Van A.I. naar Artistieke Intelligentie

Sebbe Poll

Vrienden uit de consultancy gebruiken het elke dag, voor iedere mail: AI. ‘Het fijne is dat ik de brij in mijn hoofd zonder na te denken neertyp en dat AI er vervolgens een samenhangend geheel van maakt’, zegt zo iemand. Dat is het grote voordeel van AI of kunstmatige intelligentie: snelheid verhogen en efficiëntie.

Toen ik werkte als vuilnisman waren mijn collega’s en ik ook bezig met het verhogen van de snelheid en efficiëntie van ons werk. Met onze stratenkennis en het vermogen om variabele factoren als wegafzettingen, laad- en lostijden van winkels of de geur van het corporale dispuutshuis op de Keizersgracht te interpreteren, zorgden we ervoor dat het vuilnis ruim voor de deadline was opgehaald. Zo konden we de rest van onze shift, in onze oranje werkkleding en werkschoenen met stalen neuzen, in de kantine voetvolleyen. Dat deden we met een afgeragde Koningsdagvoetbal, die we hadden gered van afvalverbranding.

De volgende dag was er gelukkig altijd nieuw afval in de winkels en bij de bewoners van de Negen Straatjes in Amsterdam, zodat ik het werk waar ik zo van genoot kon blijven doen. Ik vond het fantastisch om de hele dag buiten te zijn en te werken met mijn handen. Het gaf voldoening om mensen van hun afval af te helpen en onze afvalboot aan het Singel elke dag opnieuw te vullen.

Als theatermaker is het mijn werk om me te verplaatsen in een persoon of me in te leven in een thema, om daar vervolgens een verbeelding van te maken en die te presenteren aan het publiek. Die functie geeft me in potentie toegang tot alle hoeken van de samenleving. Het is wat ik de vrije rol van de theatermaker noem.

Van mijn studiegenoten uit Groningen, waar ik sociologie en filosofie studeerde, is de meerderheid terechtgekomen in een of andere vorm van consultancywerk. Dat vooruitzicht trok mij niet aan, ik had nog een vage droom om de wereld te veranderen. Daarvoor moest ik mensen zien te bereiken en tot hen doordringen. Vandaar de stap naar het theater, de kunstvorm die daarvoor bij uitstek geschikt is. Dat had ik gemerkt toen ik de eindejaarsmusical van mijn studentenvereniging schreef (‘Existentikoos’) en honderden leden kwamen kijken naar het stuk, dat aandacht vroeg voor de lege aspecten van het studentenleven in de kroeg. William Dafoe omschreef prachtig wat theater vermag, in zijn boodschap aan het theaterveld voor het National Theatre Institute (Theaterkrant, 27 maart 2026): ‘Goed theater gaat over het uitdagen van onze manier van denken en het aanmoedigen van ons om ons voor te stellen waar we naar streven.’

Ik wilde meer theater maken, dus na vier jaar Groningen begon ik aan de opleiding Writing for Perfomance op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Tijdens die opleiding ontdekte ik dat ik, als ik de wereld wilde veranderen, me niet alleen moest richten op schrijven. Ik wilde een actievere rol aannemen en in direct contact staan met het publiek. In mij was namelijk de overtuiging gegroeid dat veel theaterstukken misschien wel heel mooi zijn, maar niet genoeg kracht bezitten om de toeschouwer écht te laten veranderen.

Theater is zeer geschikt om nieuwe perspectieven voor te schotelen of thema’s in een ander licht te plaatsen. Ja, zelfs om nieuwe werelden te openen voor de toeschouwer. Theater schiet echter vaak tekort wanneer het erom gaat de toeschouwer ook daadwerkelijk die nieuwe wereld in te laten stappen.

En dat is wel wat nodig is.

Ik ben ervan overtuigd dat we als samenleving moeten veranderen. Dat we de wereld waarin we leven moeten veranderen. Eigenlijk maakt het daarbij niet eens uit welke lens je gebruikt om naar de toekomst te kijken. Of het nou gaat om concreet individueel leed bij slachtoffers van genocidaal geweld in Palestina en andere plekken op de wereld, de ongebreidelde stijging van het aantal daklozen in Amsterdam, de steeds roder uitslaande waarschuwingssignalen op het wereldwijde klimaatdashboard of de waterkwaliteit van Nederlandse sloten. Het systeem dat deze opeenstapeling van crises veroorzaakt, moet op de schop.

