De kerstboom

door Maxim Roozen

De middag voor kerstavond gooide mijn moeder de kerstboom uit het raam. Ze leek er zelf achteraan te willen springen, maar verloor haar evenwicht en eindigde – in plaats van naast de kerstboom op straat – met haar hoofd op de vensterbank en met een hersenschudding in het ziekenhuis.

Kerstavond viel op de 197ste dag van ons nieuwe leven. Mijn vader had altijd twee weken voor kerstavond, op de verjaardag van mijn moeder, een kerstboom gekocht, maar omdat hij ons bijna tweehonderd dagen eerder had verlaten, wilde ze geen kerst meer vieren. Ik zei: ‘Zelfs Dilara heeft een kerstboom thuis.’

‘Moeten wij dan soms ook het Suikerfeest gaan vieren?’

‘Dat is wat anders.’

‘Dat is precies hetzelfde.’

Op de 141ste dag nam mijn moeder voor het eerst haar nieuwe vriend mee naar huis, die ze op de ik weet niet hoeveelste dag had leren kennen – misschien al in de tijd toen de dagen nog namen hadden. Denzel wilde dat ik hem aardig vond en gaf me een Barbie, die ik martelde terwijl hij seks had met mijn moeder.

‘En wat zou je moeder voor haar verjaardag willen hebben?’ vroeg hij eens toen zij aan het douchen was.

‘Een kerstboom.’

‘Wat is dit?!’ gilde mijn moeder nadat ze de deur voor Denzel en zijn kerstboom had opengedaan.

‘Een kerstboom. Ik dacht…’

‘Jij dacht?!’

‘Ik…’

‘Jij!’ riep mijn moeder voordat ze de deur dichtsmeet, in haar feestkleren op bed ging liggen en ik in mijn kamer Barbies ledematen bijeenzocht. Dat gebeurde dus op de 183ste dag.

Toen mijn moeder op de ochtend van de 184ste dag al vroeg naar haar werk was vertrokken, stond onze onderbuurman – de vader van Dilara – met Denzels kerstboom en bijbehorende verjaardagskaart met felicitaties en kusjes voor mijn moeder voor de deur.

‘Jullie kerstboom?’

‘Onze kerstboom.’

Ik was Denzel vergeten te zeggen dat mijn moeder ook kerstversiering voor haar verjaardag wilde, aangezien ze alles wat haar aan mijn vader deed denken op de zevende dag had weggegooid: naast de kerstviering ook zijn rode trui waarin ik vanaf de eerste dag had geslapen. Daarom versierde ik de kerstboom met voorwerpen die ik in huis vond en vroeg ik onze buurvrouw of ik kerstverlichting van haar mocht lenen. Bep was joods, maar hield meer van kerst dan de meeste christenen, sinds ze was gaan dementeren vierde ze het meestal eind juni.

‘Kind, zo vroeg in het jaar al aan de kerstversiering,’ zei Bep. ‘Vindt je moeder dat goed?’