoetwatervissen mooi staan bij het ontwaken', 17
Ouderlingen: 'Op zondag
mocht de Libelle uit het plastic net als ik uit mijn schoolkleding, op de', 18
[Gedichten], maart 2016,
820, 13-14.
Lichaamsgeheugen: ÔToch weer de boom opgetuigd net als haar glimlach,
kaas gemaakt per ongelukÕ, 13
Verziendheid: ÔAls roterende veeborstels draaien ze om elkaar heen, jeuk
is een sensatieÕ, 14
[Gedichten], april 2016,
821, 43-44.
Dwang is de dood in een maatpak:
I: ÔZoals vader het houthok bij bleef vullen ook al waren er meer
winters opÕ, 43
II: ÔSchapen zijn van hun vacht ontdaan net als jij van je vrede, kaal
staan ze in hetÕ, 44
[Gedichten], april 2017,
833, 6-8.
De schemering van het geweten: ÔWij zijn naaktslakken zegt het meisje,
overal waar we komen latenÕ, 6
Het gevaar op ooghoogte: ÔWat ons zo raakt: de taal die we verloren,
moeder kwijt tussen alle zorgenÕ, 7
Voorleesvaders: ÔToen de luizenmoeders bestreden waren kwamen de
voorleesvaders,Õ, 8
[Gedichten], december
2017, 841, 6-8.
De man, de leeuw: ÔHet begon op de dag dat ze oma vonden als een toffee
met haarÕ, 6
Instabiele pengreep: ÔAls ik zou beweren dat de fazanten met de rode
lellen aan hun koppen enÕ, 7
Lintwormen: Ô Broer wist te vertellen dat verdriet meer segmenten heeft
dan een lintwormÕ, 8
[Gedichten], maart 2018,
844, 8-10.
Om de magerte tegen te gaan: ÔZe belde: of het gedicht me goed zat
vandaag, en ik klaagde maar watÕ, 8
Het ei uit zijn gat vragen: ÔDat hadden ze gevraagd: hoe morbide ben je
in tegenstelling tot je hoofd-Ô, 9
Als hij niet groter was: ÔEn de snoeken uit mijn jeugd namen steeds
grotere vormen aan, zeÕ, 10
[Gedichten], oktober
2018, 851, 9-10.
Kindertelefoon: ÔProblemen zijn net taxushagen, zei de man aan de lijn,
die moet jeÕ, 9
Amstelglorie: ÔDe hele nacht godvergeten staan spitten in het geweten,
de klamboeÕ, 10
[Gedichten],
augustus/september 2019, 861-862, 42-44.
Tommie:
I ÔIn je hals een kattengewicht, schurende eenzaamheid inÕ, 42
II ÔDe domme muze, rode God en dierlijk: Tommie is uit logeren
gestuurdÕ, 43
III ÔHij is geen nieuw paar schoenen, zeggen ze, ver-dom-me geen
nieuweÕ, 44
[Gedichten], april 2021,
881, 3-6.
Verzwikkingsgevaar: ÔHielkussentjes gekocht voor het steeds uit de maat
lopen,Õ, 3
Keerweg: ÔWat moet je met al die wegentermen, met dieÕ, 4
Het zeezieke weten: ÔDat sommige woorden zoveel stormschade op hebbenÕ,
5
Sluimerravijn: ÔIs het zoals we het ons voorstelden: de hand die je
alsÕ, 6
Rilke, Rainer Maria
De
woorden van den engel, december 1976, 349, 39.
'Niet
nader zijt ge God dan wij'
Oorspronkelijke
titel: Die Worte des Engels. Vertaald uit het Duits door S. Fischer-Kunst.
Rimbaud, Arthur
Le
Bateau Ivre, november 1964, 208, 26-31.
Vertaald
uit het Frans en voorzien van een inleiding door J.P. GuŽpin. Frans-Nederlandse
tekst. Polemiek rond het vertalen van m.n. Rimbaud: R. van de Velde, 209,
41-42; J.P. GuŽpin, 209, 43-33; J. Diels, 210, 28-30; L.W.J. Hol, 211, 38; J.P.
GuŽpin, 211, 39-40; L.L. Albertsen, 214, 37; L.D. Vancrevel, 215, 32-36 en J.P.
GuŽpin, 218, 12.
Dronken
schip, januari 1965, 210, 28-30.
Vertaald
uit het Frans door Joris Diels. Polemiek rond het vertalen van m.n. Rimbaud:
J.P. GuŽpin, 208, 25-31; R. van de Velde, 209, 41-42; J.P. GuŽpin, 209, 43-33;
L.W.J. Hol, 211, 38; J.P. GuŽpin, 211, 39-40; L.L. Albertsen, 214, 37; L.D.
Vancrevel, 215, 32-36 en J.P. GuŽpin, 218, 12.
Roegholt, Richter
Leraar,
maart 1983, 424, 25.
'De
man die wij nu vieren, ging ons voor
Een
acrostichon op Dick Binnendijk bij zijn tachtigste verjaardag.
Romer, Herman
[Gedichten],
augustus-september 1970, 273-274, 37-39.
Toch
geen kwaaie vent: `Dromen', 37
In
memoriam G.F.: `Hij was een man van weinig woorden', 38
Een
kerel-uit-ŽŽn-stuk: `Daar staat hij de jubilaris', 39
Man
met een probleem, januari 1971, 278, 22.
`gek
dat de betrekkelijk weinige'
Met
dŽze handen, maart 1971, 280, 19.
`Waarom
te zwijgen over zijn afkomst uit'
Roode, Alexis de (1970)
Pijnloze metamorfosen,
mei 2006, 702, 10-13.
I:
ÔLaten we zeggen: / ik ben een vrouwÕ, 10
II:
ÔLaten we zeggen: / ik ben een manÕ, 10
III:
ÔLaten we zeggen: / ik ben een moordenaarÕ, 11
IV:
ÔLaten we zeggen: / ik ben een hoerÕ, 11
V:
ÔLaten we zeggen: / ik ben een koningÕ, 12
VI:
ÔLaten we zeggen: / ik ben een dodeÕ, 12
VII:
ÔLaten we zeggen: / ik ben uÕ, 13
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 54-55.
Schijnwezen:
'Daar begint het denken', 54
ÔToen is het
licht op mij gebrokenÕ, 54
Onzichtbare
landen: 'Grondeloze bodemloze velden,', 55
[Gedichten],
november 2006, 709, 21-23.
ÔOp
de rand van een dagÕ, 21
ÔVerrassing!
De muren klapten opzijÕ, 21
ÔAnders
kijken. Kom. Anders kijkenÕ, 22
ÔKom
dan, oude heks,Õ 22
ÔWas
je succesvol?Õ, 23
ÔIk
zag je zitten in een treinÕ, 23
[Gedichten], februari 2007, 711, 21-23.
Rozenkrans: ÔIk heb al
zoveel levens geleefdÕ, 21
Gedicht voor de bomen:
ÔDe stad is stil de huizen staan stil de autoÕs staan stilÕ, 22-23
[Gedichten], juni-juli 2007, 715-716, 25-27.
Lied
van het madeliefje voor de zon: 'O grote madelief', 25
Gedrang
aan de wering: 'De golven kabbelen kabbelen', 26
Gedichten
voor je ogen: 'Wees maar lief voor je ogen', 27
[Gedichten], november 2009, 744, 25-28.
Ego flos: 'Tussen de
webben van mijn vingers', 25
Gedicht voor een blinde
I: 'Vandaag heb ik iets moois gezien' 26
Gedicht voor een blinde
II: 'Hoe het licht en etherisch die bomen waren', 27
Lichtjes
op zee: 'De zee slaat op de rotsen', 28
[Gedichten], augustus-september 2010, 753-754,
34-36.
Van jou: 'men raakt
gewend aan schoonheid', 34
Kom dan, genadig: 'Wees
gezegend', 35
Vooral
de bomen: 'We zaten op een bankje', 36
[Gedichten], februari
2013, 782 [783], 42-44.
Zondagnacht: 'In de nacht
hoor ik de bomen fluisteren.', 42
Maandagavond: 'Vandaag
was ik stiekem jarig.', 43
Woensdagmiddag: 'Ik stuur
een persbericht naar 1086 journalisten', 43
Herfst op kantoor: 'Dauw
kruipt over de toetsenborden.' 44
[Gedichten], oktober 2016, 827, 13-16.
Het
komt: ÔTussen de paginaÕs van mijn agendaÕ, 13
Speeldoos:
ÔAcht rooskleurige akkersÕ, 14
Politeia:
ÔIk wil niemand uitroeienÕ, 15
Het
nieuwe land: Ôik had een nieuw landschap betredenÕ, 16
Roos, Leo
Poging
tot afstand, juli-augustus 1965, 216-217, 64.
`In
dit huis (het heeft allure en geheime trappen)'
Ros, Martin
De
drie Haarlemmers, december 1965, 221, 28.
`ik
volgde ze dagelijks'
Ross, Leo
Enfant
de boh�me, 30-05-1962, 156, 16.
`Ik
had juist vriendschap gesloten'
Tovertuin,
12-09-1962, 171, 12.
`Hoog
boven haar hoofd hief zij de schoen'
Opdracht:
voor drs. Wilmink.
Rozeman, Ton (1968)
[Gedichten], april 2006,
701, 19-20.
Ôlaten
we er iets van maken, ietsÕ, 19
Ôjij
en ik, we hebben onszelf bedachtÕ, 20
bij de deur, januari 2009, 734, 17-19.
'ik weet al niet meer'
Verstrengeld, april 2009, 737, 11-13.
'twee
jonge meisjes'
RŸmke, Tiele
[Gedichten],
december 1970, 277, 27.
Geschiedenis:
`mijn moeder als kind'
Sereen:
`vanmorgen in de tuin een'
Voetgangerslicht:
`twee groepen'
Jongste:
`wat d�nk je dan, als ik tien word vraag ze'
Vogels,
september 1972, 298, 31.
1.
'Een roodborstje'
2.
'Op omvangrijke vleugels'
3.
'De zwoele duiven'
Rutgers, Joanan
[Gedichten],
juni-juli 1992, 535-536, 30.
Mikado:
'er blijft niets anders over'
Eros
sterft: 'Soms klimt haar geur'
RŸtte, Iris le (1960)
[Gedichten],
juni-juli 2006, 703-704, 57-59.
'Ik
loop op waterglas', 57
'Zeerook,
toverrook...', 58
Geen:
'In de nacht heb ik getracht je zinnen', 59
Verder:
'Hij keek haar aan, even', 59
[Gedichten],
november 2006, 708, 27-28.
Ongeschreven
brief: ÔGedachtewolkenÕ, 27
Versteend:
ÔMijn straat ligt vragend omgedraaidÕ, 28
[Gedichten], februari 2007, 711, 31-34.
ÔEven bewoog de kachel,Õ,
31
Zonder: ÔZo stil is het,
dat de dingenÕ, 32
Õs Nachts: Ôwanneer mijn
dromen bijna zijn uitgewoed,Õ, 33
Woorden van niets: ÔAl
mijn zinnenÕ, 34
[Gedichten], juni-juli 2007, 715-716, 37-40.
Ogenblik:
'De maan is rond en', 37
Vuur:
'Papieren vlinder', 38
Helium-3:
'Helium drie', 38
Cineac:
'Een doodskopvlinder legt', 39
Labyrint:
'In je tuin bloeiden anemonen', 39
Licht:
'Een hand', 40
[Gedichten]
, december 2007, 721, 29-31.
Mind
the gap: 'Ik zie je lachen', 29
Verzonden:
'Een bal rolt door de herfst', 29
Heras:
'Ik zeg geen shit', 30
Te
koop: 'Rozenaderig lig ik in de bloedkamer', 30
Wit:
'Mijn armen golfen als de zee', 31
[Gedichten], april 2008, 725, 33-35.
Ik dicht je
bij me: 'zoals je liep en zitten ging', 33
Ontmoeting:
'Ik ontmoet je in steeds', 34
Vragen: 'Hoe
oud is het', 34
Winter:
'Vannacht liep ik over een witte', 35
[Gedichten],
december 2008, 733, 19-21.
Gamma:
'Een torenspits prikt', 19
Zeemeermin:
'De buitenlucht voelt', 19
Herfstzwijntje:
'Pyjamacapsule', 20
Winstwaarschuwing:
'Je gaf me bloemen', 20
Steeds
vaker: 'Steeds vaker kan ik niet meer', 21
Alleen:
'ik vraag alleen maar', 21
[Gedichten], april 2009, 737, 20-21.
Herinnerdingen: 'Ik blik
buiten', 20
Kijk: 'Mijn ogen rusten
op', 20
Niets: 'Steeds nauwer',
21
Dodenwagen:
'Vandaag zag ik', 21
Gedichten, januari 2010, 746, 22-25.
Getal: 'Dat vind ik het
ergste:', 22
Afbraak: 'Er een bouwfout
in geslopen. Die', 22
Ooit: 'Ja, later
misschien - tussen', 23
Weg: 'Ik ben het blad,
dat langs je weg ligt en vergaat', 23
Wie: 'Wie zijn al die mannen,
daar achter', 24
Steeds: 'Nee hoor, geen
pijn', 25
Niet: 'Alleen maar
witte', 25
Ver: 'ik mis je', 25
[Gedichten], november 2010, 756, 18-21.
Leeg: 'Alles is vreemd',
18
Nooit meer: 'Blauwe
paarden', 18
Tussen: 'Voor zover je',
19
Zo stil: 'allen', 19
Nee: 'Godverdomme', 20
Misschien: 'schaduwplant
lippenboom', 20
Weer: 'Je sneeuwt', 21
Nou eenmaal: 'Soms is',
21
Wat denk je wel: 'Maak
eerst maar', 21
Vergeten:
'Ik ben', 21
[Gedichten],
april 2011, 761, 13-15.
Rozengracht:
'De zon lekt bloedsinaasappelsap', 13
Winter:
'De doorvaart is gestremd', 13
Dinsdag:
'Het is dinsdag', 14
Nu:
'Je drinkt alleen nog licht', 14
Nog:
'Ik stamel letters –', 15
Kleur:
'In het onweer', 15
Jij:
'Ik verdicht mij', 15
[Gedichten],
november 2011, 768, 20-21.
Niets:
'De goudvissen zwemmen', 20
Alles:
'De vijver hangt ondersteboven', 20
Bezwaard:
'De dingen zijn alleen vandaag' 21
'Vandaag
zullen wij langzaam lopen', 21
Altijd:
'Ik miste je', 21
[Gedichten],
december 2011, 769, 17-18.
Galm:
'Een hond blaft asgrijs door', 17
Vraagje:
'Vanmorgen brak de zon', 17
'Amper
een prullenbak hoog', 18
Herfstochtend:
'Op een tak krabt een vogel zich', 18
Iets:
'Neutrino's bedrijven de liefde', 18
[Gedichten], maart 2012, 772, 35-37.
Pauze: 'Hoor, er luistert iets nauw –', 35
Limosa lapponica: ''s Nachts leven we horizontaal. Dan', 35
Lente: 'In mijn schaduw loopt een kraai.', 36
Winter: 'Het licht', 36
Herinnering: 'Soms drijf je', 37
'Ik denk in dingen', 37
[Gedichten],
oktober 2012, 779, 10-12.
Weg: 'Misschien wel volmaakter', 10
Toch?: 'Een mier torst', 10
Laagtij: 'Je ebt weg,', 11
Hoog: 'Het huis was nog zo hoog.', 11
Wie: 'Zij lacht', 12
Ruimte: 'Jij zingt', 12
Kijk: 'Het sneeuwt', 12
[Gedichten], maart 2012, 783 [784], 25-27.
Zo: 'Zoals paardrijmeisjes', 25
Iets: 'Op mijn hand zat iets', 25
Vergeten: 'We dromen op het glazen gras', 26
Prooi: 'We zwijgen', 26
Regenstraat: 'Op donderdagen is het altijd', 27
Waar: 'Is de zee', 27
[Gedichten],
november 2013, 792, 34-36.
Zondag:
'Vandaag geen tegenligger gezien', 34
Mooi:
'Akkerhommel', 34
Nergens
anders: 'Het licht brandt 's nachts seconden aan elkaar', 35
'Kijk,
iets bewoog', 35
Nu:
'Met de zekerheid van alleen', 36
Zonneblind:
'water staart in water. De dingen', 36
Kijk
(3): 'Het sneeuwt zo mooi', 36
[Gedichten],
maart 2014, 796, 25-26.
Zuurstof:
'We houden onze benen omhoog nu', 25
Mier:
'Vandaag zie ik', 26
'Voor Leo' [Vroman].
Steen:
'Vogels strijken even', 26
[Gedichten],
november 2014, 804, 27-30.
'Zijn
ze weg, de mussen?', 27
'Hoog
aan de hemel zwemt een vliegtuig', 27
Zeeloods:
'Ooit heb ik gebridged', 28
Thuis: 'Mijn huis bewaart niets, gaat snel', 28
Tocht: 'Met kalme vingers', 29
Bergmeer: 'ik hoor kikkervisjes', 29
Nooit geweest: 'Zou je', 30
'De zon brandt als een pannenkoek,', 30
'Je
legt je gedachten op tafel.', 30
[Gedichten],
oktober 2015, 815, 32-34.
Doodtij:
'Zeedag, zilveren zon', 32
Dat
was: 'toen de dingen nog leefden', 32
Zondag:
'In de verlate middag', 33
'Vandaag
wijst alles', 33
Glimp:
'Door het gat van de deur', 34
'Iedere
zin zonder punt', 34
[Gedichten], januari 2020, 866, 46-49.
Foto: ÔMaak je een foto van mijÕ, 46
ÔErgens ver weg, tussenÕ, 47
Google Maps: ÔDe satellietÕ, 48
Punt: ÔKen je het woord chillenÕ, 49
Georgine Sanders
Pseudoniem
van Tineke Vroman
Schaap, Herman
[Gedichten],
maart 1991, 520, 21.
Boven-Merwede:
'Langs de voorruit glijdt het land'
De
bode: 'De huizenblokken drijven in de mist'
Schagen, J.C. van
[Gedichten],
december 1970, 277, 17-20.
Stilstand:
`gister aan het vijvertje', 17
Klok:
`samen met het prevelen 's nachts', 17
nachtwind:
`weet jij soms wie het waren', 18
peiling:
`ik lig wakker in de nacht', 18
elegie:
`uit duisternis gekomen in duisternis vergaan', 19
schimmen:
`ik heb mijn doden om me heen genomen', 20
Deze
gedichten zijn eerder gepubliceerd in het nummer `Schaduwen' van de Domburgse Cahiers van 1 oktober 1965.
Scheepmaker, Nico
`Sommige
steden en dorpen, november 1968, 252, 35.
Opdracht:
Voor Cees Buddingh'.
Schippers, K.
Pseudoniem van G.
Stigter.
Schmink, Peter
[Gedichten],
mei 1993, 546, 25.
Afzien:
'Als de meester slecht bewapend'
Lucky:
'Dorst. Een stille zandkleurige landtong'
Scholten, Patty
[Gedichten],
mei 1998, 606, 15-16.
De
octopus: 'Hier woont een filosoof met geitenogen', 15
De
steenvis: 'Een zoekplaatje: ontdek de namaaksteen', 16
[Gedichten], april 2000, 629, 30-31.
Toen
zijn woorden: 'Toen zijn woorden zich hadden verdaan', 30
Het
waren dezelfde jaargetijden: 'Het waren dezelfde jaargetijden', 31
Schotte, Jan
[Gedichten],
november 1992, 540, 17.
'het
zou een morgen moeten zijn'
Een
: 'noem mij een eiland'
Scheiding:
'wij deelden tafel en bed'
Voor
een geboren kind: 'vertel me later'
Zondag:
'het misbare klokgelui'
[Gedichten],
augustus-september 1993, 549-550, 30-34.
Si‘sta:
'tussen de stoffige olijfbomen', 30
De
mafia van Espeto: 'terwijl de mannen aan bakboord', 31
Het
witte schip: 'ook bij de tweede poging slaagt', 32
De
getroonde mummie: 'ik zag de twee witte graven', 33
Serra
de Monchique: 'in de lauwe ochtendzon', 34
[Gedichten],
april 1994, 557, 29-30.
De
dichter is een boer: 'cavaro was een boer en voor hem', 29
Het
marmeren dorp: 'bij de marmergroeve waar ik de weg vroeg', 30
Het
dorp is Borba in Alto Alentejo
[Gedichten],
mei-juni 1994, 558-559, 29-30.
