Als u Amsterdam een beetje kent, dan weet u dat er een Beethovenstraat, een Bachstraat en een Mozartkade bestaan. Behalve de Bachstraat is er ook een Bachplein en er is zelfs een Beethovenplein (dat wist u vast niet). Maar kent u ook de Haydnstraat, het Haydnplein of de Haydnkade? Nee, die kent u niet, want ze bestaan niet. In Amsterdam is Joseph Haydn, toch één van de grootste componisten, wellicht de allergrootste, vergeten.
Aan respect heeft het Joseph Haydn (1732–1809) nooit ontbroken. Al tijdens zijn leven was hij de grootste componist. Eén van zijn bewonderaars was de 24 jaar jongere Mozart. Bekend is het verhaal dat Mozart en een vriend samen naar huis lopen na een concert waar Haydn één van zijn symfonieën dirigeerde. ‘Dat tweede thema in het presto zou ik toch anders hebben aangepakt,’ zegt de vriend. ‘Ik ook,’ antwoordt Mozart, ‘en weet je waarom? Omdat noch jij noch ik op zo’n meesterlijke inval zou zijn gekomen.’
Omgekeerd had Haydn ook een grenzeloze bewondering voor Mozart. Toen vader Leopold een keer op bezoek was in Wenen was dat voor Wolfgang een goede gelegenheid om de zes strijkkwartetten die hij aan Haydn had opgedragen (maar die nog niet waren uitgegeven) bij hem thuis aan de Domgasse, verdeeld over twee avonden, uit te voeren: papa Mozart op de eerste viool, Wolfgang op de alt. Hoeveel mensen zullen daar zijn geweest? Toch niet meer dan vijftien schat ik, onder wie natuurlijk Haydn. Na de tweede avond vertrouwde de grote Haydn papa Mozart toe: ‘Voor het aangezicht van God en de gehele mensheid verklaar ik u, en dat zeg ik zonder te overdrijven (als ein ehrlicher Mann), dat uw zoon de grootste componist is die ik ken. Hij heeft sublieme smaak en een grandioze kennis van componeren.’ Een dolgelukkige Leopold schrijft dit onmiddellijk aan zijn dochter Nannerl in Salzburg (brief van woensdag 16 februari 1785).
Ook na zijn dood blijft Haydn behoren tot het selecte groepje grote componisten en elke concertzaal met een namengalerij (zoals de grote en kleine zaal van het Concertgebouw) eert hem naast Bach, Mozart, Beethoven en andere bekende componisten, tenminste mij is geen zaal bekend waar Haydn ontbreekt. En toch wordt Haydn onderschat. Als ik in een muzikaal gezelschap zeg dat voor mij Haydn de allergrootste componist is, dan word ik meewarig aangekeken. Zeker, een groot componist, maar vergeleken met Mozart…
Geen duidelijker voorbeeld van deze onderschatting is het feit dat er in Amsterdam geen straat naar Haydn is vernoemd. Hoe kan zoiets gebeuren? Om dat uit te zoeken en in een breder kader te plaatsen heb ik allereerst een lijst nodig van alle straatnamen van Nederland.
Aan zo’n lijst is nog niet eens zo gemakkelijk te komen. Met hulp van het Kadaster, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een ruimtelijk econoom kom ik terecht bij het bestand ‘wegvakken.csv’. Dit enorme bestand bevat alle wegvakken van Nederland. Voor diegenen die niet bekend zijn met wegvakken, een wegvak is niet hetzelfde als een weg. Een wegvak is ‘een gedeelte van de weg als onderdeel van een tracé dat in lengterichting wordt begrensd door een kruispunt, een aansluiting, een knooppunt, of een andere discontinuïteit, bestaande uit een samenstelling van een alignement en een dwarsprofiel voor één rijrichting, met als randvoorwaarden de zichtlengte en eisen vanuit wegbeeld’.
Een weg, straat, laan of plein bestaat meestal uit meerdere wegvakken. Bijvoorbeeld de Prinsengracht (één van de langste straten van Amsterdam) bestaat uit 89 wegvakken. Het bestand ‘wegvakken.csv’ bevat dan ook niet minder dan 1,6 miljoen regels. Als ik dit bestand filter zodat elke straat maar één keer voorkomt, dan houd ik een bestand over van 280.000 regels, nog steeds een flink bestand, maar klein genoeg om in te laden in Excel. Mijn bestand ‘straatnamen.xlsx’ bevat dus alle straten, lanen, pleinen et cetera van Nederland, en voor elke straat ook de gemeente en de woonkern. Een gemeente kan uit verschillende woonkernen bestaan: de gemeente Westerveld in Zuidwest-Drenthe bevat niet minder dan 26 woonkernen.
