POŤZIE

 

 

Aartsen, Marianne (1950)

[Gedichten], juni-juli 2016, 823-824, 31-32.

                        Oorlogspaarden: ‘Wij schuimden na hoog water de waarden’, 31

                        Mangelmeisjes: ‘Het gesis van heet lozen’, 31

                        Mijn jas: ‘werd uitgelegd’, 32

[Gedichten], juni-juli 2017, 835-836, 59-61

                        Ooievaarsbekjeszaad: ‘Alleen als ik teken ben ik’, 59

                        Voor de hand: ‘In de velden gevangen onder vlierkronen’, 60

                        Werkelijkheid: ‘deelde lucht, scheuten van klimroos’, 61

[Gedichten], november 2018, 42-43.

                        Ingehaald: ‘Zitten ze wat dun bij de notaris’, 42

                        Tussen de tekens: ‘De oplossing lag misschien’, 43

[Gedichten], februari 2020, 867, 48-49

           Zwarte zon: ‘Spreeuwen spanden een wolk boven’, 48

            Blad: ‘Ik bladerde, blader door de bomen’, 49

 

Achmatova, Anna (1889-1966)

Geboortegrond, november 1982, 420, 22.

'Niet op ons lichaam in een talisman'

Vertaald uit het Russisch en toegelicht door Hans Boland.

 

Adér, Herman (1940)

[Gedichten], juni-juli 1983, 427-428, 13-14.

Nog een keer bij meer willen slapen: 'dat dat mijn huis is', 13

Een hoer: 'voor het raam van een souterrain staat een', 13

'er is altijd wel', 13

'niemand in jaren niet', 14

'hoe kan dat ooit', 14

De leraar en zijn klas: 'plichtgetrouw het babaardje tussen twee vingers', 14

Doetje geeft een klap en krijgt er zeven terug: 'suf kijken we van de ene naar de an­dere generaal', 14

 

Akkermans, Mark

[Gedichten], december 1967, 241, 22-23.

Onbewoonbaar verklaard: `verstening in de slag van een kamerdeur zint mij', 22

Kommunikaatsie verbroken: `blauwzwarte nevels plooiden als dekens', 22

`De zomerwarmte verblijft nog in de stad', 23

`Hoogmoedig genoemd', 23

[Gedichten], maart 1968, 244, 16-17.

`was mijn leven geen vlinderdroom', 16

`lang voorlopig', 17

[Gedichten], augustus-september 1968, 249-250, 31-32.

`Mijn lichaam begint vrucht af te werpen', 31

Onderhuids leven: `het mes bezeten', 32

 

al-Ma'arri, Abu al-'Alaa' (973-1057)

'Ik verafschuw voldaanheid zelfs die van de lachende wolk', juni-juli 2006, 703-704, 77-79.

Vertaald uit het Arabisch door en met uitleg (p. 79) van Hafid Bouazza.


 

Albrecht, Yoeri

Machiavelli, december 1987, 481, 43.

'Uit een lang en grijs verleden'

 

Al-Djahiz (776-868)

Acht minnezangen, december 2007, 721, 3-8.

Minnezang van een straatveger: 'Mijn hart is het riool van de liefde geworden', 3

Minnezang van een kleermaker: 'Met verlating tornde je de naden vaan de liefde', 3

Minnezang van een bakker: ' Afscheid kneedde de bloem van de liefde tot deeg', 4

Minnezang van de paardenmeester: 'Als afwijzing de kribben vaan mijn lichaam afbreekt', 4

Minnezang van de boer: 'Ik zaaide zijn liefde in de voren van zuiverhartigheid', 5

Minnezang van de drankslijter: 'Een korte teug dronk ik samen uit de beker van de liefde', 5

Minnezang van de onderwijzer: 'Verlatenheid heeft de leerlingen van mijn hart beroofd', 6

Vertaald en geannoteerd door Hafif Bouazza. Biografische notitie, 7. Aantekeningen, 7-8.

 

Aleksander, W.J.

[Gedichten], december 1980, 397, 32-33.

Jonge moeder in kindertuin: 'In het lentelicht alleen met haar kind', 32

Een moeder: 'Eenmaal achtergelaten op de kade', 32

De huisgod: 'Wanneer gij zwijgt en streng uit het venster kijkt', 33

Opdracht: Voor C.

 

Alonso, Dámaso

Zuivere gedichten, februari 1990, 507, 19-22.

1. 'Je zult weerkeren op een ongelegen uur: 'Je zult weerkeren op een ongelegen uur', 20

2. Ik zal aankomen in de schemering...: 'Ik zal aankomen in de schemering', 21

3. Toen de dichter stierf: 'Toen de dichter stierf bleven bedroefd achter', 21

4. Eeuwigheid: 'Vandaag, ongerepte dag, heb ik de dood aangeraakt', 22

5. Dronken van de lichtjes in de nacht: 'Dronken van de lichtjes in de nacht', 22

6. Nacht: 'En uit de sterren vallen', 22

Uit: Poemas puros. Vertaald uit het Spaans en ingeleid o.d.t. 'De Zuivere Gedichten van Damaso Alonso' door Livia Verstegen.

 

Amstel, Anne van (1974)

Geef me nu ik wil, augustus-september 2014, 801-802, 19-22.

Vuil: 'geef me een muts nu', 19

Steen: 'geef me een speelvijver nu', 19
Vloed: 'geef me een boot nu', 20
Ven: 'geef me een schop nu', 21
Douche: 'geef me een parelketting nu',22
Douche: 'geef me een parelketting nu',22
Zet: 'geef me een zet nu' 22

Tref, november 2015, 816, 29-32.

microbriga: 'er hangen nergens camera's', 29

santiago do cacem: de wagenmenner woont onder het talud bij de lidl', 30

chahaignes: 'hij dwingt ons een lader op we moeten', 31

steep: 'is het ok om te houden van iemand', 32

[Gedichten], februari 2017, 831, 18-20.

            Lange afstand korte golven: ‘wat moet ik begrijpen’’, 18

            Voorspraak: ‘omdat ik dwars door jouw zwijgen’, 19

         Toe: ‘mag ik hem houden’, 20

[Gedicht], mei 2018, 846, 6.

          vreugdehof: ‘geen dichter loopt ons nog na op straat’, 6                   

 

Anker, Jan Willem (1978)

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 46-47.

Club II: 'Een klank lijkt ergens van afgebroken'
, 46

Zonder slaap: 'Geraamtes klepperen zacht in de muur'
, 47

 

Apherdiano (x-3)

Pseudoniem van Hugo Brandt Corstius.

 

Appel, René (1945)

[Gedichten], december 1968, 253, 28.

`Het volgend jaar, ik bedoel'

Oorzaak en gevolg: `De bankbediende F. die altijd'

Mijn vader, maart 1969, 256, 38.

1. `Zijn vader was krullenjongen'

2. `Tien jaar oud'

 

Baren, Tina van (1958)

[Gedichten], juni-juli 2020, 871-872, 42-45

Tussen de coulissen, 42

Vergeet het maar, 43

Omgekeerd reizen, 44

Feiten, 45

 

Backer, Marijn

[Gedichten], november 1983, 432, 34-35.

1. 'Maar Ik zeg u-tegenwind', 34

2. 'O, hij zal staan, als een offersteen', 34

3. 'Neem niet wat het uwe is, 34

De kleine atlas: 'Vannacht is de hemel vol roomblanke wolken', 35

'Uit het net dat-uur aan', 35

'Gelaten om een ingegeven stap', juli-augustus 1984, 440-441, 57.

Drie gedichten, mei 1985, 450, 34.

'Of zal het eerder zijn'

'De tederen raken'

Voor de slaaf: 'Gebald : dat heeft hem bevolen'

Drie gedichten, maart 1986, 460, 29-30.

1. 'Kun je wandelen zoals je kunt', 29

2. 'Of ook met een vinger beroeren', 30

3. 'Maar veranderd van stand en mens', 31

[Gedichten], november 1988, 492, 40-41.

De wind: 'De duinen zijn naar de zin van de wind', 40

Aan de minister president: 'Deze wereld van bloemen, bloemengezichten', 41

In het achterhuis, april 1989, 497, 9-11.

1. 'Op harde stoelen', 9

2. 'De tafel staat groot in het midden', 9

3. 'Ik zou een huis bewonen', 10

4. 'Het is zo 'n dag denk ik', 10

5. 'Land dat geen juwelen telt', 11

[Gedichten], september 1989, 502, 34.

Apen: 'Het zijn de kleine mannen niet'

Einde dag: 'Zolang ik niet mijn hand ophou'

[Gedichten], december 1989, 505, 32.

1. 'Zoals op het laatst'

2. 'Onder bomen'

 

Baeke, Jan (1956)

Heldenleven, december 1992, 541, 30.

'Kinderen, zegt hij zijn vaak'

Paniek, januari 1993, 542, 23.

'Op een gegeven moment'

[Gedichten], april 1993, 545, 34.

Paniek: 'Op een gegeven moment'. Gelijk aan 542, 23.

Verbintenis: 'Een man gaat schuil achter zijn bril'

[Gedichten], juni-juli 1993, 547-548, 29-30.

Onvoltooid: 'Ze is zijn vrouw. dat is een vraag', 29

Cul de sac: 'De hitte vilt het doodvermoeide land', 29

Vastberaden, ongewis: 'Ze heeft zich strijdbaar opgemaakt', 30

Heldenleven: 'Kinderen, zegt hij, zijn vaak', 30

[Gedichten], november 1993, 552, 29-30.

Genealogie: 'Een familie', 29

Exegese: 'Op een morgen staat ze daar', 30

Kringloop: 'Ze hanteert haar vork als een penseel', 30

[Gedichten], maart 1994, 556, 21-22.

Ancien régime: 'Kijk hier staan ze naast elkaar', 21

Komen en gaan: ''s Zaterdags, tussen twee veldslagen door', 21

Die Unvollendete: 'Ze werkt zich uit. Zang en publiek', 22

Ingelijst verleden: 'Waar je nu bent', 22

[Gedichten], januari 1995, 566, 24-25.

Il miglion fabbro: 'Ik kom N. geregeld tegen', 24

Concurrentie: 'Jouw knechten zijn welopgevoed en goed gekleed', 25

 [Gedichten], oktober 1995, 575, 27-28.

In afgelegen oorden: 'Soms lijken het de zomers', 27

De archieven: 'Hij is een dierenvriend', 28

[Gedichten], maart 1996, 580, 32-33.

Ascese: 'Zijn lichaam is verzwaard met dieren', 32

Routine: 'Hij kan een paard ontstemmen, 33

[Gedichten], februari 1997, 591, 32-33.

What is this thing called love: 'Ik zag hun vrouwen terug in oktober', 32

Groter dan de paarden: 'De zachtheid van paarden', 33

[Gedichten], oktober 1998, 611, 30-31.

            Moeten is een eigenschap: 'Onbekenden', 30

            Zo is de zee: 'Zee vult verslagen en verslagenen', 31

 

Bai, Juyi

Het lied van het eeuwig verdriet, april 1982, 413, 8-10.

'Han's keizer, slaaf der zinnen, zocht een vrouw, verwoestend schoon'

Vertaald uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema.

[Gedichten], oktober 1984, 443, 30-31.

Bij de verjaardag van goudklokje: 'Ik was al bijna veertig jaar geworden', 30

Bij de dood van Goudklokje tijdens mijn ziekte: 'Wie had gedacht dat tijdens eigen ziekte', 30

Goudklokje I: 'Een afgeleefde zieke man van veertig' 31

Goudklokje II: 'Wij waren, jij en ik, tot kind en vader', 31

[Gedichten], november 1984, 444, 38-42.

's Nachts een lied horend (overnachtend in Ezhou): ''s Nachts aangemeerd bij Papegaaiebank', 39

Ballade van de luit: 'In Xuyang: de Rivier. Ik deed een gast 's nachts uitgeleide', 40-42

Vertaald uit het Chinees en ingeleid door W.L. Idema.

Ballade van het zuidoosten, oktober 1990, 515, 9-15.

'Ik reisde zuidwaarts door het wijde Chu'

Vertaald uit het Chinees en voorzien van een nawoord door W.L. Idema.

Het bezoek aan het Klooster van Verlichting tot Waarheid, juni-juli 1991, 523-[524], 46-54.

'In Eerste Harmonie, jaar negen, herfst'

Correctie, 525-526, [2]. Vertaald uit het Chinees en voorzien van een nawoord door W.L. Idema.

Mijn teruggetrokken leven in een dorp aan de Wei, mei 1992, 534, 18-23.

'een heilig tijdvak is de eerste harmonie'

Vertaald uit het Chinees en toegelicht door W.L. Idema.

 

Balkt, H.H. ter

Aan de scharensliep op het Rotondenplein, oktober 1997, 599, 9-10.

'Wat veel geleien op zee, wat veel', 9

'Slijp niet langer de scharen en messen', 10

[Gedichten], november-december 1997, 600-601, 76-78.

Thema: Risico.

Wat de electronen vertellen. Over de geest van Rome, meer dan een eeuw geleden: 'Zeventig stemmen, tachtig stemmen', 76

Hymne aan de walnotenboom: 'Blijf af van de vruchten van de walnotenboom', 77

'Ook ik was in Arcadié': 'De verte verglijdt in wolken bijna Pruisisch', 78

 

Baren, Tina van (1958)

[Gedichten], oktober 2012, 779, 38-39.

De wendbaarheid van vissen: 'het gaat hier om', 39

Een zwerm vogels: 'zonder jouw ogen', 40

[Gedichten], december 2012, 780 [781], 21-23.

Hier: 'in deze regels', 21

Sub rosa: 'daarom dit hier, deze woorden', 22

De wendbaarheid van vissen: 'het gaat hier om', 23

Hetzelfde gedicht verscheen in nr. 779 met onvolkomenheden in de opmaak.

[Gedichten], augustus-september 2013, 789-790, 44-46.

Afstand: 'ze bewaart het in een kamer', 44

Nacht: 'laat mij achter met een mond', 45

De enige: 'nooit eerder stond ik', 46

[Gedichten], december 2013, 793, 13-14.

Het enige: 'je kunt wegduiken in de kraag van je jas en zonder omkijken', 33

Waar: 'als het waar is', 34

Afstrepen, mei 2014, 798, 36.

'Eerst zijn er verschijnselen, die al snel'

[Gedichten], mei 2015, 810, 21-22.

Die (eerste lezing): 'om te beginnen: ik was hier eerst', 21

Ver: 'midden in het veld', 22

 

Barnard, Benno

[Gedichten], mei 1980, 390, 39.

Op dit buiten: 'beweegt niets, een duif, ja, van oude familie'

School van de poĎzie: 'Wat soms poĎzie is staat blij voor de spiegel'

Behalve de haan (omne animal): 'Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar'

Belgische september: 'Het luieren, onwereldse geluiden als ijs'

[Gedichten], augustus-september 1981, 405-406, 28-29.

Duino, 28:

Omdat het dat was: 'Een raadselachtig slot is het, bereikbaar soms, maar'

Niet wat er staat: 'Wie zou verklaren dat zoiets bestaat, tot in'

Hierom is het: 'Een rimpelloze slaap kaatst als een spiegelglad en'

Zwarte kunst, 29:

'De steen die de wijzen traceerden'

'Wat pact met de kollen, wat heksen

'Een prachtige doezel, Doornroosje'

'Bedreven in grondig bedriegen'

'Ik kies bij het kiezen positie'

 

Barnas, Maria (1973)

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 22-23.

Continuēteit: 'Het meisje loopt de trap op. Het meisje loopt de trap met treden'
, 22

Er hangen larmoyante metaforen in de boom als dode zwanen: 'Er is een leven dat zich verwijdert van het thema'
, 23

 

Bas, Jan de (1964)

Zeven gedichten, oktober 1985, 455, 37-38.

Zonder titel: 'Het meisje', 37

Golfslagbad: 'Daar ligt ze dan', 37

De tweede Noach: 'Ik reed rond op mijn gemak', 37

Op de trap: 'Ik loop op de trap', 38

Zonder inspiratie: 'Bedroefd keek hij', 38

Wonder: 'Zondag dreef er', 38

De ode aan een zuster: 'Mijn gedachten rijmen niet', 38

[Gedichten], oktober 1996, 587, 19-21.

Het kan verkeren: 'Man huis vrouw', 19

Politiek gedicht: 'De hoofden heet', 20

Het kan vergaan: 'Nou en? Te bang', 21

[Gedichten], juni-juli 1997, 595-596, 58-59.

Gebonden: 'Hij laat de hond uit zonder hond', 58

Zo staan de zaken er voor & zo zit dat: 'Een man geeft een', 59

[Gedichten], maart 1998, 604, 10-12.

Voorhamer: 'Tok, tot, tok, tok, tok', 10

Verf: 'Bedekt bederf van gang', 11

Boor: 'Hij boort door', 12

[Gedichten], maart 1999, 616, 13-14.

And the sea opened his eyes: 'Meeuwen krijsen als kinderen', 13

Vogelperspectief: 'In de tuin zit', 14

[Gedichten], april 2000, 629, 15-16.

De ondergaande zon: 'In een kamer staat een vaas', 15

Een nieuw begin: 'Hij schreef: 'Mijn lieve schat', 16

[Gedichten], november 2000, 636, 29-30.

Balance of power: 'Uit een raam, hier ver vandaan', 29

Out (of the question): 'Met de snelheid van een slak', 30

[Gedichten], mei 2001, 642, 33-34.
Op de hoek van het bestaan: 'De vrouw achter het snackloket', 33
Een glashelder gedicht: 'Zeer voorzichtig, een heel dun glas', 34

[Gedichten], december 2001, 649, 30-31.
Omtrent de waarheid van Oostende: 'Kinderen spelen', 30
O, wat erg!: 'De man van hierboven komt', 31

[Gedichten], augustus-september 2002, 656 [657-658], 42-43.

Boer, vanuit de lucht bezien: 'De boer kijkt naar de lucht,', 42

Wanneer houdt een molen op (een molen te zijn)?: 'De molen draait en stopt', 43

Opdracht: Voor Jona.

[Gedichten], maart 2003, 664, 22-23.

Zonder titel: ‘De boerin hield beide handen in de schoot’, 22

Klap van de molen: ‘Het is druk bij de molen’, 23

[Gedichten], mei 2004, 678, 32-33.

De meeuwen: 'Regelmatig begon hij een gedicht', 32

Te liggen: 'Het is al zondagmorgen', 33

[Gedichten], december 2004, 685, 16-17.

Op visite: ‘Hij kwam op bezoek om te praten,’, 16

Gedicht om te onthouden: ‘Ik las een gedicht’, 17

[Gedichten], mei 2005, 690, 33-34.

Balance of being: 'Met de wind in de rug', 33.

De liefde van de man: 'We praten over liefde,', 34

[Gedichten], november 2005, 696, 43-44.

De waarheid van de dichter: 'Voorop de fiets van de dichter', 43

De man, de dijk: 'Hij klom en zag', 44

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 64.

Met andere woorden: 'Ik schreef het woord auto', 64

Schipper naast God: 'Ik moet niet elke keer mijn gedichten beginnen met ik,'
, 64

Met als opschrift een citaat van K3.

[Gedichten], oktober 2007, 719, 28-29.

Weg: 'Stenen zo geordend', 28

Hopen: 'Dit wachten heeft een naam', 29

[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 55.

Plakboeken: 'Een meisje poseert voor een jongen'

Mevrouw Descartes: 'Ik besta, dus ik denk'

[Gedichten], oktober 2010, 755, 45.

De zee spreekt met twee woorden: 'De zee spreekt van oude stukken wrakhout'

Huis van bewaring: 'Het huis staart met zijn donkere ogen'

[Gedichten], augustus-september 2012, 777-778, 52.

Alles met een reden: 'Ik zit niet in het gras.'

Overgave: 'Een man in witte jas'

[Gedichten], februari 2014, 795, 41.

Liefdesgedicht: 'De filosoof vraagt zich af'
Dit terzijde: 'De schapen in de weide,'

[Gedichten], november 2015, 816, 47-48.