De
aanklacht: 'de danser is strak zwart gekleed', 29
Abdelkarim
gaat naar huis: 'zes maanden geleden had Abdelkarim', 30
Schouten, Martin
[Gedichten],
december 1980, 397, 20-21.
Weer:
'Een kaarsrechte regen, zwaar en statig', 20
Foto:
'Dat beeld, dat bestaat', 21
Schouwenaar,
Margreet
[Gedichten], maart 2001, 640, 16-17.
Voorhang: 'Hier staat
voldongen het heden', 16
Fragment: 'Een moeder
deint in de zee. Een net', 17
Schreiber, Christiane
[Gedichten],
21-11-1962, 181, 15.
Vroegste
ochtend nog: `met embryonale dauw'
Wat
is van mij als: 'ik me van mijn eigen'
Genegeerde
invitatie voor een gesprek, mei 1963, 190, 47.
'het
schor fluisterbrood is'
Schreuder, Arjen
Kasteellied,
januari 1991, 518, 8-9.
'Er
was eens een kasteel, in de bergen achter de zee'
Schrover, Oscar Laurens
[Gedichten],
juni-juli 1992, 535-536, 28-29.
Canzone:
'Daar, langs de koperen rand'
Canzone
II: 'Er kaatst en ketst aan de grens van'
Gevangen:
'Na lange tijd en geurige mistige maanden', 29
Schuckhart, Max
Evolutionair,
september 1964, 206, 29.
`Een
dierentuin maakt nederig en trots-'
Segaar, Esther N.
[Gedichten],
september 1994, 562, 27-28.
'Nu
ik opnieuw hoor', 27
Door
het vuur: 'ga niet met mij om als met', 28
Wij:
'Uiten ons in verontschuldigingen, 28
Softly
hidden response: 'De sluitsteen is zwaar', 28
[Gedichten], juni-juli 1998,
607-608, 34-35.
No
response: 'The answeringmachine of zoals de dichter', 34
Gekortwiekt:
'Uit het oude sprookje weggelopen', 35
[Gedichten], februari 2002, 651, 9-10.
Vanzelfsprekend: 'Vittend
op de kookkunst', 9
Gouden sieraden met
balletjes van zilver: 'Als naar het oneindig dikke boek', 10
[Gedichten], oktober 2002, 659, 22-23.
Point d'interrogation:
'En toen, zei het sprookje, zoals het begon,', 22
Amour: 'De was hangt
keurig aan de lijn', 23
Selles, Hedwig (1968)
[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 33-35.
'De berg is verdwaald',
33
'Hoe haal je
herinneringen op?', 34
'Ik
zwom de Marrowijne af', 35
[Gedichten], juni-juli 2010, 751-752, 26-28.
Rodeo: 'Wat zijn grootste
dromen waard', 26
Nothing personal: 'als ze
me vragen', 27
Schadenfreude:
'eerst heb ik kostbare woorden aan de', 28
[Gedichten],
augustus-september 2011, 765-766, 29-30.
Beeldroman:
'Hij kwam naar mij, ik niet naar hem', 29
Dwergvleermuis:
'Alles wat voortreffelijk is', 30
[Gedichten], mei 2012,
774, 41-42.
Voortijd:
'Waar de zee voorbij was, begon', 41
'Het
is zomer', 42
Vakantiefilmpje,
juni-juli 2013,
787-788, [27]-28.
Hier
zet ik het beeld stil en leg je hand recht', [27]
'Wat
doe je als je de laatste bent en de wereld wacht', [27
'Ik
zag een jonge gans', 28
[Gedichten], juni-juli
2014, 799-800, 32-33.
Meerman:
'Als kind was hij al traag'
Zus: 'Vermoeid tikte ze tegen mijn wang.', 33
[Gedichten], februari 2015, 807, 35-36.
Weerbericht:
'Een bange lucht draagt water aan', 35
Opoffering: 'In gedachten hoorde ik ze gaan', 36
[Gedichten], februari
2016, 819, 37-39.
Waagstuk:
ÔEerst viel ik recht naar beneden,Õ, 37
Haperingen:
Ôhet moet nu maar eens afgelopen zijnÕ, 38
Wissewasjes:
ÔAlles is meteen zoveelÕ, 39
[Gedichten], februari
2018, 843, 46-47.
Dichterbij
dan later:
I:
ÔWelke onvolledigheid voorkwam datÕ, 46
II:
ÔIk ontleedde zijn verstand, tussen tijd en ruimteÕ, 47
III:
ÔIk wantrouw de verhalen die zichzelf herhalenÕ, 47
[Gedichten], oktober
2019, 863, 47-49.
Frituurvet: ÔBel even voor meÕ, 47
Leeflagune: ÔHet heeft
iets verleidelijks: in de ban vanÔ, 48
Bodemdieren: ÔAngst vraagt nooitÕ, 49
[Gedichten], april 2020.
869, 25-27
C-19: ÔDe wangen van glasÕ, 25
Kolonisatie: ÔPlanten worden uit de grond geborenÕ, 26
Wegvliegen: ÔKom,Õ 27
[Gedichten],
mei 2021, 882, 43-44.
Ars:
ÔEr kwam geen dooiÕ, 43
Aangespoeld:
ÔEr spoelden mensen aan op een eilandÕ, 44
Sickenga, Joost
Het
lijf dat hier ligt, februari 1994, 555, 25-26.
'Wat
ik weet'
Sivry, F.
Pseudoniem van K.L. Poll.
Slippers, Fons
Werkende
jongere, maart 1988, 484, 21.
'School
ging niet meer'
Sluis, Johannes van der (1981)
[Gedicht],
maart 2019, 856, 25-27.
Ô100% vrije jongenÕ, 25-27.
[Gedichten],
mei 2019, 858, 39-42.
Goede
man: ÔTeruggekomenÕ, 39-40
Visser: ÔIn de stoptreinÕ, 41
Een nieuwe lente (130 jaar oud): ÔOndanks zonneschijnÕ, 42
[Gedichten],
december 2019, 865, 35-40.
Noem me radicaal: ÔEen pakketjeÕ, 35-36
De
man met ziekte: ÔIn mijn dertigste levensjaarÕ, 37
Integratie: ÔOm wat te drinkenÕ, 38-40
[Gedichten],
mei 2020, 870, 31-35.
Lijden
Omhoog die handjes
Kur (reprise)
Afscheid van Merano
[Gedicht],
CÕest moi – een koningssprookje (deel1), november 2020, 876, 9-12.
ÔErgens
in de loopÕ, 9
[Gedicht],
CÕest moi – een koningssprookje (deel II), december 2020, 877, 38-42.
Ôde
volgende ochtendÕ, 38
[Gedicht],
CÕest moi – een koningssprookje (deel III / slot), januari 2021, 878, 45-49.
ÔÕs avondsÕ, 45
[Gedichten],
mei 2021, 882, 12-16.
Iets
om voor te leven: ÔOp de dagÕ, 12
Wijding:
ÔTijdens een wandelingÕ, 13
Stamppot-andijvie:
ÔOm de lokale horecaÕ, 14-15
Rondvliegen:
ÔEen vriendinÕ, 16
[Gedicht],
oktober 2021, 887, 18-22.
Ons
Itali‘: ÔAan mijn ex-geliefdeÕ, 18
Smeets, R.
[Gedichten],
januari 1968, 242, 31.
Knotwilg:
`Eenzaam'
Veertig
jaar: `Veertig jaar'
Soek, H.
[Gedichten],
februari 1967, 233, 35.
De
onverwoestbare: `Zijn eerste tenen verloor hij in 1910'
Logica:
`De vuurballen vielen uit de lucht en'
Soudijn, Karel
[Gedichten],
april 1965, 213, 18-19.
Notities:
`de avond valt aan scherven', 18
Twee
kwatrijnen
1.
`grijslachenvrouwen van plezier', 18
2.
`liefde kent geen taboes', 18
Familiepraat:
`Een zorgrimpel in het hoofd', 18
Herinnering:
`Op zoek naar een plek voor eenzaamheid', 19
Vakantie:
`fietsen alsof we twee autootjes zijn', 19
Liefdesliedje:
`schim gebogen', 19
Stemmingsmuziek,
mei 1965, 214, 10.
`op
mijn trap zit een vrouw'
Zwerven,
mei 1965, 214, 28.
`als
er water uit de kraan druppelt'
[Gedichten],
juni 1965, 215, 26-27.
Het
lied van de jagers: `Iedere zaterdag trekt de zesjarige Geert Jan', 26
Angst:
`gewone jazzmuziek op verende draaischijf', 26
Jeugd:
`in de stroberg zat marten die wij kattn noemden', 27
Spel:
`in april', 27
Brugge:
`Onze Lieve Vrouwenkerk', 27
[Gedichten],
juli-augustus 1965, 216-217, 24-25.
Een
melodrama: `het is alweer een maand geleden', 24
Slaapwandelen:
`verzoete gramofoonplaatmelancholie', 24
Ochtend:
`een vliegtuig staalt de blauwe lucht', 24
Kleine
speurdersroman: `kwit ibbonit de man van duizend zorgen', 25
Foto:
`ad�le voor betere rapporten', 25
Religie:
`Heilige kreten galmden er', 25
[Gedichten],
september 1965, 218, 23.
Treinreis:
`twee weken zijn voorbij'
Darwin:
`de sterkste blijft in leven'
Levenszorgen:
`poker in een zilveren sterretjespak'
Korcula:
`wit klooster met een roodbruin dak'
[Gedichten],
oktober 1965, 219, 19.
De
kathedraal van Barcelona: `achter het geluid van de heilige mis'
Augustus:
`een zaterdag op banken buiten'
Epigram:
`Speling van het noodlot'
Byzantium:
`verhemeld in dit moza•ek'
[Gedichten],
november 1965, 220, 14.
Feiten:
`als een kluizenaar een heuvel bestegen'
Feest:
`in een chinees restaurant werden we bediend'
September:
`een botsen steeds'
[Gedichten],
maart 1966, 224, 26-27.
IJzel:
`in het cafŽ', 26
Ko
Oosterkerk: `tekende vroeger vooral mooie zwarte bomen', 26
Ochtendgloren:
`en een dwerg in het hout', 26
Stad:
`Een nacht en twee dagen', 26
Ibiza:
`vandaag een poging gedaan', 27
Zomaar
een hoofd: `Een ring in haar oor', 27
Binnenhuisgesprek:
`26 april 1965', 27
Taal:
`hoe mooi om geneesheer te zijn' 27
[Gedichten],
juni-juli 1966, 227, 39.
Fietsen:
`kremers bos'
Liefde:
`Paasfeest'
Papierflitsen:
`meisje'
[Gedichten],
oktober 1966, 229, 18.
Nacht:
`Ik zat een nacht in een raket'
Moskou:
`bij pushkins beeld een bloem'
Sociaal-realisme:
`tussen alles wat er in het museum'
Gedicht:
`vandaag is het donderdag'
[Gedichten],
november 1966, 230, 34.
Leningrad:
`niet ver van een brug stap je in'
Een
les: `och beste broeder in de kunst'
Pose:
`in het huis van de vriendschap'
[Gedichten],
december 1966, 231, 40.
Vrede:
`bij een optocht ter gelegenheid'
Idylle:
`langzaam varende zwanen'
Pushkin-Museum:
`Aan twee lieve meisjes de weg gevraagd'
Historische
verzen, maart 1967, 234, 14.
Frankrijk:
`de eiffeltoren'
Wilhelmina
Regina: `de relletjes in amsterdam'
Holland:
1914-1918
[Gedichten],
mei 1967, 236, 31.
Sterven:
`vroeger ŽŽn angst'
Fenomenologie:
`in het voorjaar'
De
koningsmoord, oktober 1967, 239, 28.
`een
vat vol romantiek'
[Gedichten],
maart 1968, 244, 29.
Lyrisch
Wassenaar: `waarde leonoor'
Oud
Amsterdam: `29 jaar'
Ballade
van de sex en het geweld, juni-juli 1968, 247-248, 47.
`het
is lang geleden natuurlijk'
[Gedichten],
december 1968, 253, 34.
Guillotine:
`wat fijn'
Pastorale:
`de buurvrouw is dood'
[Gedichten],
januari 1969, 254, 31.
Rusland:
`daar heb je bijvoorbeeld'
Vrouw
en vis: `uitwerpen van het aas'
[Gedichten],
augustus-september 1969, 261-262, 34.
Het
dorpsleven: `In het dorpje O. ligt'
Het
openbaar vervoer: `terwijl hun vouwen het huishouden doen'
Bosmeer:
`het is winter in het bos'
Romantiek
en de gevolgen daarvan, december 1969, 265, 35.
`in
spanje is ergens naast een romeinse triomfboog'
[Gedichten],
maart 1970, 268, 32-33.
De
Rotterdamse raad: `Geplakt op karton', 32
Hummelo:
`de meeste palen in het bos', 32
Polderland:
`De tand des tijds', 33
Zoetig
avontuur: `op aandrang van jan', 33
[Gedichten],
juni-juli 1970, 271-272, 46-47.
Op
reis: `het landschap, 46
Aardrijkskunde:
`wat een spanning als je naar de landkaart kijkt', 46
Hulde
aan de burgerrij: `een bronzen kruisje', 47
Sport:
`het voetbalveld', 47
[Gedichten],
augustus-september 1970, 273-274, 50-51.
Het
menselijk bedrijf: `het christendom', 50
Ballade:
`'s ochtends bij X', 50
Collector's
item: `in de kelders van het vaticaan', 50
Noorlander
en Vogelpoel: `op de sofa tussen blote vrouwen', 51
Carthago:
`op doorreis in de buurt van Carthago', 51
Afscheid:
`als ik nog eens op aarde mag komen', 51
[Gedichten],
november 1970, 276, 34.
Obrid:
`zoals die dame zei'
1950:
`voor het eerst naar de lagere school'
[Gedichten],
december 1970, 277, 38.
1956:
`eerste buitenlandse vakantie'
Daar
ga je dan: `daar ga je dan'
De
psycholoog: `hij test mensen'
[Gedichten],
februari 1971, 279, 28-29.
Is
er nog leven na de dood?: `de inktvlek van luther', 28
Gezondheid:
`tochtje naar de zwavelbronnen', 28
Herfst:
`mist over het land', 29
Pedagogie:
`zo'n kind heeft ook nog een moeder', 29
Euripides:
`voor een achthonderd jaar oude kerk', 29
[Gedichten],
oktober 1971, 287, 23-24.
Sonsbeek:
`vorige herfst nog in park Sonsbeek gelopen', 23
Oostzaan:
`bar slecht weer', 23
Slangenburg:
`vandaag gelezen ovr een dichter', 23
Boom:
`een drielingbeuk', 24
Be
prepared: `midden op de veluwe', 24
Klein
brons: `het handwerk van de reporters', 24
1971:
`de feestartikelenwinkel op de nieuwendijk', 24
[Gedichten],
februari 1972, 291, 37.
Reizen:
'waar je ook naar toe reist'
Boekarest:
'in het numismatisch museum'
Zomer:
'deze zomer een oude heer'
[Gedichten],
maart 1972, 292, 28.
Roemeni‘:
'op weg naar het congres voor logica'
Boulevard
Gheorghe Gheorghiu Dej: 'in het park werkt een tovenaar'
Hongarije:
'terug in Hongarije bij een grenspost'
[Gedichten],
juli-augustus 1972, 296-297, 46.
Grens:
'oostenrijk-hongarije'
Engeland:
'na de oorlog kregen we'
[Gedichten],
maart 1973, 304, 35.
Rotterdam:
'soms kom je in steden'
Emmerik-Kleef:
'steeds weer wat nieuws'
Buffalo,
N.Y., november 1974, 324, 36.
'Belle
vue sur l'eau'
Spel, Ans
'nacht',
januari 1973, 302, 29.
Spiering, Kees
[Gedichten],
november 1985, 456, 27.
Weerzien:
'Een vorig leven, zeg je'
Eerste
dag: Ze ligt aan de rand'
[Gedichten],
februari 1990, 507, 28-29.
'Vast
op het eiland van vroeger', 28
Frankrijk.
Avond: 'Dit zeldzaam oude', 29
'HET
MAIS IS AL HOGER', januari 1991, 518, 29.
Starik, Frank
Pseudoniem van Frank von
der Mohlen
Starkenburg, Ilse (1963)
[Gedichten], juni-juli
2005, 691-692, 14-15.
'wij
waren wezen zwemmen', 14
het
gecastreerde huis: 'van de angst van de een', 15
[Gedichten],
april 2006, 701, 34-35.
zonder
zon: Ôze lijkt een larveÕ, 34
boodschap:
Ôhij zet zich eropÕ, 35
Izze mooi, juni-juli 2006, 703-704,
76.
'en ik woon
in een lichaam met twee bulten'
Ge•nspireerd
op de beeldengroep van drie dromedarissen vervaardigd door Iris le RŸtte, die
in 2005 langs het spoor aan de Wibautstraat in Amsterdam is geplaatst.
[Gedichten], juni-juli 2007, 715-716, 57-58.
Dr. Martens: 'de schoenen
stonden al jaren te getuigen', 57
'we zijn het niet
vergeten', 58
[Gedichten] , januari 2009, 734, 37-38.
de bloemen heb ik net
weggegooid: 'ze kwamen niet uit pas met', 37
eb: 'zal ik nog meer namen onder', 38
[Gedichten], februari 2012, 771, 39-40.
Wij: 'er
waren nooit woorden voor', 39
Een
zomerzotheid: 'deze zomer lazen wij Erasmus', 40
[Gedichten], november 2016, 828, 23-24.
Zwoel:
Ôeen dag in augustus in GroningenÕ, 23
Samen naar New York: Ôje schreef me dat je graag samen eens naar
New York wilt gaanÕ, 24
Verzoening:
Ôhet is niet mijn moederÕ, 24
[Gedichten], november 2018, 852, 13-14.
Grootheid:
Ôde maan weet nietÕ, 13
Voorbereidingen:
Ôvoordat ik naar buiten gaÕ, 13
Logeetje:
Ôhij lijkt wel blauwÕ, 14
Intonatie
voor Anton: Ôik wil je graagÕ, 14
[Gedichten], juni/juli 2019, 859/860, 51-52
Zachtjes
tikt de regen: Ôhet begon zwart, inktÕ, 51
Gulden euro: Ôop de dagÕ, 52
Korenbloem: Ôik lasÕ, 52
Stek, F. van
Op
den duur kleeft het masker aan het vel, februari 1984, 435, 33-37.
'(Stop!
Ga niet verder! Verboden terrein!)'
Stigter, G.
Tweemaal
James Grieve, december 1966, 231, 36-37.
Onder
pseudoniem K. Schippers.
`Je
kan een nieuwe sleutelring kopen, omdat de oude te klein is geworden'
Storni, Alfonsia
[Gedichten], maart 2011,
760, 28.
Doorgestreept:
'De dat ik sterf moet het nieuws'
De
nacht: 'Bedankt, nacht:'
Vertaald
uit het Spaans door L.Th Lehman.
Streepjes, Igor
Pseudoniem van Peter
Versteegen.
Stuidt, J.M.
Litorgisch
reveil, december 1963, 197, 22.
'Let
wel, zo zou het moeten zijn'
Opdracht:
voor A. Teister [ = J.M. Boersma].
Stuyling de Lange, Geldolph
[Gedichten],
maart 1981, 400, 35-37.
Het
grote oponthoud, het grote vertrek: 'Mij was mooi weer voorspeld', 35
In
de keuken van haar liefkozingen zag hij zijn leven als een verlies: 'In de
keuken van haar liefkozingen', 36
Tussen
alle zee‘n: 'Sinds dagen', 37-38
Zeven
Gedichten, juni-juli 1981, 403-404, 50-53.
'nu
ik niet meer in het leven ben', 50
Ik
maak de winst op: 'Ik heb het snelle reizen gekend', 50
'Moe
door al het lawaai', 51
'niets
houdt mij vandaag nog tegen', 51
Kom
met mij: Mijn vriend, ik zag hem vele werelden schilderen', 52
Aan
mijn vrienden: 'wanneer gedachten komend in de avond', 52
Aan
de reling: 'In het leven verlang ik', 53
Drie
gedichten, februari 1982, 411, 11-14.
Ofschoon
zijn handen haar een ander wijzen: 'die jongen, hij weet: ik ben de mooiste',
11-12
De
dingen in geveinsde deelbaarheid: 'mijn hart zonder koningin', 12-13
Piazza
Navona: 'ik voelde vanavond de moede rust', 14
Vier
gedichten, mei 1982, 414, 10-11.