Die verandering moet op een specifieke manier gebeuren, namelijk van onderaf: een vloedgolf bestaande uit kleine, individuele gedragsveranderingen, in tegenstelling tot een soort goddelijke stortbui vanuit een kleine groep ontwikkelaars; denk aan het uitrollen van ChatGPT en consorten door Microsoft, Google, Meta en Amazon. Die organisaties buiten hun dominante marktposities uit om een specifiek systeem op te tuigen dat hen dient, en niet de mensen die het slachtoffer zijn in genocides, op straat slapen of tomaatjes telen naast vervuilde slootjes.

In het theater kunnen wij een nieuw systeem verbeelden, een voorstel doen voor een nieuwe wereld. We noemen het niet voor niets: een voorstelling. Dat is een reële kracht, waar theatermakers bewust mee om moeten gaan. Rebekka de Wit verwoordt die kracht helder in Bureau Vergezichts voorstelling De zaak Shell: ‘Je moet goed letten op je woorden. Want die worden misschien mijn gedachten, uw gedachten, onze gedachten. En die gedachten worden daden en die daden worden gewoontes en die gewoontes worden waarden en die waarden zullen onze lotsbestemming worden.’

Maar zoals ook doorklinkt in De Wits ontwikkelingsstadia van woorden tot lotsbestemming is de voorstellingskracht ook een langzame kracht. Ik ben bang dat we, wanneer we theater alleen gebruiken als voorstellingskracht, kostbare tijd verliezen.

De zaak Shell is een formidabele voorstelling, die duizenden mensen heeft bereikt, ook omdat Bureau Vergezicht de voorstelling heeft omgezet in meerdere uitingsvormen. Naast theatervoorstelling is het ook verschenen als tv-film, opera en binnenkort ook als schoolvoorstelling. Al deze verschijningsvormen bereiken een ander publiek en zorgen ervoor dat het voorstel van Bureau Vergezicht bij veel toeschouwers aankomt. Ik vraag me daarbij wel af wat het voorstel, de voorstelling, voor handvatten biedt aan de toeschouwer. Hoe wordt dat grote publieksbereik geactiveerd?

Anoek Nuyens, artistiek leider van Bureau Vergezicht, zegt in de Theaterkrant (30 december 2024): ‘Kunstenaars kunnen de klimaatcrisis emotioneel maken, op een manier waarop grafieken dat vaak niet kunnen. We moeten van het hoofd naar het hart, en daarna naar de handen. Er wordt soms gedacht dat wij als verhalenvertellers ook degenen zijn die het naar de handen moeten laten gaan. Maar wij zijn het hart.’

Ik wil, samen met de toeschouwers, wel degelijk de stap maken van het hart naar de handen. Het is de rol van kunstenaars – theatermakers in het bijzonder – om de toeschouwer te activeren: van toeschouwer naar Doe-schouwer. Het is simpelweg niet genoeg om honderden mensen in een zaal een gevoel van urgentie te geven. Het is niet genoeg om iets onder de aandacht te brengen. Het schokeffect is z’n effectiviteit verloren.

Het podium was voorheen een uniek medium, waar een boodschap snel aan een grote groep mensen overgebracht kon worden. Daarin is het echter voorbijgestreefd door alle nieuwe media die ontstonden sinds de drukpers ontstond. Met het verspreiden van kranten en ander drukwerk kon de verzender van een boodschap vanuit de drukkerij een publiek bereiken dat niet meer op een vaste plek bij elkaar hoefde te komen. En sinds de komst van het internet hoefden ook verzenders van een boodschap niet meer vanuit een vaste plek te opereren om die onder een groot publiek te verspreiden. De gemiddelde burger heeft nu met een druk op de knop meer toeschouwers dan een collectief van pas afgestudeerde theatermakers ooit kan bereiken met hun eerste voorstelling. Ter illustratie: met Vengeance, mijn debuutvoorstelling, hebben we in zeven voorstellingen een kleine vierhonderd kaartjes verkocht. Ik gok dat mijn generatiegenoten met een Instagram-story gemiddeld het dubbele aantal mensen bereiken. Gen Z’ers misschien nog wel drie keer zoveel op TikTok. Maar ook de Hollands Maandblad-lezer bereikt in een handomdraai waarschijnlijk meer mensen. Via LinkedIn, bijvoorbeeld.