Spandoek: 'Zie daar zijn spandoek', 47

Vliegende vader: 'Een meeuw loopt een paar meter' 48

 

[Gedichten], februari 2017, 831, 48.

          Reiger: ‘Hij staat te zwijgen over de dingen’, 48

          Hond: ‘Noem het saai en voorspelbaar,’, 48

[Gedichten], juni/juli 2019, 859/860, 31-32

          Levende vaders: ‘Ik dacht als mijn vader dood is,’, 31

          Checkpoint Charlie: ‘Ze lag op haar zijde’, 32

          Welterusten: ‘Hij slaat het boek dicht’, 32

 

Beelen, Jaap van

[Gedichten), november 1974, 324, 37.

Oktober: 'Witte wintertonen'

Openbaring: 'Beelden van een aarde'

 

Bei, Dao

[Gedichten], november 1991, 528, 26-27.

Vreemden: 'jij maakt een smak', 26

De slaapwandelaar van augustus: 'Je stenen klok van de zeebodem klinkt', 27

De sneeuwgrens: 'vergeet wat ik gezegd heb', 27

Vertaald uit het Chinees door Maghiel van Crevel.

 

Bekker, Hennie

Niet vrolijk, november 1991, 528, 37-38.

'Het is een woensdag waarop we niet vrolijk zijn'

 

Bentz van den Berg, Roeland

[Gedichten], januari 1978, 362, 34-39.

Medusa's zoon: 'Boven kale heuvels naaldbomen', 34

Zwarte sneeuw: 'Morgens kil als middernacht', 34

Proefpersoon: 'In een kamer in een wereldstad', 35

Warszawa-een cyclus, 36-39

1. 'Waar heden verleden het diepste snijdt', 36

2. 'In elk ogenblik is het zover', 37

3. 'Het dagelijks groeiend overschot', 37

4. 'Getekend over alles heen', 38

5. 'Vermist in een landschap', 38-39

[Gedichten], april 1978, 365, 36-38.

Alias, 36-37

1. 'Door de blinkende woede van zijn demon', 36

2. 'Dan is hij terug: vreemdeling', 36

3. 'Zijn verschijning is al een gebeurtenis', 37

Machinatie, 37-38

1. 'Mijn handen zijn niet langer van mij', 37

2. 'Koortsachtig betasten zij', 38

3. 'Een voor een vinden alle ledematen', 38

De baai van Solo Ipse, oktober 1978, 371, 28-32.

1. 'Opeens is daar de brug', 28

2. 'Waar hij vandaan kwam', 29

3. 'Ik droomde de electrische', 30

4. 'Halverwege de brug sta ik', 31

5. 'Geen herinnering geen verlangen', 42

 

Berghout, Cathrien

[Gedichten], februari 1998, 603, 23-24.

         Kleren klaarleggen: 'Hij neemt een aanloop in zijn slaap', 23

         Zwaar tillen: 'Met zes begint hij mee te sjouwen', 24

Verstekelingen, oktober 1998, 611, 22-23.

         Trouwfoto (1): 'Zo staan hun stoelen voor hun achtergrond', 22

         Picknick (2): 'In 't midden van de eeuw en in de hitte', 23

[Gedichten], december 1999, 625, 21-22.

            Cel van mensen kloneren mag: 'Vooral op onderdelen', 21

            Bij de wandelingen 1&2 van Jean-Jacques Rousseau: 'Hoe hij 's morgens in zichzelf',

            22

[Gedichten], mei 2000, 630, 29-30.

            Hoe oud is een wolk?: 'Een wolk verdampt verleden drijft landinwaarts', 29

            Te Rotterdam*: 'Met anderen van weinig woorden', 30

Ter nagedachtenis aan mijn vader.

 

Bernlef, J.

Pseudoniem van H.J. Marsman.

 

Bevers, Bert

[Gedichten], december 1987, 481, 33-35.

Ardea cinerea: 'alsof ze ooit op deze wereld kwam', 33

Een zanger in de wortels: 'er huist een zanger in de wortels', 33

Oude spiegel, vers zweet: 'een dichter leeft zo veel hij wil', 34

Ricochet: 'ontheemd gedraagt de dichter zich te velde', 34

Bath: 'als een spiegelbeeld lijken de baden', 35

 

Bindervoet, Erik (1962)

De intocht van Christus in Amsterdam (Een leerdicht), juni 1988, 487, 12-18.

I.s.m. Robbert-Jan Henkes.

'Langs de A4, Utrecht-Amsterdam, in de richting van Amsterdam'

Feestjes van de apecolypse, april 1989, 497, 32-33.

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. 'De valavond stond op. Zo dicht bij de kortste dag. De jongste morgen. De valt.'

De intocht van Christus in Amsterdam, juli-augustus 1990, 512-513, 22-31.

Zaterdag: 'Zaterdag waterdag koopjesdag', 22-21

Moeder: 'U liet me niet aan 't woord', 28

Aan de oever: 'kip en ei', 28

De Utrechtse Brug en Omgeving: 'Al te misse moede op de Utrechtsebrug', 29-30

Op Nederland: 'We liepen op de heide', 31

Het Boek Bert, december 1990, 517, 18-19.

'We waren met professor Bodegraven (Bert Poll) bezig het wereldraadsel op te lossen'

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. Herinneringen aan K.L. Poll.

De erfenis, augustus-september 1991, 525-526, 15-16.

I.s.m. Robbert-Jan Henkes.

'de thee staat koud op tafel'

De wereld als wil en voorstelling, januari 1994, 554, 33-37.

Eerste boek: 'Je kan niet buiten je hoofd om denken', 33

Tweede boek, 33-34

1. 'Je kan wel zoveel denken', 33-34

2. 'Het uiterlijk van je wil, zoals je wil zich voordoet', 34

3. 'Alles & iedereen', 34

Derde boek: 'Toch heb je wel eens van die momenten', 35

Vierde boek, 35-37

1. 'je kan niet plotseling iemand anders worden', 35-36

2. 'Niet voor niets is de duidelijkste & sterkste uiting van de wil', 36

3. 'Jezelf herkennen in iemand anders' 36-37.

Gedeeltelijk verleden Kadoelen (1), juli-augustus 1994, 560-561, 34-39.

'wat er niet was: 'In het huis waar wij wonden stond geen staartklok'

Gedeeltelijk verleden Kadoelen (2), september 1994, 562, 23-26.

Wat er niet meer is: 'Uit een interview met mijn moeder bleek'

Liedteksten, januari 2009, 734, 46-49.

Boheemse rapsodie: 'Is dit mijn leven wel, of is het ingebeeld', 47

Luchtvibraties: '', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Bohemian Rhapsody' van F. Mercury en 'Good vibrations' B. Wilson & M. Love zijn voor de vertalingen afgedrukt.

Liedteksten, februari 2009, 735, 46-49.

Er komt verandering aan: 'Bij de rivier stond mijn wieg', 47

'Waar gaan we heen: 'Moeder, moeder', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'A Change is Gonna Come' van Sam Cooke en 'What's going on' van Marvin Gaye zijn voor de vertalingen afgedrukt.

Liedteksten, maart 2009, 736, 46-49.

Wit konijn: 'Eén pil maakt je groter' 47

Weg op de woeste, kwaaie hei: 'Weg op de woeste, kwaaie hei', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'White Rabbet' G. Slick en 'Wuthering Heights' van K. Bush, zijn voor de vertalingen afgedrukt.

Liedteksten, april 2009, 737, 46-49.

Bergen aan Zee: Het tij zat mee', 47

Pietersberg: 'Ik besteeg de Pietersberg', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Blueberry Hill' van L.L. Stock, A. Lewis, V. Rose en 'Solsbury Hill' van P. Gabriel zijn voor de vertalingen afgedrukt.

Liedteksten, mei 2009, 738, 44-47.

Gun vrede een kans: '2, 1, 2, 3, 4', 45

Kom erin: 'Hoor wie klopt er aan de deur? Hoor wie belt er hier aan?', 47

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Give peace an chance' van Paul McCartney en John Lennon en 'Let 'em in' van Paul McCartney zijn voor de vertalingen afgedrukt.

Liedteksten, juni-juli 2009, 739-740, 60-63.

Dan loop je nooit alleen: 'Als je loopt door een storm', 61

Wij zijn de besten: 'Mijn tol betaald', 63

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'You'll Never Walk alone' van Oscar Hammerstein II & Richard Rogers en 'We Are the Champions' van F. Mercury zijn voor de vertalingen opgenomen.

Liedteksten, augustus-september 2009, 741-742, 62-65.

Geen Uitweg: 'Het plafond zit vol met scheuren', 63

Leve de koningin: 'Leve de koningin', 65

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Dead End Street' van Ray Davies en 'God Save the Queen van Paul Cook, Steve Jones, John Lydon, Glen Matlock zijn voor de vertalingen opgenomen.

Liedteksten, oktober 2009, 743, 46-49.

Schooltijd: 'Hoppa je nest uit en hup naar school', 47

De zoveelste steen in de muur: 'Pappie vloog over het water', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Schooldays' van Chuck Berry en 'Another Brick in the Wall' van Pink Floyd zijn voor de vertalingen opgenomen.

Liedteksten, november 2009, 744, 46-49.

Herinnering: 'Toen jij was weggegaan', 47

Niets dat het haalt bij jou: 'Het is nu zeven uur geleden op de twaalfde dag', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Memories' Earth & Fire en 'Nothing Compares 2 U' van Sinead O'Conner zijn voor de vertalingen opgenomen.

Liedteksten, december 2009, 745, 46-49.

Een met z'n tweeĎn: 'Denk jij aan mij en jou, ja nou', 47

Dalen diep, hemelhoog: 'Ooit had ik een lappen pop, toen ik nog klein was', 49

I.s.m. Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'Happy Together' van The Turtles en 'River Deep-Mountain High' van Ike & Tina Turner zijn voor de vertalingen opgenomen.

Liedteksten, januari 2010, 746, 42-45.

Mijn strijd: 'Mijn vriend, het einde naakt', 43

Het end: 'Dat is het end, wie je ook bent', 45

I.s.m Robbert-Jan Henkes. De Engelse originelen 'My way' Frank Sinatra en 'The End' van The Doors en zijn voor de vertalingen opgenomen.

 

[Gedicht], april 2019, 857, 42-46.

          ‘The Beauty and The Bees’, 42-46

[Gedichten] maart 2020, 868, 38-39.

Light verse, dimmende maan, bloed aan de taal: ‘Je bent weer aan het spoken’, 38

Wolkenlandschap: ‘Ik zag een oog’, 39

 

Biesheuvel, J.M.A. (1939)
[Gedichten], november 2014, 804, 4.

In de nacht: ''...dat ik heel mijn zondig leven niemand'
Tsjechov: 'Tsjechov beneemt ons'

Beek, november 2015, 816, 8-10.

'Een prachtige jongen'

Mopje, mei 2016, 822, 16

           ‘Sam & Saar’

 

Blé, Sacha

[Gedichten], april 2005, 689, 32-33.

Hoogzomer: 'Het was nog juli', 32

Glas: 'Men mint,', 33

 

Bloem, Rein

Trobar klus, 19-12-1962, 185, 20.

`voor ons ligt een gedicht'

 

Blokker Jr., Jan

[Gedichten], juni-juli 1970, 271-272, 45.

`Ik reed'

`Het bier'

`De blote Ulk'

'Het licht verdicht zich', februari 1971, 279, 27.

De verkrachter van Sjouk, april 1971, 281, 21-22.

1. `De morgen geurt', 21

2. `'s nachts', 22

3. `Die ochtend', 22

4. `Nooit zul je haar aanraken', 22

`In zwarte pakken', december 1971, 289, 14.

Het experiment, mei-juni 1972, 294-295, 20-22.

'Diep in de hal, waar'

De Augiusstal, december 1972, 301, 14-15.

'Er stroomt een rivier'

De Symplegaden, maart 1973, 304, 37-38.

'Er voer een schip'

Het paard, mei-juni 1973, 306-307, 39-43.

1. 'Ietwat bleek', 39

2. 'Ik zou het wel weten', 40-41

3. 'Die dag', 42-43

Aida, november 1973, 312, 18-20.

1. 'Wanneer je ouder wordt', 18

2. 'We vermelden', 18

3. 'Twee huizen verwachten' 19

4. 'Of anders', 14

5. 'Hier staat een huis', 19

6. 'Inmiddels weet ik', 20

7. 'Een nieuwe trap', 20

De trein, april 1974, 317, 21-23.

1. 'Daar komt al de dokter', 21

2. 'Hier denk ik nog wel eens', 21-22

3. 'Ik ben een spook', 22-23

De bus, juli-augustus 1974, 320-321, 46-48.

'En weer kom ik thuis'

De verhuizing, maart 1975, 328, 29-30.

`Zij tellen'

De bende, oktober 1975, 335, 23-25.

`Er trekt een bende'

De bedevaart, augustus-september 1976, 345-346, 44-45.

'Besproken plaatsen'

Het beeld van de dichter, maart 1977, 352, 34-35.

'Speciaal geschreven'

Een hommage, april 1978, 365, 45.

'Bestaat er nog iets'

De ontmoeting, augustus-september 1978, 369-370, 55-56.

1. 'Eens', 55

2. 'Ik had het toch', 56

3. 'Ik weet niet of het angst is', 56

Gezang voor Kanga II, februari 1979, 375, 40.

'Weer verder vergrijsd'

Drie sonnetten, augustus-september 1979, 381-382, 31-32.

1. 'Joris, jij kwam in huis in ruil', 31

2. 'Joris, wanneer jij tegen beter weten', 31

3. 'Joris, ik zweer je, het is niet', 32

Drie gedichten, augustus-september 1980, 393-394, 35-36.

1. 'Zij zijgt neer, de ogen gesloten', 35

2. 'Ik heb je voor het eerst gezien in de Laing's Nek', 35

3. 'Er is een tijd geweest dat ik naar jou', 36

'Het ideaalbeeld van een brug', december 1981, 409, 27.

Nog even spreken, februari 1982, 411, 32.

'Te weinig hebben wij elkaar gezien'

'Ik heb in Babylon een koningsgraf gezien'

'Ik heb je niet bedacht'

'Een en twintig jaar geleden stierf mijn opa', april 1983, 425, 22.

Bergen Belsen, mei 1983, 426, 28-30.

1. 'Vannacht ben ik gevlucht', 28

2. 'Er leidt een trap vanuit de kloostergang', 28

3. 'Ken je dit plein, zie je', 29

4. 'Ik leef in een archiefopname, 29

5. 'Welke Germaanse God leeft mij', 30

6. 'Altijd was jij er: Le Bec-Hellouin', 30

Een foto, mei-juni 1984, 438-439, 62.

'Er varen schepen uit, beladen'

Een foto (3), maart 1986, 460, 35.

'Gekleed naar de mode van zeven jaar geleden'

 

Boer, Erwin den

[Gedichten], augustus-september 1997, 597-598, 48-49.

Ik is: 'Ik is geen Hollandse dichter', 48

'Slapen kan je in je eentje', 49

 

Boer, Gert

[Gedichten], mei 1977, 354, 35.

Saksisch kwatrijn: 'In een stugge wal steekt gras en brem'

Te laat: '"Nu zijn wij alleen maar eenzaam"'

[Gedichten], februari 1978, 363, 34-35.

Samothrace: 'Toen alle krekels stil', 34

Avond: 'Veel gebeurde', 34

Misschien: 'Dit vervloekte Babylon', 34

Een verhaal: 'Vluchten als een dief', 35

Rubicon: 'Al wat ik schreef', 35

 

Boerdam, Jaap

Gay Head, maart 1971, 280, 33.

`Bovenop de rotsen'

[Gedichten], december 1971, 289, 17.

Waarzeggerij: `Jij vele namen dragen'

Nieuws en reklame: `Als alles over is'

[Gedichten], september 1973, 310, 46.

Moeilijk: 'Welke lijnen 's avonds verdwijnen'

Wandelingetje: 'Je ogen glijden langs'

Tremble: 'Wilgetakken slepen door de groeven'

[Gedichten], november 1973, 312, 28.

'Une impression de NorvŹge': 'Vroeger schilderde ik met plezier'

Kerkdienst: 'Op zondag stak de dominee steevast'

The swimsuit idea: 'Op de foto met de Pacific'

Badplaats in Ierland, december 1973, 313, 30.

'Voorbij de boulevard van Bray'

[Gedichten], september 1974, 322, 30-31.

Mej. M.: 'Maigret heeft zijn twee doden', 30

Lezen: 'De dingen: die ik zie zijn', 30

Historisch materialisme: 'In datzelfde rode truitje', 31

Bouwgrond: 'Het opgespoten land', 31

Zullen: 'Wat je niet zegt', 31

 

Boersma, J.M.

Rondeel, 11-07-1962, 162, 10.

Onder pseudoniem Alain Teister.

`Wanneer zij mij dat vergunde'

[Gedichten], 11-07-1962, 162, 13.

Onder pseudoniem Alain Teister.

Avondje: `We spraken rood en hoog op toon'

Veervoeten: `Elk dichtertje zingt'

[Gedichten], 25-07-1962, 164, 9.

Onder pseudoniem Alain Teister.

Toekomst: `Als die mij nogal lief zijn'

Onderwerp: `Waarover dan over mezelf?'

Zelfportret: `Ik ben voornamelijk van geen belang'

[Gedichten], 12-09-1962, 171, 9-10.

Onder pseudoniem Alain Teister.

Drie dromen

1. `Ik droomde dat ik Peter Vos', 9

2. `Stampend met zijn verdomde stokje', 9

3. `Van Theo Sontrop dromen', 10

Zoet dertig en nooit opgevist: `Wat ik ben is zo onduidelijk', 10

Opdracht: Voor J.M. Boersma

Hors concours, 17-10-1962, 176, 15.

Onder pseudoniem Alain Teister.

`Lamme Hork doet alles beter'

Opdracht aan de vioolbouwer, februari 1963, 187, 45.

Onder pseudoniem Alain Teister.

'Een lier van wilgenhout;'

's Avonds dacht de man, april 1963, 189, 39.

Onder pseudoniem Alain Teister.

'De klok die de verloren tijd'

Twee bewerkingen, april 1963, 189, 39.

Onder pseudoniem Alain Teister.

Redenen: 'Hier ben ik na lang denken positief in' (Naar H. Aldrich)

Uitverkorenen: 'Van alle vrouwen die op aarde koning kraaien' (Naar W. Irwin)

Maria Magdalena spreekt, mei 1963, 190, 42.

Onder pseudoniem Alain Teister.

'Hem achterna gelopen als een gek'

De kunstcriticus, juli-augustus 1963, 192-193, 34.

Onder pseudoniem Alain Teister.

'Radeloze Rinus heeft verdomd'

[Gedichten], januari 1972, 290, 25-27.

Onder pseudoniem Alain Teister.

'Ik ben bezig je waar te maken', 25

Terra cognita: 'Morgens als bijen grommend', 26

'De dagen met het kleine gerinkel van', 26

Sonnet: 'Zo is de nacht : gehurkt', 27

Droom: 'In een droom word je door perkamenten', 27

[Gedichten], oktober 1973, 311, 26-27.

Onder pseudoniem Alain Teister.

Treasure Island: 'My old man in a deadman's chest', 26

Het inwendige museum: 'Toen mijn vader op sterven na dood was', 26

Afscheid: 'Op een avond belde mijn moeder op', 27

Geen vuil aan de lucht, augustus-september 1975, 333-334, 31-35.

Onder pseudoniem Alain Teister.

`Verdriet in het huis van de dichter Teister'

 

Bokkel, Pim te (1983)

Gedichten, januari 2010, 746, 9-10.

Lieke: 'Alsof ze bijna huilt wanneer ze bijna', 9

Liedje: 'Als iemand hier de standaard van zijn fiets dichtklapt', 10

Cardiografie van het zeewater, oktober 2010, 755, 23-24.