Ik
ben een oude vrouw: 'Ik ben een oude vrouw', 10
Herinner
mij ons dagje: 'Herinner mij ons dagje', 10
Heel
mooi zou ik willen zijn: 'Heel mooi zou ik willen zijn', 11
Ik
weet dat iedereen ergens lacht: 'Ik weet dat iedereen ergens lacht', 11
Haar
bloemen vielen uit, oktober 1982, 419, 33.
'Haar
bloemen vielen uit'
[Gedichten],
oktober 1983, 431, 29-30.
Misschien
heb jij je nooit vergist: 'Misschien heb jij je nooit vergist', 29
De
lichte leegte: 'maar kom niet bovendrijven', 29
Nooit
meer nat en zonder naam: 'wij hebben een pad tussen bladeren gelopen', 30
Drie
gedichten, februari 1985, 447, 26-27.
De
avond rinkelt: 'de avond rinkelt', 21
Wij
stonden: 'wij stonden op het krankzinnige kerkhof', 27
De
ober poetst: 'de ober poetst mijn pak schoon', 27
'WAAROM',
november 1985, 456, 20.
De
aardeloze, juli-augustus 1986, 464-465, 39.
'vergeet
de tijd niet'
Swaanswijk, L.J. (1924-1994)
[Gedichten],
24-02-1960, 41, 11-12.
Onder
pseudoniem Lucebert.
Ik
zie mijzelf als bloem: 'wenende stieren achter duiven aan', 11
Een
groot jager: 'ik ben de zoon van de steenproleet', 12
Opgenomen
als ter illustratie bij kritisch proza, GuŽpin, 41, 11-12.
Szymborska, Wislawa
[Gedichten],
maart 1986, 460, 38-40.
Monoloog
voor Karrandra: 'Ik ben het, Kassandra', 38-39
Uit:
Honderd vreugden (1967).
Aan
de Styx: 'Dit is de Styx, m'n separate zieltje', 40
Vertaald
uit het Pools door Richard Nowak.
Tan Mei Hwa
Tien
gedichten, 04-04-1962, 148, 14-16.
`spreek
liefwoorden', 14
`maraboe',
14
`vandaag',
14
Elysium:
`er was geen lied', 15
`Waarom
rozen?', 15
`de
half geloken leden van je kinderogen', 16
Opdracht:
Voor Anton Alexander
`vertrouw
niet op mij, 16
`uitkijkend
over het land', 16
`een
roerdomp in het riet', 16
Zes
gedichten, 06-06-1962, 157, 14-15.
`en
de schaduw van de middag', 14
`mijn
ander ik', 14
Voor
Ada: `zo slaap je in het nachtelijk gebeuren', 14
`fluister
het donker geheim', 15
`het
langzaamaan verstilde', 15
`wat
wij zeiden', 15
[Gedichten],
21-11-1962, 181, 15-16.
`dit
is de avond van de witte hyacint', 15
Twee
dagen in september:
22
september: `ik bad: God', 16
25
september: `toen was er een heuvel van bloemen', 16
Tao, Yuanming
Vijf
Chinese grafgedichten, februari 1986, 459, 35-38.
'Die
leven zullen allen zeker sterven', 36
Vroeger
had ik niet genoeg te drinken', 36
'Het
veld staat nog vol opgeschoten gras', 37
Vertaald
uit het Chinees en voorzien van een nawoord door A. Blankestijn.
Teister, Alain
Pseudoniem van J.M.
Boersma.
Tellegen, Toon
Vier
gedichten, januari 1983, 422, 34-36.
Een
brief: 'Ik ben nog iets vergeten', 34
Een
opstel: 'Als je mij vraagt : hoe oud zou je het liefste willen zijn', 35
Een
melodrama: 'In een park. Een man', 35
Een
verhaal: 'Ik was eens heel helder', 36
[Gedichten],
oktober 1983, 431, 14-15.
Er
is: 'Er is een bepaald soort wolk', 14
Wie
zaten aan een tafel: 'Wij zaten aan een tafel, nooit waren wij zo dicht', 14
Uit
het zieke been: 'Uit het zieke been van een oude man in een ledikant', 15
En
ŽŽn van ons: 'En ŽŽn van ons stond plotseling op', 15
Zes
gedichten, september 1984, 442, 3-5.
Een
tuin: 'Van alle tuinen heb ik er maar in ŽŽn gewandeld', 3
Zomer:
'Op de ene helling stond iemand die niet verder kon', 3
Aegeus:
'Ik wist dat ik hem nooit meer terug zou zien', 4
Thereus:
'Ik wist dat ik hem nooit meer terug zou zien', 4
Avond:
'Avond', 5
Onder
een boom: 'Ik zat onder een boom, ontmoette de dood', 5
Zes
gedichten, april 1985, 449, 34-36.
'Ik
val', 34
Aan
een volmaakte onbekende: 'Ik maakte eens een bos, raffelde de zomer af', 34
In
een park: 'Er liep een man door een park', 35
'Ik
dacht eens dat hoog in de lucht', 35
Een
schip: 'Een schip voer over de zee', 36
Een
donker boek: 'Ik zat aan tafel, las in een donker boek', 36
[Gedichten],
november 1985, 456, 18-19.
Een
reden: 'Ik ben verdrietig, verzin redenen daarvoor', 18
Toen
wij: 'Toen wij elkaar niet meer konden zien', 18
Een
heel licht huis: 'Ik woon in een heel licht huis. Lichtzinnig', 19
Herinnering:
'Er zat een man op een bank in een rommelig dorp', 19
Drie
gedichten, juni 1986, 463, 16-17.
Aan
een dichter: 'Desalniettemin', 16
Opdracht:
Voor J.
Een
brug: 'Ik wandel over een smalle houten brug', 16
'Heeft
iemand mij ooit van een toren gezien', 17
Drie
gedichten, juli-augustus 1987, 476-477, 30-31.
1.
'Een kamer en een bed', 30
2.
'De een zei: 'Het is misschien maar beter zo...', 31
3.
'Het regende', 31
[Gedichten],
april-mei 1988, 485-486, 28-30.
Verhuizing:
'Mijn vader keek eens tegen mij op', 28
De
doodlegt uit: 'De dood legt uit, schrijft op een bord', 28
Een
man: 'Een man klampte iedereen aan', 28
Wie:
'Als ik god tegenkom', 29
Hier:
'Iemand heeft mij laten slingeren hier', 29
Een
trap: 'Tussen ons de treden', 30
[Gedichten],
maart 1990, 508, 29-31.
Mijn
gedachten: 'Mijn gedachten zijn een zee', 29
Zij
spraken over: 'Zij spraken over in de steek laten', 29
Ik
denk: 'Ik denk dat er nog iemand komt', 30
Maart
1300: 'De vuren waren uit en al het ijs was water', 31
Vier
gedichten, juli-augustus 1990, 512-513, 56-57.
'Een
man maakte zich los uit beslommeringen', 56
Leugens:
'Ik zal u iets over leugens vertellen', 56
'Mijn
grootvader is ver weg', 57
'Er
staat een taart in een etalage', 57
[Gedichten],
november 1990, 516, 19-21.
De
koorddanser: 'Na zijn val zal men hem vragen op te staan', 19
'Een
spin die een web weeft', 19
'Als
je omkijkt', 20
"Er
ligt een appel op een schaal, het is ochtend', 20
[Gedichten,
maart 1991, 520, 26-27.
'A
keek over de rand van een afgrond', 26
'Een
vlinder op de grond', 26
'Ik
zag twee mensen in elkaar verdwijnen', 27
'De
man, de onhandige man', 27
Termaaten, Herman
Negen
gedichten, juni-juli 1977, 355-356, 26-29.
'de
vertelling aan de rand', 26
'in
het gezicht', 26
'zo
wordt zijn huiver', 27
'de
tijdsomschrijving', 27
'notitie
van het moment', 27
'op
een stil gelijk', 28
'de
sneeuw', 28
'het
schrapstelsel van de wind', 29
'ik
hoor vogels en onverschilligheid', 29
Acht
gedichten, juni-juli 1978, 367-[368], 35-36.
'naar
eigen ontwerp, 35
'boven
de vraag gesteld', 35
'naar
indruk van verlorenheid', 35
'ik
kijk omhoog', 36
'uitgangspunt
van het blad', 36
'de
treurwolk in de verte', 36
'halverwege',
36
'naar
de meren van mist', 36
Zeven
gedichten, augustus-september 1979, 381-382, 41-43.
'ontstegen
aan het uur', 40
'hij
zwaait zijn mantel', 41
'haar
vader in het witte pak', 42
'wreedheid',
42
'de
naar binnen', 43
'de
strelende soms', 43
'de
spiegel', 43
[Gedichten],
november 1985, 456, 25.
Mijn
kleine Hortensia: 'Mijn kleine Hortensia'
'niet
de echo'
Theunynck, Peter
[Gedichten],
mei 1998, 606, 27-29.
Jager:
'Wie kleren en geweren dragen', 27
Zo
broos: 'Zo broos als jij in je bra ontwaakt', 28
Eenden:
'De wilde eenden onder de brug', 29
Thies,
Willem (1973)
[Gedichten], mei 2007, 714, 13-14.
Een schaduw van twijfel:
'Een zonnebril scheidde', 13
Huis te Vraag: 'Er is
onderhoud geplaagd:' 14
[Gedichten], maart 2008, 724, 37-38.
Fremdkšrper:
'een hond achtervolgt een tractor', 37
Een groot
huis: 'Een boomkruin spat uiteen', 38
Alles is
hier: 'ze scheurt het stokbrood snijdt', 38
[Gedichten], juni-juli 2010, 751-752, 47-49.
De dag voltrekt zich:
'Morgen is het juni. De dag voltrekt zich', 47
Markt: 'Hij had een
ernstig lichaam en een taaie blik', 48
De
laatste lezer: 'Voorbijgangers turen schaamteloos in de kijkdozen', 49
[Gedichten], november
2011, 768, 24-25.
Plantaardig
bewind: ' Achter de rug van de rivier houd ik mij schuil, ik buig', 24
Cyclus:
'Ochtend: tegen de wind in heft een vogel zijn vlucht op', 25
Na
de passaat: 'De zee is glad als landbouwplastic', 25
[Gedichten], januari 2013, 781 [782], 26-27.
Wiegeliedje: 'Onze ogen klappen open en de dag valt naar binnen',
26
Indringer: 'De schuiven van je ogen zijn opengebroken', 26
Het einde van de gang: ' Niets dient zich nog aan. Niet de
vingers', 27
[Gedichten], maart 2015, 808, 33-34.
'In het paradijs
kwispelen de leeuwen, en likken zij de lammeren schoon,', 33
Nieuwslezer
spelt onheil: 'De kust van Paranagu‡ in Brazili‘ is overspoeld', 34
[Gedichten], november
2015, 816, 24-25.
Geen
weg terug: 'Die avond dat je mij, naakt op laarzen, boven ana de trap
uitschold', 24
'Excuses,
maar u bent op zoek naar iets was niet bestaat', 24
Jubileum:
'Behoedzaam knipt een vrouw het cellofaan rond ene bos tulpen stuk', 25
'Kleurt
de zon overdag potgronddonker – laat ons slapengaan', 25
[Gedichten], april 2016,
821, 33-34.
ÔEr is een huisje aan de rand van het bos, waar het donker wordt
losgetornd.Õ, 33
ÔJe lichaam is krankzinnig.Õ, 33
ÔEen pruim, blauw en ovaal in haar hand. Het haar uitgedund.Õ, 34
[Gedichten], december
2016, 829, 32-33.
Geen verweer, klaag me aan
ÔSoms wil ik mijn lichaam bedekken, uit teleurstellingÕ, 32
ÔDe lus in ons denken, de groef waarin wij rond en rondÕ, 32
Ôje doopt je wijsvinger in het restjeÕ, 33
[Gedichten], januari
2018, 842, 22-23.
Mimicry:
I: Ôde najaarsspreeuwen glanszwart en bronspurper, als ŽŽn wezenÕ, 22
II: Ôzij ontwierp
halssieraden, geweven stoffen, woorden, het snoertÕ, 22
III: Ôzonnige krans je haar, blauw je me aan, je koralen lach, alles zo
puurÕ, 22
Duik: ÔHij verschuift de radio van de rand van de rivier naar hetÕ, 23
Een streng woorden: ÔIk was de messen en wisÕ, 23
[Gedichten], juni-juli
2018, 847-848, 13-14.
Vangst: ÔZe hadden onze huidskleur uit ons getrokkenÕ, 13
I ÔHoe de bloemen klappen, rood openÕ, 14
II ÔIk breng je hand naar mijn mondÕ, 14
III ÔPeesblad. Middenrif. Borstholte. LongenÕ, 14
[Gedichten],
augustus/september 2019, 861/862, 27-31.
Schoon: ÔAls student waste ik emaillen lasagneschaaltjesÕ, 27
Het is opgemerkt: ÔDe Noordpool brandtÕ, 28
Feodaal: ÔDe mensen wonen achter computersÕ, 29
Vier titelloze gedichten, 30
Werk: ÔDe vriendelijke shiarmazaakhouder, we noemen hem de sheriffÕ, 31
[Gedichten], december 2020,
877, 31-32.
Rectificatie: ÔDeze lift neemt iemand enkel naar benedenÕ, 31
Mazen: ÔBijen dwarrelen neer. Als snippers van door een kindÕ, 32
Tjebbes, Tyche (1982)
[Gedichten], mei 2021,
882, 33-35.
De dikke man: ÔDe
dikke man met het moeilijke verledenÕ, 33
steen: Ôje bentÕ, 34
Onoplosbare getallen: ÔVanochtend heeft hij in krullende cijfers
uitgerekendÕ. 35
Tonk, Florence
[Gedichten], november
2005, 696, 28-29.
Zwart-wit:
'Zwart-wit net zand', 28
Weg:
'Het spoor zuigt je geruisloos bij me weg', 29
Toorn, Willem van
Berlijn,
mei 1966, 226, 12-13.
1.
`Plaatsnamen uit de Guide Automobile', 12
2.
`Binnen de stad is men op een eiland', 12
3.
`Hansviertel. Nergens verleden tijd', 12
4.
`Al na een dag loop je hier als een gek', 13
[Gedichten],
december 1966, 231, 29.
Landschap:
`Uitzichten schuiven haastig op hun plaats'
Grebbeberg:
`Een van de doden is een beetje gek'
Tsjechoslowakije
68, collage, november 1968, 252, 16-17.
1.
`Op weg erheen door Hans en Grietjebossen', 16
2.
`Aankomst. Praag 68, de maand juli', 16
3.
`Toeschouwers zoeken naar het perspectief', 16
4.
`Het verhaal van de oude heer L.', 16-17
5.
`Ik weet het wel, meneer L., Dubcek en gezellen, geachte', 17
Tritsmans, Marc (1959)
[Gedichten],
september 1989, 502, 32-33.
Foto:
'Op een tweehonderdvijftigste seconde', 32
Villa
De Goudbloem 1920 (voorzijde): 'bijna avond langgerekte schaduwen', 32
Ruimte:
'wat kan me ooit weerhouden', 33
[Gedichten],
augustus-september 1995, 573-574, 46-47.
Blad:
'Zoals dit ene blad, losgeraakt', 46
Haren:
'In het donker, zou ik hen, denk ik', 47
[Gedichten],
november 1995, 576, 32-34.
Quatorze
juillet (een krantebericht): 'Een dag van ijsjes en vuurwerk en', 32
Leeg
huis: 'In het donker blijf ik op de overloop', 33
Relict:
'dat het op die zevende dag in augustus', 34
[Gedichten],
april 1996, 581, 20-21.
Gelijktijdigheid:
'Precies op het ogenblik dat wij daar', 20
Afkoeling:
'Zelfs na verloop van dagen kan', 21
[Gedichten], december
1996, 589, 30-31.
Afgunst:
'Een boom kiest zorgvuldig zijn plaats', 30
Onder
invloed van vruchten: 'Is het niet dat bij het knappen', 31
[Gedichten], juni-juli
1998, 607-608, 51-52.
Bij
een vliegtuig van Panamarenko: 'Zo zeker weten dat het onmogelijke niet', 51
Neem:
'Neem een man, neem een vrouw', 52
Gedichten], maart 2000, 628, 22-23.
1525
- Naar Nederland: 'Mannen hebben dat. Ze willen', 22
1940
- Op de vlucht: 'Pas achteraf beseft dat in zelfde', 23
[Gedichten], juni-juli 2002, 655 [655-656], 40-41.
Operatiekamer: 'Geen mens
wil ik hier onder mijn handen', 40
Cel: 'Deze volmaakte
blanke borst gekozen.', 41
Thema:
Het lichaam.
[Gedichten],
augustus-september 2003, 669-670, 40-41.
Eiland:
ÔWaarvan ik heb betast de zachsteÕ, 40
Het
bevlogene: ÔGeef mij maar de bevlogenÕ, 41
[Gedichten], mart 2007, 700, 55-56.
Ik (I): 'Leg toch even,
als je durft, je oor te luisteren',
55
Dit?: 'Is dit het dus
maar wat ik te vertellen heb', 56
[Gedichten], oktober
2006, 707, 17-18.
Lente
in de tuin: ÔAl wat nu nietÕ, 17
Zeeland:
ÔOp het strand van VrouwenpolderÕ, 18
[Gedichten], april 2007, 713, 22-23.
Bevrijding:
'Kijk dan toch hoe ze ongebroken', 22
Veere:
'Een westerstorm zonder geheimen doet het', 23
[Gedichten], oktober 2007, 719, 24-25.
Lichaam:
'Maar het lichaam weigert koppig alle dienst', 24
Op
de rand: 'Bijna had ik niet meer de', 25
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 12-13.
Stuitligging: 'Het moment
gekomen leek het mij', 12
Aria (con variazioni):
'Langzaam', 13
[Gedichten], augustus-september 2009, 741-742, 53-55.
Studie van de schaduw:
'spreek niet over de liefde of de dood', 53
Huis: 'dit moet je onder
ogen zien', 54
Raam:
het raam waarvoor zij samen zaten', 55
[Gedichten],
augustus-september 2011, 765-766, 36-37.
Motoriek:
'jij daar, hand, de mijne' 36
Het
kraken van de code: 'nu dus mijn mond openen en die ene scherpe', 37
Enkele vaststellingen
omtrent de zeemansgraf, mei 2013, 786, 5-6.
I. 'heb je op een onbewaakt moment
toch op haar', 5
II. 'maar in die altijd ijle altijd
frisse luchten begint', 5
III. 'zwemmend wil je altijd
verder', 6
IV. 'vandaag reed ik alleen in de
auto voorbij', 6
[Gedichten], april 2014, 797, 19-21.
Mijn vader verdwaalt: 'mijn vader
verdwaalt in de tijd', 19
Mijn vader krijgt ontzag: 'banken,
ziekenhuizen en gerechtsgebouwen', 20
Mijn vader stroomt over: 'ik had
gedacht dat hij almaar', 20
Mijn vader is verdwenen: 'na 19.796
dagen met', 21
Een nog onontdekt deeltje met heeltallige spin, november
2014, 804, 37-38.
I 'komt onaangekondigd en
ongevraagd', 37
II 'zoals massa ontstaat wanneer elementaire', 37
III 'bestaat er dus een nog onontdekte
boson dat met de lichtsnelheid', 38
[Gedichten], oktober 2015, 815, 17-18.
Foto van berglandschap: 'niets
levends in dit beeld te bekennen', 17
N-de dimensie: 'plooit aarde zich
elke winter', 18
[Gedichten], oktober 2016, 827, 37-38.
Hout: Ôdit zo bedachtzaam gegroeide waarop onze handenÕ, 37
Het zoemt en gonst: Ôterwijl wij mensen met elkaar praten en denkenÕ, 38
[Gedichten], maart 2017, 832, 34-36.
Dit zachte: Ôook zonder dat wij het beseffen hunkeren wijÕ, 34
Boom: ÔzoÕn kalme gedachteÕ,
35
IJs: Ôomdat onze ogen slechts zien bewegenÕ, 36
[Gedichten], januari 2019, 854, 36-38.
Boek van vader, 36
Wandelend op de zeedijk, 37
De paradox van verlies, 38
[Gedichten], juni/juli 2019, 859/860, 16-20.
Entiteit: ÔHet begint al met die zichtbare buitenkant.Õ, 16
Tenhemelopneming bij dag: ÔIk zat op een zomers terras aan een
Amsterdamse grachtÕ,
17
Eekhoorn: ÔAls een gek schiet hij vanuit het bosÕ, 18
De merel in het tuinhuis: ÔElke dag ontmoetten we elkaar op ooghoogteÕ,
19
Met het water mee:
I Lente; ÔIn volle lente kwamen wij uit de bergenÕ, 20
II Zomer: ÔEn zij zijn er net als wij altijd geweest, 20
III Herfst: ÔIn de verte zien we iemand stil verdrinkenÕ, 20
IV Winter: ÔEn we zijn plots nog maar met weinigenÕ, 20
[Gedichten], maart 2020, 868, 30-32.
