Na Golgotha

Paul Gellings

De eerste druppels joegen ons naar huis

samen met de laatste ramptoeristen

en de valse priesters en profeten

in clownskostuums op ezeltjes

zwikkend door hun hoeven

De wolken waren al van inkt, Oost-Indisch, en zo

duister als nooit eerder een eclips

we hadden geen enkele eetlust meer

we braken het brood – we proefden mensenvlees

we dronken wijn met de smaak van gal

azijn en bloed

Toen het uitspansel bulderde en kraakte

aan flarden werd getrokken, de aardkorst openspleet

en de voorhang van de tempel scheurde

hadden we een goed excuus om alles op tafel

onaangeroerd te laten

In de luwte van de zaterdag vergaten we

de dode die leeggebloed in linnen lakens

in zijn grot bleef dromen van verlossing

elke wond een doorgeprikt abces

van zondenlast en twijfel

Je geloofde het of niet – hijzelf geloofde het wel

en stapte na een gezonde nachtrust uit zijn warme grafje

in de tuin om eieren te verstoppen, je gelooft het of niet

dat elk voorjaar een van ons verandert in een haas

Maar we weten: Pasen is een spaak in het zonnerad

dat wentelt om een as van jaren en seizoenen

onverwoestbaar want gesmeed uit antimaterie