Gedicht

Dara Bazelet

1

                  je bent een wees aan het worden

                  je kijkt om je heen — iedereen is aan het improviseren

                  je herinnert je de eerste keer dat je begreep

                  dat je moeder een mens was:

je had net een mandarijn gegeten in de trein

kleine stukjes schil liggen in je hand

zorgvuldig uit elkaar gescheurd

het plakkerige sap droogt op

tussen je vingers

je kijkt omhoog, naar haar

ze zegt: ‘Vind een oplossing’

                  een rits is een oplossing

                  een plastic tas is een oplossing

                  een verkeersbarrière is een oplossing

                  een barista is een oplossing

                  een bon is een oplossing

                  je dochter huilt:

                  een tissue is een oplossing

                  je moeder heeft in bed geplast:

                  een open raam is een oplossing

                  een wasmachine

                  een luier

                  de hulp van je dochter

                  meer tissues

                  de hulp van de hulp

                  je intuïtie

                  aromatische, penetrerende pioenrozen

                  overal in de kamer

je dochter raapt de tissues van de vloer

haar rug getekend door een vraagteken

haar rug gebogen haar knieën gebogen haar hoofd omlaag

je hoopt dat ze niet omhoog zal kijken

2

                  zo lang ik geen voorgesneden groenten koop, ben ik oké

                  in plaats daarvan een bucket van de KFC kopen

                  opeten onderweg naar huis

                  langs Centraal Station lopen

                  het zebrapad oversteken

                  langs toeristen lopen die er morgen

                  niet meer zullen zijn

                  in stilte naast vreemden in de lift staan

                  de spiegel ontwijken

                  met de sleutelbos in je hand spelen

                  ruikend naar vetgemeste ontbeende kip

                  gedag zeggen zonder oogcontact te maken

                  de deur achter je sluiten

                  voor je onmenselijk grote raam stoppen

                  van boven staren naar kleine mensen

                  wensen dat iemand omhoog zal kijken

                  alleen de wind horen

                  je lege telefoonscherm bekijken

                  weten dat de enige die nu aan zou kunnen bellen

                  een inbreker zal zijn

                  de bel horen rinkelen

                  de deur openen, denkend –

                  misschien kan ik de inbreker mijn kapotte horloge aanbieden

                  en een kop koffie?

                  een lege gang aantreffen

                  terug naar binnen gaan, jezelf vertellend –

                  je vervelen is niet hetzelfde

                  als nutteloos zijn

                  een hele courgette met de hand snijden

                  zorgvuldig zijn

                  luisteren naar het geluid van het mes dat langzaam

                  op de houten snijplank landt

                  luisteren naar de wind

                  de schijfjes in de pan schuiven –

                  dit is self-care

                  je afvragen of iemand anders

                  aan je denkt

                  gebeld worden door een goed doel

                  ze vragen om je geld

                  je zegt dat je het druk hebt

                  luisteren naar de schijfjes

                  pruttelend in hete olijfolie

                  kijken naar de kleine bubbeltjes

                  een deksel op de pan leggen en

                  het direct de koelkast in verplaatsen

                  op de grond liggen

                  je ogen sluiten

                  luisteren naar de wind, wetend –

                  ik kan doen waar ik zin in heb

                  zuchten