Essay

Van A.I. naar Artistieke Intelligentie

Vrienden uit de consultancy gebruiken het elke dag, voor iedere mail: AI. ‘Het fijne is dat ik de brij in mijn hoofd zonder na te denken neertyp en dat AI er vervolgens een samenhangend geheel van maakt’, zegt zo iemand. Dat is het grote voordeel van AI of kunstmatige intelligentie: snelheid verhogen en efficiëntie. Toen…

Proza

Letters Zijn Mijn Vrienden

De vrouw die aan het woord is, loopt door een ziekenhuiskamer. Ze is schrijfster en heeft een hersenbloeding gehad. Ze weet niet of ze nu aan het werk is en een boek schrijft of dat het de realiteit is. Ook weet ze dus niet of ze Pascalle fantaseert of dat zij er echt is. LAURIE…

  • Zomernummer

    Deze zomer een theaterspecial onder gastredactie van Don Duyns!

    Met toneelteksten van Maria Goos, Aska Hayakawa en Vlada Darenenkova, proza van Fester Vogels, poëzie van Asmae Amaddaou, Ko van den Bosch, Virág Szirony en Captain Beefheart & essays van Gerardjan Rijnders, Nina van Tongeren, Luuk Imhann, Bas Belleman, Bibi Roos en Sebbe Poll.

    Met fijne tekeningen van Sarah Jonker!

redactioneel

Deze maand

Ik zit aan het sterfbed van mijn moeder, in het dorp Huizen. Terwijl haar ademhaling regelmatig en rustig is, lees ik in de biografie van Harry Thompson over Hergé en Kuifje: ‘Despite all these enticing ingredients, however, there is something disappointing overall about The Broken Ear’. Ik raak zo verdiept in de avonturen van de…

Uit het archief

Essay

Twee en een halve tekenaar

In 1962 ging ik, zojuist gezakt voor mijn eindexamen, in de zomer een paar dagen naar Amsterdam. Daar zocht ik in het telefoonboek Lammertink, H. op en noteerde het adres: Overtoom 12, tweehoog. Opbellen durfde ik niet, dus nam ik de tram, zocht het huis en zag op het naambordje dat ik goed zat. Nu…

Poëzie

Gedicht

Als ik ooit sterf, o liefde hoog verheven, Onwetend waarvandaan ik jou bezat, In welke zon jij immer hebt verbleven,…

Proza

#MeToo in Weybridge

Vertel mij niets over die Brexit, ik weet meer dan me lief is over de peilloze kloof tussen Engeland en het continent. Toen ik in 1956 veertien jaar was geworden, vonden mijn ouders het nodig dat ik wat levend Engels zou opdoen. Omdat ze geen connecties aan gene zijde van de Noordzee hadden, stuurden ze…