Niet alleen heeft het toneel dus zijn unieke positie als informatiemedium verloren, maar de alomtegenwoordigheid van verschillende soorten media zorgen er ook voor dat een boodschap vanaf het podium minder lang beklijft. Over het algemeen lukt het mensen best om gedurende een hele voorstelling hun mobiel in de zak te houden, maar na het applaus checkt het merendeel meteen WhatsApp of het liveblog van de NOS. Tegen de tijd dat mensen gaan slapen is de boodschap van het podium naar de achtergrond verdwenen. De volgende ochtend bij het ontbijt is allang weer vergeten dat er überhaupt een theaterbezoek was. De constante afleiding, de strijd om onze aandacht, zorgt ervoor dat we zelden concrete actie verbinden aan wat we krijgen voorgeschoteld. Via sociale media en onze nieuwsapps gaan we als passieve toeschouwer door het leven.

Muziekproducent Brian Eno zei ooit dat de tekortkomingen van een medium in een later stadium juist datgene worden waarvoor het wordt gewaardeerd. Hij heeft dat zelfstandig bewezen door het opstartdeuntje te componeren van Windows 95, dat nu een nostalgisch gevoel opwekt. Vroeger was dat een irritant geluid dat hoorde bij een beperkt systeem. Nu roept het herinneringen op aan een overzichtelijk, offline systeem zonder opdringerige AI-assistent.

Ook de tekortkomingen waardoor het theater als informatiemedium is voorbijgestreefd, zijn nu de kwaliteiten waarmee het zich kan onderscheiden. Het theater is de plek waar zender en ontvanger wel bij elkaar móéten zijn, een performer zonder publiek is niets. In het theater moeten mensen zich tot elkaar verhouden: van mens tot mens. Er is sprake van een gelijkwaardige, onlosmakelijke relatie tussen zender en ontvanger. Allebei moeten ze volledig aanwezig zijn, zonder externe afleiding. In een wereld waar altijd afleiding is, is dat een uniek moment. Het is de verantwoordelijkheid van de theatermaker om dat extreem waardevolle moment van onverdeelde aandacht duurzaam te benutten, voor het grotere goed in de maatschappij.

Wat is duurzaam benutten? Het grotere goed? Daarmee bedoel ik dat de toeschouwer na de voorstelling weet hoe die zich anders kan gedragen in een bepaalde situatie en in staat is om dat toe te passen in de praktijk. Dat klinkt schools. Dus hoe doet men dat op school? Door te oefenen.

Tijdens mijn opleiding zag ik Salomonsoordeel van Ilay den Boer. In deze voorstelling behandelt Den Boer de asielaanvraag van zijn vriend Hassan, die is gevlucht uit Palestina. Tot zijn grote schrik en verrassing werd die aanvraag afgewezen door de IND. Om te begrijpen hoe dat kon gebeuren, is Den Boer een jaar lang gaan werken bij de IND en de Rechtbank. In Salomonsoordeel deelt hij zijn leerproces en de verwarring die daarbij kwam kijken. Verwarring die leidde tot een punt waarop Den Boer begreep waarom de IND Hassans aanvraag had afgewezen. Tegelijkertijd wist hij, als vriend van Hassan, dat diens verhaal waar was. Als publiek wordt je deelgenoot van Den Boers zoektocht en word je uitgenodigd mee te denken over Hassans asielaanvraag. Je kruipt in de rol van een IND-ambtenaar en wordt uitgedaagd om na te denken over je eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Het stuk maakte een enorme indruk op mij. De voorstelling maakt invoelbaar hoe we moeilijke keuzes hebben uitbesteed aan mensen in specialistische functies, zoals de hoor- en beslisambtenaren van de IND, waardoor we de pijn die komt kijken bij het maken van zo’n keuze niet meer hoeven te ondergaan. In de recensie van Sander Janssens in NRC werd de voorstelling ‘een belangrijke ethische denkoefening’ genoemd. Ik mocht stage lopen bij Den Boer en spitte maandenlang door de honderden brieven die hij van leden van het publiek binnenkreeg, waarin mensen antwoord gaven op de vraag ‘in wat voor wereld willen we leven met elkaar?’ Dat je dit kon bereiken met een theatervoorstelling! Dat wilde ik ook. Na mijn stage wijdde ik mijn afstudeerwerk aan de vraag hoe ik als theatermaker de wereld kon verbeteren. Ik baseerde me daarbij op theorieën van Bertolt Brecht en Augusto Boal en het werk van Ilay den Boer en Saskia Huybretse van Parels voor de Zwijnen. De belangrijkste conclusie: dat het publiek moet worden getransformeerd van toeschouwer naar Doe-schouwer.

