Deze maand

door Eva Maria Staal

Toen ik hoorde dat op het Griekse eiland Lesbos het vluchtelingenkamp Moria was afgebrand, dacht ik twee dingen: straks lekker op de bank met de nieuwe YouTube-post van Lange Frans, en: verrek, is die zak paprikachips nu al leeg?

Direct daarna drong de herinnering zich op aan een voorval uit mijn tijd als wapenhandelaar. Eind 2011 ontving ons kantoor per e-mail een boodschappenlijst, met – in naam der vrede – het verzoek om snel te leveren. Onderaan stond: ‘Het Syrische volk spreekt zijn dank uit, Allah zij met u.’ We e-mailden de Syriërs terug met de vraag naar meer details, maar de e-mailhost retourneerde ons bericht. Daarop vergaten we het voorval, tot Django, onze verkoopmanager in Kosovo, belde. Hij gaf te kennen dat de voormalige Albanese verzetsbeweging wapens nodig had om, met financiële steun van de Verenigde Staten, een trainingskamp op en in te richten voor Syrische rebellen. Django zei dat het soennitische Free Syrian Army via hun leden van de moslimbroedergemeenschap al eerder contact had gezocht met ons, waarop het Syrische boodschappenlijstje me te binnen schoot.

Hoe meer Django vertelde, hoe ingewikkelder de zaak klonk. Hoewel ­Assad de enig erkende Syrische machthebber was, steunden de Amerikanen het verzet. Vanuit Turkije reguleerde de CIA al geruime tijd de verdeling van wapens over een snelgroeiend aantal Syrische rebellen. Ze zorgden ervoor dat de wapens, aangeleverd door Turkije, Qatar, en Saudi-Arabië, uit handen bleven van Al-Qaida. Volgens Django moest het Kosovaarse trainingskamp talloze rebellengroepen samensmeden tot een geoliede machine, klaar om Assad uit het zadel te wippen. ‘Amerika wil van Assad en zijn staatsbedrijven af. Ze hopen via een soennitisch-islamitisch bestuur de vrije markt in Syrië te stimuleren. En nog iets: de Russen en Chinezen steunen Assad, dat zit Amerika dwars.’

Terwijl ons bedrijf vergaderde over Django’s aanvraag, drong Al-Qaida de rebellengroep binnen en maakte daar stennis over de door de CIA gereguleerde wapenverdeling. Ons bedrijf besloot niet te leveren, omdat we niet konden overzien waar onze wapens terecht zouden komen.

Inmiddels zijn we tien jaar, zes en een half miljoen Syrische vluchtelingen en een verkoold Grieks horrorkamp verder, en duwt Frontex, het Europees grens- en kustwachtagentschap, bootjes met desperate Syrische vluchtelingen terug naar open zee. Een handvol Europarlementariërs e-mailt met de Europese Commissie over deze gang van zaken, maar ja, de ene vraag roept de andere op, en papier is geduldig. Misschien, als ons bedrijf destijds wél…

Enfin. Rouwend om de verdwijning van Lange Frans’ YouTube-­kanaal en met de bodem van de volgende chipszak in zicht, zapte ik gisteren naar de nieuwe Netflixserie Stateless, die zich afspeelt in een Australisch detentiekamp. Of liever: het soort kamp dat Griekenland binnenkort bouwt voor haar vluchtelingen, onder het motto: you can check out any time you want, but you can never leave.