Afgesproken

door Jack Druppers

Om 15.30 uur beginnen we met aanbellen. Na een kwartier gaat de deur open. Op een kier. ‘Goedemiddag. Mogen wij even binnenkomen?’ zeg ik met een stem die onze uniformen moet doen vergeten. ‘We willen even met u praten.’ De vrouw staart ons met dichtgeknepen ogen aan. Warrige haren, shabby duster, gerimpelde vale huid, de geur van armoede. Niet iemand met een brievenbusfirma in Panama, zoveel is duidelijk.

Het is zondagmiddag en we bezoeken dit weinig opbeurende Amsterdamse adres op verzoek van collega’s uit Limburg. De vrouw zou haar dochter en haar bejaarde moeder bedreigende sms’jes sturen en wij zijn hier om haar daarop aan te spreken. Omdat het een vrouw alleen betreft, ben ik met een collega gegaan. Ze laat ons schoorvoetend binnen in een smoezelig eenkamerappartement. Een uitgeklapt bed neemt zoveel ruimte in, dat we na anderhalve stap niet verder kunnen.

Zodra de deur dicht is, steekt de vrouw van wal. Haar stem wankelt tussen slaapdronken en hysterie. ‘Jullie komen mij waarschuwen? Mij? Je moet mijn dochter en mijn moeder hebben! Die hebben hier een leger entiteiten in mijn huis losgelaten! Entiteiten zeg ik! Die sturen ze van afstand, en nu zijn ze hier overal en ik word er helemaal knettergek van! Ze moeten er mee stoppen! Stoppen!’

Haar wijd opengesperde ogen maken duidelijk dat een redelijk gesprek kansloos is, dus houd ik het kort en som de consequenties van haar gedrag op. Ondanks alles lijkt ze goed te begrijpen wat ik zeg. Na vijf minuten stappen we weer in onze politiebus. Hoewel onze dienst er bijna op zit, besluiten we eerst een rondje te maken door de wijken van ons bewakingsgebied voordat we teruggaan naar het bureau. Dat geeft gelegenheid voor wat wij een pitautogesprek noemen, ofwel een ver-trouwelijk gesprek in een surveillancevoertuig. In dit geval over het onderwerp waar we aan het begin van de dienst mee waren gestart.

Die ochtend waren we de dienst zoals altijd begonnen met automatenkoffie en de dagrapporten. Vanwege de zondagdienst was de personele bezetting gering. Er was slechts één collega-wijkagent, een rustige, wijze en ervaren diender die een paar jaar geleden nog gebruik had kunnen maken van doorbetaald Functioneel Leeftijdsontslag met 57,5 jaar. Nu moet hij nog bijna tien jaar. De meldingen die op het scherm langskwamen, vertoonden geen verontrustend beeld. Alleen een enkele fietsendiefstal en wat zakkenrollerij rond het Amstelstation. Ik staarde dromerig naar buiten door de zelden gewassen ramen van ons bureau aan de Linnaeusstraat. De stralen van de vroege lentezon bleken in staat deze kleurloze straat om te toveren tot een lieflijk Anton Piek-plekje. Plots werd mijn zondagssluimer echter ruw verstoord door een geweldige vloek. Mijn anders zo rustige collega zat bijna met zijn neus in zijn beeldscherm.

‘Godverdegodver,’ tierde hij, ‘weer zo’n graaier! Eerst Welten en nu die Bouman!’ Hij las een bericht op het Politie-Intranet. De mededeling luidde dat onze net opgestapte eerste hoofdcommissaris van de nationale politie, Gerard Bouman, nog 21 maanden in dienst zou blijven als adviseur Politie Caribisch Nederland, met een jaarsalaris van € 185.000.


lees meer in het nieuwe nummer