In gesprek (met drie gemzen): ÔMag het wel worden uitgesprokenÕ, 30
Nadering: ÔNiet het donkere bos zelfÕ, 31
Winterzonnewende: ÔTerwijl het nacht is en aardedonker enÕ, 32
[Gedichten], juni-juli 2020, 871-872, 21-25.
Twee schepsels, 21
Ontspeeld, 22
Onder de waterlijn, 23-25
I Verzonken land, 23
II Een oude plek, 23
III Vanuit het water, 24
IV OP een bergflank, 24
V Matroesjka, 25
[Gedichten], februari 2021, 879, 26-28.
Alles stroomt: ÔAlles rondom mij is groen en is goedÕ, 26
Zo eenvoudig: ÔOp een dag, op een nachtÕ, 27
Onze soort: ÔNooit waren wij
tevreden met het kostjeÕ, 28
[Gedichten], augustus/september 2012, 885/886, 19- 22.
Rustpunt: ÔTerwijl alle moleculen die al die jarenÕ, 19
Duisternis: Ô Het is toch niet enkel licht waar ik naar verlang:Õ, 20
La MŽditerranŽe, 21
1 ÔVanzelfsprekend woonden Grieken en RomeinenÕ
2 ÔMaar ook dit paradijselijk oord lag dus enkelÕ
Smeekbede: ÔHoe angstaanjagend snel en zonder enig verzetÕ, 22
Trolsky, Tymen
Pseudoniem van Jasper
Jacobus Johannes Maria Mikkers
[Gedichten],
februari 1988, 483, 34.
Expres:
'Benadering schaaft het fatsoen'
Blik:
'Als hoedanigheid'
Verjaarcadeau:
'Speel teder en uitnodigend'
Keer:
'Eeuwen'
Tuinman, Vrouwkje (1974)
[Gedichten],
november 2003, 672, 27-28.
Zandman:
Ôvannacht mijn deken aangezien voor jouÕ, 27
Vitrine:
ÔÕs Ochtends breek ik een wijnglasÕ, 28
[Gedichten], november 2004, 684, 24-25.
Buxus: ÔHij laat me zijn graf zien.
Nummer twaalf, tegenoverÕ, 24
Kiwi: ÔVandaag legt hij me uit: het
steekslot. De deur alsÕ, 25
[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704,
34-35.
Receptie: 'Het is hier geen hotel. De
reproducties aan de', 34
Zien, doet: 'Open mond in
wandelwagen, aapje op tv:', 34
Beroepsmatig: 'Op maandag studeer ik
ontspannen in een huis waarvan ik', 35
Spion: 'Bruin elastiek ligt voor mijn
deur. De postbode is', 3
Intensive care, maart 2009, 736, 9-11.
1 'Het fijne is, het is
hier altijd dag, 9
2 'vandaag heb ik de
flessen van drie weken geleden', 10
3 'Je ligt er nu drie
weken en ik weet niet hoe je daar', 11
[Gedichten], augustus-september 2009, 741-742, 29-31.
Liquide: 'De erfenis is
uitgegeven. Er is iemand naar Australi‘', 29
Henzo: 'De fotokast is
open', 3
Weegschaal: 'Als ik eens
mijn nagels rood maak en een potloot slijp', 31
[Gedichten], augustus-september 2010,
753-754, 18-20.
Beroemde laatste woorden:
'Vermoedelijk was het zoiets als ÒshitÓ', 18
Quo Vadis: 'De meningen
verschillen over in hoeverre je lichaam', 19
Upstairs, downstairs: 'Er wordt gevreesd
dat jullie ons ook zien', 20
[Gedichten], augustus-september 2017,
837-838, 24-26.
Bouwplaats: ÔEen man wordt weggereden en van binnen goed bekekenÕ, 24-25
Kleine lettertjes: ÔKen je die van die man die bij de dokter kwam,Õ, 26
[Gedicht], mei 2018, 846, 5.
Aankleden: ÔEr stonden misschien wel veertig paar schoenen in je kast.Õ,
5
[Gedichten], augustus/september 2019,
861-862, 3-6.
They killed Kenny: ÔMijn schoonmoeder zit in haar sta-opstoel voor het
raamÕ, 3
Eenheid van tijd, plaats en handeling: ÔIk heb een sleutel, maar hij
staat al in de
deuropeningÕ, 4-6.
[Gedichten], april 2020, 869, 3.
Quarantaine: Mijn schoonmoeder heeft kleren nodig, gisteren
Vaan, Sander de (1963)
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 51-52.
Winst: 'Grind onder
voetstappen', 51
Licht: 'Die kamer zei mij niets', 52
Valente, Jose Angel
[Gedichten],
juni-juli 1971, 283-284, 45-48.
Niet
kijken: `Ik schrijf wat ik zie', 45
Melancholie
van de ballingschap: `het ergste is te denken', 46
Machiavelli
in San Casciano: `Voor de eerste tortels in de olijfgaarden', 47-48
Het
teken: `In dit kleine voorwerp', 48
Uit:
La memoria y los signos (1966).
Vertaald uit het Spaans door J. Lechner. Zie kritisch proza: J. Lechner,
283-284, 41-44.
Valkhoff, Cissy
[Gedichten],
oktober 1976, 347, 33.
'Kijk!'
'Nog
veel moet er geregeld'
'Als
een schor poesje'
Nieuws:
'als de wet van de zwaartekracht'
Valeriuskliniek,
mei 1978, 366, 43.
'Mijn
moeder ligt met haar hoofd in het kussen'
Ontmoeting
in de Bijenkorf, maart 1980, 388, 27.
'Ineens
ontmoetten we elkaar'
Van, Branko (1985)
[Gedichten],
oktober 2013, 791, 33-34.
Rotsgrond:
'Alles is de tijd', 33
Iets
van gewicht: 'Hij wil zeggen', 34
[Gedichten], mei 2014,
798, 21-22.
Altaar:
'Beitel uit steen de kop', 21
Het
zoet: 'Ik draag het bij me als een weerbericht', 22
[Gedichten], februari 2015, 807, 8-10.
Ingeklonken
paden: 'Je weet ineens niet meer zeker', 8
Voldongen:
'Hij denkt aan zomers', 9
Haar
seizoenen: 'De nacht lacht omdat hij weet', 10
[Gedichten], februari
2016, 21-22.
Eigen
grond: ÔAlleen vruchtgebruik, hij zietÕ, 21
Enkelvoud:
ÔWat vertlet een leeg gebouw, watÕ, 22
[Gedichten], januari
2018, 842, 25-26.
Een
man: ÔZe weet ook nietÕ, 25
Drie
mannen: ÔJij staat het liefst voor boekenkastenÕ, 26
[Gedichten],
augustus/september 2019, 861-862, 14-16.
Slaapdronk: ÔHij wil dicht tegen haar taal
aankruipÕ, 14
Wat je erft is armoe: ÔHij draagt zijn infuuspaalÕ, 15
Samen de jaren samen de dagen: ÔHij kijk naar hoe zijÕ, 16
Vanstreels, Miel
Demente
bejaardenflat, september 1974, 322, 37-38.
Mevr.
L.: 'De tijd heeft zijn beste', 37
'Tandelozer',
37
'Dit
huis is een levend', 38
'Dag
na dag wordt de weigering', 38
Veenbaas, Jabik (1959)
[Gedichten],
augustus-september 2015, 813-814, 36-38.
ontmoeting:
'de avond valt over de wei van brasser', 36
perspectief:
'de schilders weten het', 37
de
gitarist: 'kraakt', 38
[Gedichten], februari
2016, 819, 9-10.
winterlied: Ôde kraaien verzamelen zichÕ, 9
ziek: Ôhoog boven de straat ligt mijn ziekenkamerÕ,10
[Gedichten], mei 2016,
822, 27-28.
Overleven: ÔIk was nog net op tijd op de trein gestaptÕ, 27
liefdeslied: Ôof ben je een heimwee, die ik oproep alsÕ, 28
[Gedichten], november
2016, 828, 30-31
laatste groet: Ôveilig ben je nooitÕ, 30
we are such stuff: Ôdoor dromen gedragenÕ, 31
[Gedichten], april 2017,
833, 16-17.
het veer: ÔopstappenÕ, 16
de zwemmer: Ôik durf mijn ogen niet te sluitenÕ, 17
[Gedichten], oktober
2017, 839, 11-12,
iets over zwaar en licht: Ôdat zou je moeten doen, bedacht ikÕ, 11
vegetarisch dichten: Ôkijk mij planten etenÕ, 12
[Gedichten], maart 2018,
844, 45-46.
bekentenis: Ôna het liefdesspel stil gewordenÕ, 45
tijd: Ômijn trein heeft vertragingÕ, 46
[Gedichten], april 2019,
857, 8-10.
een les, 8
station, 9
nachtelijke bede, 10
[Gedichten], december
2019, 865, 28-30.
midwinterzang: Ôhet is winter ik reis met vrouw en kindÕ, 28
slaaplied in de morgen: Ôik hoor de wekker afgaanÕ, 29
avond op poetry: Ôhet begint in de schouwburgzaalÕ, 30
[Gedichten], oktober
2020, 875, 13-15.
het draaiorgel: Ôaltijd van draaiorgels gehoudenÕ, 13
de wereld redden: Ôoorlog en rokend puin stervendeÕ, 14
de zeezeiler: Ôals de wind spreekt luistert hijÕ, 15
[Gedichten], februari
2021, 879, 3-4.
wintergedicht: Ôverdomme net nu ik weg moetÕ, 3
bestemming: Ôargeloos strijk ik neerÕ, 4
Veerman, J.
De
vriendelijke esculaap, december 1969, 265, 17-19.
`De
vriendelijke esculaap'
Veneddiktovitsj Matveev, Ivan
Zes
gedichten, maart 1984, 436, 33-35.
Onder
pseudoniem Ivan Elagin.
'De
sneeuwnacht komt ten einde', 33
Ter
nagedachtenis aan mijn dochter: 'Zo onnodig, ongerijmd en toevallig', 33-34
'De
bittere smaak van nostalgie ken ik niet', 34
'Herfst,
herfst-haastig graficus', 34
'Aan
de overzijde, in de muur, hangen', 35
'Achter
het venster zijn tot de horizon', 35
Vertaald
uit het Russisch en voorzien van biografische gegevens door J.P. Hinrichs.
Venema,
Frans H. (1966)
Energizer, januari 2007, 710, 41-42.
Ôde
secretaris-directeurÕ
Verraak, Cees
Pseudoniem van Cees van
Raak.
Vermaas, Bauke (1979)
[Gedichten],
april 2021, 881, 48-49
Thuis:
Ôde eerste nacht in een nieuw huis eindigt met ontdekkenÕ, 48
Waar:
ÔGeen tijd, mompel je tegen de studentenÕ, 49
Versteegen, Jos (1956)
[Gedichten],
november 1994, 564, 20-21.
Stilleven
in afwachting van de schilder: 'Ik heb je tafel klaargezet', 20
Exodus/Warnsveld:
'De idioten rijzen uit het bad', 21
[Gedichten]],
juni-juli 1995, 571-572, 29-30.
Huize
exit, 2050: van Tokio tot Frisco, Berlijn', 29
(Ingezonden
mededeling): 'De zomer? Die wordt absolutely cool', 30
[Gedichten],
december 1995, 577, 11-12.
Opdracht:
'een plastic tas vol warm, welriekend leven', 11
Geen
opdracht: 'Een haiku voor een kleine rijstetaart', 12
[Gedichten],
juni-juli 1996, 583-584, 19-21.
Hij
die alles ziet: 'Een Sony Breedbeeld, honderdtien kanalen', 19
Dodenherdenking
op de Dam: 'Ik drink een glas cognac en schakel in', 20-21
Thema:
Televisie.
Koninginnedag
in Amsterdam, november-december 1997, 600-601, 22-23.
Thema:
Risico.
'Traag,
moeizaam heb ik door de stad gedwaald', 22
'Was
het de schrik? De alcohol? het brallen', 23
Pillen
en poeders, april 1998, 605, 33-34.
I:
'Hij zag het dorp, het reuzenrad', 33
II:
'Hij heeft zijn kleren afgelegd', 34
Feest in Amsterdam, juni-juli 2000, 631-632, 46-47.
'Het druilt. De
westenwind is afgenomen', 46
Fragment van een groter
verhaal in versvorm. Thema: Liefde. Deel van een groter verhaal in versvorm.
Fragment eerder verschenen in De Tweede
Ronde (zomer 2000).
Hun laatste groot alarm, augustus-september
2006, 705-706, 14-15.
I: ÔDe grote ketel in de
stalhoek:Õ, 14
II: ÔZe draait gehakt, ze
maakt van vleesÕ, 15
Slapen bij een warme man, april 2007, 713, 15-16.
I ÔIn twintig, dertig,
veertig: het jaarÕ, 15
II ÔDe roze dode in een
lijstÕ, 16
[Gedichten], november 2007, 720, 35-36.
Dan bloedt het geel:' Het
water en het graan, je sleept', 35
Zwart nog van het land:
'Vliegtuigen spannen draden aan', 36
[Gedichten], augustus-september 2009, 741-742, 45-47.
Ooggetuigen: 'Geraniums
bij middagzon', 45
Vruchtvlees: 'De peren
vallen op het dak', 47
Erfenissen,
juni-juli 2011, 763-764, 47-48.
1.
'Het kastje met haar trouwservies', 47
'Zij
schuifelt naar de recreatie', 47
2.
Haar trouwservies met roze bloemen', 48
[Gedichten],
oktober 2011, 767, 30-31.
Lourdes
(1): 'Maria als een plastic flesje', 30
Lourdes
(2): 'Je denkt nog aan de keukenla', 31
[Gedichten], maart 2012, 772, 23-24.
Asbak: 'De sigaret plakt aan zijn onderlip,', 23
Kluisje: 'Zijn kluisje, waar het roest aan vreet,', 24
[Gedichten], april 2015, 809, 35-36.
Zo leeft de stad: 'De energiefabriek stoot
lentenwolken uit', 35
Een zwijgen: 'Er waren anderen, veel anderen, mevrouw,', 36
[Gedichten],
december 2015, 817, 33-34.
De
ventilator: 'Uw hond ligt in de tuin, daar, naast de serre', 33
Ze
glimlacht soms: 'Uw beer is beige, met een rood-wit strikje', 34
Een
raam op tien hoog: 'U ziet nog uniformen, lege panden', 34
[Gedichten], mei 2016,
822, 20-22.
Mannen:
ÔU hebt een jonge man gezien, wit schort,Õ, 20
Wat
wilt u weten?: ÔMijn vak? Coupeuse. Bloesjes eerst, toen rokkenÕ, 21
Woon ik hier?: ÔWelnee, die meisjespop is niet van mij,Õ, 22
[Gedichten],
april 2018, 845, 20.
Uitkijkpost:
I:
ÔHet meisje in de erker, dat was jijÕ, 20
II:
ÔJe zag het weiland met de slotenÕ, 20
Versteegen, Peter
Artis-cyclus,
maart 1973, 304, 20-23.
Onder
pseudoniem Igor Streepjes.
1.
'Wie met een kind door Artis zwerft', 20
2.
'Een hele schoolklas zwemt langszij', 20
3.
'Vooruitgang heeft de Artistrein', 21
4.
'Pover waarnemer als ik ben', 21
5.
'"Mag ik een stuk?" vraagt Judith gauw', 23
6.
'Ze gaan maar weer op huis aan waar', 23
Enkele
coupletten uit de Artis-cyclus zijn eerder verschenen in Proprius Cures.
Villon, Fran�ois
Kwatrijn
van Villon, 30-08-1961, 120, 8.
'Je
suis Fran�ois dont il me poise'
In
facsimile op pagina [9].
Viruly, A.
Twee
sonnetten voor Van Dale, december 1982, 421, 34.
1.
'Wij kennen woorden. Ook bestaan er dingen'
2.
'Men kan zijn geest door woordenboeken drijven'
Visser, Arie
[Gedichten],
november 1978, 372, 42.
De
vuurproef: 'omdat ik weinig warmte vond'
De
valdroom: 'het was of alles stil moest staan'
Wat
is er meer?: 'mijn lief, mijn lief, wat is er meer'
Drie
miniaturen, februari 1979, 375, 34.
Rustende
slaapwandelaarster: 'in stilte heb ik afgewacht'
[naar
een schilderij van Pyke Kock]
De
nacht: 'zo onafzienbaar was de nacht'
[naar
Abdullah Ibn Al-Mu'tazz (861-908)]
Zwerverslied:
'de draad eens in een moederhand'
[naar
M�ng Chiao (751-814)].
Zeven
bewerkingen, januari 1980, 386, 34-35.
Hoogzomer:
'bloedrode bergen', 34 [naar Ryokan, 1758-1831]
November:
'de wind heeft genoeg', 34 [naar Ryokan, 1758-1831]
Het
jaar van mijn leven (I): 'of je spreekt of zwijgt', 34 [naar Issa, 1763-1827]
Het
jaar van mijn leven (II): 'alleen in ons huis', 34 [naar Issa, 1763-1827]
Langs
de weg: soms zingt ze in een tent voor poen', 35 [naar een anoniem Chinees
gedicht uit de tweede eeuw]
Het
afscheid: 'hartstocht te diep : het roerloze gezicht', 35 [naar Tu Mu, 803-852]
Eens-:
'mijn gave is beperkt mijn stem niet luid', 35 [naar Evgeny Baratynsky,
1800-1844]
Vier
Gedichten, november 1980, 396, 33.
Ecce
Homo: 'gedoodverfde buit'
Sad
Song: 'de zaagmolen zong'
De
trein: 'de wachtkamer vol'
Vers
uit de veren: 'De vluchtlijnen van de lijnvluchten in de lucht'
Per
abuis toegeschreven aan A. Visser. Zie K. Winkeler, 397, 17.
Visser, Peter de
[Gedichten],
april-mei 1988, 485-486, 42-45.
Dit
gedicht: 'opent zich opeens het', 42
Ballade
van het licht en de armoe: 'Pure lyriek, hoe het herbegint, 42
Idylle:
'verblijf op het veld, de zon', 42
Nu,
nu ik dit schrijf: 'Nu, nu ik dit schrijf zie', 43
Het
verborgen gezicht van manna: 'je kijkt en je ogen', 43
Identifcaties:
'Een hond', 44
Begrotelijke
individualiteit: 'De stem, de steen die zich niet', 44 Identiteit,
continu•teit: 'Hoe men het beeld bezit dat men een', 45
Tropisch
tafereel: 'hoe hij gaat is hoe hij beweegt', 45
[Gedichten],
augustus-september 1993, 549-550, 28-29.
De
poolreiziger wordt een stem: 'Wanneer ik mij afzonder, mij', 28
De
zichtbaarheid van de melancholie boven de 63e breedtegraad: 'Soms vestigt zich
iets tussen mijn ogen', 28
EŽn
van de ouders neemt een foto, 29
1.
'Nog even en mijn ogen staan als die van'
2.
'Niets verontrust als de aanwezigheid van'
3.
'En het grasveld staat vol doden.'
Kenterend,
klaterend: 'Opeens kleede iedereen zich anders: langs', 29
Vlek, Hans
[Gedichten],
juli-augustus 1965, 216-217, 46-47.
Dichters-(Gangsters)
1.
`zijn remington redt 'm', 46
2.
`('n groot dichter)', 46
3.
`('n groot gangster)', 46
4.
`'n goede dichter', 47
5.
`er zijn zeker 11.729 dichters', 47
6.
`nu loopt de dood', 47
Opdracht:
Voor al m'n brabantse broeders die gedichten schrijven.
Poweties
seizoen: `- en de lente', 47
De
morgen, oktober 1965, 219, 43.
`Een
straatarm licht klimt'
(Van
onze correspondent), januari 1966, 222, 19.
`Als
er dan niets meer is'
Goede
morgen, april 1968, 245, 29-30.
`Ogen
en gordijnen open, een smaak'
[Gedichten],
december 1981, 409, 36-37.
Mahgrib-Arabia
Felix: 'Men kan niet ongestraft onder palmen wandelen', 36
Rif:
'Op houten balkons de mintthee in guldene glaasje', 36
Multiversum:
'helder antiquarisch warhoofd van de oude god', 37
Zeven
gedichten, augustus-september 1985, 452-453 [453-454], 16-19.