1. 'Wat het water achterlaat', 23

2. 'Op elke heuvel rust', 23

3. De grond die ik besta', 23

4. De wilskracht van water', 23

5. 'Maar steeds is er het punt waarop', 23

6. 'Noem het waterplateaus -', 24

7. 'Er is geen waterpeil', 24

8. 'Er is de wassing', 24

9. 'Duizenden kustlijnen tel ik', 24

10. 'Wilskracht die uitvloeit als spoelwater', 24

[Gedichten], oktober 2011, 767, 39-40.

Vertraging: 'Een meter voor het rode sein', 39

Spionnenlied: 'Noem me Anna', 40

[Gedichten], december 2015, 817, 39-40.

'In bevroren ondergrond', 39

'onder een lage bestralende zon', 40

 

[Gedichten], april 2017, 833, 39-40.

            Het regent en je droomt (Voor Joris van Casteren):

            ‘Elders’, 39

            ‘In het schijnsel van je scherm is alles’, 39

            ‘Als onbegrensde’, 39

            ‘Kleine mensen dromen van het omkeerpunt’, 40

            ‘Het waait en elders’, 40

[Gedicht], april 2018, 845, 49.

            Indrukken: ‘In mijn kamer in de havezate weet ik niet zeker of’, 49

[Gedicht], december 2018, 853, 39-41.

            Om te betekenen:

            ‘we leerden roken in de winter’, 39-41

 

Boog, Mark (1970)

[Gedichten], maart 1998, 604, 20-21.

            Vier minuten aan een tafel: 'In de geruststellende nabijheid van een', 20

            Weer vrij nu: 'Weer vrij nu', 21

[Gedichten], oktober 2001, 647, 30-32.
Namens niemand meer: 'Dit, namens niemand meer,', 30
'Wij zijn het oneens,, 31
Het is er wel, allemaal: 'Het is er wel, allemaal, maar niet van harte. Het', 32

[Gedichten], augustus-september 2002, 656 [657-658], 12-14.

Afspraak: 'Je vertrok, zei je. Naar verre landen, zei je.', 12

In ieders aangezicht het jouwe: 'In ieders aangezicht het jouwe, in ieders', 13

Het gedrag slechts: 'Het gedrag slechts om mee aan te tonen', 14

[Gedichten], mei 2003, 666, 10-13.

                                                                                                                                                         De berusting: ‘Is er met het spelen in de tuin tijd verdaan?’, 10

                                                                                                                                                         Mij, schaap: ‘ Mij, schaap, overkomt niets daan wat de herder wil’, 11

                                                                                                                                                         Als gieren: ‘Als gieren, hyena’s, palingen’, 12

                                                                                                                                                         Men verdraagt zich maar moeizaam: ‘Men verdraagt zich maar moeizaam’, 13

[Gedichten], december 2003, 673, 12-13.

                                                                                                                                                         Onze afwezigheid: ‘Onze afwezigheid was verklaarbaar’, 12

                                                                                                                                                         De kamer, zonder leegte: ‘De kamer, zonder leeegte, is niets’, 13

[Gedichten], mei 2005, 690, 7-9.

Dat je me niet kent: 'Dat je me niet kent', 7

Aan de rand: 'Aan de rand van het verstand gekomen,', 8

Je grijze ogen: 'Je grijze ogen. De tijd een kind', 9

[Gedichten], december 2005, 697, 9-11.

Einde: ‘Zo te zeggen: ‘einde’. Op deze manier.’, 9

Dit mag: ‘Dit mag een troosteloos bestaan zijn’, 10

En het vlees: ‘ En het vlees werd woord’, 11

[Gedichten] maart 2006, 700, 10-11.

Tuin: 'Besproei de tuin, ontken de nutteloosheid.', 10

De terugweg: 'De terugweg was heel anders. Zelfs de wind', 11

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 5-7.

Grammatica: 'Je afwezigheid is adembenemend'
, 5

Deur: 'Op zoek naar de vraag'
, 6

De laatste stad
: 'De hotelkamer is alleraardigst.'
, 7

Men bezadigt, juni-juli 2006, 703-704, 80.

'Men bezadigt. Niets dat daaraan helpt.'

[Gedichten], november 2006, 708, 8-10.

Ten dode!: ‘Ten dode! Nu of nooit!’, 8

Daar: ‘Daar: slaap!’, 9

Omcirkeld: ‘Wij, omcirceeld, aangewezen’, 10

[Gedichten] , december 2007, 721, 13-15.

Som: 'Stormen rond het huis werpen afval tegen de ruiten', 13

Geen verdwijnpunt', 14

Tram: 'Gekozen vervoermiddel: tram', 15

[Gedichten], mei 2008, 726, 16-17.

Wij zijn genummerd: 'Wij zijn genummerd', 16

Klem: 'Rond de borst de kleding', 17

[Gedichten], februari 2009, 735, 7-10.

Naast ieder wieg: 'Naast iedere wieg een fee', 7

Betreffende begin: 'Elk begin is een vernietiging', 8

Het boze: 'Onderaan de trap, bovenaan de trap ook', 9

Zijn ark: 'Zijn ark bij de doop al gezonken', 10

[Gedichten], februari 2010, 747, 7-10.

Aandoenlijk is de mens en klein: 'Aandoenlijk is de mens', 7

Al dat streven: 'Al dat streven – floep', 8

Voldoende blind: 'Voldoende blind voor het kleine en het grote', 9

Je loopt, je moet: 'Je loopt – je moet, je bent atleet, wilde dat worden –', 10

De golven en het breken: 'Je ziet er de golven in en het breken', 10

[Gedichten], februari 2011, 759, 21-22.

Kijk dan toch: 'Kijk dan toch hoe mooi het is, alles!', 21

Men moet: 'Je kunt niet alles weten', 21

Gered: 'In de prullenbak?', 22

Wat doe je eraan?: 'Wat doe je eraan?', 22

[Gedichten], juni-juli 2013, 787-788, [5]-[7].

Late lente: 'Als een oceaanstomer nieuw', [5]

Rolluiken: 'Rolluiken donderpreken de stad dicht', 6

Kabbelen: 'Komaan komaan! Het loopt helemaal niet af', [7]

Eeuwige jeugd: 'Jeugd is eeuwig', [7]

[Gedichten], juni-juli 2015, 811-812, 13-16.

Code: 'Dat het in code helderder is,', 13

Pogingen: 'Pogingen niets te veranderen', 14

In de stad: 'In de stad het opengebrokene', 15

Deze uitbarsting: 'Deze uitbarsting van natuur, stad geheten,', 15

Strijd: 'In de strijd tussen taal en wereld', 16 

[Gedichten], mei 2016, 822, 41-42.

            Het kraakt…: ‘Het kraakt in de vouwen van het kleed’, 41

            Het regent niet: ‘Dat je zegt:’Hé, kijk, Godot,’, 41

            Zo: ‘Het gaat altijd zo: verkeerd. Daarna’, 42

            Hand in hand: ‘Schaterlachend dansen wij het korenveld in.’ 42

[Gedichten], januari 2017, 830, 14-16.

            Als er nu: ‘Als er nu maar iets verandert.’, 14

            Zie de vogels: ‘Net voor de Kreeftskeerkring, vermoedende’, 15

            Nooit herfst: ‘Deze wereld en die ernaast, de verschovene,’, 15

            Twee merels: ‘Zo eenvoudig kan een dag zijn.’, 16

[Gedichten], januari 2019, 854, 7-10.

            Vogel, 7

            Geen vogel, 8

            Onder ons, 9

            Gelieve, 10

[Gedichten], juni-juli 2020, 871-872, 13-15

‘Barnsteen’, 13

We zijn te goeder trouw, 14

Mensen waarvan, 15            

 

 

Bootsma, Karen

Vijf gedichten, juli-augustus 1984, 440-441, 42.

'ik ben hier niet voor niets'

'kind'

'begraaf me niet'

'elke vis'

'samenhang'

 

Borges, Jorge Luis

[Gedichten], augustus-september 1971, 285-286, 42-45.

De bewaarder van de boeken: `Daar liggen de tuinen, de tempels en de rechtvaardiging van de tempels', 42-43

De gauchos: `Wie had ze moeten vertellen dat hun voorouders van over zee waren gekomen', 44

Lof van het duister: `De ouderdom (dat is de naam die andern hem geven)', 45

Uit: Elogio de la sombra (1969). Vertaald uit het Spaans en ingeleid door J. Lechner.

 

Boskma, Pieter

[Gedichten], augustus-september 1992, 537-538, 36-37.

'er komt een klein vliegtuig over, terwijl de hemel betrekt', 36

'als betrof het rosse westerlicht een hoerenstreek', 36-37

'wel draafde hoog te paard een prins met zwaar teutoons accent', 37

'katers overal. speedy causerieĎn', 37

Gedichten uit: De Maartse adem.

Nostalgische priĎlen, mei-juni 1994, 558-559, 33-34.

I 'ga niet ruggelings in de nostalgische priĎlen', 33

II '...of in de violette winter waar de jeugd patent op heeft', 33

III 'ooit zal liefde heersen', 34

 

Bourgonje, Fleur (1946)

Zondagskinderen, februari 2014, 795, 32-34.

1. 'Het is zondag, je zou het niet zeggen', 32
2. 'Zelfde dag, andere plek.', 33
3. 'Twee vrouwen op zondag.', 34

Kringloop, oktober 2014, 803, 37-40.

I 'Op de tweede dag van de maand november ontgrendel je het hek', 37

II 'Er ligt een perceel brak, daar moet je niet zijn', 37

III 'Achter je knarst het hek. Herinneringen lopen het kerkhof op', 37

IV 'Hier is het. Hier heb je twee keer in zwart gestaan', 38

V. 'Je vraagt je af of ze elkaar omarmen, of botten kunnen reiken', 38
VI 'Je vader. Je moeder. De draagbaar met herinneringen komt', 38

VII 'Niet eerder waren de bladeren zo geel voor ze de takken loslieten', 39
VIII 'Het dorp begint zich door het het te wringen met armen', 39

IX 'Daar sta je, omringd door vreemdheid. Op je geboortegrond', 39

X 'Kennis is macht. En: Wij zijn niet bang, maar doodsbenauwd', 40

XI 'Je blijft achter. Om te ruimen wat al geruimd is', 40

[Gedichten], maart 2015, 808, 19-20.

Maison de chasse: 'Daar huizen ze vandaag. Daar laten ze', 19

Het besterven: 'Hier hangt de haas. Aan een haak. Hij is dood.', 20

[Gedichten], februari 2017, 831, 34-36.

        Zusje:

        ‘Zo zie ik haar. Zo staat ze’, 34

      ‘Hier kijkt ze blij. Ergens in het zuiden’, 34

      ‘Zo is het gegaan. Altijd wachten’, 35

      ‘Nu ligt ze in waan gehuld,’, 35

      ‘Verzin maar wat, denken wij, doorwoel de tijd’, 36

 

Brands, Wim (1959 - 2016)

[Gedichten], juni-juli 1979, 379-380, 51.

Herfst: 'fantastisch'

Gedicht: 'in een woord/de'

Wachten: 'wachten terwijl je'

De trein, maart 1980, 388, 31.

'Zwalkend beweegt de man zich door'

[Gedichten], juni-juli 1980, 391-392, 20.

Melancholisch schouwspel: 'Aangevreten door roest'

Florence: 'Zwervers, mismaakten'

Dichterlijke vrijheid: 'De draaimolen staat stil'

Het proces, november 1980, 396, 25.

'In een hoek gezeten tik ik'

[Gedichten], februari 1981, 399, 24.

Het witte doek: 'Hoe paradoxaal hij'

De overlevende: 'Terwijl een waas het'

[Gedichten], mei 1981, 402, 23.

Het station: 'Viel de essentie van de'

Zelfontbranding: 'De mist, ook die dag'

[Gedichten], augustus-september 1981, 405-406, 52-54.

Sehnsucht: 'De deur staat plotseling', 52

Landelijkheid: 'De Hofstee, Onze Hoek: de opschriften zijn', 52

Maalstroom: 'De tredmolen zijn wereld', 53

Reprenez le mouvement: 'Nadat hij de speer in de hals van', 53

De jager: 'Hij trekt geen rechte lijn', 54

De achtervolging: 'Aan het eind van de zomerse avond', 54

Vier Gedichten, november 1981, 408, 30-31.

Kleine Engelenburg: 'Waar mijn voorvaderen het bankpersoneel', 30

De Vlucht: 'Landverhuizers op klaarlichte dag', 30

Het slachtoffer: 'Het landschap : tot aan de horizon', 31

Het spiegelgevecht: 'Alle verhalen moesten betrekking hebben', 31

[Gedichten], februari 1982, 411, 40.

Winters tafereel: 'Brandweerwagens slippen'

Verstoten: 'Tijdens de kermis-nog steeds'

[Gedichten], juni-juli 1982, 415-416, 22-25.

Alledaags: 'Zacht snorrend over', 22

Straf: 'Samen gingen ze naar de zolder', 22

Het einde: 'De oude Chinees', 23

De gekken: 'Geglimlacht wordt er als', 23

Herkansing: 'De jeugdvriend', 24

De kolonie: 'Het spel eindigde onvermijdelijk', 24

Herinnering: 'Waar hij toen het konijn ving', 25

Bomkrater: 'Dicht gegroeid het pad naar de plas', 25

[Gedichten], december 1994, 565, 22-23.

Mes: 'In deze nacht woont een arme familie', 22

Pas: 'Het meubilair in deze hotelkamer staat er', 23

[Gedichten], december 1995, 577, 24-26.

De krengenput: 'Ik heb nooit een ezel gehad', 24-25

'Zodra ze wakker is reikt ze naar', 26

[Gedichten], april 1997, 593, 22-23.

'Zoals een paard van zijn nek houdt', 22

'Schoonheid, zei een blinde, is een zee...', 23

[Gedichten], april-mei 1999, 617-618, 61-63.

            'Het alledaagse kent geen sleur', 61

            'Mijn bijna dode hond', 62

            'het was zes uur in de ochtend', 63

[Gedichten], juni-juli 2001, 643-[644], 13-14.

Kloppers: 'Hij kreeg steeds minder vat op zijn gedachten', 13
Voor Jim: 'Denk als het leven je zwaar valt aan Jan Wassink, die aan het begin', 14

[Gedichten], december 2002, 661, 15-16.

'Op de laatste foto draagt ze een kerstmuts,', 15

'Op een stadsplattegrond wilde ze lijnen', 16

[Gedichten], mei 2003, 666, 19-21.

            ‘Elke ochtend gaat ze de oceaan op’, 19

            ‘ Ik hou van zulke vrouwen’, 20

            (vrij naar Wolf Wondratschek)

            ‘Een oude kroniek – of moet ik spreken van legende? –‘, 21

            (vrij naar Alice Becker-Ho)

[Gedichten], oktober 2003, 671, 17-18.

            ‘Toen hij zijn straf had uitgezeten’, 17

            ‘Na al die jaren, de heuvel is nog steeds kaal’, 18

            (vrij naar Spencer Reece)

[Gedichten], maart 2004, 676, 12-13.

'De giraffe komt van Neptunus', 12

'Er vloog een spreeuw', 13

[Gedichten], augustus-september 2004, 681-682, 31-32.

Open het raam: ‘Ik ben nuchter’, 31

‘Ze legt de telefoon neer en zegt O, Annie’, 32

[Gedichten], december 2004, 685, 9-10.

‘In het voorportaal: als elke bezoeker Jezus’, 9

Ruimtevaart: ‘Mijn grootouders geloofden niet dat een mens’, 10

Ruimtevaart, juni-juli 2005, 691-692, [inlegvel]

'Mijn grootouders geloofden niet dat een mens’

Reclame voor het poĎziefonds van uitgeverij Nieuw Amsterdam. Uit de bundle Ruimtevaart.

[Gedichten], augustus-september 2005, 693-694, 25.

'Weg rennen kinderen'

'Liet al zijn bonnen bewaren'

’Rails in de ondergrondse'

Annotatie: Onderschrift: (Vrij naar Charles Reznikoff).

Thema: Eros & Thanatos

'Stop de oude kogel in je zak,' maart 2006, 700, 64.

Onderschrift: Vrij naar Charles Reznikoff.

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 74-75.

'In de haven lag een schip, aan de reling', 74

'Ik bevind me op', 74

'De hond blaft elke avond', 75

[Gedichten] januari 2008, 722, 34-35.

Staldeuren: 'Ik belde je en vroeg', 34

'Hij vraagt me waar hij is, ik vertel', 35

[Gedichten], april 2008, 725, 21-22.

Wat ze geheim hield: 'Ze belde haar kennis die haar en haar vriendin sinds jaren', 21

Hun geheim: 'Deze steen, waarop haar voeten al jaren rusten,' 22

[Gedichten], mei 2008, 726, 19.

'De vissers vertelden dat z op een dag',

Ze keken naar het schilderij, vonden het'

[Gedichten] januari 2008, 722, 34-35.

Staldeuren: 'Ik belde je en vroeg'

'Hij vraagt me waar hij is, ik vertel', 35

[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 15.

Een grap zonder clou: 'Ik prijs de oude Chinezen die me een paar woorden'

Nauwelijks: 'Er is nauwelijks een verhaal'

[Gedichten], mei 2009, 738, 32-33.

'Sinds vanochtend weet ik waarom engelen soms verdwijnen', 32

'Wees blij met wat er fout gaat: Auden schreef', 32

'Als je wilt weten hoe het dichttalent', 33

[Gedichten], oktober 2009, 743, 4.

'Een storm dreigt, de lucht is al hysterisch'

'Hij leerde'

Voor Peter Muller.

'Mijn grootvader maakte elk jaar de graven van familieleden schoon', december 2009, 745, 39.

Denkende voeten, november 2010, 756, 31-32.

Litscher: 'Een pelgrimage van 6788 kilometers', 31

Tati: 'Hij ziet een man die een bank schoonveegt, een krant uitvouwt', 31

Ai weiwei: 'Hij liet een Chinees dorp honderden miljoenen', 32

Carver: 'Ik denk aan hem terwijl ik mijn huis opruim', 32

[Gedichten], februari 2011, 759, 46-47.

Afscheid van de vaste lijn: 'Onze eerste telefoon hing in de gang, naast de koffiemolen', 46

Meneer Klaassen plukt appels: 'Ze zeggen dat je na je zestigste niet meer', 47

Vrij naar Tom Warner.

[Gedichten], mei 2011, 762, 22-23.

In memoriam Christiaan Berk: 'Je kunt de man zijn die op maandagochtend de tram naar de stad neemt', 22

Geen longen: 'Mijn moeder verbood ons achteruit te lopen', 23

[Gedichten], juni-juli 2011, 763-764, 36-37.

'Ze weet soms nog waar ze is, als ze voor haar huis danst', 36

'Ze hebben kaartjes voor het ballet maar zijn eigenlijk doodmoe', 37

(vrij naar Wolf Wondratschek)

[Gedichten], november 2011, 768, 4-5.

'Voor hij begon met repareren nam hij de omgeving in zich op', 4

'In het bos buigen de herten', 15

[Gedichten], maart 2012, 772, 6-7.

'Ik hou van paarden', 6

'Mijn vader zat elke avond', 6

'Toen hij The Tree of Life zag', 7

[Gedichten], mei 2012, 774, 24-26.

'Een vriend zag de kamers', 24

'Het beg on met doden. Op welke afstand', 24

Eenzame uitvaart: 'Zo heb ik het me bedacht: op een doordeweekse avond wilde ik', 25
In memoriam Johanna Francisca de Bie.

Monopoly: 'We zaten als luie landheren rond het bord', 26

Vrij naar Paul Farley.

Grafschrift: 'Ik moet ook', 26

[Gedichten], november 2012, 779 [780], 18-19.

'Zomer, tijd waarin mensen inpakken', 18

'Hoogzomer, in de poort worden', 19

'Opeens was hij bang, zo bang', 19

Wat poĎzie is, januari 2013, 781 [782], 49.