Een Doe-schouwer is een lid van het publiek dat actief engageert met de voorstelling en diens kennis deelt met andere leden van het publiek en de theatermaker. Na de voorstelling zijn alle leden van het publiek dus kennis rijker en weten ze beter hoe ze ‘in het echte leven’ kunnen handelen. Op die manier zijn de moeilijke maatschappelijke keuzes niet alleen maar uitbesteed aan mensen in specialistische functies, zoals de IND-ambtenaren. Mijn overtuiging is dat we allemaal meer eigenaarschap voelen voor de maatschappij waar we in leven.

De term Doe-schouwer is een vertaling van Augusto Boals Spect-actor. Hij gebruikte deze term in zijn Theatre of the Oppressed, waarmee hij theater maakt vanuit de belevingswereld van onderdrukte groepen mensen in Brazilië. Een van de vormen in het Theatre of the Oppressed was Forum-theater, dat over de hele wereld nog steeds veel wordt gebruikt. Ook in Nederland, bijvoorbeel door Stichting Inspringtheater in Wageningen of DOCK in Amsterdam. Vanuit het professionele theatercircuit wordt er vaak neergekeken op deze vorm van ‘participatief theater’, omdat de artistieke kwaliteit niet te vergelijken is met het werk van professionele theatermakers. Dat is zonde, want die schijnbare keuze tussen óf participatie óf kwaliteit is nergens voor nodig. Zo gaf Boal leiding aan het Teatro de Arena, dat begin jaren zestig een enorme impuls gaf aan het Braziliaanse theater. Den Boer won in 2022 de Regieprijs op het Theaterfestival en heeft Salomonsoordeel tot in 2026 gespeeld. De voorstelling is jarenlang onderdeel geweest van de opleiding voor nieuwe IND-ambtenaren, die zo een voorheen ontbrekende ethische denkoefening moesten ondergaan. Zijn werk vormt het bewijs dat theatermakers de wereld kunnen veranderen als ze het publiek weten te activeren. Het is belangrijk om originele en urgente verhalen te blijven vertellen, maar zonder Doe-schouwers blijft de wereld zoals die is.

Deze zomer maak ik een voorstelling over afval en mijn tijd als vuilnisman. Overal waar ik kom is men het erover eens dat de vervuiling van de stad en onze wegwerpcultuur van de zotte is. Elke politieke partij pakte tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen uit met posters en flyers waarop ze een schone stad beloofden. Ik kan niet wachten om met mijn collega’s én met u als Doe-schouwer dus op een artistieke manier en van onderaf een fundamenteel nieuwe kijk op afval te gaan creëren.

Dankzij de opkomst van kunstmatige intelligentie hoeven we minder vaak bij elkaar te komen. We hoeven minder na te denken en kunnen we zonder moeite meer van hetzelfde doen. Laat het theater de plek zijn waar we bij elkaar komen en nadenken over hoe we het anders kunnen doen, AI heeft geen bewustzijn. Van kunstmatige intelligentie naar kunstzinnige intelligentie!