In
de tuin: 'In de tuin met 'n schrijfblok en', 16
Principe:
'Isoleer een woord' 16
Alvorens:
'Alvorens er iets staat, woorden in 'n', 17
Buiten
seizoen: 'In mijn boekenkast vergelen', 17
Damestas:
'In het interieur van damestassen', 18
Een
geslaagd gedicht: 'Gisteravond, 'k lag geborgen', 18
Waarover
wel je: 'Zal ik schrijven', 19
[Gedichten],
februari 1987, 471, 12-13.
Afdeling
Revarus: 'Een fotoserie van paardehoofden op 'n prikbord', 12
Longstay:
'De dames in 't paviljoen staren stil voor zich uit', 12
Kermesse
de Vught: 'De exploitanten stonden', 13
Voogd, Stephanie de
Portret
van een eigentijds masratioccrultinist, mei 1977, 354, 32.
'Gelijk
weleer Narcissus staat ook hij'
Zie
kritisch proza, S. de Voogd, 352, 15-19 en de polemiek die op dit artikel
volgde.
Focus,
augustus-september 1978, 369-370, 53-54.
'bijna
zat er brilleglas', 53
'jawel
maar echt scharrelen komt', 53
'de
kritiek van de zuivere rede wordt', 53
'enkel
knippen of knippen en', 53
'thirty-sixth
street please and second avenue', 54
'hij
pakte iets en gooide het op', 54
'isra‘ls
leger komt mankracht', 54
'vandaag
bracht ik ze in', 54
Winter
lieve, februari 1979, 375, 26.
'misschien
blijft het de hele'
'wat
leuk zo'n skylight zei het'
'loodrecht
naar beneden kwam'
'nooit
meer nooit meer lieve'
Vier
gedichten, augustus-september 1979, 381-382, 56.
'nee
dank je want zij is een'
'you
laughed and gone'
'kereltje
met knuistjes dat iets'
'observing
the diligent sleep of'
Vos, H.
[Gedichten],
februari 1974, 315, 25-26.
Inneming:
'Bij al wat ik nog denk', 25
Laatste
gast: 'In kleine tijd', 25
Nog
een roos: 'Nu lieve hand', 26
Laatste
wens: 'Wat ik nog wil?', 26
Pijn:
'Vanmorgen, een flits van pijn', 26
Vožte, Linde
[Gedichten], juni-juli
2005, 691-692, 49-50.
Sneeuwstilte: 'niet de
winter', 49
Wat het oog breken kan:
'zien', 50
Vree, Freddy de
Gedicht
geschreven om Jan Cox te eren na zijn dood, mei 1981, 402, 32-34.
'Ik
zet mijn doden op en rij'
Vroman, Leo (1915-2014)
Een
manier, 07-12-1960, 82, 11.
'Als
er een God is'
Amerika,
22-02-1961, 93, 12-16.
'Soms
maak ik mijn kamer klein'
Gedateerd:
New York, 9 februari 1961. Nederlands-Engels
In
liefde uitgedrukt, 12-04-1961, 100, 10.
'Ik
denk geloof ik aan iets'
Rondheid
gestraft, 17-05-1961, 105, [16].
'Daar
was een rond zacht bolletje'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
twee struisvriendinnen, 25-05-1961, 106, [16].
'Struis
A trad rond en kerngezond'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
twee gedachten, 07-06-1961, 108, [16].
'Een
denker dacht met zacht misbaar'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Door
het bijtje gered, 14-06-1961, 109, 16.
'Een
bijenei, het moest maar boffen'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Nakie
en zijn vriendin, 21-06-1961, 110, 16.
'Een
knopje, vastgeboren'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
bacillen en het eeuwig leven, 28-06-1961, 111, 16.
'De
slang ging op een dag op reis'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
luiaard en het mos, 12-07-1961, 113, [16].
'Wat
mos dat op een luiaard groeide'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Worm
en rups, 02-08-1961, 116, 16.
'Maagd
Worm, want potenloos, beminde'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Ding
en onding, 16-08-1961, 118, [16].
'"Wat
ben jij toch een vreemdeling"'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
liefderijke man, 30-08-1961, 120, [16].
'Een
vrouw, hoewel dik, dom en druk'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
mogelijkheden en hun loop, 11-10-1961, 126, 16.
'Een
van de grote mogelijkheden'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Larf
en specht, 01-11-1961, 129, 16.
'Een
larf had eens een enge droom'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Pijn
en het meisje, 22-11-1961, 132, 16.
'Een
pijn, hoewel reeds krom en oud'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Het
water en het glas, 20-12-1961, 136, 16.
'Een
man die dol op water was'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Het
vliegtuig en de piloot, 29-12-1961, 137, [16].
'Niemand
was meer ergens vrij'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Waarheid
en leugen, 24-01-1962, 138, 24.
`Schuilend
voor een lauwe Levensregen'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
duizendpoot en zijn voorbereiding, 14-02-1962, 141, 16.
`een
duizendpoot vol bang verstand'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
behaarde kip en haar geveerde vriend, 18-04-1962, 150, 16.
`Een
kip met haren op haar borst'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
neushoorn en de olifant, 03-05-1962, 152, 16.
`Een
neushoorn en een olifant'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
roos en haar blaadjes, 06-06-1962, 157, 16.
`Een
laatste roos bloeide, omdat'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
De
kikker en de koe, 13-06-1962, 158, 16.
`Een
kikker knorde tot een koe'
Fabel
met tekeningen van Peter Vos.
Het
virusdeeltje gijs, en de zenuwcel, 20-06-1962, 159, 16.
`Een
virusdeeltje, gijs geheten'
Fabel
met een tekening van Peter Vos.
Manke
vliegen 1, 27-06-1962, 160, 16.
`Ik
moet nog aldoor denken aan'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 2, 04-07-1962, 161, 16.
`Mocht
er straks geen mens meer blijven'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 3, 11-07-1962, 162, 16.
`Als
ik mijn ogen om beurten sluit'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 4, 18-07-1962, 163, 16.
`Als
ik zo blijf maar beter durf'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 5, 25-07-1962, 164, 16.
'@'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 6, 08-08-1962, 166, 16.
`Een
maagd hield niet van zulke heren'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 7, 15-08-1962, 167, 16.
`De
dingen waar ik iets van zeg'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 8, 22-08-1962, 168, 16.
`Waarom
schrijven dichters dat zij het licht'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 9, 29-08-1962, 169, 16.
`Twee
accoorden is een lied'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 9 [10], 05-09-1962, 170, 16.
`Eenvoud
is een eindprduct'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 11, 12-09-1962, 171, 16.
`Ook
alle anderen komt voelbare liefde toe'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 12, 19-09-1962, 172, 16.
`kinderen
steigeren door wazige gevaren'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 13, 26-09-1962, 173, 16.
`Het
bloed spoedt mij door de aderen'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 14, 10-10-1962, 175, 16.
`Via
ze vaak en zeer nauwkeurig kussen'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 15, 17-10-1962, 176, 16.
`Een
voertuig sturen kan ik maar niet leren'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 16, 24-10-1962, 177, 15.
`Daarom
bewonder ik de bomen'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 17, 07-11-1962, 179, 15.
``s
Avonds om zeven uur, half acht'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 18, 14-11-1962, 180, 16.
`Tussen
het nogal taaie vel'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 19, 12-12-1962, 184, 16.
``s
Nachts, ruggelings op het kortgemaaid'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 20, 19-12-1962, 185, 21.
`Tussen
mijn armen, al te van voren'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 21, 17-01-1963, 186, 31.
'Groot
onkruid, zachte bladeren'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 22, 17-01-1963, 186, 37.
'Ik
moet mij haasten iets te schrijven'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 23, februari 1963, 187, 38.
'Geleerden
voelen zich soms klein en'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 24, februari 1963, 187, 39.
'Gewonde
bloemen die nog even'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Wat
was dat daarnet?, februari 1963, 187, 41-42.
'Naarmate
mijn uitgewoond'
Gedateerd:
Brooklyn, 31 jan. 1963.
Manke
vliegen 25, februari 1963, 187, 44.
'Waarom
een kettinkje van goud'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 26, maart 1963, 188, 27.
'Als
dit leven na dit leven'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 27, maart 1963, 188, 37.
'Was
de wereld maar plat want'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Manke
vliegen 28, maart 1963, 188, 44.
'De
beste grappen zijn degenen'
Vijfregelig
gedicht met tekening van de auteur.
Vacantie
1963, september 1963, 194, 26-29.
'Terwijl
ik sliep'
November,
november 1963, 196, 15, 18, 20, 22, 26,
29.
'Maandenlang
was ik vergeten', 15
'Alle
blaren die vannacht' 18
'Van
ontbladering behaarde', 20
'Een
dun gekruizigde flard', 22
'Steeds
lager komen de rondere', 26
'Acht
en dertig jaar geleden', 29
December,
december 1963, 197, 28, 30, 33, 34, 40.
'Het
wordt maar niet akelig koud', 28
'Opstaand
betrappen wij de nacht', 30
'Kerstmis.
Omdat het zo donker is', 33
'Slaat
het eindelijk ouwejaar', 34
'Van
de echte Sinterklaas', 40
Januari,
januari 1964, 198, 32, 37, 38, 48.
`Het
gratis in elkander haken'
`De
grond is nu vervelend koud'
`De
enige nog levende plant'
`Het
was altijd januari in japan'
Februari,
februari 1964, 199, 15, 27, 28, 48.
`De
ijstijd van dit jaar is half voorbij'
`De
zon gaat op voordat de dag begint'
`Deze
maand is gekrompen van de kou'
`Het
sneeuwt niet vaak in mijn verleden'
Maart,
maart 1964, 200, 25, 31, 32, 41, 44, 47.
`De
dode diertjes, platgestampt'
`Het
maandenlangsgesleepte laken'
`De
eerste warmte stormt weer weg'
`De
knoppen in de takken lijken'
`Waarachtig!
Het eerste groen'
`Ik
was graag ziek in Maart'
April,
april 1964, 201, 28, 30, 35, 37.
`Op
1 april komt men te weten'
`Dit
wordt misschien het vreselijk jaar'
`God,
kon ik maar als een tulp uitbloeien!'
`Pasen
was voornamelijk nichten'
Mei,
mei 1964, 202, 20, 23, 28, 31.
`Ik
heb geen der vorige, oude'
`Alle
blauw dat het vederlicht'
`Hier
in Brooklyn is het al te warm'
`Op
een zondagmiddag in mei'
Juni,
juni 1964, 203, 28, 31, 33, 35.
`Elke
dag schijnt urenlang de zon'
`Wakker
te worden met het bloedwarm licht'
`De
nacht waait over en zal daar'
`Zondags
lag ik in de wei'
Juli,
juli-augustus 1964, 203-204 [204-205], 9,
13, 19, 24.
`Dit
is het midden van het jaar'
`langzaam
wordt het werk door het weer'
`En
zomer nu al halverwege'
`De
roeiboot zaait een baan'
Augustus,
juli-augustus 1964, 203-204 [204-205], 33,
39, 43, 47, 63.
`Wij
rusten met het landschap zacht'
`Op
Holland komt nooit deze hitte'
`Niemand
thuis'
`Hope
Valley; een hete stille nacht'
`van
augustus in Holland'
September,
september 1964, 206, 9, 13, 32, 40.
`Naar
school terug vind ik drie erge'
`Septemberlichtval
komt misschien'
`We
zaten aan het kleine meer'
`Voor
mij is September in Holland nog'
Oktober,
oktober 1964, 207, 21, 25, 29, 40.
`Was
mijn huid over bladeren verdeeld'
`Te
vroeg haastig duisternis'
`Ik
heb een afgestoten blad waarin'
Enige
oefeningen, oktober 1965, 219, 20.
1.
`Neem aan: je binnentijd is niet de buitentijd'
2.
`Stel dat al het licht ontstaat'
3.
`Neem aan dat lekkerte een vorm van sterven is'
4.
`Nee, doe het zelf, hoor zelfs mij niet aan'
Duitsland,
december 1965, 221, 15.
`Op
een open trein op het water'
Frankrijk,
januari 1966, 222, 15.
1.
`Kind zijn onderin een onherkenbare kamer'
2.
`Wij werden in de rijzige figuur'
Belgi‘,
februari 1966, 223, 13-14.
`Belgi‘
ligt gewoon onder'
Kaapstad,
maart 1966, 224, 25.
`Zelfs
de vinger, over de kaart'
Java,
april 1966, 225, 32-33.
`Waar
ik het hardst lag'
Engeland,
juni-juli 1966, 227, 44.
`Vijftien
mei negentien veertig'
Japan,
juni-juli 1966, 227, 45.
`Als
geesten van verwelkte planten'
Veneti‘,
augustus-september 1966, 228, 37.
`Het
is weer zo warm als toen'
God
en Godin, juni-juli 1967, 237, 33-43.
`Ik
heb deel een overgelezen'
Deel
II. Deel I verscheen in De Gids,
januari-februari 1967. Met inleiding, 33.
In
aarzeling badende, april 1968, 245, 21.
`de
ogen kijken ieder'
Gedicht-in-handschrift.
Het
regent regenwater, mei 1968, 246, 31.
`Alleen
de wind'
Gedicht-in-handschrift.
`Ik
heb gehoord dat Zen buddhisten hun, juni-juli 1968, 247-248, 57.
Gedicht-in-handschrift.
Acht
fabels, maart 1978, 364, 3-7.
De
vader en de zoon: 'Een jongen die geen vrienden had', 3
De
tijger en de haringsla: 'Een tijger zat een haringsla', 4
Steen
en brood: 'Er lag een keisteen in een beek', 4
Het
water en de lucht: 'Het was nogal een warme dag', 5
Eik
en plank: 'Plank, scheef tegen Eik geleund', 5
De
rijkaard en zijn hart: 'Een welgestelde, ongesteld', 6
De
regen en de regen: 'Op een huisje in Nederland' 7
De
auto en zijn vrouw: 'Een auto had een mooie vrouw', 7
Zes
fabels, juni-juli 1978, 367-[368], 42-44.
De
vragen en hun uil: 'Een uil die enkel "hoe" kon zeggen', 42
De
verstandige dolfijnen: 'Dolfijnen woonden lang geleden', 42
Kikker
en pad: 'Een kikker, ook als arts bekend', 43
De
ooievaar en de lachende hond: 'Een straathond stond op bet trottoir', 43
Huis
en tuin: 'Hoe dromerig denk ik de wei', 44
Kip
en ei: 'Een kip zei tot een kippenei', 44
[Gedichten],
augustus-september 1978, 369-370, 44.
Ruimte
en tijd: 'Jij mag alles in mij kwijt'
Het
vlees en ik: 'Er drijft een meisje in de sloot'
Zwart
parelmoer, maart 1979, 376, 16-19.
'De
eenvoud is een marmeren beeld', 16-17
1.
'Het lang verwachte ruimteschip', 17
2.
'Wat als ze hier vanmorgen kloppen', 18
3.
'Onder het winkelen met ons in de regen', 19
Lief
water, juni-juli 1979, 379-380, 34-37.
1.
'De winter was als een marmeren gang', 34
2.
'Nu zijn de dagen al zo lang', 34-35
3.
'Alles jammeren velen', 35
4.
'Maar wij staan stil', 36
5.
'Luister, water en blijf staan', 36-37
Ik
zie de straat weglopen, oktober 1979, 383, 32-34.
1.
'Uit een hotelraam ver boven de stad', 32
2.
'Ik zie de straat weglopen in de nacht/Mensenhaat komt als een beer zo zacht',
32
3.
'Ik zie de straat weglopen in de nacht/hoor aan het molenwiekende geluid', 33
4.
'Godvergeten kantelt de nacht', 33
5.
'Hoe bewegen onze lijfsgedachten?', 34
6.
'Niets is te klein voor liefde van vlakbij', 34
Oorlog,
december 1979, 385, 3-6.
1.
'Wanneer is een ziekte ooit rechtvaardig!', 3
2.
'En toch, hoe vredig lijkt het vasteland', 4
3.
'Gisteren liepen wij', 4-5
4.
'Ik wilde van mijn leven los', 5-6
5.
'Soldaten, schater om je potentaat', 6
Gedateerd:
Lochem, Amsterdam en Nottingham, 27 oktober-5 november 1979.
In
barnsteen, december 1979, 385, 7.
'Als
blaren krullend van genot verdonkerd'
Hotel
Valmonte, Berg en Dal, 4 mei 1980, juni-juli 1980, 391-392, 40-42.
'Lieveling,/Ver
van jou worden mijn vingers koud'
In
barnsteen, mei 1981, 402, 31.
'als
blaren krullend van genot verdonkerd'
Voor
Kadjiyama, vriend en bewaker, maart 1982, 412, 25-27.
'Ik
heb je geloof ik nooit geschreven'
Het
bovenaardse der seringen, augustus-september 1982, 417-418, 40-41.
'Het
bovenaardse der seringen'
Vaarwel
terrorist vaarwel, februari 1984, 435, 24-26.
'Luister!
Luister in hemelsnaam even'
Gedateerd:
Brooklyn, 15 januari 1984.
Toch
maar gaan slapen, mei-juni 1984, 438-439, 100.
'Ik
zie vannacht de logica vertakken'
Gedateerd:
Brooklyn, 15 april 1984.
Van
alles twee, november 1984, 444, 27.
'Twee
neusgaatjes, daaruit kwam warme lucht'
Gewone
wonderen, december 1984, 445, 27-28.
1.
'Deze drie', 27
2.
'Hier is voor de aardigheid', 27
3.
'Een doorzichtig', 28
4.
'Wij hebben allen', 28
[Gedichten],
maart 1985, 448, 33.
Twee
dialogen
Een
monoloog
Visuele
po‘zie.
[Gedichten],
november 1985, 456, 26.
Samantha:
'We zagen op TV hoe toen je zachte'
Gedateerd:
Bar Harbor, zomer 1985
Arm
verleden: 'Tot een onverklaarbaar lot geboren'
Gedateerd:
Brooklyn, 14 sept. 1985.
Iets
in de as, juli-augustus 1986, 464-465, 8-9.
'Er
komt geen ogenblik te vroeg'
Gedateerd:
Brooklyn, 16 juli 1986.
[Gedichten],
maart 1987, 472, 22-23.
Zuiver
verstand: 'De herfstboom blozend in de brede', 22
Deze
zon: 'Ik twijfel niet dat er iets bestaat', 22
Ware
liefde: 'Wat was dit opeens een levend huis', 23
Ode,
oktober 1994, 563, 24-31.
'Thanks
to my failing memory'
Gedateerd:
Brooklyn, june 11, 1994. De eerste zes en de laatste vier strofen in het
Engels.
Maar
wee wanneer, april 1995, 569, 22.
'De
vrede van een ramp, voldoende groot'
Gedateerd:
5 februari 1995.
Pas
op, maart 1996, 580, 12.
'Pas
op! de dromen die wij zijn vergeten'
Over
God verdomme, augustus-september 1996, 585-586, 30-31.
'zijn
nu zoveel stomme'
Gedateerd:
Brooklyn, 15 juli 1996.
Voor
wie dit leert, februari 1997, 591, 8-9.
'Ach
ach wat word ik tijdelijk'
Gedateerd:
Brooklyn, 4 januari 1997
Risico,
november-december 1997, 600-601, 42-43.
Thema:
Risico.
'Liefde,
ons creatief gevaar', 42
'In
ieder volk staat aan de onderkant', 42
'Als
ik geloven kon', 42
'Mijn
enige veilige daad', 43
'Als
alle leven is verdwenen', 43
'Risikoopje,
vrisico', 43
Via
pillen, april 1998, 605, 18.
'Saailustig
willen de doktorenÕ
Thema:
pillen.
[Gedichten],
juni-juli 1998, 607-608, 27-28.
Een
psalm voor het breken: 'Systeem', 27
Een
psalm voor rondheid: 'Systeem! Als Gij bewogen had', 28
Feest,
april-mei 1999, 617-618, 3.
'Hoe
ik ook hulpeloos oud', 3
Vijf liefdespsalmen, juni-juli 2000, 631-632, 11-15.
Een
psalm voor alle liefdes: 'Een bleke jongen komt op school', 11
Een
psalm voor slagers: 'Naar de aard van het verschil', 12
Een
psalm voor die dooien: 'Ik heb tussen allerlei dooien', 13
Een
psalm voor overlevenden: Voor N.B. :
'Wij armen leven op ons hoogst', 14
Een
psalm voor Tineke: 'Ik voel je', 15
Thema:
Liefde.
Tjokvol apoptose, juni-juli 2002, 655
[655-656], 22.