1. 'Mark Twain schreef dat Tom zijn'

2. 'Als je zeven jaar van huis gaat'

[Gedichten], april 2013, 785, 49.

'Geest, ik huis in'

'Ze zaten met gesloten ogen'

[Gedichten], februari 2014, 795, 7-9.

Eenzame uitvaart: 'Ik heb het nog nooit tegen iemand gezegd:', 7
In memoriam Ralf Schelkes.

Hof van Eden: 'Ik zal het missen, de ochtenden waarop', 8
Voor Nikki.

Troost: 'In de eerste nacht nadat ik had', 9

'dertig jaar sinds zijn ouders verdwenen', april 2014, 797, 4.

'Ik heb je brief die zo slecht leesbaar is', juni-juli 2014, 799-800, 4.

Eenzame Uitvaart, november 2014, 804, 48.

'Een landgenoot van je klampt me regelmatig aan'
'I.M. Benny John M.'.

'Hij vertelt me hoe hij haar optilde', mei 2015, 810, 49.

'Ik kan je huiskamer dromen', juni-juli 2015, 811-812, 65.

Kostverlorenkade, november 2015, 816, 38.

'Wandelend langs het water lees ik elke ochtend'

[Gedicht], januari 2016, 818, 38.

            (vrij naar Austin Smith) Tsjechov: ‘Ze zeggen dat je waarschijnlijk tbc opliep van de boeren’, 38

Gedicht, april 2016, 821, 48.

           ‘in een woord/de’ – Een van de drie gedichten waarmee Wim Brands debuteerde in Hollands Maandblad 379/380, opnieuw afgedrukt bij zijn overlijden.

 

Brandt Corstius, Hugo (1935)

Voor R., april 1963, 189, 43.

Onder pseudoniem Apherdiano (X-3).

'hovaerdicheyt'

Een jaar later, april 1964, 201, 32.

Onder pseudoniem Apherdiano (X-3).

`Achtere appel afslaen'

Leven en niet laten leven, april 1965, 213, 22.

Onder pseudoniem Raoul Chapkis.

`Er staat een boom in het Vondelpark'

[Gedichten], april 1965, 213, 31.

Onder pseudoniem Raoul Chapkis.

Wat ik in 1957 in een week meemaakte: `Maandag'

Wat ik in 1965 in een week meemaakte: `Maandag'

Uit de omgekeerde Van Dale, februari 1971, 279, 37-38.

Onder pseudoniem Battus. Retrograde opsomming uit Van Dale.

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 66-67.

Onder pseudoniem Battus.

Délirant rietland: 'Donkerblauwe landbouwstreek'
, 66

Mondelinge minnegloed: 'Bloedkoralen koolbladeren'
, 67

[Gedichten], april 2007, 713, 41.

'Onderweg naar de galg'

Schoenen: 'Een wand vol schoenendozen wilde hij'

Je zag en zei, juni-juli 2008, 727-728, 9.

Onder pseudoniem Raoul Chapkis.

'Je knikt van ja en van beneden'

Je zag en zei, augustus-september 2008, 729-730, 4.

Onder pseudoniem Raoul Chapkis.

'Je knikt van ja en van beneden'

Naturen, november 2008, 732, 45.

'Bittere hitte woei over donkergroene hemel', 45

Onder pseudoniem Raoul Chapkis.

Nonnettes, augustus-september 2009, 741-742, 12-14.

'Je moet nooit aan nikkel likken', 12

'Waar woon jij eigenlijk in Doorn? Noord', 13

'Waarom denk je aan kopestaal? Loperstaak!', 14

Onder pseudoniem Daan Gramman.

Letterruilgedichten, augustus-september 2009, 741-742, 12-14.

Onder pseudoniem Daan Gramman. Zie augustus-september 2009, 741-742, 10-11.

Ruil van eerste en laatste letter: 'Je moet nooit aan nikkel likken!', 12

N.a.v. Pot tot Neet: 'Waar woon jij eigenlijk in Doorn? Noord!', 13
Ruil van laatste en eerste letter: 'Waarom denk je aan koperstaal? Loperstaak!', 14

O daar bent U – ironie op uw tronie, december 2010, 757, 9-11.

'Alom geniet men van een Blom'

Ja Ze Is Nu Op, januari 2011, 758, 29-31.

Van KleiNSTEe naar uiTSNuRK, februari 2011, 759, 15-17.

Wat er in m'n kop rust, maart 2011, 760, 32-34.

Oud draaiaard duo, april 2011, 761, 34-35.

Vers vers, mei 2011, 762, 36-37.

Vriesdiep, juni-juli 2011, 763-764, 38-39.

Barbaarse tweelingspier onooglijk, augustus-september 2011, 765-766, 34-35.

Abracadabra Tegengestelde Crisisinrichting Blijspelschrijverij Pornoshopfoto Huwelijksgeluk Aanbevelenswaardig Tweederangsverkeer Reisgelegenheid LiefdespoĎzie Koopmannenkantoor Goederenvervoer Uitverkoopbesluit, oktober 2011, 767, 26-27.

MeDeKLiNKeRS RuiKeN LeuK DoM, november 2011, 768, 40-41.

Theocide? Ga!, december 2011, 769, 36-37.

Partijdige medeklinkers, januari 2012, 770, 31.

'Godin zei gedag tegen goudoom'

Palindroomkust, februari 2012, 771, 33-34.

'Paranoēde pruilde ik doelrijp op de duinreep.'

Laten talen vertalen verlaten, maart 20012, 772, 30-31.

'Generaal denkt: 'Kaartengelden!''

Nies is vies. Pies is kies, april 2012, 773, 42-43.

'Absenties werden frequent toen de wind zo hard blies.'

Dit idee is simpel, mei 2012, 774, 34-35.

'Barbaren zijn het die roepen 'Abracadabra!''

Mensenarm mierenrijk: kretenrijm, juni-juli 2012, 775-776, 32-33.

'Denkbeeld: deugdelijk kleinkind.'

Korstius wil bij de kaas, augustus-september 2012, 777-778, 36-37.

'Adeldom is heerlijk bezit, maar is echt elke heer van adel dom?'

Mot altijd achterop het Franse mot, oktober 2012, 779, 28-29.

'Arts helpt als je ziek bent, maar in Frankrijk geniet je van de arts'

Woord, word word!, november 2012, 779 [780], 38-39.

'Angel doet je pijn, maar aangeland in Engeland is de heerlijkste droom een angel.'

Sproei eiervlaai, december 2012, 780 [781], 38-39.

'WC: Au! Snee iets? Druipt aambei? Grootmoe uitvraat?', 38

Roulaties, roulaties, roulaties, januari 2013, 781 [782], 42-43.

Zwemseizoen van carriŹre-vrouwen, februari 2013, 782 [783], 38-39.

'we varen vier uren over zee, waarover we ooievaars zien razen en waarin we zeemeerminnen'

'Hugo had haast: historicus hitst honoraria hartstochtig', maart 2013, 783 [784], 30-31.

[Gedichten], april 2013, 785, 38-39.

Marmer: 'Daden noemen wij de stoute dingen die we expres deden', 38

Bosbes: 'doden was wat wij als soldaten met grote animo deden', 39

Eerste letters verste zetters, mei 2013, 786, 32-33.

'Aäron was baron, en dus frisser dan een grisser'

Mannenbordeel: interromperen!, juni-juli 2013, 787-788, [27]-28.

'Vergasten van vrienden deden jullie toen jullie je vergisten'

 

Brassinga, Anneke (1948)

Acht gedichten, januari 1988, 482, 31-33.

Voor nu en altijd: 'De bomen in schemer het zwartst', 31

Scheur: 'Dichten is een schuur', 31

Nachtregen: 'Zweet breekt uit de muren', 32

Maart: 'Onder stammen staat het blank', 32

Zoet: 'Bitter vreemd wie wordt liefgehad', 32

Stilleven: 'In boerenbos hurkt landjuweel', 33

Buiten, herfst: 'De bliksem heeft mij niet geraakt', 33

Appels van Cézanne: 'Dat zijn pas gloeilampen', 33

[Gedichten], juli-augustus 1988, 488-489, 40-42.

Boomgaard: 'Als ging nooit verloren', 40

Nabestaan: 'Hond die onder de aarde dwaalt', 40

Rond: 'Elke maand is de maan vol', 41

Wijn: 'Zeg ja en alles spiegelt', 41

Over zee: 'De groene weiden', 41

Nocturne ą la Turner: 'Terwijl gedachten onder zeil', 42

Kwartet voor een cellist:

De eerste viool: 'Liefde baart klank, geen omweg', 42

Tweede viool: 'Liefde's geest, van snaren muggen-', 42

De alt: 'Liefde baat smart, mateloos gedeeld', 42

De cello: Liefde is maat, ademend voortgaan', 42

[Gedichten], november 1988, 492, 18-20.

Vlier en springbalsemien: 'De liefde voor haar trossen', 18

Tuinman Zon: 'O blonde jonkman in het groen', 18

Ik hoor mijn geliefde: ''k Hoor mijn geliefde pruimen eten', 19

Mais: 'Wit is de lucht, zilver breekt', 19

Tafel van twee: 'Trees heeft', 19

Oosterpark: 'De reumatiekplant kijkt naar buiten', 20

Bei der Kreuzeiche: 'Volbracht: alles', 20

[Gedichten], april 1990, 509, 13.

Dood door zon: 'Het wieken 's nachts boven steden'

Beginsel: 'Laat iedereen zien het schoon'

[Gedichten], oktober 1990, 515, 28-29.

Het Elze op 4 mei 1990: 'Vier wanden en een blauw plafond blijft', 28

Wereldbeeld: 'Een zee ach zonder water', 28

Het hoge noorden: 'De zee woelt en rolt', 29

Noodlot: 'Op hun plaats zijn ze nergens', 29

De woning in Thule: 'Een Viking in de uithoek van zijn leven', 29

Bij een overdosis motteballen, april 1998, 605, 10.

            'Broodkorstje, halfdoodborstje tikt aan het raam -'

[Gedichten], februari 2000, 627, 17, 18.

            Verhuisbericht voor Th. C.: 'Ik ben al vaak door mijzelf op straat gezet', 17

            Fondamente Nuove: 'Schoonheid zei Stendhal, is nooit iets anders', 18

 

Breemen, Herman

[Gedichten], mei-juni 1994, 558-559, 31-32.

De hel: 'Hij zei, net uit de hel terug', 31

De moeder: 'Pas in haar doodkist kwam zij weer opnieuw', 32

 

Breukers, Chrétien (1965)

[Gedichten], november 2001, 648, 12-14.

'Vlees ben ik. Van hem, van haar,van hen', 12

Vaardigheid: 'Handen met een vaardigheid die mij', 13

'Het is niet anders: als taal ben', 14

Anatomisch alfabet, [april] 2002, 653, 17-19.

'Aards is het lichaam, maar anders;'

Opdracht: Voor Nicole.

[Gedichten], maart 2003, 664, 27-28.

Wiegelied: ‘Mijn geboortegrond, daar ben ik ooit’, 27

Uiterlijk: ‘Het is een kop die ik ongezien’, 28

[Gedichten], maart 2004, 676, 31-32.

De dirigent: 'Ik wil een gedicht zoals het was', 31

Kamermuziek: 'Was ik een componist, ik maakte', 32

[Gedichten], oktober 2005, 695, 41-42.

Vanuit mijn wieg I: 'Alsof je in een bloedblaar hebt geprikt. Het leger', 41

Vanuit mijn wieg II: 'Mijn vader is mijn zoon. Ik ben mijn moeders hoeder.', 42

Het werd gemist, juni-juli 2006, 703-704, 62-63.

I: 'Het werd gemist. Niet hevig,', 62

II: 'Maar wat het was? Duizendschoon,', 63


[Gedichten], februari 2008, 723, 38-39.

En niet de dood: 'Oorverdovend stil. Hij slaapt nu niet. Hij is gestorven', 38

Ik ben voorzegd, verwekt, vermoord: 'Ik ben ter helle neergedaald. Via de trappen', 39

[Gedichten], augustus-september 2015, 813-814, 41-42.

Duizend stappen: 'Ik de wolken werd je naam door grote handen geborduurd.', 41

Schroeit: 'Vandaag ben ik in Utrecht en het schroeit. In de voortuin', 41

Storm 1: 'Fietsers zwoegen op de brug. Een gordijn van regen', 42

Storm 2: ' 'Schuin achter het standbeeld staat een man', 42

 

Brink, A.E.W. van den

Mijn grootvader, december 1965, 221, 16.

`mijn grootvader'

 

Brouwers, Jonathan

[Gedichten], augustus-september 1999, 621-622, 25-26.

            'Ooit mathematisch gedroomd?', 25

            'Zo'n achteloze tak', 26

            Debuut.

 

Brown, Adrian (1966)

Vier gedichten van Adrian Brown, december 2008, 733, 45-48.

'De stemmingen van mijn lief hadden hun vier seizoenen', 45

'Jouw afwezigheid holt een nis in mijn hart uit', 46

Herfstkatapult: 'Riskant is het nu om te lopen', 46

De beproeving van een lezer: 'Aanzienlijk het bedrag dat ik betaalde voor deze delen', 47

Vertaald uit het Engels door Hafid Bouazza. De Engelse originelen zijn onder de vertalingen afgedrukt.

 

Brunia, Iris (1977)

[Gedichten], augustus-september 2009, 741-742, 34-35.

Laten we mijn lichaam delen: 'zo om de week, en afwisselend een weekend', 34

Alibi: 'het bleek dat de woorden nu stiller zijn. Jij zei: champignons', 35

Wild Card, februari 2011, 759, 37-39.

– Beweeg je: 'Het eindigde die ochtend', 37

– Sneller, sneller: ' Ik hield een haan ondersteboven', 37-38

– Waarom zou je: 'Vergeten wat zich voltrok', 38

– En rende weg: 'Je rukte de vis uit de alg', 39

Kruimels, oktober 2011, 767, 21.

'Zoals je vandaag je handen omhoog hield'

 

Buddingh', Cees

Ode aan een toch wel zeer gelukkig toeval, december 1974, 325, 20-21.

'Het staat er nog steeds, mijn geboortehuis'

Tien strofen voor Gerard Stigter, april 1975, 329, 26-27.

`Het lijkt onvoorstelbaar, maar toch: eenmaal moet er een tijd'

Ode aan een schaal met suikerklontjes, april 1975, 329, 28.

`Weten jullie nog jongens-maar wat een retorische vraag'

Vier strofen voor Remco Campert, oktober 1975, 335, 33-34.

`Sinds Buddingh', heb je geschreven, Remco, verwachten'

In memoriam Po Tjiu I, april 1976, 341, 39-40.

'Ik weet vrijwel niets van je af een paar schaarse gegevens'

Drie gedichten, april 1977, 353, 24-25.

Nu en dan: 'Toch een van West-Europa's beste slapers', 24

Keukenkastje: ''t Blijft wazig, als het om je vroegste jeugd gaat', 24

Vrees niet: 'Vrees niet: ik maak nog regelmatig grapjes', 25

Acht gedichten, mei 1977, 354, 20-23.

Neigus d'antan: 'Vanavond, 'k ging een brief doen op de post', 20

Natuurkunde: 'Je zit in het natuurkundelokaal', 20

The peace wich passeth understanding: 'De telefoon gaat. Ik neem op: "Buddingh'"', 21

Bordje: 'Voor iedereen en alles onbereikbaar', 21

Steegoversloot: 'Kindertijd, rijk van grotten en spelonken', 22

Misschien: 'Misschien ga 'k nog een keer in Londen wonen', 22

Ik hoor het Gerard Goudriaan nog zeggen: 'Jij ziet eruit, of je geleden hebt', 23

Leeuw en vosje: 'Mijn vader kon zo prachtig voor leeuw spelen', 23

[Gedichten], december 1977, 361, 32-33.

In moedeloosheid geschreven: 'Ook Günter Bruno Fucha is uit de tijd', 32

Iets over lente en treurwilgen: 'Treurwilgen zijn altijd het eerste groen', 32

Zegt men: 'Je moet, zegt men, een keer volwassen worden', 23

Kleine ode aan een al lang dode keizer: 'Meiregen. Mist. Pufhitte. Hagelbuien.', 23

[Gedichten], maart 1978, 364, 41-42.

Razzia I: ''t Leven was heel onwezenlijk in die dagen', 41

Razzia II: 'Als toen die ene Duitser fout gewild had', 41

Naar aanleiding van een oud fotootje: 'Dat gekke ventje op die vacht ben ik', 42

Wat dat betreft: 'Ik heb het weer zo druk als een klein baasje', 42

Vier gedichten, augustus-september 1978, 369-370, 42-43.

Bonenpaadje 1: 'Op zondagmiddag gingen we vaak wandelen', 42

Bonenpaadje 2: 'Later werd het 'n heel ander Bonenpaadje', 42

Bonenpaadje 3: 'Vandaag vind je het nauwelijks nog terug', 43

Die eerste nacht: 'Die eerste nacht, dat we door Londen reden!', 43

 

Budé, Frans (1954)

Ergens het bos, juni-juli 2004, 679-680, 40-42.

'Niet alleen het knarpen, vanwaar het komt', 40

'Een vogel ontvlucht zijn plek, stijgt op,' 41

'Beweging die om aandacht vraagt, stipjes', 42

[Gedichten], oktober 2007, 719, 15-16.

Zonder buren: 'De omtrek van een tuin, boom', 15

Zwaluw: 'Een fletse dag en toch heel hoog zwaluwen', 16

 

Burger, Wilma

[Gedichten], maart 1971, 280, 25.

De kwekerij: `Noach kweekte een roos'

Spinnen: `Noach zat in een hoek tussen de spinnen'

 

Burnier, Andreas

Pseudoniem van C.I. Dessaur.

 

Burns, Emma (1980)

[Gedichten], maart 2007, 712, 19-21.

Ken je dat: ‘Waarvan het gemaakt is’, 19

Vraag I: ‘Weet je nog’, 20

Ja daag: ‘Dat even praten om’, 20

Poging dertig: ‘Stel dat ik je thee aanbied’, 21

[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 28-30.

Je gaf me vijand: 'Wiens schaduw ik betrad', 28

Lief dagboek: 'Hoi, vandaag had ik een zes', 29

Zo kan het ook: 'De beste regen', 29

ps: 'Ik zag trouwens een vrouw op het perron', 30

[Gedichten], januari 2008, 722, 40-42.

Een begin: 'Op het ritme van je keel', 40

'We waren zoveel', 40

Voorbij gaat makkelijk: 'We waren om', 41

Niks aan de hand: 'Nu dus niet vragen wat er is', 42

[Gedichten], mei 2008, 726, 23-25.

Sprong naast het diepe: 'De winter is al minder hard dit seizoen', 23

Zware kost: 'Er is licht', 24

Er zijn grenzen: 'Altijd sleutels kwijt', 25

Dag I, augustus-september 2008, 729-730, 46.

09.01u – goedemorgen: 'Daar ben ik weer'

18.36u – nou zeg: 'Er zit een blaar op dat stuk'

23.52u – Sweet dreams: 'Ik deel bier en rook'

Pleziertje, augustus-september 2008, 729-730, 47.

'Ik staar naar de grond'

[Gedichten], november 2010, 756, 38-39.

I. 'Er is de lucht', 38

II. 'Er is het wentellied van de regen', 38

III. 'Er is het wachten', 39

IV. 'Er is de chaos', 39

Update, mei 2014, 798, 12.

'Het goede nieuws is dit lied'

Wat ik eigenlijk had willen doen, januari 2015, 806, 49.

'Jezus, 2015 - blijkt nu al sciencefiction.'

 

[Gedichten], november 2019, 864, 17-18.

          Sprong naast het diepe II: ‘Hoe heet een afscheid dat’, 17

          Bericht van buiten: ‘Er is de bloem tussen de tegels’, 18

 

Burns, Ezra (1980)

[Gedicht], januari 2018, 842, 48.

         Openingszin I: ‘Als je het medelijden wegdenkt’, 48

 

Buschenhenke, Floor (1978)

[Gedichten], oktober 2005, 695, 23-24.

