Hollands Maandblad beurzen 2021/2022

Hollands Maandbladbeurs;
categorie proza
Sadiqa Almakhadie

Hollands Maandbladbeurs;
categorie poëzie
Emma van Hooff

[Klik op naam winnaar voor juryrapport]

Eerdere winnaars

De winnaars van de Hollands Maandblad Beurzen worden jaarlijks op voordracht van de redactieraad van Hollands Maandblad, na consultatie van de redacteur, aangewezen door het bestuur van de Stichting Hollands Maandblad. De Hollands Maandblad Beurzen zijn tussen 2003 en 2009 mogelijk gemaakt door het Dr. Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds en worden vanaf 2009 mogelijk gemaakt door de Stichting Hollands Maandblad, daarbij tussen 2013 en 2017 gesteund door het R.O. van Gennep Fonds.

De Hollands Maandblad Beurzen worden uitgereikt aan jonge, eeuwig jonge dan wel debuterende auteurs die de afgelopen jaargang in Hollands Maandblad hebben gepubliceerd en de bijzondere aandacht van de redactieraad hebben getrokken met hun werk. De Hollands Maandblad Beurzen (€ 750,-) kunnen de categorieën poëzie, proza, essayistiek, alsook combinaties daarvan betreffen.

Het doel van de Hollands Maandblad Beurzen is om het schrijverschap van de laureaten te stimuleren, en om bij te dragen aan een duurzame literaire band tussen hen en Hollands Maandblad.

Op 2 november 2022 reikte Hollands Maandblad de beurzen uit tijdens een evenement van de Balie (link).

Sadiqa Almakhadie (1997) – Ineens was je er, Sadiqa. Met Kanarie in de Kolenkit. Over een meisje van 9 in een flat in Amsterdam-West. De Kolenkitbuurt. Niet het gemiddelde decor in Hollands Maandblad. ‘De ratten weten ons moeiteloos te vinden,’ schrijf je, ‘’s nachts klimmen ze op het balkon en knagen ze aan vuilniszakken en etensresten; hun zwarte peulvormige keutels laten ze achter op de losse tegels.’

En dat is nog maar het begin. In amper drie pagina’s dompel je ons onder in een wereld vol geuren en geluiden, vol hitte en kilte. De wereld van een gevoelig meisje, met een bruut van een vader, broertjes en zusjes, en een moeder die geen woord Nederlands spreekt omdat het niet hoeft, buiten komt ze maar zelden, en dan alleen onder begeleiding als ze naar de huisarts gaat voor rugpijnpillen, gewone aspirines die ze haar analfabete echtgenoot toont als bewijs dat ze ziek is en echt niet kan voldoen aan zijn mannelijke driften. Het meisje. De lezer moet wel van haar gaan houden. Een slim, sensitief meisje. Een bang meisje. In de Kolenkit. Met op straat een walm van bedorven vlees en geronnen bloed. Lome hitte die tussen de portiekflats blijft hangen.

Veel hedendaagse verhalen, zélfs in Hollands Maandblad, zijn geur- en geluidloos. Maar niet jouw Parkiet in de Kolenkit. Met binnen de koranzender, buiten het kabaal van honden, scooters, sirenes, vliegtuigen, garagedeuren en het onophoudelijk razen van de A10. Auto’s scheuren, schampen verkeersdrempels, draaien de stoep op, parkeren zonder de motor af te zetten.’ Je verhaal is zacht en hard tegelijk. ‘Doe open,’ schreeuwt een buurman, ‘of ik snij je kut aan flarden!’

De kolenkit. Je laat het meisje verzuchten ‘Ik sprak, spoog, brieste dat woord lang voordat ik wist wat het betekende. Wij woonden in een kolenkit. Een reservoir voor as en roetzwarte kooltjes.’

Weet je, Sadiqa, de redactieraad zou nog een poosje kunnen doorjubelen over je verhaal, hoe beeldend het is en overtuigend. En beangstigend. Maar dat wist je natuurlijk allang. Vooral dat laatste.

Besta je wel, vroegen wij ons af. Sadiqa Almakhadie. Niets via google over je te vinden, enkel een link met Hollands Maandblad en de melding: controleer de spelling, bedoelde u soms…

Vorige laureaten deden van zich spreken als dialoogschrijver voor Sesamstraat of maakten furore op een bühne, ergens, of hadden in elk geval een verleden op een Schrijversvakschool. Van jou is er alleen een éénregelig biootje in het Maandblad, met als voornaamste feit: verhuisde op driejarige leeftijd naar Amstelveen. Maar je bestaat, verzekerde David ons. En hij stuurde ons alvast Kreng, je volgende publicatie. Een andere toon heeft het, losser, vrijer. Over een dochter gaat het, en een vader die er niet meer is, en in elke zin toch ook wel.

Ze is alleen in een huis vol herinneringen, heel vloeiend beschreven, niks verleden tijd of onhandige zinnetjes die duidelijk moeten maken: dit wordt gedacht, lezer, we zitten nu in haar hoofd, nee, je schrijft gewoon: ‘Niet te dicht bij de kachel, lieverd,’ zegt haar vader.

