Deze maand

door Jan-Willem Dijk

De wens van de artsen is dat hun zoon Joseph ook arts wordt. Hoe vaak lag onder de kerstboom niet een dokterssetje? Verscheen hij ooit op een verkleedfeestje getooid in iets anders dan een lange witte jas met complementaire houten stethoscoop? Hoe vaak ‘verslikte’ vader of moeder zich aan de keukentafel in een spruitje of wortel – was hij vijf of zes toen ze hem de Heimlich leerden?

Maar de jongen wil geen dokter worden, hij eet liever crackers. Joseph eet die nooit in het bijzijn van de artsen. Dat zit zo. Op zijn kamer bewaart hij in een pennenbakje schroefjes en een schroevendraaiertje. Hij draait een van de schroefjes in het midden van de cracker, die dankzij immense concentratie intact blijft. Dan wordt de cracker opgepeuzeld, waarbij Joseph de schroef van alle kanten zo dicht mogelijk nadert zonder de cracker te breken. De kunst is om met je voortanden van de randen naar het midden te werken, te knagen eigenlijk. De euforie die Joseph overspoelt als hij de schroef tot op enkele millimeters is genaderd: onversneden kindergeluk! Het gaat hem specifiek om creamcrackers, de zachtste der crackers, wat het draaien van het schroefje vergemakkelijkt. Die creamers worden al in de fabriek in Liverpool geperforeerd, maar die fabrieksgaatjes zitten op de ‘verkeerde’ plek, want niet precies in het midden, terwijl het juist zaak is het exacte midden te doorboren.

Joseph en de artsen wonen in een buitenwijk van Londen. Hij heeft zich voorgenomen om naar Liverpool te verkassen, nabij de aldaar gevestigde creamcrackerfabriek. Als hij over zeven jaar achttien wordt, neemt hij de benen. Er is goed over nagedacht. Eenmaal in Engeland opteert Joseph voor een inwerktraject in de fabriek, beginnend als productiemedewerker op de vloer, waarna hij zich opwerkt tot chef en later directeur, alles kalm en doordacht, een beetje zoals hij crackers eet. En dan, als het eindelijk zover is, zal Joseph de fabrieksmedewerkers opdragen een extra gaatje in het midden van de creamcrackers te boren. De machine die de crackers doorprikt, moeten dan wel worden aangepast, maar dat is een peulenschil voor dat soort geavanceerde apparatuur. Als kers op de taart wordt aan iedere verpakking een zakje met schroefjes toegevoegd. Joseph droomt nu al van de dankbaarheid op de gezichten van kinderen die niet langer eigen schroefjes in hun crackers hoeven te draaien.

Aan de artsen vertelt hij niets over deze grootse plannen. Ze zouden het maar gevaarlijk vinden. Hij vermoedt zelfs dat als bekend wordt dat een fabriek in Liverpool kinderen aanmoedigt schroefjes in etenswaren te draaien, Josephs ouders als eersten alarm slaan. Ze zullen de media benaderen en hameren op het gevaar van metalen in crackers. Ze zullen de voedsel- en warenautoriteit inschakelen. Ze zullen de fabriek voor de rechter slepen, een productiestop én faillissement eisen. En tot slot zullen ze – onder ede – onvermoeibaar verklaren dat Joseph fouten met grote medische gevolgen heeft gemaakt, een gevaar voor de samenleving vormt, en dat het hun nadrukkelijke wens is dat hun zoon ook arts wordt.