Verkeersteller: 'westplein', 23

Vogelman: 'vogelman aan het ontbijt', 24

Met een opschrift van Jozua Douglas.

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 50-51.

'een huisvrouw met netvrees', 50

Zolder: 'in de eerste kamer kraken de balken', 51

[Gedichten], oktober 2007, 719, 44-45.

schaartste: moet nodig nog', 44

alv: 'we lopen de alternatieven door', 45

 

Campert, Remco

[Gedichten], december 1964, 209, 28.

The Roman spring of Mr.Campert: `Ah, die Romeinse nachten!'

Zo blijf je aan de gang: `wat zich afspeelt in de schaduw'

 

Capelleveen, Paul van

De laatste slag van Ridder Rozemond, januari 1989, 494, 20-23.

'Eindelijk op weg en aangeschoten door de harmonie'

Correctie 495, 7.

Driekwart marathon, mei-juni 1989, 498-499, 34.

'Wat, Harry, ons bekend is van het leven'

Altijd commentaar, november 1989, 504, 20-23.

Verklaring afgelegd in een Tram: 'Ik ga hem gek maken, dat jochie', 20

Niederdodenleben: 'Als je me verkracht, vermoord ik je', 21

Een slapend schimmenrijk: 'Jouw apocalyps is de mijne niet', 22-23.

Kwadratuur, mei-juni 1990, 510-511, 21-22.

1. 'En zoals elk van je organen', 21

2. 'Wat ben je toch een lekker beest. Zeg ik', 21

3. 'Alle gedachten door elkaar geprakt', 22

4. 'Dat praten van ons neemt een einde', 22

Inscripties (1), november 1993, 552, 27-28.

1. Stilstand: 'In het museum zag hij zijn lichaam', 27

2. Hard en zacht: 'Hij zoekt voor mij een nieuwe vriend', 27

3. Als een kind: 'De volgende erectie komt over een maand', 28

 

Carlson, Michael

Five jazz poems, december 1987, 481, 18-19.

Grey voice: 'The bright recurring dream whose wings glow with fire finds', 18

Some time in silence: 'The phone line whines & cracles; nothing', 18

Dakota recollections: 'Sunset stutters in the shadows of mountains', 18

...Listen: 'You're learning', 19

The crossing place: 'Empty borders excend', 19

Gedichten in het Engels.

 

Ceelen, Aat (1950)

 

[Gedichten], november 2018, 852, 24-25

         Beton: ‘Rot op met rootkoko’, 24

         Het skai: ‘Weet je nog, Polly’, 24

         Keramiek: ‘Ik ben van liefde ziek’, 25

         Sterf zeg: ‘Ik wilde wel’, 25

[Gedichten], juni/juli 2019, 859/860, 38-40.

           ‘Ik ben een oude vrouw en kan niet slapen’, 38

           Er gloort iets: ‘Achter in het Roergebied’, 39

           Ik zal in al uw dromen zijn:

           I ‘Ik zal in al uw dromen zijn’, 40

           II ‘Ik droomde dat ik mijn verjaardag vierde’, 40

[Gedichten], januari 2020, 866, 9-10.

          Berceuse: ‘Gaat u slapen’, 9

          Rimbaud zegt merde: ‘Ik neuk je dwars door je terlenka’, 9

          De roos: ‘O, mijn uitverkoren roos’, 10

 

Chan, Lok

[Gedichten], juni-juli 2000, 631-632, 59-60.

            As the world turns: '27 als ik opsta', 59

            'Ik houd van je', 60

            Thema: Liefde.

 

Chapkis, Raoul

Pseudoniem van Hugo Brandt Corstius.

 

Charles, J.B.

Pseudoniem van Willem Frederik Nagel.

 

Chen, Tao

Chinese kwatrijnen, maart 1985, 448, 21.

Lied van de steppe: 'tegen de Hunnen zwoeren zij hun leven veil te hebben', 21

Vertaald uit het Chinees door W.L. Idema.

 

Chiusa, Giovanni della (1989, Pseudoniem)

[Gedichten], november 2012, 779 [780], 41-42.

Het kraambezoek: 'Is mama er misschien?', 41

Nostalgie: 'Dat winkelcentrum', 42

Hommage aan Raymond Roussel: (hoewel nooit gelezen): '33 tabletten Phanodorme', 42

[Gedichten], mei 2013, 786, 41-42.

De bibliothecaresse: 'Een artikel over pornografie in een obscuur tijdschrift uit 1951', 41

Sky radio: 'We zijn geliefden maar spreken', 42

Meer poĎzie: 'Na het telefoontje met het nieuws dat', 42

Stilleven, april 2014, 797, 26.

'In de warme ontbijtzaal'

[Gedichten], juni-juli 2014, 799-800, 55-56.

Relocatie: 'Aan de muur', 55
Schoonheid: 'Voorbij de remise', 56

Van horen zeggen: 'Na een heldere winternacht', 56

[Gedichten], december 2014, 805, 23-24.

Doelloos: 'Ergens tussen', 23

Zelfhulp: 'Eenzaamheid', 24

[Gedichten], juni-juli 2015, 811-812, 48-50.

Genezing: 'Als de schemering', 48

Praatje: 'Liedjes', 49

Stationswacht: 'Avondtreinen', 50

Lucca, 17 september 2014

[Gedichten], januari 2016, 818, 48-49.

            Yellow Submarine: ‘Je kunt veel zeggen’, 48

            Afscheid: ‘Stad van werklozen’, 49

[Gedicht], mei 2018, 846, 49.

            Robot: ‘Ver van huis’, 49

 

Claus, Hugo (1929-2008)

Rijmen voor een reiziger in Antwerpen, februari 1999, 615, 21-24.

1.: 'De zon is een Antwerpse planeet', 21

2.: 'Een dagje uit. De Zoo en het zuid', 21

3.: 'Als de schemer valt (ook voor jou), 21

4.: 'De kathedraal staat klaar', 21

5.: 'Het was in mei en te Brugge', 22

6.: 'Mijn huis in zijn loof gevangen', 22

7.: 'Zij liggen breeduit in de etalage', 22

8.: 'Knip je nagels niet te kort', 22

9.: 'Zij wuifde naar mij als naar haar kat', 23

10.: 'Ik verdiende goed mijn broed', 23

11.: 'een van die huisjes van toen', 23

12.: De gevels beloven een andere wereld', 23

13.: wat hinnekt er nog zo laat in de straat?', 23

14.: 'De boeren bidden om droogte', 24

15.: 'Zo vredig als het vee', 24

 

Clifton, Lucile

1994, juni-juli 2015, 811-812, 27.

'ik was mijn achtenvijftigste jaar aan het verlaten'

Het origineel '1994' is voor de vertaling afgedrukt. Vertaling uit het Engels door Philip Huff.

 

 

 

Constandse, Arthur

[Gedichten], [april] 2002, 653, 31-32.

'ik ruk ze er zo uit!', 31

'Dag', 32

 

Constandse, Dana

[Gedichten], april 1969, 257, 32-34.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

Otto:

1. `Liever dan langs je kamer te gaan', 32

2. `Ik heb teveel tegen', 32

3. `Je zou jezelf niet meer herkennen', 32

Literatuurgeschiedenis: `Het lied losgemaakt van zijn melodie', 32

Oefening in interpunctie: `Je helpt me maar hulpeloos', 33

Woorden ::` krappe denkmantels voor verwaarloosde begrippen', 33

`Mijn castratenkater', 33

`Tenslotte ronden vrouwen zich af', 34

Nijd genoemd: `Er is geen woord lief genoeg', 34

[Gedichten], juni-juli 1969, 259-260, 30.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

Wetenschap: `Lopend aan de leiband'

Opdracht: Voor Gé

Kenmerk: `Opvallend gewoon is liefde'

Vergelijking: `Het paren van nijlpaarden'

[Gedichten], oktober 1969, 263, 14.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

Luctor: `Ik ben toch te gek'

Me mergo: `water, dragende weerstand'

[Gedichten], januari 1970, 266, 11.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

Beveland: `In de polders hing de mist rond'

Holten: `Mijn ogenblikken'

Jan Emmens behandeld, september 1974, 322, 25.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

Cursus 72/73: 'De man van het vorige uur'

Cursus 73/74: 'Eerstejaars'

[Gedichten], maart 1978, 364, 25.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

Bergen: 'De zee een watergevaarte'

Klein lief: 'Je ging hem sluiten'

Verhouding: 'Geannonceerde rouw brengt hen samen'

Bres, februari 1982, 411, 21.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

'Een mens is voor mij een bemuurde'

Opdracht: Voor Jaap Hillenius.

WAKE, januari 1985, 446, 13.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

'Mulier stabilis'

'De dag dat je begraven werd'

'Wat blijft is de afwezigheid'

Opdracht: Voor H.

Herdenking, februari 1988, 483, 43.

Onder pseudoniem Dana Hokke.

'Het sneeuwt als op een oude film'

[Gedichten], juni-juli 1991, 523-[524], 42-43.

Claartje: 'Dit glas bevat', 42

Zie je: 'de woorden', 42

April: 'Slordige wolken bij vlagen', 43

Einde: 'De verschrikbare verenbegrenzing', 43

[Gedichten], maart 1993, 544, 13-14.

'Vroeger bij raadsels voor ik het wist', 13

Keerweerlaan: 'De weg terug rijd ik', 13

Vlindermes: 'Het lemmet lag verborgen in het heft', 13

Voorbereiding: Verstoppertje was voor de kleintjes', 14

Ingesloten: 'Vlak bij het venster daalt een lichte mist', 14

 

Constantine, Brendan

De behoeften van de velen, december 2015, 817, 49.

'Op de dagen dat we huilden –'

Het origineel 'The Needs of the Many' is voor de vertaling afgedrukt. Vertaling uit het Engels door Philip Huff.

 

Costafreda, Alfonso

[Gedichten], juni-juli 1992, 535-536, 25-27.

'Lucht zijn: 'Ik wil niet dat de ochtendwind', 25

'Vanjongsaf droomde ik ervan', 26

'Groene ruimte, lichtende bomen', 26

'Ga naar de velden', 26

'Ik aanschouw...', 27

'Vluchtigheid van het woord', 27

Opdracht: Voor Eugenio de Nora

De besten zijn al bezweken: 'De besten zijn al bezweken. Anderen', 27

Het boek: 'Dit boek bestaat niet', 27

Vertaald uit het Spaans en voorzien van een inleiding door Kees Bakker.

[Gedichten], oktober 1992, 539, 31-32.

De Seine: 'Onder de bruggen van Parijs zag ik', 31

Eenmaal tot bezinning gekomen...: 'Als mensen eenmaal tot bezinning komen, toont hun gezicht', 31

Veertig winters: 'mijn keel vlecht', 31

De ceremonie: 'Je wilt helemaal niet sterven', 32

Preventieve angst: 'Ze maakten het vuur kwaadaardig' 32,

Tumor: 'Met deze kleine borstpijn', 32

Vertaald uit het Spaans door Kees Bakker.

 

Couprie, L.D.

Een kleine cyclus. Vier schilders en een lithograaf, juni-juli 1985, 450-451 [451-452], 54.

René Magritte: 'pijnlijke mannen in stijve pakken'

Caspar David Friedrich, Frau am Fenster: 'licht gebogen wendt zij zich naar buiten'

Jan Vermeer, Het melkmeisje: 'met volle arm wordt de kan gesteund'

Odilon Redon: 'zwart in de nacht lopen de hoofden'

Vincent van Gogh: 'anderszins wakend liep hij voorbij'

In facsimile.

 

Courtz, Rijk

Vier gedichten, november 1982, 420, 27-28.

'Toen ik mezelf vernietigd had', 27

's Avonds in haar kamer: 'Wanneer zij 's avonds in haar kamer zit', 27

Middag: 'het was op een regenmiddag', 28

Voor meisje met droeve ogen: 'tuurlijk heb ik je herkend', 28

 

Cousine, F. de la

[Gedichten], april 1967, 235, 28-29.

Ergerlijk: `na hem eerst te verwarmen en stevig', 288

Voor Wampie: wanneer we weer eens', 28

Ontleend aan eigen ervaring: `nu de kat nuttig', 29

Image: `mijn angst is verschoven van de russen', 29

Aan alle werklozen: `nadat ik mij vanmorgen', 29

 

Crebolder, Emma (1942)

Hart van zwart, november 1994, 564, 22-23.

I 'Alle berichten, voorspellingen', 22

II 'later bracht men mij', 23

[Gedichten], oktober 1995, 575, 19-20.

Vos a: 'Er is een vos verschenen', 19

Vos d: 'In Absdale woont mijn tante', 20

[Gedichten], augustus-september 1996, 585-586, 45-46.

Vos b: 'Vos, ik heb ver bij je vandaan', 45

Vos c: 'Ik maakte met mijn hand', 46

[Gedichten], augustus-september 1997, 597-598, 44-45.

'Je reist met een kind, in elk geval', 44

'Je gaat aan de wegrand zitten', 45

[Gedichten], augustus-september 1998, 609-610, 47-48.

Je hebt geluk gehad, vogel: 'Ik zie het bos vanuit de trein', 47

Er is plaats: 'Als ik mezelf door kleine', 48

[Gedichten], maart 1999, 616, 21-22.

Nijlpaarden langzij: 'Het was ergens vanuit een trein', 21

Het paradijs langzij: 'Het was ergens vanuit een auto', 22

[Gedichten], augustus-september 2000, 633-634, 8-9.

Van IJsland: 'Eens hoorde ik bij een kunstwerk', 8

Grijskopspecht: 'Vandaag een grijskopspecht gezien', 9

[Gedichten], juni-juli 2001, 643-[644], 27-28.

www.valdemarr.com: 'We starten je in ragdun web,', 27

Ooievaars op baan zeven: 'Een diep gerucht werd ik gewaar.', 28

[Gedichten], [april] 2002, 653, 12-13.

De tuinman: 'Bijna winterklaar. De tuinman', 12

Struikelvuurstenen: 'Wanneer een vogel een goochel is,', 13

[Gedichten], februari 2003, 663, 31-32.

Het onbedacht gebekte: ‘Mijn eerste blik naar buiten’, 31

Opruimdienst: ‘Er lag iets bloederigs’, 32

[Gedichten], januari 2004, 674, 20-21.

Domplein: 'Toen men ontdekte dat de klemtoon', 20

Plaza Mayor: 'Het plein bestond van ver omheind', 21

[Gedichten], januari 2005, 686, 20-21.

Het zwartste zwart: 'Een mol duikt op, en terug met', 20

Het roodste rood: 'Men zocht het roodste rood, men', 21

[Gedichten], november 2005, 696, 18-19.

Voor Catharina, negen maanden oud: 'Tussen het zoeven van een bal, al door', 18

In een hangmat: 'In een hangmat voorspellen zij', 19

[Gedichten], augustus-september 2006, 705-706, 38-39.

Het witste wit: ‘Men wordt door wit bezocht. Witteling’, 38

Het blauwste blauw’, 39

[Gedichten], november 2007, 720, 38-39.

Hellezwam: 'Aan het eind van de doodlopende weg', 38

Het beschermde monument: 'Deze zomer in het noorden van Portugal', 39

[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 31.

'Tong, je bent bij mij van velum tot'

'Niet kardemom, meergenaamd paradijskorrel,' 31

[Gedichten], oktober 2009, 743, 36.

'Niet het begrip ontglipt, maar de benaming'

'Met wat ik gisteren vergat'

[Gedichten], oktober 2010, 755, 29.

1. 'Als de valbij-'

2. 'Een halfnaakt met pantalon'

3. 'Op de valreep wordt bericht'

[Gedichten], augustus-september 2011, 765-766, 44-45.

1 'Bevallig het meisje met', 44

2 'Wisten wij het vallen niet te', 45

[Gedichten], juni-juli 2012, 775-776, 42.

'Hoe wij verzanden gelijk'

'Diep een ijsbaan op'

[Gedichten], april 2013, 785, 32-33.

'Hoe zij zijn verletterd de vrouwen', 32

'Soms tussen heuvels en flatgebouwen', 33

[Gedichten], augustus-september 2014, 801-802, 48.

Verholen vrijen: 'Een leeggelopen zondag'

Vanuit het A. Roland Holsthuis: 'De einder reikt weer verder en'

[Gedichten], mei 2015, 810, 35-36.

Zang voor de vlaskam: 'Het vlas in wit-blauwe bloei', 35

Geurpalet: 'Als ik terugga naar mijn tante', 36

[Gedichten], juni-juli 2016, 823-824, 41-42.

          De wederkeer van Elisabeth E.: ‘Er is hier een kamer voor je’, 41

          Nog voor die oorlog het begin: ‘Bij het Vrouwenmonument buig ik’, 42

[Gedichten], januari 2018, 842, 33.

           Drie portretten:

           I: ‘De schommel bij de vijver, waarop’, 33

           II: ‘Tegen blauw decor had ik’, 33

           III: ‘De zwarte moeder klemt tussen’, 33         

 

Crijns, Myriam

Verval, januari 1991, 518, 21.

'Het leken negen graven, drie aan drie'

 

Daalder, H.

New York, maart 1966, 224, 42.

`Bollige Joods meisjes zag ik'

 

Daalder-Neukircher, A.P.

Oma, januari 1986, 458, 12.

'in de familiekring'

 

Damsté, J.C.

Atoomtijdperk, januari 1968, 242, 14.

`Is dit nu het atoomtijdperk?'

 

Dautzenberg, A.H.J. (1967)

Asbestemming, juni-juli 2012, 775-776, 31.

'ik ga mijn vader inruilen'

 

Deel, Tom van

[Gedichten], april 1968, 245, 18.

In de plooi: `precies onder het uitleggen'

Even een briefje: `Even een briefje'

[Gedichten], december 1968, 253, 23.

Begrafenis: `Terwijl opa D. de grond'

Overwegingen: `als ik nu tegen die jongen'

[Gedichten], juni-juli 1969, 259-260, 43.

Literatuurles: `Nu Chrisjes vader overleden is'

Parterre: `Met oma ja'

[Gedichten], december 1969, 265, 31.

Weide: `gefietst naar Holysloot, om in de wei'

Op een eindexamen: `Als een zijn vinger opsteekt'

Puzzelen: `Ben je aan het puzzelen'

Zonder omweg: `Vogels leer je van plaatjes kennen'

 

Deeleman, Titia

[Gedichten], februari 1979, 375, 41.

1. 'Het is of zij spreekt van toekomst'

2. 'Als je weer terug mocht komen'

 

Dekker, Hedwig

[Gedichten], oktober 1974, 323, 28-30.

Vreemd: 'Manshoge varens tussen bramenstruiken', 28

Vrouw: 'Wijde vlakten wuivend gras', 28

Paranoia: 'Eurydicee toe kijk niet om', 29

Kruishang: 'Ik zocht je in woestijnen', 29

Doop: 'In lauwe vingerkommen', 30

Virgin: 'Ik duw mijn huilend kindje voort', 30

 

Dekker, Nikki (1989)

[Gedichten]. Oktober 2017, 839, 39-40.

        Wie slaat z’n arm om z’n eigen: ‘Ik voel me zo vaak een brandoefening maar soms’, 39

         Mevrouw Julia leeft: ‘Mevrouw Julia doet de ramen dicht’, 40

 

Denoo, Jos

Een Vlaamse Klassieker (De Moeren/Les MoĎres, La route au tabac, '46-'53), januari 1994, 554, 38-40.

1. 'Hier ligt het niemandsland', 38

2. 'De wind zit mee; ze lopen er weer in', 388

3. 'De rechterhand draagt zwarte sokken', 39

4. 'Waar de portefeuille van de bazen zit', 39

5. 'Het peloton van knechten', 40

 

Deschoenmaeker, Frans

[Gedichten], januari 1996, 578, 16-17.

Sluitsteen: 'Dit staat te gebeuren; het erf amorf', 16

Mosagaat: 'Mazen van middernacht. maan', 17

 

Dessaur, C.I.