Vervolgens maak ik een lijst van de bekendste honderd componisten. Zulke lijstjes zijn natuurlijk niet onomstreden, maar ik ga ervan uit dat de top-30 wel op elk top-100 lijstje zal voorkomen. Van ieder van deze honderd componisten kijk ik hoeveel straten er naar hem (want vrouwelijke componisten ontbreken op zo’n top-100 lijst) zijn genoemd. Nederlandse componisten doen niet mee, het gaat me om de internationaal bekende componisten. In Nederland zijn er nogal wat straten vernoemd naar Nederlandse componisten. Voorop natuurlijk Jan Pieterszoon Sweelinck (117 straten, vreemd genoeg niet in zijn geboorteplaats Deventer) en Jacob Obrecht (43). Vooraanstaande Nederlandse componisten als Willem de Fesch (Dieren en Uithoorn) en Jacob van Eyck (Utrecht en Heusden) zijn karig bedeeld, maar Bernard Zweers wordt daarentegen rijkelijk lof toegezwaaid (35 straten). Zo kom ik tot de volgende top-30:
1 Beethoven: 146
2 Mozart: 142
3 Bach: 135
4 Chopin: 118
5 Shubert: 114
6 Verdi: 102
7 Vivaldi: 79
8 Händel: 71
9 Haydn: 70
10 Brahms: 68
11 Wagner: 65
12 Rossini: 62
13 Joh. Strauss: 59
14 Ravel: 53
15 Bizet: 53
16 Mendelssohn: 47
17 Liszt: 46
18 Bartók: 43
19 Debussy: 42
20 Berlioz: 40
21 Mahler: 40
22 Grieg: 40
23 Sibelius: 32
24 Franck: 30
25 Puccini: 30
26 Offenbach: 30
27 Bruckner: 29
28 Palestrina: 27
29 Paganini: 26
30 Schumann: 25
Verreweg de meeste straatnamen uit de top-30 eindigen op ‘straat’ of ‘laan’ (inclusief het Brucknerlaantje in Nijkerk), gevolgd door ‘pad’, ‘weg’, ‘plein’, ‘hof’, ‘plantsoen’ en ‘singel’. De gemeente Zoetermeer heeft 22 straten eindigend op ‘rode’ (een ontginningsnaam uit de middeleeuwen). Maar ook ‘plaats’, ‘dreef’, ‘ring’, ‘kade’, ‘passage’, ‘erf’, ‘baan’, ‘gaarde’, ‘galerij’ en ‘brug’ komen voor.
De gemeente Voorburg zet de Italiaanse opera in het zonnetje met Via Puccini, Via Rossini en Via Verdi. Naaldwijk en Monster (beide in de gemeente Westland) hebben een aantal straten die alleen naar de componist zijn genoemd zonder verdere toevoeging, zoals Mozart of Bach. In Nieuw-Vennep bevinden zich de Laan van Berlioz, Laan van Bizet en Laan van Chopin.
Maar het blijft oppassen. De Ravelsedijk in Hooge Mierde is niet naar Ravel genoemd, Verdion in Eemsdelta niet naar Verdi, en Handelstraten niet naar Händel. Er zijn Schumannstraten en -lanen, maar er zijn ook straten genoemd naar Robert Schuman (met één n), de Franse europoliticus, en eveneens een straat naar burgemeester Lein Schuman van Lopik. Ook zijn er twee Clara Schumannstraten (in Amsterdam en Zutphen) en één Fanny Mendelssohnstraat (Amsterdam). Die doen dus allemaal niet mee.
Er zijn 55 straten naar Strauss genoemd en het is moeilijk te bepalen of zo’n straat genoemd is naar Johann, Richard of Franz Josef. Ik ben ervan uitgegaan dat een Strausslaan (er zijn relatief weinig Straussstraten, vermoedelijk vanwege de lastige spelling) is genoemd naar Johann Strauss, en dat als Richard Strauss wordt bedoeld dit expliciet is aangegeven. Hetzelfde geldt voor Scarlatti (18 straten), waar alleen in Amsterdam wordt vermeld dat Domenico (zoon) wordt bedoeld en niet Alessandro (vader). Ik heb alle straten toegeschreven aan Domenico. De zonen van Bach (toch verdienstelijke componisten) komen helemaal niet voor, vermoedelijk om verwarring te voorkomen.