'Wat ik sinds voor mijn
weten weet'
Thema: Het lichaam.
Intieme entropie, augustus-september
2004, 681-682, 23.
ÔDe hele toekomst stort zich in het
verledenÕ
Fort Worth, 25 augustus 2004
Nu en dan,
augustus-september 2005, 693-694, 7.
'Als ik stervend
inderdaad'
Thema: Eros &
Thanatos
Een psalm voor mijn
genezing, oktober 2005, 695, 18.
'Systeem! Wat
deed U met mijn lijf?'
Regen water, februari 2006, 699, 48.
ÔHet
gras werd eerst geel maar daarnaÕ
Vier liefdes, juni-juli 2006,
703-704, 30-32.
I: 'Ik durf
of kan dit niet zeggen:', 30
II: 'Ik
beminde als kind niets anders', 31
III: 'And,
Lisa, here's my love for you,', 32
IV: 'Voor
Tineke en die andere namen', 33
Systeem!,
december 2006, 709, 13.
ÔSysteem! Wat ik dan van Je wil?Õ
Opdracht: voor Mara v.d. L.
[Gedichten], februari 2007, 711, 9-11.
Een psalm voor gisteren:
ÔSysteem, voor ons, althans voor mijÕ 9
Een psalm voor vandaag en
morgen: ÔMet de zon Vandaag al laag in mijn halsÕ, 10
Ik hoor het dreunen van
de tijd: ÔIk hoor het dreunen van de tijdÕ,
11
Metingen, april 2007,
713, 12.
ÔMijn lieve zachtronde
aardeÕ
[Gedichten], mei 2007, 714, 7-8.
Metingen:
'Mijn lieve zachtronde aarde', 7
Toen
ik jong had moeten wezen: ' Toen ik jong had moeten wezen', 8
[Gedichten], juni-juli 2007, 715-716, 20-21.
De
Dood: Toen ik hem weer eens ontmoette', 20
Voetnootjes
bij de Dood: '1) Iets dat opgehouden is', 21
[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 23-24.
De
Diepe Betekenis: 'Ik sta wankelend aan de rand', 23
Slotbestellinghoedanigheidsvoorwaarden:
A) De overlijdingvolledigheidswaarneming', 24
[Gedichten], oktober 2007, 719, 11-12.
Aan jongeren: 'De Dood is mij liefste
net', 11
Geen asem: 'Wat ik van die doden wel
benijd', 12
All in the head, november 2007, 720, 26.
1. Feeling: 'Wether I am sweet or
bright'
2. Thinking: 'The cause of thought
perhaps is'
3. Dying: 'When dead will I turn into
stone'
Zes mieren, november 2007, 720, 27.
'Ik houd heus heel veel hier in huis'
[Gedichten], december 2007, 721, 37-38.
Late liefde: 'Om op een avond, gelokt
door het wit', 37
De ander: 'De ander zal huilen in de
lege', 38
[Gedichten], januari 2008, 722, 9-10.
Een psalm
voor het sterven: 'Systeem, soms voel ik mij als een boot', 9
Uiterst
innerlijk: 'Na veel onvoelbaar pogen', 10
[Gedichten], februari 2008, 723, 5-6.
Werkelijk:
'Nu in mijn laatste jaren'
Dat eerste
jaar daarna: 'Op een dag in het vroege zomerlicht', 6
[Gedichten], maart 2008, 724, 15-16.
Onze tijd: 'Ik streel je grijze haren,', 15
Als het waar is: 'Als het echt werkelijk waar is', 16
[Gedichten], april 2008, 725, 8-9.
Een psalm
voor systeem: 'Was de nacht soms uiterst stil', 8
Een psalm
voor het ontbijt: 'Systeem, ik zie mij naar mijn weten', 9
Het balkon, mei 2008, 726, 33-34.
1. 'aarde en
huis draaiden weg', 33
2. 'Het zou
mij, na het eten', 33
3. Als ik
tussen de spijlen', 33
4. 'Als dit hek rond ons balkon', 33
5. De zon schijnt onder', 34
6. 'Het wordt donker, de straten verdwijnen', 34
7. Dus ik stapel de twee witte', 34
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 48-49.
Die duinen: 'Alleen in
die Hollandse duinen', 48
Als het waar is: 'Als het
echt werkelijk waar is', 49
[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 10-11.
Repetitie: 'De slaap
waarmee ik dagelijks repeteer', 10
Dit vers: 'Dit vers had meer dan het
nu heeft', 11
Of het waait, oktober 2008, 731, 13-14.
1. 'Ik liep als
zestienjarig kin', 13
2. 'Enkele nog niet al te koude', 14
[Gedichten], november 2008, 732, 26-27.
Drie manieren
1. 'Er is een landschap
dat nog niet bestaat', 26
2. Ik denk aan jou vaak
als degene', 26
3. Het sterven past bij
ieder weer:', 26
Zo groot: 'Ik zie een vlinder graag
zo groot', 27
[Gedichten], december 2008, 733, 32-33.
Koude regen: In deze haast herfstloze
staat', 32
De avond in: 'Wij wandelen de avond
in', 33
[Gedichten], januari 2009, 734, 25-26.
Serenade: 'Ik weet niet
of al dat genot voor mij', 25
Of ik Holland niet mis?:
'Nee, maar ik wil wel weten', 26
Onderdelen, februari 2009, 735, 37.
'Vraag mij nog eens waar
ik uit besta'
Over die eeuwige hemel, mei 2009, 738, 26-29.
'Langzaamaan wordt het tijd', 26
'Nee, ik denk de hemel voortaan', 27
'Maar ziel, als jij niet blijft
wonen', 28
'Is er in mijn lichaam ooit', 29
[Gedichten], maart 2009, 736, 23-24.
Heldendaden: 'Ze mogen
mij het hoofd afhakken', 23
Geloof: Het is niet te
geloven', 24
De toekomst in drie delen, april 2009, 737, 5-7.
1. 'Ik denk dat dit zoet
lenteweer', 5
2. 'Ik zal alles, alles
missen:', 6
3. 'Men? Onder dik
oranjerode', 7
[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 9-10.
De wals: 'Ik kan mij
voorstellen', 9
Het geheel: 'Ik zie nu
het geheel', 10
[Gedichten], augustus-september 2009, 741-742,
22-23.
Dat bergland: 'Dat
bergland waar nog wilde dieren', 22
Het landschap: 'Ik wens
je een landschap, zo kompleet', 23
Ver van huis, oktober 2009, 743, 18-19.
1. 'Het regende er uit
lage', 18
2. 'Wij stonden op het
voorportaal', 19
3. 'Thuis. En wij hijgden
nog van de', 19
[Gedichten], november 2009, 744, 17-18.
Het mooiste gedicht van
je leven: 'Het wordt nu toch hoog tijd', 17
Lieve amygdala: 'Ik zou
nog wel graag aan het einde', 18
[Gedichten], december 2009, 745, 25-26.
En verder: 'De lucht was
donker en het gras hel groen', 25
Die dag: 'Aan het eind
van die lange dag', 26
[Gedichten], januari 2010, 746, 13-14.
Alle kinderen: 'Al voel
ik een einde naderen', 13
Zo vlakbij: 'Mensen
ontdekten dat een lange lijn', 14
Gedichten, februari 2010, 747, 36-37.
Allemaal water: 'Als
water dat gorgelend wegspoelt', 36
Onoplosbare
vergelijkingen: 'Zijn dat dezelfde bomen', 37
[Gedichten], maart 2010, 748, 13-14.
De kleur van hooi: ' Weer
eens een zon zal', 13
Het gaat anders wel: '
Hoorde ik werkelijk bij', 14
[Gedichten], juni-juli 2010, 751-752, 10-11.
Een zuiver gedicht:
'Schreef ik een vers, zo vlekkeloos', 10
Desnoods: 'Als iets niet
meer is', 11
[Gedichten], augustus-september 2010, 753-754, 30-31.
Maar anders: 'waarom ik
mij telkens nog verdiep', 30
Dit hier: 'Ik schrijf dit
hier', 31
Dagspook: 'Nooit komt er
een morgen', 31
[Gedichten], oktober 2010, 755, 18-19.
Volle zaal: 'Ik heb al
tien of twaalf jaren', 18
Geen nood: 'Wie nog zo
levend als wij zijn', 19
[Gedichten], november 2010, 756, 24-25.
Beslist: 'Beslist, er
begint', 24
Natuurlijk: 'Natuurlijk staat nergens
iets', 25
Nog zo veel woorden, december 2010,
757, 37-38.
1. 'Het is niet de wind' 37
2. 'Zo kraak ik gretig eens per uur',
37
3. 'Denk niet dat ik bevlogen ben' 38
4. 'Als mijn handschrift binnenkort',
38
[Gedichten], januari 2011, 758, 20-21.
Ruim tijd: 'Al wat ik heb
ondervonden', 20
De kleinste vrede (tweestemmig): 'Komt een duif van honderd pond', 21
[Gedichten], februari 2011, 759, 42-43.
Lekker niet: 'Ach hoe verdacht
lekker', 42
Geduld: 'Loop maar met groot geduld',
43
[Gedichten], maart 2011, 760, 10-11.
Verliefde momenten: 'Ik kan mij in
ons noodlot schikken', 10
Moments in love (a rough
translation): 'I may accept the toughest fate', 11
[Gedichten], april 2011, 761, 9-10.
Heen en terug: 'Ik liep door het
heelal', 9
Een soort verlangen: ' Ik heb dat
schreien, dat echt snikken', 10
[Gedichten], mei 2011, 762, 15-16.
Lieve critici: 'Lieve critici, ik
vrees', 15
Ieder gedicht: 'Heeft een eigen
gezicht', 11
[Gedichten], juni-juli 2011, 763-764,
12-13.
Fijn: 'Wat fijn, dat trage', 12
De drie zwanen: 'Die drie zwanen', 13
[Gedichten], augustus-september 2011,
765-766, 32-33.
Laatste dag: 'Laatste dag. Ik loop',
32
Slaapje: 'Slaapje met je slome', 33
[Gedichten], oktober 2011, 767, 4-5.
Toestemming: 'Je mag ieder gedicht',
4
Zalig perspectief: 'Bloot op bed zie
ik even bloot', 5
[Gedichten], november 2011, 768, 11-12.
Ja hoe precies: 'mij heeft mijn lange
leven', 11
Uitstel van het einde: 'Het advies in
dit stakkergebouw', 12
[Gedichten], december 2011, 769, 25-26.
Die handen: 'Ik kan mijn handen niet
meer herkennen', 24
De zee en ik: 'Ik dobber in een zee
van tijd', 25
Voor Neel Korteweg.
[Gedichten], januari 2012, 770, 35-36.
Een kleine productie: 'mag ik mijn
grote nacht', 35
Nooit, nooit: 'Tussen mijn te groot',
36
[Gedichten] februari
2012, 771, 31-32.
Bergland: 'De aarde zuigt mij niet
neer', 31
Aan een meer: 'Komen er golfjes op je af', 32
Klein en groot, maart
2012, 772, 13.
Bezigheden: 'Er blijft een soort van
schurend'
Ode aan de aarde: 'Aarde, vergeef mij
als je belieft'
Vijf keer weerkaatst,
april 2012, 773, 15-16.
'Ik vind mij soms een soort van
mens', 15
'Ik voel mij graag benaderen', 15
'Ik vind mij een beduimeld glas', 16
'Mijn echo, boven een dal weerkaatst,' 16
[Gedichten], mei 2012,
774, 17-18.
Al zo lang: 'Het is wel liefde,
maar', 17
Zalig: 'Zalig om straks as te wezen',
18
[Gedichten], juni-juli
2012, 775-776, 38-39.
Gedicht!: 'Gedicht! Ik weet dat je
bestaat', 38
Nog hoe veel: 'Lieve Aarde vol verdriet', 39
[Gedichten],
augustus-september 2012, 777-778, 8-9.
Goed gevonden: 'Ik wil niet graag
meer willen.', 8
Lief schrift: 'Lief schrift, ik zal
je nu maar', 9
[Gedichten], oktober
2012, 779, 22-23.
Dat denk ik soms: ''t Is avond en de
lucht is rood.', 22
Nog nog: 'O ja wij leven nog', 23
[Gedichten], november
2012, 779 [780], 24-25.
Zo netjes: 'Hoe traag en ernstig
overstag', 24
Mijn oudste gedichten: 'Ik voel mijn
oude gedichten', 25
[Gedichten], december
2012, 780 [781], 8-9.
Al dat weten: 'Het gras wacht nooit',
8
Telkens bijna zo: 'Zo staat aan mijn
kant', 9
Mijn hemel, januari 2013, 781 [782], 17-19.
1. ' Vaarwel bliksem en
donder', 17
2. In mijn hemel maakt onze dood', 17
3. Heus, dinosauri‘rs en
wormen', 17
4. 'In mijn hemel hoeft
niemand meer', 18
5. 'Hier zijn roofdier en prooi', 18
6. 'Nee ik zie ons als
vage gestalten', 19
7. 'Aldus heb ik
nagedacht', 19
[Gedichten], februari 2013, 782 [783], 27-28.
Het wonder en ik: 'De zon
was al opgekomen', 27
Zo lang al: 'Wat mij met
alles verbindt', 28
[Gedichten], maart
2012, 783 [784], 17-18.
Onstoffelijk overschot:
'Het probleem voor groten en kleinen', 17
's Avonds: ''s Avonds als
ik slapen ga', 18
Terug, terug,
april 2013, 785, 20.
'Is daar die waarlijk verboden'
Simpele
variaties, mei 2013, 786, 17-19.
'Bestaat er iets beters dan te
leven?', 17
'Een park waar prinsessen verpozen',
17
'Een wereldrijk, desnoods heel
klein,', 17
'Een wereld net zo als vandaag', 17
'Een planeet van verliefde
getallen', 18
'Waar niet wordt gedronken of
gegeten', 18
'De taal is muziek', 18
'Alle dingen misschien', 19
'Het zou kunnen dat', 19
'Ik zie ons als niet al te veel',
19
'Ik wil mij wel zogenaamd 'geven'',
19
Ondergronds,
juni-juli 2013, 787-788, [41]-42.
'Op zoek naar een D trein'
[Gedichten], augustus-september 2013, 789-790, 31-34.
Vrijdag, 28 juni 2013:' Ik denk ons bij een avondmaal', 31
Zaterdag, 29 juni 2013: 'Waardoor ben ik zo vermoeid?', 31
Maandag, 15 juli: 'Die regen valt maar naar beneden'', 32
Zondag, 21 juli 2013: 'Het menselijk einde', 32
Zondag, 28 juli 2013: 'Nu ik dagelijks verzen schrijf', 33
Dinsdag, 13 augustus 2013: 'Nu ik na duizenden pagina's', 33
Donderdag, 15 augustus 2013: 'Wij zijn levend allen', 34
Zaterdag, 17 augustus 2013: 'Ik zou zo graag eens helemaal', 34
[Gedichten],
oktober 2013, 791, 26-28.
Dinsdag, 30 juli 2013: 'Bij een lampje zit een oude man', 26
Zaterdag, 7 september 2013: 'Zoeven werd ik terug gedwongen', 26
Maandag, 16 september 2013: 'Ik voelde mij als een oude bron', 27
Zaterdag, 21 september 2013: 'Zag ik al eerder wenken', 27
Zondag 22 september 2013: 'Ik zie mijn einde als een slot', 28
Maandag, 7 oktober 2013: 'Nacht, grote eindeloze nacht', 28
[Gedichten],
november 2013, 792, 9-10.
Dinsdag, 15 oktober 2013: 'Ik raak op mij uitgestaard', 9
Vrijdag, 18 oktober 2013: 'Ik zie mij al praktisch dood en', 9
Woensdag, 23 oktober 2013: 'De Dageraad! En misschien', 10
Zondag, 27 oktober 2013: 'Ik wil graag vandaag na zoveel jaren',
10
[Gedichten],
december 2013, 793, 13-14.
Vrijdag, 8 november 2013: 'Kon men maar die Eeuwigheid', 13
Woensdag, 20 november 2013: 'Nu merk ik pas', 13
Zondag, 1 december 2013: 'Ik weet nog wel dit', 14
Dinsdag, 3 december 2013: 'Het zijn altijd getallen', 14
[Gedichten],
februari 2014, 795, 25-26.
Einde: 'Hij lijkt vast minder erg –', 25
'Ga ik echt nog voorwaarts,', 26
'Ik zie onze meubels, speciaal', 26
[Gedicht],
augustus-september 2017, 837-838, 42.
ÔEiland, eilandÕ, 42
Vroman, Tineke (1921)
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 51-53.
Onder
pseudoniem Georgine Sanders
Verloop van tijd: 'Ons
leven werd kleiner en grijs', 51
Stand van zaken: 'Zelfs
in deze kleine flat zijn wij', 52
Veronderstellingen: 'Jij
bent niet meer bang om dood te gaan', 53
Het kleine mandje, februari 2009, 735, 36.
Onder pseudoniem Georgine Sanders
'Ik heb een klein mandje'
Waanders,
Wout (1989)
[Gedichten], juni-juli 2018, 847-848,
47-49.
Nieuwetijdskinderen:
Ôgeen probleem zegt de jongen, we mogen hier best nog even zittenÕ, 47
marskramer:
Ôvandaag ga ik met mijn schoonouders naar FeyenoordÕ, 48
niet
eerder: Ôin de plaats van het hier nog langer over te hebbenÕ, 49
decemberpost:
Ôjij bent dus zoÕn iemand dieÕ, 49
Waarder, G.
Twaalf
gedichten, februari 1980, 387, 30.
'Eerst
al die trappen op', 30
Okura
hotel: 'Ik wist niet dat ik zo alleen kon zijn', 30
Bilderdijkstraat:
'Vier trappen op. De lucht van zenig vlees', 30
'Ik
zag je slapend nog, vanmorgen', 31
'De
lichten op het Leidseplein', 31
'De
lucht is grijs en eindeloos', 31
'De
tuinman weet dat ik op tijd betaal', 31
'De
wind zegt woorden die ik nog niet ken', 31
'Je
naam staat op de muur van elke cel', 32
'Als
niemand er meer is', 32
'De
dagen kosten hier een cent', 32
'Omdat
ik oppas mag', 32
[Gedichten],
november 1980, 396, 19.
Vergezicht:
'Alles is stil. De duinen in het maartse licht'
'Jij
hebt je leven aan me uitgelegd'
'Ik
hoorde je over het tuinpad komen'
[Gedichten],
januari 1981, 398, 37.
Veere
(1): 'Een kerk als een steengeworpen schip'
Veere
(2): 'het is nog vroeg. We zijn op reis'
'We
lagen langs de dijk bij Durgerdam'
Walt, Carina van der (1960)
[Gedichten],
januari 2017, 830, 37-38.
Stellenbosch:
Ôword wakker StellenboschÕ, 37
ballonne:
Ôin die Eersterivier dryfÕ, 38
[Gedichten],
maart 2019, 856, 46-49.
Ôlied
uit Õn bamboesrietÕ, 46
Ôdeur
sy vingersÕ, 47
ÔFrancaiseÕ,
48
ÔselfieÕ,
49
[Gedicht],
oktober 2019, 863, 29-30.
As jy Õn goeie vrou soek, kyk na haar hande: ÔSelina was die kok Sara
was die poetsvrou
Elisa het die wasgoed gedoenÕ 29-30
[Gedichten],
maart 2020, 868, 14-15.
2 soorte kinders: Ôdie 1 soort is Selina se
kindersÕ, 14
maatjies: Ôek wens dat ek 1 van Selina se kinders wasÕ, 14
sonder maatjies: Ôword dit oorlog tussen onsÕ, 15
[Gedichten],
maart 2021, 880, 40-42.
Skadugrafie‘:
Ôom homself te verstaan sy gees te deurgrondÕ, 40
Venus
uit Afrika (de geschiedenis van Saartje Baartman) I: ÔParijs was erger dan LondenÕ, 41
II
(onder begeleiding van een sound stone): Ôalmaar richtingloos onderweg almaar
op dwaalpadÕ, 42
Walvisch, Mickey
Met
branie en pillen, januari 1981, 398, 19-25.