Op zoek naar Gertrude Stein, januari 1967, 232, 20.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

`Een kamer zwaar van overjarig zwijgen'

2 november, november 1967, 240, 24.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

`Nu ben je gegaan door de achtbaan'

`Zij zullen je begroeten met ritmisch geklap', december 1967, 241, 32.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

Eros en Thanatos, december 1976, 349, 31-32.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

'My darling: let us live long and elegant'

Paris, Monday, februari 1977, 351, 34.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

'La belle époque'

Twee filmgedichten, juni-juli 1978, 367-[368], 59.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

The sting: 'Het gevoel alleen te zijn in vervallend Chicago'

Falsche Bewegung: 'In groepen, verbonden door onzichtbare draden'

[Gedichten], april 1979, 377, 41-42.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

Blankenese: 'Des Irrtums wunderlicher Sohn', 41

Wat is een mens?: 'Wat is een mens?', 41

On my way out: 'na de laatste keer', 42

Vier sombere liederen en een toegift, augustus-september 1979, 381-382, 49-50.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

Verdriet: 'Verdriet is een erg dood dier in je buik', 49

Verraad: 'Diep onder satans grotten', 49

Het kwaad: 'Uit Zeeland komt het Zeeuwse zwijn', 49

Twist: 'Daar is de minnares', 50

Sipapu: 'Onze Moeder de Aarde, onze Vader de Hemel', 50

[Gedichten], december 1979, 385, 12-13.

Onder pseudoniem Andreas Burnier.

Lousanne-Ouchy: 'Je me trouwe au bord du lac', 12

'Kon ik je maar bereiken', 12

Icarus: 'Tussen Honolulu en de westkust', 13

'Zo meteen begeef ik mij te water', 13

 

Dijk, Jan-Willem (1985)
[Gedichten], maart 2015, 808, 27-28.

'het zou kunnen dat mijn moeder het zag gebeuren', 27

'als ik de deur dichttrek begint de kamer', 28
Na het overlijden van Gerrit Kouwenaar. Debuteert hiermee.

[Gedichten], oktober 2015, 815, 5-6.

het gemak van de dingen: 'het gemak van de dingen zoals ze zijn', 5

vanaf hier is alles helder: 'ik vouw mijn handen om mijn weerspiegeling', 6

[Gedichten], februari 2016, 819, 14-15.

             Onderkomen:

             I: ‘als ik in het midden van de kamer sta’, 14

             II: ‘ik loop van het raam naar de deur en terug’, 14

             III: ‘er drijven wolken door mijn kamer’, 15

[Gedichten], december 2016, 829, 38-40.

            Stasis: ‘tussen de tafel en de stoelen’, 38

             In het knallende middaglicht: ‘leegte lijft de kamer in’, 39

             Stilleven: ‘op blote voeten door het huis’, 39

             Een schilder is de zon: ‘geboren worden in een schilderij’, 40

[Gedichten], mei 2017, 834, 28-30.

            Achter de horizon: ‘waar je ook kijkt overal uitzicht’, 28

            John Cage: 4’33 “for piano: ‘ieder huis zijn eigen orkest’, 29

            Waar de schilder aan denkt: ‘het atelier verlaten’, 30

[Gedichten], december 2017, 841, 29-31.

                        Vertrek in olieverf: ‘de muren het spanraam dat’, 29

                        Hier reist met je mee: ‘in een poging te krimpen’, 30

                        Verdwijnpunt: ‘je lichaam een paar laarzen’, 31

 

Dijk, Renske Marike van (1995)

[Gedichten], juni/juli 2019, 859/860, 55-57

          Thuis: ‘Ik heb voldoende wierook in huis’, 55

           Ik blijf op één plek om helemaal niets waar te maken: ‘De ochtendzon is sterk en de hond            zoekt al naar slakken’, 56

           Als je denkt dat er een plek voor je bestaat: ‘Je zit in de auto en er is geen hoekje’, 57

[Gedichten], augustus-september 2020, 873/874, 17-20.

                        Weerzi(e)n: ‘op een ochtend heb ik de zon aan een lijntje gedaan’, 17

                        Alleen: ‘Stilte’, 18

                        Niet geschikt voor frituurbranden: ‘niet geschikt voor mensen met vierhonderd jaar                      determinisme in hun chromosomen’, 19

                        #Lazy Sunday in bed: ‘Deze week zag ik vijf mensen met een IKEA-family-tas’, 20

 

Dijk, A.J. van

[Gedichten], september 1986, 466, 37.

Peinzende lezer: 'Er wordt geen voortgang meer geboekt'

Kas in onbruik: 'Het metrum van het kale staal bepaalt'

 

 

Dijkstra, Margriet (1948)

Familie, oktober 1977, 359, 40.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

'Je moeders man: een vreemde gast, zijn mond'

'De kleine dame met de ringbaard, die'

Zes gedichten, oktober 1978, 371, 19/22-23.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

'Neem mijn vriend S. Zijn gebaren', 19

"Vaderlief, na zoveel jaren..": 'Ik vond je klein geworden, jij mij groot', 19

Mon repos: ''s Nachts loopt zij met haar breiwerk over de gangen', 22

'Je liet me al je kleren zien-drie broeken', 22

Foto: vrouw met spiegel: 'In de psyché gaat haar moment verloren', 23

Psalmen, 23

1. 'Leg je mij strikken, Heer? Moet ik als Job'

2. 'Als ik de kans maar kon berekenen'

3. 'Het vriest. Het gras wordt zwart. Ik hou niet meer'

Dochter, mei-juni 1984, 438-439, 92.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

1. 'Schaduwen gaan ons voor, door het onvertrouwde'

2. 'Wat dicht is maakt zij open, werkelijkheid'

[Gedichten], juli-augustus 1988, 488-489, 39.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Ligstil: 'Eens was je scherp als kiezel maar nu eelt'

Tot een steen: 'Heer kiezel, fijngenerfd, herinnering'

[Gedichten], juli-augustus 1989, 500-501, 31-32.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Can vei lauzeta mover: 'Ezelsgewijs langs de velden', 31

April: 'Snoeihout loopt uit, de schubben', 31

Zandgat: 'Hoe het mogelijk is', 32

[Gedichten], oktober 1989, 503, 27.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

De hoge dijk: 'De dagen, korter maar niet veel, 27

Pauw: 'Eerst dacht ik nog dat jij het was, vermomd', 27

[Gedichten], mei 2006, 207, 3-5.

Onder pseudoniem Eva Gerlach

Onverlet: ‘Hoofd, maak je los van dit verhaal. Verteld’, 3

Tantôt: Draai ik de Grote Fuga, sloft mijn vader’, 4

Plek: ‘Als iemand weg is heb ik je hem dan nog’, 5

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 15-17.

Onder pseudoniem Eva Gerlach

Vloed
: 'We gooiden de vijver om,'
, 15

De ganzen: 'De ganzen komen terug bij je vandaan, ze roepen', 16

Af: 'Het is vroeger dag maar grijs tot de koffie en verder', 17

[Gedichten], oktober 2006, 707, 11-12.

Onder pseudoniem Eva Gerlach

Opdat: ‘Vannacht sneden ze mijn benen af’, 11

Ars oblivionis: ‘De buitenkant van dingen, meer hadden we niet’, 12

 Dat je, juni-juli 2007, 715-716, 9.

Onder pseudoniem Eva Gerlach

'Hoofd. dat je alles bewaart'

Van nu af, maart 2008, 724, 4.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

'Ik zag dat jij het was, je vader hield je'

Mei, mei 2008, 726, 11-12.

'Het ene oog loopt dicht', 11

'Ik wrijf de rug van mijn moeder', 11

Toen je thuiskwam had ik het bad warm', 12

Het fluitenkruid wacht', 12

Lied van tech duinn geblazen, november 2008, 732, 4.

'Tussen a en b zijn grotten en stormen'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

In het verrotte hotel, maart 2009, 736, 29.

'Wentel je aan het spit'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

In het verrotte hotel, april 2009, 737, 27.

2 - on line: 'Je zit in het midden groter dan echt met je hand'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Hotel 3, 738, mei 2009, 4.

'De nachtwaker komt om half elf eerst sluit hij de blinden'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Hotel, juni-juli 2009, 739-740, 15.

4 – zoon: 'Niets klopt hier, toch zijn alle verhoudingen goed'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Hotel, augustus-september 2009, 741-742, 9.

5 – En tiempos era yo la alegria de mi casa: 'Braakselspoor naar het bed. Kartonnen kamer'.

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Hotel, oktober 2009, 743, 24.

6 – Uitzicht: ''Een kamer kost er niks maar je slaapt onder kranten''

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Hotel, november 2009, 744, 35.

7 – Dat het: 'afgebrand, ingestort, ver van u was, daarom'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Hotel, januari 2010, 746, 4.

8 - Missie: 'Plaats: gerealiseerd. Vervoeg je. Code?'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Leeg, februari 2010, 747, 25.

9- 'We gooien het wachten eruit, de sleetse matrassen'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Is er sprake, februari 2011, 759, 7-8.

1. 'Er is sprake van vertrek aan de rand, 7

2. 'Als ze je hebben maakt het nog niet uit', 7

3. 'Van binnen zit iets scheef, je loopt verkeerd', 8

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Stof, augustus-september 2011, 765-766, 6-8.

1 'Handen plat op de stoep, armen loodrecht', 6

4 'Het glimmen hoe dan ook, de tong, tandvlees', 7

6 Dunne armen en het', 8

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Onder het vouwen van was, april 2012, 773, 8.

'Op straat begint een geluid van zoals het verhaal'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Restloos, februari 2013, 19.

'Mijn kind boort gaten in de muur, het plafond;'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

Pas, februari 2014, 795, 3.

'Telkens zoek je de weg die gewoon uit je tenen'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

[Gedichten], oktober 2014, 803, 5-6.

Blind zolang: 'De nacht met treinen ver weg en scrupules.', 5
4 van je handdoeken: 'Handdoek losjes over de deur van nog even', 6
Bij een foto van Bianca Sistermans.

Funiculď, april 2015, 809, 49.

'Er danst een man op het dak hiertegenover,'

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

[Gedichten], december 2015, 817, 10-11.

gang: 'Niemand mocht je oren zien, hooggeplaatst, veel', 10

los: 'Ik kijk de tuin in, de grassen nemen het over', 11

Onder pseudoniem Eva Gerlach.

[Gedichten], april 2016, 821, 9-10.

         helder: ‘Het is helder zegt hij, de woorden’, 9

         straks: ‘Het was avond toen ik je losliet, het gat van je mond sloot.’, 10

         Onder pseudoniem Eva Gerlach.

[Gedicht], januari 2017, 830, 9.

         De dag dat mijn vader naakt op het strand liep: ‘begon waarschijnlijk als altijd, hij schoor zich’, 9

          Onder pseudoniem Eva Gerlach.

[Gedicht], mei 2017, 834, 15.

         Ottersaat: ‘Roodhals waarvoor we er waren’, 15

          Onder pseudoniem Eva Gerlach.

[Gedichten], december 2018, 853, 15-16.

        Vos: ‘De weg van het ziekenhuis. Wie blijft’, 15

        ‘Eentje die ik verloor zit recht in bed’, 16                                                

       Onder pseudoniem Eva Gerlach.

 

Dijkstra, Sjoerd M.

Hangend, maart 1973, 304, 29.

'Hangend, in wier aangevreten zetelt de tak'

[Gedichten], mei-juni 1973, 306-307, 31.

Aphrodite: 'hoor, in de donkere diepte waadt zij'

Hij was...: 'Hij was een slaaf van de woorden, anders gingen heen ook de'

[Gedichten], december 1973, 313, 13.

4+3+4: 'Altijd te laat en steeds op zoek naar tijd'

De schaduw: 'En 't is alleen je blondheid en blauw' ogen dijn'

[Gedichten], december 1974, 325, 26-27.

De zee: 'De zee, zilte woestijn, wervelend van water', 26

Was het dat: 'Was het dat je naar me keek', 26

De stem van de meeuwen: 'Een kathedraal op te richten van zeilen masten', 27

Dromen, mei 1975, 330, 15.

`Hij op mijn schouder, ik langs de kristalheldere gracht'

Schepen, juni-juli 1975, 331-332, 47.

`Schepen in de zon, langs de horizon'

[Gedichten], februari 1976, 339, 39.

1975: 'Langs welke lijnen gegaan tot welke lijn'

Als in droom...: 'Als in droom bij het water van toen, zeegroen ; jouw voeten'

Graven beneden de sluis, februari 1977, 351, 33.

'Adam's schedel bracht schade aan zijn schaal'

Wie stierf, februari 1982, 411, 29.

'Wie stierf in VenetiĎ'

'Bewaar je ogen voor de avond, januari 1983, 422, 45.

Avond in IJmuiden, november 1985, 456, 25.

'Nazomer in herfstmist. Als toen straalden'

 

Domselaar, Kees van (1954)

[Gedichten], oktober 2006, 707, 33-34.

Tafel met tulpen: ‘Dag in dag uit vervolgt zich het verhaal’, 33

Oortjeshekken: ‘Het regende en daar liepen we’, 34

[Gedichten], april 2007, 713, 31-32.

Nooit dichter: 'Nooit dichter zal ik ooit nog bij je kunnen komen', 31

Op reis: 'Bij lange na niet de wakkere, ik ben vaak', 32

[Gedichten], februari 2009, 735, 41-42.

Mijn lief, met vermoeide ogen: 'Mijn lief, met vermoeide ogen', 41

Bij een schilderij van Jan Mankes: 'Dat we juist dachten een houding te hebben gevonden', 42

 

Doorman, Maarten (1957)

Almere: tas aan de vlag, december 1994, 565, 27.

'Video na het laatste'

[Gedichten], augustus-september 1995, 573-574, 36-37.

Afstandsbediening: 'Veel komt binnen, de ijskast slaat', 36

Zapbeheersing: 'Het helpt bij de bescherming van de huid', 37

[Gedichten], mei 1996, 582, 16-18.

De Mantra Om I: 'tss', 16

De Mantra Om 2: 'toe doe', 17

De Mantra Om 3: 'sst', 18

[Gedichten], maart 1997, 592, 21-22.

Wie gaat er uit: 'het afkrabben van de haren', 21

            Bij een schoolplein: 'Wierook een mij vreemd ritueel', 22

[Gedichten], november-december 1997, 600-601, 65-66.

Thema: Risico.

Het wederom: 'Het weer', 65

Angst voor wat gebeurt: 'Nu de wind opsteekt', 66

[Gedicht], januari 1999, 614, 26.

            Ontvangst: 'O fax van mijn hart', 26

Vliesdun ijs van gewoon waarop wij, januari 1999, 614, 27-28.

            1: 'Doe mijn ogen', 27

            2: 'Slachtrijp', 28

[Gedichten], december 1999, 625, 32, 33.

            Pétanque met Hugo Claus: 'Het profiel stamt van een Romeinse keizer', 32

            Nacht raakt een stalen snaar: 'Als de computer start klinkt aluminium gefluister', 33

[Gedichten], juni-juli 2000, 631-632, 28-29.

            Oudbakken rapvers: 'Ik kan veel', 28

            vice versa: 'Je had die ezel van buridan', 29

            Thema: Liefde.

Cyclus: Bezoek aan mijn vader, januari 2001, 638, 9-11
1. 'Vader wij maakten wel vaker', 9
2. 'Zo precies', 10
3. 'Met jou te verstaan', 11

[Gedichten], januari 2002, 650, 8-9.

Zes uur: 'Het blad dorde', 8

Na de kolen kwam het gras: 'Het kost me weinig moeite', 9

[Gedichten], juni-juli 2004, 679-680, 52-53.

Heines Fichte: 'Ik waande mij in een sparrenboom', 52

Met als opschrift een citaat van Heinrich Heine.

Rückerts Pappel: 'Leeglopers met beroerde uniformen', 53

Met als opschrift een citaat van Friedrich Rückert.

[Gedichten], maart 2008, 724, 26-27.

Been: 'Er hing een heel been half', 26

Een beetje los: 'Ze vliegeren bij de campers aan zee', 27

[Gedichten], oktober 2008, 731, 25-26.

Sterren: 'Misschien is de oude ijskast wel een grote minibar', 25

Dienstregels: 'De perrons zijn altijd', 26

Telefoon, mei 2009, 738, 20.

'Iemand is voor je het weet'

[Gedichten], mei 2011, 762, 30-32.

Mededelingen: 'Zijn er nog mededelingen of kunnen we gelijk', 30

Notulen: 'De hoeveelheid ongebruikte vingers', 31

Perspectiefnota: 'Verschillende leden van deze vergadering', 32

[Gedichten], juni-juli 2012, 775-776, 12-13.

Salome belt: 'Salome belt', 12

'Het vliegtuig werpt zijn beeld niet in het water', 13

[Gedichten], februari 2014, 795, 19-20.

Koper uit het park: 'Kurk heeft lang in de verkeerde hoek', 19

Eerder de tijd: 'Ook zonder mes zijn ze vrolijk', 20

[Gedichten], december 2015, 817, 25-26.

Drones: 'Wij voetbalden in de zon', 25

Goederentreinen: 'slingerden door mijn slaap', 26

[Gedichten], december 2016, 829, 21-22.

Profiel: ‘Als het profiel is versleten’, 21

Harder: ‘Honderdtwintig’, 22

[Gedicht], maart 2018, 844, 24-25.

            Tamelijk tijdloze lamentatie: ‘Lieve dood, wat ben ik’, 24-25

[Gedichten], februari 2019, 855, 15-16.

            ‘Te vroeg lamplicht, 15

            Grondtrek:

I ‘Een slap waaien laag bij de grond, te traag’, 16

II ‘en de stad soms luistert’, 16

[Gedichten], november 2019, 864, 3-4.

         Schoen: ‘Een smalle schoen, eentje’, 3

          Europa: ‘Met één musket-‘ 4

[Gedichten], augustus-september 2020, 873/874, 38-40.

            Belville (januari 2020): ‘Dondert een container om of is het een bom’, 38

            Oefening: ‘Ik baar mijzelf in bed’, 39

            Niet voortdurend maar onophoudelijk: ‘Het gras zal nog wuiven, een steen’, 40

 

Dorrestijn, Hans (1940)

Liedteksten, oktober 1982, 419, 29-30.

De wanhoop: 'Waar zijn die mooie droeve dagen', 29

''k Heb dit geleerd', 30

Met tekeningen van Georgien Overwater, 29 en 30.

De lelijkheid 4, mei 1985, 450, 29.

'Voorbijgangers zijn vaak nieuwsgierig'

 

Doting, Anna

Pseudoniem van Margrieta Jeltema.

 

Drabbe, Thera

[Gedichten], oktober 1964, 207, 32.

Impressie: `Sneeuwfonteinen versplinteren'

Ontmoeting: `Onherkenbare bekend'

Een liedje van verlangen: `Vervorm, verbuig, betover'

 

Duinker, Arjen P.

[Gedichten], mei 1980, 390, 30-32.

1. 'Taal en', 30

2. 'Hoe kan ik het', 30

3. 'De bomen in de straat', 30

4. 'Er zijn vele manieren om', 31

5. 'De moet', 31

6. 'Langzaam', 31

7. 'Glimmende straten', 32

8. 'Een', 32

Aapnootmies 1985, april-mei 1986, 461-462, 46-49.

I.s.m. K. Michel.

1. 'Verlos ons van', 46

2. 'Doof?', 47

3. 'Het leven. Helder', 47

4. 'Veel tijd is er niet', 47

5. 'Een twee drie', 48

6. 'om gewoon zand zon zee te kunnen zeggen', 49

7. 'Laten we de lucht over de knie leggen', 49

Aapnootmies poetica, februari 1987, 471, 28-29.

I.s.m. K. Michel.

1. 'noem het een gordijn van spiegels', 28

2. 'ik omhels je, lage straat', 28

1. 'op een zeer absolute dag', 29

2. 'duizend gele', 29

 

Dündar, Tunć

[Gedichten], december 2002, 661, 30-31.