Want net als in De kolenkit is er hier vuur. En een vader. Geen analfabeet, een schrijver ditmaal.

De lezer krijgt een wijze verhandeling over schrijven, de vader oreert: ‘Eerst moeten de sluizen der verbeelding open, daarna komt de vijl eraan te pas. (…) Je moet alle overbodige zinnen schrappen. (…) Op een apart velletje overschrijven en in de kachel leggen. Omdat het vet verbrand moet worden. Alleen de proteïne mag overblijven. Ik wil de lezer niet vetmesten, ik wil hem voeden. De taak van de schrijver? Over grenzen gaan. Dogma, moraal en conventie zijn de drie grootste vijanden van de vrije geest.’

‘Ja, ja, ja’,’ laat je de dochter verzuchten. ‘Zo’n diep inzicht in de menselijke natuur, en dan toch…’ Want haar vader deed ook andere dingen dan schrijven. De lezer voeden. Dat doe je, Sadiqa.

Dogma, moraal en conventie. De drie grootste vijanden van de vrije geest. Grenzen. Met De Parkiet in de kolenkit ga jij over grenzen, en daarom ben je er vanavond niet bij. Wat ons spijt. Maar gelukkig is er Juliet Jonkers die ik uitnodig om de Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurs in de categorie proza voor het jaar 2022, althans de daarbij behorende oorkonde en felicitaties, in ontvangst te nemen. Voor jou, Sadiqa.

Emma van Hooff (1997) – Lofrede voor poëzie-aanmoedigingsbeurs Hollands Maandblad 2022

Hoe het is een mens te zijn, te willen zijn, of, kan ook, te moeten zijn, is een vraag (of zijn het er drie?) die eigenlijk alleen in poëzie beantwoord kan worden. De gedichten van deze laureaat doen dat, en doen dat voortvarend. Dat levert veel twijfel op, of eigenlijk verscheurdheid, die de zinnen en de regels paradoxaal genoeg opvallend krachtig maakt. Ze weten het ook niet, die zinnen en regels, maar ze doen verwoede pogingen om toch tot een antwoord te komen. De stellingen, hypothesen, aarzelingen en overwegingen vliegen de lezer daarbij feestelijk om de oren. Een citaat:

op een dag valt een lach mijn gezicht aan

met de zekerheid van een intentieverklaring

In deze regels zit het allemaal. De lach is weliswaar iets prettigs, daar is het een lach voor, maar is ook een aanval, komt dus van buitenaf en is bedreigend. Tegelijk is er die intentieverklaring: de dag is er nu eenmaal, daar doe je niets aan, en kan maar beter krachtdadig aangepakt worden. Wíe er eigenlijk precies lacht, blijft ondertussen onduidelijk: de ik-persoon of de abstracte instantie die de lach koos als wapen. Het gedicht besluit met de schitterende zinsnede ‘en noem ik me popelend’. Dus niet: ik popel, maar: ik noem me popelend – misschien werkt het.

Van zulke subtiele, bedachtzame wendingen staan deze gedichten bol. Het mens-zijn, tegen wil en dank misschien maar toch ook weer niet met tegenzin, wordt in scherpe bewoordingen tegen het licht gehouden. Het is een opdracht, en de dichter overweegt hoe die het beste uit te voeren. Er zijn, zo blijkt uit een ander titelloos gedicht, twee manieren. De eerste: wees onverschillig. De tweede: werp de scherpe eindjes van je zinnen / naar de sluipende leegte. Het mag duidelijk zijn dat de laureaat voor de tweede, strijdvaardige oplossing kiest. Dat levert sterke poëzie op, waarin bijvoorbeeld de onrust dreigbrieven krijgt en hersenen slippen (…) op het wegdek van de slaap.

Heel af en toe is er een aansporing om te berusten: leg je toch eens neer bij dit continue waaien / en doe er je voordeel mee zoals de paardenbloem heeft gedaan – als het maar wel een berusting is die iets oplevert, zoals die van de slechts ogenschijnlijk onbeduidende bloem die we in een ander gedicht nog eens aantreffen: pfffff blaas ik mijn hele geschiedenis de wereld in / alsof ik een uitgebloeide paardenbloem ben.

De Hollands Maandbladbeurs voor Poëzie komt de laureaat zeker toe. Wie dat nog eens bewezen wil zien leze ook haar treffend getitelde debuutbundel Placebomens, om met ons te concluderen dat er ongetwijfeld (of getwijfeld) nog veel moois gaat volgen, in Hollands Maandblad en in boekvorm. Wij, de redactieraad, weten ons popelend.

Daarom nodig ik met veel plezier Emma van Hooff uit om naar voren te komen en de Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurs in de categorie poëzie voor het jaar 2022, althans de daarbij horende oorkonde en felicitaties, in ontvangst te nemen.