Cry
me a river (Julie London): 'En ik zal huilen tot ik een rivier ben', 19
Help
yourself: 'Wachtend op de slaapgenade', 19
Angst:
'Met mijn best nog jonge lichaam', 20
Afkeer:
'Ik had toch echt naar je verlangd', 20
Blind:
'Een rare vis in een aquarium', 20
Steen:
'Toen jij de steen was die je werd', 21
Metamorfose:
'Daar zat je dan, gewassen beeld althans', 21
Kermismolen:
'Een dolgedraaide kermismolen', 21
Alleen:
'Aan de bar', 22
Trut
is troef: 'Excuus, mijn mannen', 22
Utopie:
'Nog nooit gevonden', 23
Kunst:
'Een galerie in hartje Amsterdam', 23
(Lauwe
thee): 'Hoewel ik zeker weet dat je nooit flippert', 24
Anti-conceptie
(1): 'Er is opstand in mijn vrouwelijke delen', 24
Anti-conceptie
(2): 'Het zal volmaakt zijn, ŽŽnmaal in mijn leven', 24
Bijna:
'Ik heb je gemist, maar op een haar na', 25
Splinter:
'Ik heb een splinter in mijn ziel', 25
Laf?:
'Het leven drijft mijn netvlies binnen', 25
Veertien
Gedichten, april 1981, 401, 33-37.
Bang:
'Als een kleuter in het donker', 33
Slavernij:
'Nooit meer wil ik op je wachten', 33
Bewijs:
'Ach, houden van behoefte geen vlekkeloos persoon', 33
Handje
klap: 'Een jaar verlangen uitgeblust in ŽŽn moment', 34
Knor,
piep, dag lief...: 'jammer dat je niet kan luisteren als je slaapt', 34
Noodlot:
'Hoe lang nog kun je mij ontkennen', 34
Instinct:
'Ik koos jou feilloos met mijn oerinstinct', 35
Hondetrouw:
'Verdriet verstart mijn hele wezen', 35
Archief:
'Dagelijks noteer je wat je leeft', 35
Vrij:
'Ik ben weer vrij', 35
Heksenrecht:
'Als hij in haar ogen keek', 36
Papa's
popje: 'Wie me te na komt', 36
Een
beetje lesbisch: 'Pardon, ik was vannacht een beetje lesbisch', 36
Dag
mam: 'H� mama, kijk eens', 37
Vijf
gedichten, mei 1982, 414, 18-19.
Foto's
kijken: 'Ik klapwiek vleugellam door mijn verleden', 18
Kiezen:
'Nee schat, het graf wil ik niet met je delen', 18
Verder
geen verdriet: 'Verdriet omhelst verdriet', 19
Varen,
altijd maar varen: 'Alles wat ik doe is bootjes vouwen', 19
Voor
Pierrot: 'Zijn luide lach', 19
Wang, Jian
Chinese
kwatrijnen, maart 1985, 448, 20.
De
pasgetrouwde bruid: 'De derde dag, en naar de keuken', 20
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Wang, Jiaxin
[Gedichten],
maart 1990, 508, 18-23.
Etude:
'de ganse nacht valt de regen, aan een stuk door', 19
De
schorpioen: 'alle stenen op de hele berg omkeren', 19
De
rivier:
1.
'het huis is af, gebouwd op een strand', 20
2.
'maar ik heb mij daar gevestigd', 20
3.
'ik wordt goudzoeker van beroep', 20
4.
'de rivier stroomt', 20
5.
'een prachtig ogenblik! de brekers stormen omlaag', 20
6.
'dergelijke dingen gebeuren voortdurend', 21
7.
'gisteren heeft de vogel hier een ei gelegd', 21
8.
'de rivier is als een zwaard, als ze zich zou oprichten', 21
9.
'ik ben opgedroogd. de bedding ligt vol stenen', 21
10.
'de rivier verandert ons', 22
11.
'weer is het zomer: de sneeuwtop in de verte smelt', 22
De
schellen van de ogen: 'wat komt in de droom gevlogen? een vogel', 22
Voorgevoel:
''s nachts waait de wind', 23
Het
mes: 'het mes schittert in het duister', 22-23
Vertaald
uit het Chinees en ingeleid door Maghiel van Crevel.
Wang, Wei
Zes
gedichten, augustus-september 1985, 452-453 [453-454], 53-54.
Bij
het aanschouwen van de jacht: 'De wind waait straf, de hoornen bogen zingen',
53
Een
excursie in de omgeving van Liangzhou: 'De boeren vormen hooguit drie
families', 53
Ballade
van de krijgsdienst: 'Het hoornsignaal beveelt om op te breken', 53
Bij
het oversteken van de Gele Rivier naar Qinghe: 'De boot vaart middenin de grote
stroom', 54
Gevoelens
tijdens een winternacht: 'De winternacht is koud en eeuwigdurend', 54
Bij
mijn terugkeer naar de berg de Song: 'een klare stroom omgordt de hoge struiken',
54
Vertaald
uit het Chinees door W.L. Idema.
Warmerdam, Alex van (1952)
[Gedichten],
december 2007, 721, 21-22.
T.:
'Mijn vrouw brengt taart op bed', 21
Aan
de oever: 'Je voeten hangen in het zoete water', 22
Weber, Nico
De
Rijn, juni-juli 1995, 571-572, 51-53.
1.
Afscheid: 'De raderboot glijdt voort op de stroom', 51
2.
Dronken voorjaar: 'op vingerlengten van het dek', 52
3.
Van de schoonheid: 'Een valse wimper op het dek', 53
[Gedichten],
november 1998, 612, 34-35.
Jufrouw
Metselaar 4: 'Achter schuttingen worden de jongens betast', 34
Jufrouw
Metselaar 6: 'De viser werpt zijn hengel uit in 't meer', 35
Wegener, H.
[Gedichten],
oktober 1971, 287, 36.
Op
schier: `Ik herken'
In
memoriam J. v.L.: `Als een blaadje'
Oktober
in Gen�ve: `rustig dat verkeer hier'
Rencontre:
`"dag hendrik"'
Wel, Judith van der (1984)
[Gedichten], januari 2009, 734, 33-34.
Het was honger: 'Ik vond
je middenin een wei', 33
Je
kunt een knoop verliezen: 'Ik weet niet waar', 34
Welagen, Robert (1981)
[Gedichten], augustus-september
2011, 765-766, 15-16.
1.
'In de kantine zitten ze', 15-16
2.
'je knoopt mijn been aan jouw lijf', 16
Welling, Sjef (1958)
[Gedichten],
december 1998, 613, 10-11.
Schachten:
'Recht op de aarde staand', 10
De
aanzegging: 'In mei een aanzegging in oktober een aanzegging', 11
[Gedichten], oktober 1999, 624, 29-31.
'Ik
mag kijken. Moet wel.', 29
Epiteel:
'Ze is een prachtige vrouw achter haar epiteel', 30
[Gedichten], oktober 2000, 635, 18-20.
Oude
mensen: 'Zeg mij oude witte mensen', 18
Prommilage
d'amour: 'Dit is aangekomen nu ons bloed dun is', 19
Wat
voorligt: 'Als je een man omhelst als oude baby', 20
[Gedichten], november 2001, 648, 17-18.
Blote rug: 'Weet blote
rug, ansicht', 17
Maak ik mij druk: 'Maak
ik mij druk', 18
[Gedichten], juni-juli 2002, 655 [655-656], 54-55.
Gouden tand: 'Een gouden
tand bijt', 54
Sterfschelp: 'Langs de
boorden van het IJsselmeer', 55
Thema:
Het lichaam.
[Gedichten],
juni-juli 2003, 667[-668], 38-39.
De
oorlog is voorbij: ÔDe oorlog is voorbijÕ, 38
Vier
geheimen: Ô er zijn vier geheimenÕ, 39
[Gedichten], april 2004, 677, 32-33.
Man alleen: 'Hij sloeg de veters
terug', 32
Buiten sloeg de dag toe: 'Buiten
sloeg de dag toe', 33
[Gedichten],
augustus-september 2005, 693-694, 34-35.
Aanraking I: 'Met een aanraking', 34
Aanraking II: 'Wanneer komt', 34
Aanraking III: 'Laten we afgeven en
afmeren', 35
Aanraking IV: 'Ondergoed weet nooit',
35
Thema: Eros & Thanatos
[Gedichten],
augustus-september 2006, 705-706, 55-56.
Mussig:
ÔDat moeder mussig aanhiptÕ, 55
ÔStervende
zwanen naderenÕ, 56
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 36-37.
Dochter: 'Dochter wijst
naar vislijnen aan', 36
Man en hond: 'Tot zijn
hond gesproken', 37
[Gedichten], juni-juli 2012, 775-776, 58-59.
Noordpolderzijl:
'Daar – achter de dijk – op het', 58
'Op
6 april 1961 hing moeder', 59
[Gedichten], juni/juli
2021, 883, 54-55.
Aftiteling:
ÔWakker geworden door de aftiteling van een droom.Õ, 54
Onder
de satelliet: ÔDe maan was in de hoekÕ, 55
Werk, Bas van de
West-Brabant,
februari 1971, 279, 19.
`dwaalwit
ligt hemelhoog'
Westerman, Thera
Drieluik,
februari 1965, 211, 18.
`Ik
ben een dierenvrind'
`Pijn
staat recht op'
`Waarschuwing
aan'
[Gedichten],
april 1965, 213, 22.
Hoogtij:
`Zij stelt zich'
Bend
sinister: `Zo zeker als het Vroeger was'
[Gedichten],
mei 1966, 226, 28.
Huis:
`Het is slecht stappen'
Opdracht:
Voor de vermoedelijke brandstichter Karel Wiekart
Graf:
`wanstaltig trekt'
Ter
informatie, wellicht, juni-juli 1967, 237, 51.
`De
vloeren zijn opnieuw gebeitst'
[Gedichten],
maart 1979, 376, 27.
Eerste
gedicht aan Jaques Boersma 1965: 'Satelliet'
Laatste
gedicht 14 februari 1979: 'Op de dag van zijn dood' 'De beenderen van mijn
Moeder'
'bij
de vijver vanochtend', oktober 1981, 407, 33.
Stanislaus,
april 1983, 425, 31.
'Het
was een schitterende dag, op de zerken lagen sporen sneeuw'
Voor
G., maart 1985, 448, 39.
'Binnen
een uur zag ik mezelf te loor gaan'
De
oplossing, januari 1987, 470, 37.
'Ik
leef zonder verband'
Vader,
december 1989, 505, 37.
'Ik
zag zijn voeten nog bewegen'
Widlund-Broer, Christa
[Gedichten],
augustus-september 1991, 525-526, 17-18.
Onder
pseudoniem Anna Enquist.
Sublimatie:
'Ik vermoed dat hij huilend schreef', 17
Bedoeld:
Schubert, Sonate in bes, D.V. 960.
La
folia: 'Wanhoop zit wijdbeens aan de keukentafel', 17
Klein
duet: 'De warme herfstzon in het park', 18
Andante:
'Als de tocht niet meer voert naar de', 18
Bedoeld:
Brahms, Sextet opus 18, deel II.
Wieringa, Tommy (1967)
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 24-25.
Man in maart:
'Je kunt viooltjes kopen voor jezelf', 24
Broed: 'Geduld,
weldra bloeien wilg en fruit, werksters zijn er genoeg', 25
[Gedichten], juni-juli, 679-680, 17-19.
Onbegonnen werk: 'Genoeg. Genoeg. Nu
geen gedichten meer.', 17
Telefunken: 'Na jaren zwoegen werd ik
kleurenblind,' 18
Nichtje: 'Nichtje, wild
honingnichtje, hoe we steels', 19
Wijnands, Catherine
Drie
gedichten, januari 1983, 422, 40-41.
Nausikaa:
'Het prinselijkste meisje van de school', 40
Weathered
into identity: 'Zo zou ik willen worden : een zuil', 41
1528:
'In vijftienhonderdachtentwintig', 41
Wijnberg, Nachoem M. (1961)
Vier
gedichten, april-mei 1986, 461-462, 44-45.
'Isra‘l
Lazarevitsch Helphand', 44
'Mijn
huis staat los', 44
'Toen
in een strafkamp in Siberi‘', 44
'God
sprak tot Abraham', 45
[Gedichten], januari
2005, 686, 5-7.
Dit
heb ik gezien: 'Hemel en aarde, blij samen oud geworden te zijn', 5
Waar
is Rome?: 'De slaven hakken hout voor het vuur van het badhuis.', 6
Hemel
en aarde: 'Kijken naar wie op het gras zit, alsof ik nog niet geboren ben.', 7
[Gedichten], augustus-september
2005, 693-694, 10-11.
Horatiusliedje:
'Voor zo oud als ik', 10
Horatiusliedje:
'Ik bedank de uitvinder', 11
Thema:
Eros & Thanatos
[Gedichten], februari
2006, 699, 9-11.
Liedje:
ÔOude man dieÕ, 9
Liedje:
ÔIk lees leven na levenÕ, 10
Liedje:
ÔIn het licht krijg ik nietÕ, 11
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 37-41.
Liedje: 'Daar
komen weer twee:', 37
Liedje: 'Ik
zag een winkel', 38
Liedje: 'Maak
mij blij', 39
Het is
grappig liedje: 'Hij zegt iets en', 40
Liedje:
'Omdat ik geen geld had', 41
[Gedichten], november 2007, 720, 19-20.
Oorzaak,
teken: 'Een teken laat weten wat er gaat gebeuren, een oorzaak laat het', 19
Als
ik aan mijn tafel ga zitten wordt mij gebracht een kop koffie en een glas
water: 'Een hoed op mijn hoofd als ik binnenkom, die doe ik niet af als ik ga',
20
[Gedichten], juni-juli 2008, 727-728, 17-19.
Waarom ik vraag: 'Iemand
die in dezelfde straat woonde had kamers vol boeken', 17
Iemand die zich vanwege
liefde door zijn hoofd wil schieten neemt het ernstig en dat is belangrijk: 'Ik
denk niet dat ik naar jullie kan kijken als jullie, de toneelspelers,' 18
Als het af is: 'Ik ben
iets kwijtgeraakt wat niet veel waard is, een pet die ik in de', 19
Williams, Tennessee
Jouw verblinde hand,
juni-juli 2015, 811-812, 31.
''Stel voor dat'
Het
origineel 'Your Blinded Hand' is voor de vertaling afgedrukt. Vertaling uit het
Engels door Philip Huff.
Winkelhof, Anne van (1991)
[Gedichten],
augustus-september 2017, 837/838, 6-8.
Geleend:
ÔIk denk niet dat dat een ongepaste vraag isÕ, 6
Leeg:
ÔIk moet nu eindelijk beginnenÕ, 7
Niet
meer huilen: ÔOnder een lege colafles trekt hijÕ, 8
[Gedichten],
januari 2018, 842, 7-8.
Drieluik,
naamloos:
I:
ÔJe lichaam slechts nogÕ, 7
II:
ÔJe dooft gemakkelijk uitÕ, 8
III:
ÔIn mijn neus nog jeÕ, 8
[Gedichten],
mei 2018, 846, 26-27.
Geen
normale mensen: ÔIemand trekt een teennagel van zijn voetÕ, 26
Krokus: ÔIk besluit vegetari‘r te worden en kamerplantenÕ, 27
[Gedichten],
oktober 2018, 851, 14-16.
Vooruitgang:
I
Ôdit is een herinneringÕ, 14
II
Ôdit is ook een herinneringÕ, 15
III
Ôdit is geen herinneringÕ, 16
[Gedichten],
mei 2019, 858, 29-30.
Klei: ÔIk zoek je tussen de koppen – weet jeÕ, 29
Pingu•ns: ÔMet handpalmen druk ik tranen uit
mijn ogenÕ, 30
Winkler, Kees
[Gedichten],
augustus-september 1970, 273-274, 18-21.
Klimop:
`het klimop klimt door de kamer', 18
Melle:
`Hij schildert tussen penissen en gnomen', 18
Met
Walter in het museum: `Met mijn zoon naar het Stedelijk', 19
Ik:
`Op deze zondagnamiddag', 19
Derde
pianoconcert (Bart—k), 20-21:
1.
`Springend, springend'
2.
`Heilige bloedkoralen'
3.
`Klinkt als de slag der celesta'
[Gedichten],
november 1970, 276, 24-29.
Po‘zie:
`Het groen van mijn cr�me de menthe', 24
Dit
late najaar: `De bomen nu bijna balderloos', 24
De
Lente op Maandagochtend: `Vanmorgen reed ik naar het instituut', 25
Negende
symfonie: `barbaars gerommel', 26-27
Zevende
symfonie (Bruckner): `Dit is de symfonie der verte', 28-29
[Gedichten],
januari 1971, 278, 20-21.
Stemming:
`De ochtend is pril', 20
Van
liefde en dood: `Heur haar geurt naar natte blaren', 20
Interview:
`De vloeren zijn kunstig met blauw bedekt', 21
Avond:
`De avond valt, de lijsters zingen', 21
[Gedichten],
augustus-september 1971, 285-286, 35-36.
Ziektebeeld:
`Dichters zijn hun eigen psychiaters', 35
Voor
Diana: `Bespiedde ik je bij het baden', 35
Iris:
`Godin van de Natuur met zon tussen de hoornen', 36
Natuur:
`Zij is de Grote Moeder', 36
Postgiro
1090400, oktober 1971, 287, 41.
`Steun
het Medisch ComitŽ Vietnam'
[Gedichten],
januari 1972, 290, 13-14.
Naar
Heraclitus: 'De zon is elke dag weer nieuw: een eeuwig levend vuur', 13
Wat
een toestand: 'Ik zit aan Judy's bureau', 13
Aan
vernieuwing toe: 'Terwijl ik in mijn nadagen gedichten schrijf', 14
Toch:
'De kopjes op de wolken en de kopje op tafel', 14
[Gedichten],
maart 1972, 292, 35.
Dionysus
en de hippies: 'De borsten half ontbloot, de klederen gescheurd'
In
de tuin: 'Er schijnt een dun winterzonnetje'
[Gedichten],
april 1972, 293, 30-31.
Subjectief:
'Grootmoeders tabaksdoos is een vast object', 30
De
tulpen: 'De welkende tulpen tegen het licht', 30
Zelfverwijt:
'Op de Hobbemakade stapte hij uit mijn auto', 31
[Gedichten],
juli-augustus 1972, 296-297, 44-45.
Zondag:
'Spreeuwen kwetteren dat het lente is', 44
Tegen
de mode: 'Ik eet tweemaal per week in de stad', 44
Een
leegte: 'De klokkestoel luidde en zweeg abrupt', 45
Yo
she: 'De poort van jaspis fluistert zij', 45
Bij
het maken van een testament, april 1973, 305, 31.
'Nog
wolken en de schemering der verten'
Het
is gezellig maar..., december 1973, 313, 30.
'Het
is gezellig maar ik kan het niet verwoorden'
Symfonie
nr. 11, mei-juni 1974, 318-319, 42-51.
1.
'Ik weet niet of ik van haar hou', 42-47
2.
'Judy en ik gingen', 47-49
3.
'Ik heb nu wat meer overzicht', 49-51
Symfonie
nr. 12, april 1975, 329, 3-11.
I:
1.
`De weg de wereld en het Al', 3-4
2.
`In den beginne het oor', 4
3.
`Koningin Schub-ad van Soemeri‘', 4-5
4.
`Toen ik herboren werd', 5
5.
`De weg de wereld en het Al', 5-6
II
1.
`Volontair: `Ik werk op het Herseninstituut', 6
2.
`Administrateur: `De administratie van PC', 7
3.
`PvdA-er: `Ik ben socialist dat is broederschap', 7
4.
`Minnaar: `Ik ben getrouwd met een dichteres', 8
5.
`Dichter: `De wereld is een zwijnepan', 8
III
1.
`Het Al is ŽŽn en ondeelbaar', 9
2.
`Dochters van de Nijl', 9
3.
`De weg de wereld en het Al', 10
4.
`Het groot heelal van het gedicht', 10
5.
`Sinds ik naar J. ga en zie', 11
Zes
gedichten, november 1975, 336, 30-32.
Les
trois graces [prozagedicht], 30
Ommekeer:
`Dromen bereiden de geest voor', 31
AttachŽ?:
`Dit trouwe beeld zal ik wie-weet verlaten', 31
De
leerling : `Mozart is mij voorgegaan', 31
God:
`Vreemd hoe mijn carri�re', 32
Senoritas:
`Lust moet nu eenmaal tevredengesteld', 32
[Gedichten],
maart 1976, 340, 24-25.
Flandre-Rivi�ra:
'Voortdenderen naar het Zuiden', 24
Thuiskomst
en dood: 'Terug van de C™te d'Azur', 24
Als
kind: 'Snel wisselende wolken om de zon', 24
Winterkwatrijn:
'De zon staat als een rustige atoombom aan de hemel', 25
Mijn
dispuutgenoot: 'Hij ligt in het Leeuwenhoek', 25
[Gedichten],
februari 1977, 351, 16-20.