'Een oud autowrak', 30

Ons huis: 'Er zijn huizen', 31

 

Dussen, Michael van der

Zandspoor en verstening, oktober 1981, 407, 28.

'keert alles weer terug'

 

Eerhart, Frank (1948)

[Gedichten], maart 2016, 820, 35-36.

                        Onverharde wegen

            Grond: ‘een zakje bodem’, 35

            Bos: ‘kijk zeg ik’, 35

            Groei: ‘er leek iets’, 36

 

Eijkelboom, Jan

Leiden ontzet, 16-12-1959, 31, 16.

`Zie ik van Sempre het vaandel'

N.a.v. een krantebericht. Reactie kritisch proza, De student M., 31, 7. Zie A.L. Schneiders, 30, 8-9.

[Gedichten], december 1979, 385, 45-46.

Geen notie: 'Ik hou de tijd niet bij', 45

Die eenvuldighe sempelheit: 'Hoe oppervlakkig was de wereld', 45

Toch: 'Vanaf de schilferige bank', 46

 

Ekkers, Remco

Dick Hillenius in de Groningse sjoel, december 1982, 421, 39.

'Hij staat even een gibbon'

 

Elagin, Ivan

Pseudoniem van Ivan Venediktovitsj Matveev.

 

Emmens, J.A.

[Gedichten], 06-04-1960, 47, 8.

Sprookje: 'Ik sprak op de wallen'

Wensdroom: 'Aardig idee: de hemel te bevolken'

[Gedichten], 05-07-1961, 112, 15.

Geschiedenis: 'De slag, thans onderwerp van diepgaande discussies'

Vooruitzichten: 'Laat een scheepje te water'

Comming out of the woods, 29-11-1961, 133, 13.

'Comming out of the woods'

Engels.

 

Emmerik, Judy van

Vijf gedichten, juli-augustus 1974, 320-321, 34-39.

'Na een operatie ziek', 34

'Vragen vragen', 35

'Thuis voel ik me het prettigst', 35-36

'In memoriam Jan Arends: 'Psychisch onvermogen', 36

'Je kunt beter', 37-38

'Ik was dood', 38-39

'Hij droomde', november 1974, 324, 40.

'Jarenlang fietste ik', december 1974, 325, 34.

 

Ende, J. van den

[Gedichten], november 1993, 552, 23-24.

Onder pseudoniem Frank Esper.

Stadsplan: 'wie is de meester van dit gebouw', 23

Het pand: 'nog staat zijn omgeving in het groen', 23

Ingreep: 'door de regen opgeroepen', 24

Leven in de marge: 'afgewezen zoekt zij langzaam', 24

[Gedichten], december 1993, 553, 28.

Onder pseudoniem Frank Esper.

Biografisch 1: 'vervallen lijkt die plek een uithoek'

Biografisch 2: 'het plein, de kerk en het hof'

Vermist: 'waar het dagelijks over leven gaat'

 

Enquist, Anna

Pseudoniem van Christa Widlund-Broer.

 

Ensslin, Janine

[Gedichten], december 1998, 613, 14-15.

Daar waar men gezegd had: 'we reden soms van gat naar gat', 14

Als ik luister met mijn olifantenoor: 'ik weet nooit of ik mezelf wel hoor', 15

 

Ent, Anton

Henk van der Ent.

 

Ent, Henk van der

[Gedichten], maart 1974, 316, 24.

Onder pseudoniem Anton Ent. Paasregen: 'Paasregen in de zonneschijn'

Edison: 'Edison sprak tegen tin'

Marieke: 'Ik had mijn dochters bij 't gebed'

[Gedichten], oktober 1976, 347, 28.

Onder pseudoniem Anton Ent. Aan de oever van de IJssel: 'Een schip met hout hoog opgetast'

Terugkeer van de specialist: 'Ik loop weer met mijn moeder langs de Leede'

[Gedichten], oktober 1993, 551, 22-23.

Onder pseudoniem Marieke Jonkman.

Sauna: 'Mannen keken en bekeken. Ik zat niet lekker', 22

Rembrandt: 'Je mag zijn zoals je bent: met of zonder kraag', 22

Jurk: 'Dit kanten kraagje houdt mij overeind', 22

Insult: 'Geen post. Geen antwoord op mijn brief', 23

Bad: 'Een open vrouw is recht van lijf en leden', 23

 

Esch, Sjef van

De schaduwen, februari 1974, 315, 28.

'Zo stil ie het nu lach niet'

Zeeuws Vlaanderen, november 1974, 324, 30.

'In herinnering blijft de ruimte'

Ameland, juni-juli 1975, 331-332, 33-34.

(de zee): `pal rijdt zij', 33

(de wind): `als vaal en angstig', 33

(de maan): `soms in een losbandige nacht', 34

(de wolken): `en een witsmeltende maan', 34

(de vogels): `opgewonden altijd', 34

Wintergedichten, februari 1977, 351, 26-27.

1. 'in verten wacht donker', 26

2. 'binnen zwijgen de boeren', 26

3. 'in de witte kraag', 27

4. 'de winter is een wolf', 27

Vijverjeugd (vrouwenpaviljoen), februari 1977, 351, 28-29.

'De wingerd': ,stiekem gapen', 28

'Honingbijen': 'op koppig avontuur', 28

'Klimop': 'haar ogen onderweg verdwaald', 28

'In de tuin: 'in de paleistuin', 28

Lof der zomernachten, november 1977, 360, 34-35.

'bruinrood tuimelt de zon', 34

'langs bossen de donkere', 34

'in het onbewogen blauw', 35

Afscheid, december 1979, 385, 40-41.

'wanneer kantelde licht', 40

'angstig klapwiekt het bericht', 40

'marmeren dood raak ik de hand', 40

'spreek ik aan het graf', 41

Herfst, augustus-september 1981, 405-406, 40-41.

'in de bossen het snuiven', 40

'oktober sloopt de zinnen', 40

'later de boer', 41

'er hangt onzichtbaar', 41

 

Escher, Sidonie

[Gedichten], februari 1987, 471, 30.

Zeventig: 'Het weer is druilerig, de verjaardag voorbij'

Geruststellingen: '(Bezadigder tijdens naderend bedenk ik me)'

Einde mei: 'Zo'n dag-warm met een koele ondertoon-'

 

Eshove-Bedijs, Elisabeth

[Gedicht], november 1968, 252, 22-23.

Vogelvlucht: `Vanaf de berg Sinai bekeken', 22

Doof het licht, ik zie teveel: `zei Minerva', 22

Dienstregeling: `Er zijn treinen', 22

For GabriĎl-a warning: `It's all very well to think', 23

Gedicht in het Engels.

"Melancholy is the nurse of frenzy": `Yes-tearful Kate', 23

Gedicht in het Engels.

Ophelia-Cordelia: `To be on edge', 23

Gedicht in het Engels.

[Gedichten], juni-juli 1969, 259-260, 36.

Machinaal: `Vlakbij'

Black Peter: `There he comes! A cat'

Gedicht in Engels.

Duel, oktober 1971, 287, 7.

`Gespleten zielen bergen twee leven'

[Gedichten], december 1971, 289, 18-19.

1971: `Vier jaren terug', 18

`ik droomde van een lange bleke stengel', 18

Incongruent: `Wel samen naar bed geweest', 19

Fliegende Blätter: `"Ik ben"', 19

[Gedichten], februari 1974, 315, 22-24.

Those were the things: 'Wolfheze', 22

Portret: 'Een stuk star verdriet', 22

Najaar: 'De bomen staan in nachtgewaad', 22

Ooghoogte: 'Zolang ik engelen ontmoet', 23

Crematie: 'Het is alweer zolang geleden', 23

Bezoek: 'Ze had een spreeuw', 24

Op de tast: 'De dennenboom grijpt om zich heen', 24

Lot: 'Overleefd ter nauwste nood', 24

[Gedichten], maart 1974, 316, 18.

Ongeduld: 'Laat mij de lente'

Vincent van Gogh: 'Desperate he'

Malewitch, november 1974, 324, 30.

'Moe wit gezicht'

 

Esper, Frank

J. van den Ende.

 

Espriu, Salvador

[Gedichten], juni-juli 1992, 535-536, 23-24.

Buit verzekerd: 'Voetstappen van de jager', 23

Begraafplaats van Sinera:

1. 'Over de wegen daalt', 23

2. 'Wat een bescheiden land', 23

4. 'Mijn ogen zien alleen', 23

5. 'De portieken van Sinera', 24

6. 'De spinnen hebben vorsten-', 24

7. 'De eerste druiven zijn er', 24

11. 'De regen sterft, terwijl ze', 24

13 'Als het middag is, komen', 24

14. 'Spiegel, herinnering', 24

15. 'Over het kustland', 24

17. 'O, het zwarte schip', 24

21. 'Ongebreidelde paarden 's morgens', 24

Vertaald uit het Spaans en voorzien van een inleiding door Kees Bakker.

 

Exter, Pieter van

Bij een oude foto, februari 1993, 543, 33.

'Oom Gert'

 

Eybers, Elisabeth

[Gedichten], januari 1997, 590, 12-15.

Fase: 'Aarselend kyk ek die trappe aan', 12

Voortgang: 'Onverhoeds en verbasend kom jy op slag', 13

Erfenis: 'Beide my moeder en vader', 14

In laaste instansie: 'Wanneer woorde jou in die steek laat', 15

[Gedichten], mei 1997, 594, 6-8.

Opmerking: 'Hoekom gaan jy so vroeg na bed', 6

Noodweer: 'Die besete, stuiptrekkende boom', 7

Diminuendo: 'In daardie oase, ruimskoots toegerus', 8

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 8-11.

Voetjie vir voetjie: Voetjie vir voetjie word mens immigrant..., 8

Step by step: 'You learn migration step by step, you see', 9

Ontheemde: Hier, in die vreemde, en sonder 'n masker aan..,’, 10

Homelessness: 'In this strange land, unshielded by a mask...', 11

Niet eerder gepubliceerde vertalingen door Elisabeth Eybers van haar oorspronkelijke Afrikaanse gedichten ‘Voetjie vir voetjie’ (Kruis of munt, 1973 en Versamelde gedigte, 2004) en ‘Ontheemde’ (Dryfsand, 1985 en Versamelde gedigte, 2004)

 

Faverey, Hans

Reeks tegen de dood, november 1987, 480, 23-31.

'De ogen die haar ogen', 23

'Is hetzelfde dan niet goed genoeg', 25

'Zijn enige raadsel : hoe', 25

'Wie sterft die blijft niet zo lang', 26

'Door zich te laten begaan', 27

'Hoe de aanbedene, nu ik zo', 28

'Zoveel dingen zijn er', 29

'Is het gorgonenhoofd', 30

'Geloof mij toch', 31

 

Flipse, Robert Paul

Een oud huis, juni-juli 1967, 237, 29.

`Borgharen-gele dennen'

 

Fontane, Sacha

[Gedichten], december 1979, 385, 28.

Vroeger Oost-IndiĎ: 'Paars watervlak opppervlak'

Haags gevoel: 'Voel'

[Gedichten], april 1980, 389, 32-33.

Morgenkou: 'Morgendauw-het weiland trekt uit het gezichtsveld weg', 32

Op een boot op Hudson-rivier: 'De vrouw legt haar hand op zijn schouder', 32

Schaduw: 'De schimmen schaduwen de wandelaar' , 32

Stad: 'Schreeuw roepen', 33

Ochtend: 'Romig roest het water door de gootsteen', 33

Vier gedichten, februari 1981, 399, 32-35.

Levensteken: 'de groene wereldreiziger', 32

M.S. Noorddam: 'Witte ijzerplaten reusachtig van omvang', 32

'Mijn vroegste herinnering', 33-34

Blind: 'Open', 35

Drie gedichten, augustus-september 1981, 405-405, 42-43.

''s morgens vroeg als de tong dwars ligt in de mond', 43

Afscheid: 'De schaduw van een voorwerp opvangen', 42

Bergbeklimming: 'naderen het ding', 43

 

Francken, Vicky (1989)

[Gedichten], februari 2008, 723, 18-19.

Bevinding # 22: 'Tegen deze grauwe achtergrond vechten wij onafgebroken.', 18

ScŹne: 'We staan tot elkaar als vier muren om de ergste vragen', 19

[Gedichten], augustus-september 2008, 729-730, 34-35.

Foto: 'Hier sta ik vervreemd tot oude planten', 34

Dit is zo te zien al bekeken: 'Ik lig hier kreupel en leg mijn handen om mijn ellebogen', 35

[Gedichten], februari 2009, 735, 29-30.

Kauwen, kraaien, roeken of raven: 'Onder deze regels lig ik wanhopig in de mode', 29

Hier draait het leven om: 'Hier draait het en zoekt het zijn voeten', 30

[Gedichten], mei 2009, 738, 38-39.

Begrip is een begrip: 'Een man in een boek zei zonder omhaal het enige', 38

Leidraad voor zeilers: '1 – Je moet altijd je leven riskeren', 39

Alles, december 2009, 745, 17-18.

I: 'Alles is onscherp. Ik blijf mijn bril opzetten', 17

II: 'Alles lijkt alles behalve eeuwig, is van voorbijgaande', 17

III: 'Alles is langzamerhand zo moeilijk', 18

IV: 'Alles duurt langdurig lang, het is de moeite niet', 18

[Gedichten], maart 2010, 748, 24-25.

We keken in onze koplampen en reden ons aan: Er ging iemand dood. In ons huis. We waren er niet', 24

Verontwaardigde gitaren zingen niet: 'Mijn klankkast is misschien massief', 25

[Gedichten], maart 2011, 760, 19-20.

Hoe is het mogelijk: 'Het duurt niet lang of het duurt niet lang meer', 19

'Na jengelen om naald en draad', 20

'Moet je me nu zien, ik wilde altijd iemand worden', 20

[Gedichten], januari 2012, 770, 4-5.

'Dit is nog maar het begin en ik tik mezelf al op de vingers', 4

'Nu wordt alles duidelijk', 5

[Gedichten], november 2012, 779 [780], 32-34

Het eerste ontbijt: 'Een ontwaken van jewelste, vogels zonder vleugels', 32

Hopen dat de zon opkomt een groots misdadig plan noemen: 'is onmenselijk, in de diepte van een rivier je hart zien liggen', 33
Wat kapot is kan niet stuk: 'Je relativeert jezelf een ongeluk', 34

Hekwerkzaamheden, augustus-september 2013, 789-790, 42.

I. 'Er zijn leugenachtige woorden zoals onmisbaar'

II. 'Soms vraagt iemand zich af of er niets mis is'

II. 'Het licht heeft zich omgeschoold tot terrorist'

[Gedichten], mei 2014, 798, 30-33.

soms moet je de kussens in je hoofd een stomp geven: 'als het veertjes sneeuwt heb je eindelijk grip', 30

'Naakte muziek speelt in de grotten', 31
'Hoe heet het', 32
is hier iemand: 'er waait geen wind, er wuift geen riet', 33

[Gedichten], februari 2015, 807, 15-16.

'tot de lippen gericht zegt het water', 15
'vaak is het beter de vogels niet rood te verven', 16

[Gedichten], januari 2016, 818, 13-14.

          1995: ‘Toen ik mijn zwemdiploma haalde, was ik blij.’, 13

           Je krijgt alweer kleur: ‘Tien jaar lang was er niets aan de hand,’, 13

           Windpark: ‘Er was een tijd dat ik dacht dat een windpark zoiets was’, 14

[Gedichten], juni-juli 2017, 835-836, 9-12.

          Geen geschiedenis: ‘die zomaar de benen neemt’, 9

           ‘de akker ligt er gebarsten’, 10

           de auteur is dood: ‘een hangslot aan de deur van de nooduitgang’, 11

           Vatnajökull: ‘Ondertemperatuur en zo grijs’, 12

 

Friedrichsen, F.V.

[Gedichten], september 1986, 466, 23.

Gezicht op een mooie jongen: 'Ik schuif met de draaideur mee naar binnen'

Elementen: 'De gele trein trekt door het noodweer'

 

GaliĎn, Laura van der

[Gedichten], februari 1996, 579, 36-38.

'Zoveel straten, mensen, pleinen!', 36

'Zeventien passen en nu al vermoeid', 37

'Dit grijs, het went al aan je ogen', 38

 

Geel, Chris J. van (1917-1974)

Snelle verluchtiging, 14-03-1962, 145, 12.

'Van kijkgeld vrijgesteld zijn blinde militairen'

Opdracht: aan P. & R. [ = K.L. Poll en J. Roukens]. Polemiek over Eichmann, antisemitisme en identifcatie, n.a.v. J. Roukens, 136, 3-4. Zie A. Nuis, 137, 8; J. Roukens, 137, 8-9; K.L. Poll, 141, 1-3; R. Rubinstein, 143, 1-4; J.A. Emmens, 143, 5-6 en antwoord K.L. Poll, 143, 6-7. Reacties J. Roukens, 145, 11-12; J.A. Emmens, 145, 12; D. Hillenius, 145, 12-13; K.L. Poll, 13-14 en H.R. Eyl.

Wilhelmina, 17-01-1963, 186, 33.

'Rust zacht. De uitvaart van de witte wijfjesbeer'. Met de bijschriften: bij haar laatste koningschap; (op acht december in een stoel elders). Zie rectificatie, 187, 43. Zie ook Chris J. van Geel, 199, 17 en 201, 8.

Irene, februari 1964, 199, 17.

`Hoe fier bewoog de goede Koningin'

Gedateerd: 31 januari 1964. Zie Wilhelmina, 186, 33 en irene twee, 201, 8.

Irene twee, april 1964, 201, 8.

`irene drinkt de statenloze dromen van haar don'

Gedateerd: 9 april 1964. Zie Irene, 199, 17 en 'Wilhelmina', 186, 33.

Fazant, september 1965, 218, 15.

`Voorzichtig op gespreide tenen stappen zettend'

Zerken, oktober 1965, 219, 39.

`Boven wie in de aarde slaapt'

Droom, november 1965, 220, 23.

`In een prachtig fluwelen loverbezet'

Hofstad, december 1965, 221, 35.

`Het windoog treft de Twensteeg in het hart'

Havenwoonwijk, januari 1966, 222, 27.

`Soms ziet men houten zwaluwen'

Bomen, februari 1966, 223, 33.

`Zwart als de zon opkomt'

`Leven tegen de dood', maart 1966, 224, 37.

`Begrafenissen trekken aan de horizon', april 1966, 225, 22.

'De zon gaat rechtop onder', mei 1966, 226, 23.

Dertig gedichten, juni-juli 1968, 247-248, 26-31.

Pad ontmoet: `Ik wandel en probeer, 26

Klein lover: `Zit hij, vliegt hij?', 26

Koekoek: `Ik wist niet dat een koekoek vliegend', 27

Luchtvee: `het regent in het briesen van tien mussen', 27

Oceanisch: `De zee is van gehaaide zielepoten vol', 27

Gezelschap: `Zo vroeg kan ik niet opstaan of ik zie', 27

Bewogen: `Ik heb een schilderij gezien', 27

Merels op een rieten dak: `Afwisselend staan ze zich', 27

Jonge springspin: `Een springspin zie ik zitten', 28

Nieuw heershaantje: `Nog zonder kleur zo jong', 28

Vroege polder: `Drie eenden vluchten in paniek', 28

Kapel: `Gepoederd in de geur van ongestadigheid', 28

Schaap: `Het bruine schaap toen ik', 28

Griffioen: `O zeker niet altijd', 29

Fabel: `Ik wil inlichtingen, riep de griffioen', 26

Malakoloog: `Gebogen over zijn pincet door gidsen gruis', 29

Parc aux cerfs: `Ik wandel rond, de bomen vol in blad', 29

Bodem: `De koeien hoesten in het stof', 29

Gebedsboom: `De takken tillen linten aan hun vingers', 29

xxx: `Kleine gehuwde vogels tussen stenen op het gras', 30

xxx: `Bijna onmerkbaar gespikkelde vogel', 30

xxx: `Door een nachtuil in de regen', 30

Turkse tortel: `Als de uitverkoren zeemeermin', 30

Wrak voor de kust, 's zomers: `Op lichte deining veert de spiegel', 30

Courses: `Er stonden paarden voor de kano's', 30

`"Dat was leven"', 31

Tor, kwaad: `Kaken bijtend opgeheven', 31

Slak: `Ik pluk een slak van asfalt', 31

Roofdier: `waar hij ook staat is een lege plek', 31

Territorium: `De vogels zijn weer bezig elkaar', 31

[Gedichten], januari 1969, 254, 24-25.

