Deze maand

Johannes van der Sluis

De onwaarheid dat het zogeheten ‘post-truth’-tijdperk voorbij de waarheid is (2025, #5), zou ik later bevestigd krijgen in het lezenswaardige boek van Rob Wijnberg getiteld Voor ieder wat waars, waarin hij mooi beschrijft hoe onze waarheid individualistisch is geworden. In het laatste deel schrijft hij echter: ‘De waarheid luidt dat de mens een van de meest sociale, coöperatieve en zorgzame diersoorten op de aarde is.’ We zijn allemaal voor de gek gehouden door de monotheïstische religies, want de mens, ook ‘een van de vriendelijkste diersoorten’, kan zo goed met elkaar samenwerken! Wijnberg doet me hier denken aan een coach van een volleybalteam op het randje van degradatie; positiviteit om het team vooruit te branden. Effectief misschien zelfs soms, maar de waarheid? Zelfhulp dreigt. ‘We vóélen ons verdeelder dan ooit, maar zijn dat niet,’ stelt Wijnberg. Polarisatie is echter de status quo. Zo schreef Zhuang Zi (vierde eeuw v. Chr., taoïst): ‘In de hele wereld heeft iedereen zijn eigen verlangens en maakt die tot zijn eigen systeem.’ Curieus wordt Wijnberg als hij de loftrompet over de bureaucratie steekt. Kafka? Die man deed zo ontzettend moeilijk…

Laten we het eenvoudiger maken: er bestaat geen waarheid, waardoor alles van geloof aan elkaar hangt: alle -ismes en (geloofs)systemen. Kunnen we ermee leven dat ook wijzelf een vorm van (bij)geloof zijn? En tot wat maakt ons dat dan? Acteurs, zoals eerder gesuggereerd? Mysteriën (1892) van Knut Hamsun verhaalt van Nagel, die in een Noors kuststadje neerstrijkt en de mensen verwart met zijn optreden en verhalen – tot in het absurde. Aan zichzelf stuurt hij telegrammen en aan domineesdochter Dagny, op wie hij hopeloos verliefd schijnt, vertelt hij voortdurend de volledige waarheid om zichzelf in een slecht daglicht te stellen, om haar te beïnvloeden: ‘Het is politiek, berekening’, en even later zegt hij: ‘Goed, het is dus humbug en ik verdedig me niet, u hebt gelijk, mijn hele wezen is humbug. Maar nu zijn alle mensen in meerdere of mindere mate onecht, is dan niet de ene vorm van onechtheid net zo goed als de andere wanneer alles in de grond der zaak toch onecht is…?’ Dagny, verward: ‘En ik vertrouw u voor geen zier, ik heb zelfs uw schouders gewantrouwd, gedacht dat uw brede schouders vullingen zouden kunnen zijn.’ Hij zou alleen maar aan zichzelf denken. Later verklaart Nagel: ‘Maar is niet alles komedie en bedrog? Zeker, zeker, alles is bedrog.’ Zelfs de meest rechtschapen mens, de Minuut, die door Nagel werd beschermd; iedereen heeft hij bespioneerd. Rest de waanzin: de absolute rol. ‘Wat winnen we er au fond bij, zelfs puur praktisch gesproken, dat men het leven berooft van alle poëzie, elke droom, alle prachige mystiek, alle leugen?’ had hij echter eerder gevraagd. ‘Wat is waarheid, weet u dat? We bewegen ons immer alleen maar voort door middel van symbolen en die symbolen veranderen we naarmate we verder komen.’ De tragiek van ‘post-truth’ is dat men zich ingraaft. ‘I clutch at images like dying breath,’ zingt The Police in ‘Truth Hits Everybody’.

Aan het begin laat Hamsun ‘een grote dichter’ zeggen: ‘Dichten is de Dag des Oordeels over jezelf houden.’ Een jaar kijkend naar de act Trump denken we: iemand die elke dag de Dag des Oordeels over zichzelf houdt. De grootste Amerikaanse dichter? Deze maand: een naspel waarheid, de rest is Dichtung waar we hopelijk wél op zitten te wachten; ter gelegenheid van de Poëzieweek. En Delphine is jarig! – JvdS