Medewerker:
'Winkler komt en Winkler gaat', 16
Coupon:
'Mooie dag', 16
De
nieuwe tuin (met moraal): 'Een geometrische figuur van biels', 16
Utrecht
revisited: 'Op de verlichte werven van de Oude Gracht', 17
Een
beetje treurig: 'Dat de merel zijn lied zingt', 17
21
juni 1976: 'Geveerde wolkenflarden deze langste dag', 18
Een
beetje moe: 'Dan is er de stilte en d'avondzon', 18
In
Putten: 'Rustig bloeit de boekweit op het veld', 19
Diaspora:
'Op je 50-ste word je retrospectief', 19
Impressie:
'Herfst maakt blij', 20
Martinus
Nijhoff: 'Hij is de enige die nooit veroudert', 20
[Gedichten],
december 1977, 361, 21-25.
Symfonie
nr. 14, 21-22:
'In
een wereld waar genocide', 21
'Onze
socialistische Westduitse broeders', 21
'Had
ik geen veilig thuis en een grote liefde', 22
Coda:
'Luizig, is ons bestaan', 22
'Maar
v——r de natuurlijke dood', 22
CPN
erin?: 'Kunstenaars vertrekken altijd het eerst', 23 Wiegeliedje: 'Ik sta een
vrijzinnig socialisme voor', 23
De
woestijn in (15-10-77), 24 [prozagedicht]
De
Oranje-socialist: 'Tegenover het orthodoxe socialisme', 24
Herrliche
Zeiten: 'Ik zoek het bij de verwelkende bomen', 26
[Gedichten],
juni-juli 1978, 367-[368], 49-51.
Eefje:
'De poes is een volwaardig lid', 49
Van
de nacht een dag: 'De kamer waar ik zit verlicht', 49
Dorp
op de Veluwe: 'De kringen der beuken in lichte beweging', 50
Naar
het eindpunt van lijn zoveel (Brodski): 'Mijn toon wat helderder, mijn rug wat
krommer', 50
Herfstspinsels:
'Het najaar is geurloos, een beetje gebeurloos', 51
Over
het dichten: 'Ik kan schrijven waarover ik wil', 51
Negen
gedichten, december 1978, 373, 27-30.
Het
rode boekje: 'Op mijn tafel ligt een klein gedichtenboekje, 27
Gebruikspo‘zie
1: 'Mijn vrouw en zoon maakten een hek', 27
Gebruikspo‘zie
2: 'Vanavond zat ze bij mij en', 28
Een
credo: 'Vroeger toen ik God zonder hoofdletter schreef', 28
Lente:
'Ik heb een zwak voor de borsten van C.', 29
Zaterdag:
'Eerst loop ik in mijn onderbroek', 29
Curriculum:
'De weg van school naar huis blijft kort', 29
Verslaving:
'Ik ben de junk van de sigaar', 30
Wandelen:
'Op Koninginnedagavond liepen we een eindje om', 30
[Gedichten],
mei 1979, 378, 53-54.
School:
'Ik schilder weer als amateur', 53
Hobby:
'tafel rijmt op stoel, vork op mes', 53
Nog
wel: 'Het is de muziek die me redt', 54
Er
is nog hoop: 'Het licht schijnt, ook in de duisternis', 54
[Gedichten],
juni-juli 1979, 379-380, 52.
Aldus:
'Als je maar stug doordicht'
De
dichter en de dood: 'Ik peuter maar wat en ik mier'
[Gedichten],
december 1980, 397, 17-19.
Maf:
'Steeds trager wordt ik in de tijd', 17
Vers
uit de veren: 'De vluchtlijnen van de lijnvluchten in de lucht', 17
Werd
in nr. 396, 33 opgenomen als gedicht van Arie Visser. Rectificatie en
heropname.
Ilias-vertaling:
'Je veux lire trois jours L'Illiade d'Hom�re', 18
Genot:
'De oude muziekdoos vervangen', 18
Highness:
'Ik zit in de tuin met de zon op mijn schoot', 19
[Gedichten],
juni-juli 1981, 403-404, 41.
Anno
'79: 'De Dodenherdenking viel dit jaar'
Ouder:
'Ik ben bedachtzamer van aard geworden'
[Gedichten],
augustus-september 1981, 405-406, 25-26.
Somber:
'Het geweld in de wereld neemt toe', 25
Nazomer:
'Het is Augustus maar het lijkt September', 25
Memo:
'Laat ons nooit vergeten dat', 26
[Gedichten],
oktober 1982, 419, 12-13.
Moeizaam:
'Soms ben ik verdwaasd', 12
Siep
van den Berg: 'Het blokschilderij met veel vrolijke kleur', 12
Silent
spring: 'Brem en sering bloeien maar ik in de overgang', 13
Vrijdagavond:
'We maken tezamen een fietstochtje', 13
Winter, Theun de (1944)
[Gedicht],
december 2017, 841, 40-42.
Ter
herinnering aan Jan Wolkers. Violon dÕIngres: ÔAan vermogen tot bewonderingÕ,
40-42
Wit, Dorien de (1980)
[Gedichten], november 2014, 804, 19-20.
'Ik
probeer in mijn droom', 19
'Tegenover mij', 20
Oversteek, augustus-september 2015, 813-814, 8-10.
'je staat op de rand van
de stoep', 8
'ik dwaal in mijn huis
van kamer naar kamer', 9
'ik moest juist aan je
denken', 10
[Gedichten], januari 2016, 818, 8-10.
Afstand:
Ômassa is een natuurkundige grootheidÕ, 8
Vormen
van leegte: ÔEen architect die opdracht krijgtÕ, 9
Nachtsporen:
ÔVoor de zoveelste keer ben je dood.Õ, 10
[Gedichten], augustus-september 2016, 825-826, 29-31.
alleen
merels herken ik aan hun geluid: Ôsoms ga ik alleen naar buitenÕ, 29
ver
weg: Ôonder tafel zet ik ongemerkt mijn linkervoet in mijn rechterschoenÕ, 30
het
is eenvoudig: Ôde laatste keer dat ik je zagÕ, 31
ja:
Ôwat is zwemmen anders danÕ, 31
[Gedichten], maart 2017, 832, 29-30.
Korte
bio: ÔHij heeft geen reden om hier, noch om ergens anders te zijn.Õ, 29
in
slaap vallen: Ôhet laatste beeldÕ, 29
weggaan:
Ômijn rugtas zwaait tegen de lamp als ik het huis verlaatÕ, 30
[Gedichten], januari 2018, 842, 15-16.
Vertrek:
ÔWaarom mijn glas niet halfvol maar halfleeg is, vraag jeÕ, 15
De
man: ÔEr is iemand langsgekomen, een man die ik niet ken. Hij staat in deÕ, 16
In
een donker, vredig landschap: ÔDe strepen op het wegdekÕ, 16
Spiegel:
ÔEen man geeft zijn spiegelbeeld een naam.Õ 16
[Gedichten], december 2018, 853, 20-21.
waar
een grens ligt, 20
verschuivingen,
21
[Gedichten], november 2019, 864, 31-34.
Ôop het vliegveldÕ, 31
Re: hoe is het: Ôin het begin waren er dagenÕ, 32
het begin: Ôde kracht achter een golf blijft altijd bestaanÕ, 33
er zijn altijd aanwijzingen: Ôdna bijvoorbeeldÕ, 34
[Gedichten], juni-juli 2020, 871-872, 57-59
antilichaam, 57
nachtlichaam, 58
operaties, 59
Wolf,
Maaike de (1978)
[Gedichten], juni-juli 2020, 871/872, 3
ÔWat je hebtÕ, 3
[Gedichten], april 2020, 869, 15-16.
ÔIn stukken verderÕ
[Gedichten], oktober 2021, 887, 13-15.
t.z.t.:
ÔAfgerukte ledematen verdwalen of worden weer aangenaaid.Õ 13
Holte:
ÔMijn rechterbeen verbergt een minderwaardig soort pijnÕ, 14
Logboek
tropisch eiland I: ÔAls ik na een lange avond bij mijn hut komÕ, 15
Wolterbeek,
Geralt (1963)
[Gedichten], mei 2007, 714, 31-32.
staan: 'we staan net
opgestaan', 31
ontbijt: ' als een zwart
raam, nog niets', 32
Woudsma, Co (1960)
[Gedichten],
maart 1997, 592, 25-26.
Naseizoen:
'Hoog in het hotel, hoog in de nacht, met', 25
De
theetuin: 'Volmaakte vorm: een ronde bol', 26
[Gedichten],
juni-juli 1997, 595-596, 49-51.
Van
Schaffelaar: 'Verse herfst in Barneveld', 49
Naseizoen:
'Hoog in het hotel, hoog in de nacht, met', 51
Wegens
een zetfout in nummer 592 (maart 1997) nogmaals afgedrukt.
[Gedichten], juni-juli 1999, 619-620, 18-20.
Model:
'Een trein, nog meer dan in het echt op weg', 18
Op
vakantie: 'Ook op de ellendigste der campings', 19
Midas:
'Nu ik, vriendjes, jullie heb geproefd', 20
[Gedichten], oktober 1999, 623, 12-13.
Tahoe/Tofoe:
'Gele brokjes met jeukende korstjes', 12
[Gedichten], januari 2001, 638, 18-19.
Vraag: 'Zomerse meisjes,
wat doen jullie dijen gedijen?', 18
Lot: 'Dat jij mijn Lot
bent, kan ik aan je zien:', 19
[Gedichten], december 2001, 649, 16-17.
Wij gireren altijd: 'Ik
zat, zoals elk jaar, te wachten tot mijn bus', 16
Inversie: 'Bij onze ogen
liggen velden.', 17
[Gedichten],
juni-juli 2003, 667[-668], 52-53.
Verplaatsing:
Ô De wind bezorgt zichzelf. Hij kleppert luchtpost doorÕ, 52
Krek:
ÔKoeien hebben trek in weilandÕ, 53
[Gedichten], maart 2005,
688, 21-22.
Gang: 'De oester leeft
nog als je eet.', 21
Macht: 'De bomen zijn zo
ver', 22
[Gedichten], juni-juli 2006,
703-704, 72-73.
Aanzoek:
'Schitterend onbelangrijk is het leven,', 72
Het raken:
'De zomer is voorbij,', 72
Platonisch:
'Onze breinen liggen op een tafel,', 73
Schemertijd:
'Graag zou ik eens naar binnen willen', 73
[Gedichten], mei 2007, 714, 41-42.
Vondst: 'In stralend ijs
te liggen', 41
Ander leven: 'Graag was
ik een Franse reclame', 42
Uit bad: 'Zo, ik ben weer
schoon', 42
[Gedichten], januari
2012, 770, 44-45.
Overgang:
'Als de avondschemer maar bleef duren!', 44
Kerstreces:
'Dit land bestaat uit kleuren', 45
[Gedichten], februari
2013, 782 [783], 31-32.
Expeditie:
'Vandaag wil ik de hoogbouw zien', 31
Blokje
om: 'Erg goed dat de tuinen hier vol liggen', 31
Dordrecht:
'Dordrecht, ik heb het zelf gezien,' 32
[Gedichten], april 2014,
797, 9-11.
Stadje:
'Een heel klein wit wolkje, hoog', 9
Schuur:
'Na al die jaren ruikt het hier', 10
Idylle:
'Zeker niet alleen de eenden, onbewogen', 10
Advertentie:
'Handen die het hardste slaan', 11
[Gedichten], april 2015, 809, 39-40.
Enkele
reis: 'Ik kijk af en toe een tel of twee naar jou,', 39
Lied
van de beloonde boontjes: 'Priem door de gaten, groene snaken!', 40
[Gedichten], juni-juli
2016, 823-824, 51-52.
Nieuwendammerdijk: ÔWaar is de stad gebleven?Õ, 51
Hospitium: ÔWe rijden altijd door de sneeuw langs veeÕ, 52
Inventarisatie: ÔDit alles is mijn buiten.Õ, 52
[Gedichten], juni-juli
2017, 835-836, 18-20.
Alla napoletana: ÔWe gaan het op zijn zondags doen,Õ 18
Stadsgezicht: ÔHijskranen zijn onze kerktorensÕ, 19
Visioenen: ÔJe stond vaak bij de melkproductenÕ, 20
[Gedichten], juni-juli
2018, 847-848, 43-44.
Mijn boom: ÔMijn zoon is heel erg grootÕ, 43
Winterdag: ÔDe dingen kunnen ook tegen de kou:Õ, 44
Japonaiserie: ÔDan plotseling, als ik een hoek omslaÕ, 44
[Gedichten], februari 2019, 855, 22-23.
Laatste
wil, 22
Een
hemel, 22
Liedje,
23
Vergelijking,
23
[Gedicht voor Bastiaan BommeljŽ), mei 2019, 858, 4.
De Die: ÔNiemand zag de
stroom ontspringen,Õ 4
[Gedichten], november 2019, 864, 22-23.
F.: ÔNa de dode lopen we vanaf de plaatsÕ, 22
Voordat je het weet heb je een naam: ÔLichamen: je mag ze aanrakenÕ, 22
Buitenwijk: ÔEen groot groen grasveld, volkomen zonder kinderenÕ, 23
Solo: ÔHet is hier veel te groot voor mij:Õ, 23
[Gedichten], augustus-september 2020, 873/874, 43-44.
Weg
kunnen: ÔJe zou weg kunnen lopen,Õ, 43
First
Dates: ÔWaar kom je vandaan, spontaanÕ, 44
[Gedichten], februari 2021, 879, 11-14.
Wenen:
ÔIn de avond is het al nachtÕ, 11
Verzoening?:
ÔZo, daar zijn we weer.Õ, 12
Buurtje:
ÔWij zijn het volk, dit is ons buurtjeÕ, 13
Ondertussen:
ÔIn extase zullen we koffiedrinkenÕ, 14
[Gedichten], november 2021, 888, 39-42.
De
werkelijkheid: ÔEen grasveld is een woestijn, maar dan van grasÕ, 39
Vermijding:
ÔOok dit gedicht duwt hard terug,Õ 40
Uitbraak:
ÔWat kwam je in het steegje tegen?Õ, 41
Romeins
liedje: ÔZolang de kerk maar geometrisch is,Õ 42
Wuck,
Kira (1978)
[Gedichten],
december 2011, 769, 43-44.
Dit
feest: 'Sylvia en ik gingen naar de Hema', 43
'Als
mijn mond aan de binnenkant van mijn trui', 44
[Gedichten], mei 2012, 774, 4-6.
'Alles waar je net doorheen past kun je niet negeren', 4
'Doe iets nuttigs', 5
'De gordijnen zijn klam vandaag', 6
[Gedichten], november 2012, 779 [780], 11-12.
Midzomernacht: 'Het is vreemd dat ons lichaam zin blijft houden',
11
'De gordijnen zijn klam vandaag –', 12
Vertrek: 'Op de nachtpont spelen trompetten', 12
[Gedichten],
maart 2014, 796, 21.
India: 'Een man wijst naar de binnenkant van zijn mond'
'Je vind het interessant hoe ik beweeg'
[Gedichten],
november 2017, 840, 8-10.
Nachtdieren:
ÔIk streek de plooitjes op mijn benen gladÕ, 8
ÔVroeger
ging ik vaak naar het asielÕ, 9
Yeats, W.B.
The
Ballad of Moll Magee, december 1967, 241, 24-25.
Engels.
De
ballade van Moll Magee, december 1967, 241, 26-27.
Vertaald
uit het Engels door W.D. Kuik.
Zeeman, Micha‘l
Fragmenten,
oktober 1983, 431, 22-23.
'Ik
zei dat ik een stem gehoord had niet', 22
'De
jaren van mijn eenvoud zijn voorbij', 22
'Ik
heb de raven nooit gezien', 23
'Geplukte
bloemen in een oude', 23
[Gedichten],
oktober 1984, 443, 18-21.
Harlingen:
'Bijna ijsheiligen op zondagochtend en', 18
Opdracht:
foar Geart, Gosta en Liesbeth.
Afscheid:
'Afscheid gaat abrupter dan je dacht', 19
Voorzichtig:
'Geen mens woont nu nog op een lege grond', 19
Bericht:
'Ik kan nog terug : nog zijn de bussen niet gelicht', 20
1.
'Vanaf de straat, de avond is al oud', 21
2.
'Een kale man, ik ken hem wel', 21
Marken,
april 1985, 449, 26-27.
1.
'Het knekelveld: hier zag ik hen', 26
2.'Ons
sjibbolet is mij reeds lang ontschoten' 26-27
3.'Mijn
vader had die kamers nog behangen', 27
Vespers
voor Maria, januari 1986, 458, 25-27.
1.
'De bus naar Krakau, ja ziek was ik er', 25
2.
'De kerk in Leuven, ja, ik ben er weer', 26
3.
'Speel ik piano in de nacht verlies ik', 27
[Gedichten],
juni 1988, 487, 32-34.
Othello's
klacht:
1.
'Als een mantel lag ik op haar armen en', 32
2.
'Het beest met brede klauwen: het scheurde mij', 32
3:
'Ik drink uit een gebroken glas', 33
Wad:
1. 'Waar de wateren samenvloeien', 34
2.
'Een grens in de wereld', 34
3.
'Als het er mist of als', 34
Zes
gedichten, april 1989, 497, 34-39.
Niets
nagelaten: 'Het huis is leeg. Het tocht er', 34
Kerkplein,
voorheen kerkhof: 'Waar nu alleen maar nacht is', 35
De
storm: 'Zij geloofden in vaagheden', 36
Nazomer:
'Zij ving er, zegt zij', 37
Toeverlaat:
'Wij schuilen voor de regen', 38
Iconoclastisch:
'Gemis is iets dat ik nu met mij draag', 39
[Gedichten],
augustus-september 1993, 549-550, 27.
Toendra:
'Niet eerder was ik zo ontwaakt'
Verhoudingen:
'Laat mij verdwijnen in dit beeld'
[Gedichten],
oktober 1993, 551, 20-21.
Noli
me tangere: 'nee, niet mijn voeten zul je binden', 20
Mimesis:
'Kon ik jouw gezicht maar voelen', 21
[Gedichten],
januari 1998, 602, 15-17.
De
sokkenzwaaier: 'twee kleine kunststof sokken: king-size condooms', 15
Het
oude meisje: 'Ik had nog nauwelijks sleutels; alleen', 16-17.
Zwagerman, Joost
[Gedichten],
oktober 1998, 611, 9-10.
Weids
inzicht: 'Het gebeurde in een voor- en achtertuin', 9
Augustus,
vrijdagmiddag: 'Er is nu zoveel aangelengde zomer', 10
Anoniem
Epigrammen
uit de Anthologia Palatina, juni-juli 1968, 247-248, 40-44.
Vertaald
uit het Latijn door J.P. GuŽpin. De in vertaling opgenomen epigrammen zijn voor
het grootste deel gepubliceerd in Krekels
in olijventuinen (1963).
Zes
koreaanse gedichten, januari 1986, 458, 38-39.
'Meisjes,
die heb je in alle soorten', 38
'In
het diepst van de diepe zee', 38
'Twee
dingen: koel rijstwater', 38
'Ons
afscheid is een vuur geworden', 39
'Medicijn
is overal te koop', 39
'Een
blindeman sjouwt op zijn rug', 39
Traditionele,
anonieme gedichten uit de periode 1600-1900 vertaald uit het Koreaans door
B.C.A. Walraven.
Gedicht
van Mulan, november-december 1986, 468-469, 66-67.
'Gesmoorde
snikken, weer gesmoorde snikken'
Anoniem
gedicht uit Noord-China, vijfde eeuw voor Christus. Vertaald uit het Chinees en
voorzien van een nawoord door W.L. Idema.
De
vrouw van Jiao Zhongqing, oktober 1988, 491, 28-29/29-35.
'Een
paar van de pauwen vliegt naar het zuidoosten'
Vertaald
uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema. Uit: Yutai Xinyong, Nieuwe liederen van het jade terras, een
Chinese bloemlezing uit zesde eeuw van amoureuze po‘zie.
Dicht
van de zwaluw, juli-augustus 1989, 500-501, 40-50.
'het
was de tweede lentemaand'
Chinees
gedicht uit de 8ste eeuw. Vertaald uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema.
Vier
raadselverzen uit het Oud Engelse Exeter Book, oktober 1990, 515, 30-32.
1.
'Mijn gewaad is geluidloos als ik ga over land', 30
2.
'Ik zie vier vaardige wezens', 30
3.
'Nietige schepsels, maat ze zeilen hoog', 31
4.
'Ik zag een wezen: zijn gezwollen buik', 31
Vertaald uit het Engels en ingeleid o.d.t 'raadselpo‘zie' door Dana Constandse.