XXX: `een lege plek van langer licht', 24

XXX: `Mijn landgoed is niet groter dan', 24

XXX: `'k Herinner mij geen blad', 24

Nachtvorst in klimop: `Elfen of nachtvorst over de begroeide door', 24

Omgang: `Zij heeft, zegt ze, een blij gevoel', 25

Op trektocht met een slaapzak: `Een man zat op een bank', 25

XXX: `Mij verscheen in droom de grijze visgraatbroek', 25

15 gedichten, maart 1969, 256, 30-32.

Boom _: `Boom is de grootste plant van allen', 30

Boom _: `Zij staat op stam, zij kan niet dromen', 30

Naaste: `Fietsend laat ze haar vriendin', 30

Proeftuin: `In hun fragiele nood zijn zij omhoog gezonden', 30

XXX: `Zij stijgt, zij domineert, niemand', 30

Voorjaar: `Er is niets liefelijks aan knoppen', 31

April: `Schoon en helder is het voorjaar', 31

Februarinacht: `Als het voldoende waait om ze te horen', 31

Onderhout: `Wat leeft groeit krom', 31

Leer der proportiĎn: `Het teentje maan dat gisteren te klein was', 31

TweeĎrlei linnen: `Ik ben veel liever een', 32

Onderbroken binnenspelen: `Ik geef volmondig toe, er viel een totem om', 32

Verkeersbord: `Ik lijd als ik een ander zie', 32

Tekst voor J.: `Zij zegt: "Ik weet dat in de diepste diepten', 32

Oude knoop: `Rond bosgezicht met hert in bos', 32

Drie gedichten, juni-juli 1969, 259-260, 26.

N.a.v. een ziedene zwerm spreeuwen op een oktoberochtend: `Of duizend bladeren tegelijk'

Sisyphus: `Spontaan ontstaat nieuw water waar'

Voor het raam: `Sneeuw maakt verten helder ruim rondom'

Met illustratie van de auteur, door Jan Hanlo uitgezocht op pagina 26.

Pad ontmoet, augustus-september 1969, 261-262, 30.

`Ik wandel en probeer'

Met notitie op dezelfde pagina.

Zeventien gedichten, oktober 1969, 263, 20-22.

Aan op en onder onderhevig: `Verscheurd door hout laag bij de grond', 20

Strekdam: `Strekdam bij vloed vlecht golven op', 20

Schuilen: `Het dreunt van regen waar ik sta', 20

Tuin: `Mijn kussens liggen in de nacht', 20

Honger: `Ik loop op straat een koek te eten', 20

Uitzicht: `Uitzicht', 20

Sprookje: `Wat een ruw landschap, zei de koningin', 21

Berm, grote stronk: `De stam ontbreekt, niets dan een knoest', 21

Vesting: `Hoe kan je anders wonen', 21

Nachtvorst in klimop: `Elfen of nachtvorst over de begroeide, door', 21

Gotisch: `De bomen schragen mist', 21

Gras: `Gras waar de nachtvorst over ging', 22

Naaste: `Fietsend laat ze haar vriendin', 22

Meisje: `In de dood schaduw gewassen kamer spelen', 22

Zon: `Zij stijgt, zij domineert, niemand', 22

Tuinstorm: `Er zwaait wat voor me', 22

`Ik sta', 22

Tien gedichten, mei 1970, 270, 30-32.

Dood van een wielrenner: `Het najaar viel augustus binnen', 30

In memoriam: `Hij was uit hout van de hemel gesneden', 30

Op weg naar het einde: `Schaduw, om in geen kwelling stil', 30

XXX: `Er zijn er jong vermoord', 31

XXX: `Tussen de explosie van de omvang', 31

XXX: `Tel de sterren op de koekbus', 31

Terug: `terug naar wat ik was', 32

Uitgegraven stronk: `De stam ontbreekt, niets dan een knoest', 32

Voor verzending gereed: `De aan elkaar gelijke jonge bomen', 32

Boom als hekpaal: `van tot onzichtbaarheid verroeste', 32

De gedichten zijn gekozen door de auteur uit de bundel Zinrijk (1970).

[Gedichten], februari 1971, 279, 15-16.

Jonge spinnen: `Een springspin zie ik zitten', 15

Spinachtig: `Spinachtig wezen in het grint', 15

Spinnentrek: `De hemel die de wolken kweekt', 15

Tor, kwaad: `Kaken bijtend opgeheven', 15

Tor: `Hij vrat. Zo is het om hem kaal gebleven', 16

Tor beluisterd in een zandkuil: `'k Ben bang dat wat ik ook mag doen', 16

Kever op inspectie: `Streng en korrekt, veldgrauwe stramme kever', 16

Torren: `Torren in de lucht', 16

[Gedichten], mei 1971, 282, 22-23.

Spooksprinkhaan (wandelende tak): `Een goede goudsmid zit doodstil', 22

Huisjesslak: `Hij is een wenteltrap van dromen', 22

Op een huisjesslak: `Hij trekt een haperend spoor', 22

Tegel: `Een nest van sporen die zich kruisen', 22

Naaktslak: `Hij moet zich zwetend voortbewegen', 23

Vormen van dood: `Hij sleept zijn leven voort', 23

Droomtraining: `Ik droomde dat ik een pad', 23

Pad op zoek naar winterslaap: `Hij klimt de takken binnen op vier benen', 23

Diergedichten, april 1972, 293, 23-25.

Merel in goeden doen: 'In ieder woord door hem gezegd', 23

Merels op een rieten dak: 'Afwisselend staan ze zich', 23

Hok: 'Ik bestudeer de kippen in natuurstaat', 23

Onder honden: 'Ik en mijn hond, wij zitten in', 23

Wandeling: 'Ik loop het lage land in en', 24

Fatum: 'De hond drinkt uit zijn spiegelbeeld', 24

Roodstaarthavik: 'Landeigenaar van het hogere zelf', 24

Luchtvee: 'Wat zouden zij zoeken, de dieren', 24

Turkse tortel: 'Als de uitverkoren zeemeermin', 25

Bij: 'De bij, een engel die gesard zich wreekt, volstrekt tot in', 25

Jonge albatrossen: 'Zij leren vliegen op de grond', 25

Nacht in de herfst: 'Ik hoorde lopen en stemmen van mannen in', 25

[Gedichten], mei-juni 1972, 294-295, 45-48.

Vlinder: 'Gepoederd in de geur van ongestadigheid', 45

Vlinder binnen: 'Hij heeft niets onbekwaams', 45

Het handvleugelige zoogdier: 'De wilgen staan hoogst perzisch in de nacht', 45

Bosuil: 'Roept hij, de uil, gerekt wegstervend', 46

Steltvogel: 'Gillend trillend lopertje gebatikt', 46

Jonge sprinkhaan: 'Niet weggezakt in zijn verdriet', 46

Spinachtig: 'Spinachtig wezen in het grint', 46

Huisjesslak: 'Mijn kamer moet gevuld als ik', 41

Schollevaren: 'Hun poten als van uitgestorven vliegreptielen', 47

Schaap: 'Het bruine schaap toen ik', 47

Schapen: 'Ze hoeven niet getekend', 47

Aan een afwezige: 'Het hagelt tussen varkens', 48

Dwergpad: 'Op korte blote armpjes kijkt', 48

Paard: 'Mijn staart slaat vliegen af', 48

16 Diergedichten, oktober 1972, 299, 27-30.

Dier: 'De ogen vol met oorlogstuig', 27

Bosduif: 'De bosduif koert, bescheiden toonaard', 27

Stadsduif: 'Een duif waarin een ouderwetse straat', 27

Dalende turk: 'Hij slaat een waaier van geluid', 27

Onder eekhoorns: 'Om de manier waarop je zit', 28

Eenden: 'De eenden zijn met lucht alleen', 28

Vroeg: 'Loopt zo de weg, een boekt waarin', 28

Middageenden: 'De eenden slapen graag', 28

Zwemvogels: 'Geen eend brengt ooit geen zwaan', 29

Woerd: 'Zonder toezicht duikt hij onder', 29

Verhuisd: 'Toen van alle plekken mist en schaduw', 29

Lopend hoofd: 'Wiens hoofd op snelle beentje', 29

Kunsteend: 'De stenen eend lag jaren voor het raam', 30

Nachteend: 'Oever, nacht en stilstaand water', 30

Jacht: 'Met de rook uit de loop van de buks', 30

Fenix: 'Aan veren het gelijke aantal', 30

7 Diergedichten, december 1972, 301, 22-23.

Haan: 'Ik weet een haan gevlucht', 22

Hondetekens: 'Een hond geeft hals', 22

Dalmatiner onweer: 'Het blaffen is begonnen', 22

Jachthond: 'Een liefde die zich vastbijt in de wind', 23

Over honden: 'Wat ik wil is wat honden doen', 23

Kievit: 'Een halve leeuw te water', 23

Kikker op handen: 'Ik tel en raak de tel kwijt', 23

[Gedichten], februari 1973, 303, 22-23.

Oud: 'Als vlindervleugels voelt ze aan', 22

Rag: 'Een web van één draad lang', 22

Tuin: 'Hoe met een goede plantslag midden', 22

File: 'Een populier, rij ratelpopulieren', 23

Laat licht: 'Het wordt al dunner in de lucht en ijler ,korter', 23

Nauw water: 'In het geluid van vleugele krijgen', 23

Enkele Gedichten, september 1973, 310, 38-41.

In water heimlijk aan de dag: 'Het water drukt wat stierf plat', 38

Sloot: 'Zo oud niet of hun jeugd treurt in de wilgen', 38

Roodborst: 'Een bolle veer vol honger', 38

Oud: 'Als vlindervleugels voelt zij aan', 39

Zomer: 'Het water ligt ontdaan bijna', 39

Wijde regen: 'Druppels laten zich te water', 39

Tuin tegen water aan: 'Eenden die zich reppen naar de sloot', 39

De zee, een pauw: 'Een waaier van geduld', 40

Thee drinken: 'Nacht in een theepot', 40

Asyl: 'Ik zoek een toevlucht in de poes die met', 40

Druipende bomen boven sloot: 'Hier vallen druppels in het water', 41

Eend tussen veren: 'Om zijn weelde te beroeren', 41

Zwanen bij nacht: 'Zij kunnen het niet laten licht te geven', 41

Uiltje: 'Hij rolt blad stevig om zich op', 41

[Gedichten], februari 1974, 315, 31.

Uitzicht: 'Het uitzicht is een landschap takken en een grijze lucht'

Binnenplaats: 'Het boompje staat omringd door muren op het gras'

 

Geemert, J.H. van

Elf Gedichten, februari 1981, 399, 25-28.

Winters: 'Alleen het raam was verlicht', 25

Zomertijd: 'Buiten heerst er zomer, vogels', 25

Zwart op wit, 26

1. 'Vermoeidheid kwam boven'

2. 'Als iedereen vertrokken is'

3. 'Te laat teruggetrokken'

Buiten: 'De stad lag achter ons. Hier restte niets', 26

Herhaalde ontmoeting: 'Onze jassen waren zwaarder geworden', 27

Brief, niet verzonden: 'Niet de woorden, maar je blik, 27

Decor: 'Bij gunstige wind kun je', 27

Rust: 'Vanuit zijn bed heeft alles stilgestaan', 28

Thuiskomst: 'langs de oude weg ga ik terug. Langs', 28

 

Gelderblom, Arie

[Gedichten], juli-augustus 1974, 320-321, 28-31.

'Je bent het niet', 28

Tijdverdrijf: 'Tijdverdrijf der stervenden', 28-29

Al die dingen: 'Al die ontroeringen', 30

Of: 'Of men wel of niet lachte', 31

[Gedichten], januari 1976, 338, 29-31.

Het eiland: 'hij had het goed met haar en het kind', 29

Dit meneer: 'dit was de avond, meneer', 29

Priory Court Hotel II, Dover: 'weet iemand waar ik ben', 30-31

Opdracht: Voor jane.

Aan zee in Brighton: 'terwijl de wind met de golven speelde', 31

Vier gedichten, juni-juli 1976, 343-344, 49-51.

Zo ontroerend soms: 'het gaat voorbij, zo ontroerend', 49

Sandwich (Engeland): 'dat het droomde tussen de heuvels', 49

Bericht uit Bolsward: 'op weg naar nergens en niets denk je en', 50

Bericht uit Hindeloopen: 'hier droomt het dat de droom niet eindigt', 51

 

Gellings, Paul (1953)

[Gedichten], oktober 1996, 587, 31-32.

Populier: 'Het is niet te geloven, hoe in deze dagen', 31

Antwoord van de populier: 'Vandaag is er geen winter meer, maar al', 32

[Gedichten], mei 1997, 594, 21-22.

[Gedichten], mei 1997, 594, 21-22.

Maarste bui: 'Verwardheid brengt het voorjaar', 21

Mei: 'Schrijnend als frambozensorbets', 22

[Gedichten], december 1998, 613, 32-34.

Rijeka: 'Avonden aan zwartzijden water dat', 32

Logement: 'In deze straten achteraf vlotten', 33

Museum: 'Bouwput geslagen in de hemel. Tandkas', 34

[Gedichten] , november 1999, 624, 12-14.

            Lavendel: 'Het keerpunt in de zomer is deze', 12

            Muggen: 'Hier op dit braakland achter', 13

            Vlieland: 'Lied van de golven, van het schuim', 14

[Gedichten], oktober 2000, 635, 11-12.

            Opium: 'Vannacht geweigerd om te slapen, maar', 11

            Cupido: 'Hij leeft het liefst in houten tuinen', 12

[Gedichten], augustus-september 2002, 656 [657-658], 23-25.

Achter de horizon: 'Voorbij de laatste tuinen begint de aarde', 23

November: 'De maand begon dit jaar met taaie zomer,' 24-25

[Gedichten], oktober 2015, 815, 38-39.

Babel: 'Op de kaart nadert de avond', 38

Nemausus: 'Hier loopt een gracht die ik ken uit een droom', 39

[Gedichten], maart 2016, 820, 28-29.

             Lijn 25, een ode

             I: ‘Het is zomer en de rails liggen rusteloos’, 28

             II: ‘Wie de lege rails nog zien wil’, 29

[Gedichten], februari 2020, 867, 7-9.

            Parijs 1972: ‘Metropool in de hitte, hoe hoog en hoe donker alle’, 7

            Gezicht op ChČtel-Censoir: ‘Herfst in de kloostertuin – dit kunnen schilderen’ 8

            Herfst in Combray: ‘Plaatsnaam uit de oevers van een stroom woorden getreden’, 9

 

Gerbrandy, Piet (1958)

Idyllen, augustus-september 1997, 597-598, 20-21.

'wat rent er die haas', 20

'Ter vliering neuken boeren hier', 21

Drie idyllen, oktober 1997, 599, 33-35.

'Portieren slaan, house hakt', 33

'Klam drenkt een misten dek', 34

'Het is gedaan. Cilinders', 35

Drie muzen, augustus-september 1998, 609-610, 37-39.

I: 'Wij zitten, lul ter hand, op rug', 37

II: 'In dijen hapt men, haring', 38

III: 'Jaag rok, sluip tuin, blus netel', 39

[Gedichten], oktober 1999, 623, 34-35.

            'De lezende man weet een paar', 34

'Hoe de slachtende man zich het boze', 35

            Opgedragen aan slager Jaap Kolkman.

[Gedichten], april 2001, 641, 12-13.

'Houd vast, vent, je bent nog maar even.', 12

'Wortelstok spreidt knollen in je', 13

[Gedichten], oktober 2001, 647, 12-14.

'ik trek mij terug in dit', 12

'besprong je een water jij', 13

'wat in je wil uit wat je aan hebt?', 14

[Gedichten], oktober 2002, 659, 17-19.

'Keldervrouw snerp me een deun op uw riet', 17

'Min je de krater en haat je de lava?', 18

'Je kunt nog wat gaan huilen om je', 19

[Gedichten], april 2003, 665, 14-16.

‘Stapt hij straks aan hand gedwee’, 14

‘Zomers houden wij wak aan huis’, 15

‘Hoe strik je ook weer wat’, 16

[Gedichten], oktober 2003, 671, 8-10.

            Stort: ‘Storten wij’, 8

            Breek: ‘Ga je – verdwijnen je blutsen je wondingen’, 9

            Laat: ‘Richtten waar ze hun krengen van meeuw’, 10

[Gedichten], mei 2004, 678, 8-10.

Blijf: 'Wat beklop je dat geiten venster met beuker van hardhout?', 8

Laaf: 'Wijf duld mij in uw schoot streel van mijn buik', 9

Slaap: 'Laat nu', 10

[Gedichten], februari 2005, 687, 3-5.

Groet: 'Niet uit haat niet uit woede niet', 3

Baal: 'Afgod baalt van alles. Huurt kamer bij aftandse tollenaren.', 4

Lek: 'Elke koude profeteert longkoorts elk', 5

[Gedichten], augustus-september 2005, 693-694, 19-21.

Daal: 'In het hol van je mond nu', 19

Teel: 'Vette stoomhoknimfen pletten hun opgevouwen', 20

Leeg: 'En dan doven wij bengaalse pijlen wachten', 21

Thema: Eros & Thanatos

[Gedichten], februari 2006, 699, 26-28.

Stel: ‘leen me vanavond je koevoet je knuppel’, 26

Was: ‘In de eeuw dat het sleutelgat gaapte men’, 27

Hoor:’Hier houdt mijn zwijgplicht op’, 28

[Gedichten], juni-juli 2006, 703-704, 42-45.

Stook: 'Hangt er weer een vetschort voor uw plasser?', 42

Loop: 'Vossin met je isabelglazige ogen jij teder', 43

Jen: 'Jen me niet met opslag van de ogen die je hebt.', 44

Klok: 'Jij koolwaterstof met mond en een zin', 45

[Gedichten], januari 2007, 710, 17-19.

‘Zie daar ontwaar ik mijn hoofd hoe het rolt’, 17

‘Hoe was de eerste nacht met uw kermisattractie’, 18

‘Wie wij missen’, 19

[Gedichten], augustus-september 2007, 717-718, 10-12.

'Alles buren breken ondragelijke muren door', 10

'Wij werden dekbed waaruit veertjes prikken?', 11

'Fluwijn wat talm je mijn motorkap te betrekken', 12

drie vriendinnen, januari 2008, 722, 22-24.

'Korinna Korinna waar bleef je zo lang?', 22

'Geen toegang voor bevoegden. Verboden voor de wet.', 23

'Wat horizon? Vervuilt uw blik want splitst in vol', 24

[Gedichten], juni-juli 2009, 739-740, 19-21.

Strot: 'Behepte wat vuren uw vezels toch angst en ontzetting', 19

Long: 'Lachen hoge mannen op hoogste bergen uitziend', 20

Gal: 'U zit inde penarie die u uitzuigt', 21

Glimpen van inhoud, maart 2010, 748, 11-12.

'Waar hebben ze je heen gebracht?'

[Gedichten], november 2010, 756, 10-12.

'Minzaam blaffend open je de morgen', 10

'De dagen waarin je dood waren luttel en lang', 11

'Je hebt een mond vol rook gekregen', 12

[Gedichten] februari 2012, 771, 11-13.

'Hoe zal het met je rug hij rijst zo rank en onversleten.'
'Mag ik u ontleden redekundig?', 12

'Niets had jij te zoeken maar was er', 13

 

Gerits, Anton (1930)