Deze maand

Johannes van der Sluis

Medemenselijkheid en gemeenschapszin, pakweg beschaving, schuilt in de koffieprijs. In Zuid-Spanje kost een kopje koffie in het café rond de € 1,50. Ik weiger Nederland een fatsoenlijk land te noemen tot koffie daar voor rond € 2,50 wordt geschonken. Behoeftige mensen, tevens aan lager wal geraakte, vereenzaamde poëten, zijn ook mensen die je nodig hebt in een café, niet alleen vriendenclubjes van meisjes van wie een het steevast heeft over ‘mijn vadur’. De koffie in Spanje smaakt bovendien. Hier staat tegenover dat dit land het stierenvechten kent, zal iemand tegenwerpen. Zoals bekend schreef Hemingway een boek over deze ‘tragedie’ – zijns inziens geen spel – met een van de mooiste titels ooit: Death in the Afternoon. Hij vergelijkt het – wellicht tot afgrijzen van dierenactivisten – met wijndrinken; je moet er wat van af weten om het ten volle te kunnen appreciëren. Al bladerend lijkt hij zich uit te putten in de regels, terwijl het mij gaat om de existentiële betekenis. Hemingway schrijft dan dat het een niet-christelijke rite is. De mens rebelleert tegen de dood door degene te worden die doodt, dus zich erboven stelt – godgelijk. Wat de trots verklaart, een christelijke ondeugd. G.J. Geers, hispanist, merkt op dat de stier zowel god als offerdier is, en het leven, de drift, vertegenwoordigt. Door te doden stelt de stierenvechter zich boven de drift. In die zin christelijk gezien de eeuwenlange strijd tegen het driftleven. Ik zou willen volhouden dat stierenvechten een vorm van beschaving is, je geeft het dier immers de gelegenheid jou op de horens te nemen. Nooit een corrida bijgewoond, al kom je in de buurt in de film Tardes de Solidad (2025), een net zo mooie titel als bij Hemingway. Een Peruaanse stierenvechter – voortdurend in close-ups.

’s Avonds op de kade van de oude volkswijk Triana meen ik aan de overkant de arena van Sevilla te zien – wit en geel. Als ik een caféhouder vraag om een vuurtje voor mijn sigaar en hem erop wijs, krijgt hij vuur in de ogen. Ik moet weer eens denken aan de waarheid: als ze er is, dan wordt ze geofferd. Teruggekomen bij mijn verblijf lees ik op de tegel dat stierenvechter Francisco Vega de los Reyes, de ‘Gitandillo de Triana’ (1904-1931), een ‘hombre cabal’ en ‘artista majestuoso’, er heeft gewoond. In Madrid werd hij gedood door de stier ‘fandanguero’. 27 jaar. Ik vecht tegen de melancholie en denk aan Wim Brands, tien jaar geleden overleden. Daarvoor zijn boeken. In de zestiende eeuw was het bestrijden van melancholie zelfs een doel van literatuur, Don Quichot spant de kroon. Een van de meest hilarische episodes is dat pastoor, barbier, huishoudster en nichtje Don Quichots boekenverzameling uitpluizen om te kijken wat ze moeten verbranden opdat hij niet nog gekker zal worden. Als ze dichtwerken tegenkomen, zegt het nichtje tegen de pastoor dat ze die het beste op de brandstapel kunnen gooien: ‘Als mijn oom is genezen van zijn ridderziekte, kan het immers heel goed zijn dat hij door het lezen van deze het in zijn hoofd haalt herder te worden en zingend en tokkelend door de bossen en weiden te dolen, of, nog erger, dichter te worden, wat, zeggen ze, een ongeneeslijke en besmettelijke ziekte is.’

Deze maand: de lijdenstijd. De stier kent het lijden, de dichter, maar degene die de Man der Smarten het meest nabijkomt, is de Ridder van de Droevige Figuur, iets wat Coetzee goed heeft begrepen. Don Quichot lezen: uit de dood herrijzen. – JvdS