Ik zit aan het sterfbed van mijn moeder, in het dorp Huizen. Terwijl haar ademhaling regelmatig en rustig is, lees ik in de biografie van Harry Thompson over Hergé en Kuifje: ‘Despite all these enticing ingredients, however, there is something disappointing overall about The Broken Ear’. Ik raak zo verdiept in de avonturen van de jonge reporter en zijn schepper dat ik niet langer echt oplet. Dan ontwaakt de verpleegkundige die ons dag en nacht bijstaat uit haar sluimer op de bank. ‘Snel ga je vader halen, nu! Ga, ga!’
Ik ruk me los uit de wereld van kapitein Haddock, Jansen en Janssen, Bianca Castafiore en professor Zonnebloem en ren, vlieg de trap op en wek mijn na dagen – eindelijk – slapende vader met de wrede woorden: ‘Opstaan! Het is nu!’ Verdwaasd gaat hij op de bedrand zitten en spreekt zichzelf toe. ‘Rustig blijven, rustig…’
Ik hou mijn vader bij de kraag vast als hij slaapdronken de trap afdaalt; ik wens geen twee ouders in één klap te verliezen.
We zijn nét op tijd beneden. Mijn moeder sterft in de omarming van mijn vader. Haar laatste adem in het gezicht van de man die 65 jaar haar geliefde was. Ik omhels mijn vader en we bellen mijn broer, die in Amsterdam is. Ontoereikende woorden: ‘Het is gebeurd.’
Iets later loop ik naar de voordeur, open die geluidloos en maak een nachtelijke foto van de treurwilg in de voortuin. Het licht is onwerkelijk, als in een ets van Piranesi. De nacht is koud en verlaten, niemand wandelt in de Gazelle op dit tijdstip.
Nog weer iets later arriveren twee uitvaartverzorgers, een man en een vrouw. De man draagt een strak wit overhemd, een nette broek en puntschoentjes. Van de vrouw herinner ik me alleen het montuur van haar bril.
Ze gaan deskundig en zakelijk aan de slag. Onder toeziend oog van mijn vader brengen ze de ijsplaat aan, wordt mijn moeder aangekleed en opgemaakt, wordt er gesproken over de juiste lippenstift. Ik wacht in de kamer ernaast.
Alles is theater aan dit bestaan, ook het einde ervan. – DD
ps: het was me een eer dit speciale zomer-theaternummer van Hollands Maandblad te mogen samenstellen. Dank aan alle bijdragers en degenen die me bijstonden: Rinske Hillen, Luuk Imhann, Liet Lenshoek, Aldien Poll en Johannes van der Sluis. Tevens dank aan Simon van den Berg en Sasja Janssen.