Russische namen worden vrijelijk gespeld. Tsjaikofski wordt ook geschreven als Tsjaikowski (Leiden), Tsjaikowsky (Almere, Almelo) en Tjaikovsky (Oud-Beijerland). We komen Rachmaninoff tegen in Utrecht, Rachmaninof in Almelo en Hengelo, Rachmaninov in Almere, en Rachmaninow in Eindhoven. En Strawinsky vinden we terug als Stravinsky (Oud-Beijerland, Rotterdam), Strawinski (Rhoon, Zoetermeer) en zelfs als Strawinszki (Voorschoten).
Ook zijn er straten naar opera’s genoemd: Traviata, Aida, Rigoletto, Turandot, Norma, Parsifal (Apeldoorn heeft zelfs een Parsivalstraat). Deze tel ik niet mee, waarmee ik Verdi, Puccini, Bellini en Wagner dus enigszins tekort doe. Er is in Nederland overigens geen Don Giovannistraat of Così fan tutte-laan, dus Mozart komt er wat bekaaid van af.
U zult wellicht denken: tjonge, je neemt wel ruim de tijd om de data te presenteren en te verantwoorden, kun je ons niet beter meteen je conclusies (als je die al hebt) vertellen? Inderdaad, ik neem de data serieus. In de wetenschap heb je vakken (psychologie, sociologie, maar ook medicijnen) waar het verzamelen van data een essentieel en kostbaar element van het onderzoek is. Daar worden data serieus genomen. Maar je hebt ook vakken (met name economie) waar de data meestal worden aangeleverd door een instantie, zoals het CBS of Eurostat of de United Nations. Economen moeten die dan filteren en geschikt maken voor het onderzoek waar ze mee bezig zijn, en ze moeten zorgen dat ze precies weten hoe de data zijn verzameld en wat de sterke en zwakke aspecten zijn. Tijdrovend en moeilijk werk, maar helaas niet prestigieus; het produceren van een goed en betrouwbaar databestand levert je geen promotie op in het universitair bestel. Als ik bij een seminar in de economische faculteit een vraag stel over de data, dan krijg ik 10 tegen 1 (nou ja, 5 tegen 1, ik heb het geturfd) als antwoord: ja dat weet ik niet, daarvoor moet je bij het CBS zijn. Ik ga daar al bijna vijftig jaar tegen tekeer, maar het helpt niets. Vandaar dus dat ik zoveel aandacht aan de data schenk.
Op dit moment zijn er 342 gemeentes in Nederland (het worden er steeds minder, vijftig jaar geleden waren er nog 843 gemeentes), waarvan er 134 minstens één straat hebben vernoemd naar een componist uit de top-30. Shostakovich, Janáček, Gustav Holst en Pachelbel worden niet één keer genoemd. Van de Tweede Weense School wordt Arnold Schönberg acht keer genoemd, Alban Berg één keer en Anton von Webern geen enkele keer. In Almere is behalve de Schönbergstraat ook een Alban Bergstraat, maar blijkbaar was er geen ruimte meer voor Von Webern. Opvallend laag scoren ook Max Bruch (1x), Albinoni, Dvořák, Richard Strauss en Prokofieff (allen 2x). Corelli, Gerschwin, Strawinsky en Smetana doen het beter en vallen net uit de boot voor de top-30.
Dan nu naar de winnaars. Als je wilt weten wie iemands favoriete componist is, dan moet je haar eens vragen een lijstje te maken van de vijf grootste componisten. Stel Chopin is haar favoriete componist, dan zal ze nog steeds de vier goden van de klassieke muziek (Bach, Mozart, Beethoven en Haydn, in die volgorde) bovenaan zetten. Direct daarna komt dan Chopin. Dus haar favoriete componist staat op de vijfde plaats in haar top-5. Meestal werkt dat heel goed (ik ben statisticus en heb het getest), maar natuurlijk niet altijd. Zoals er iemand was die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, zo ken ik ook iemand die Clara Schumann als de grootste componist beschouwt. Ik geef toe, Clara was een ongelooflijke vrouw: beste pianist van Europa, moeder van acht kinderen, echtgenote van een depressieve man, en dan ook nog de hete adem van de 14 jaar jongere Brahms in haar nek en bovendien, tegen de wens van Robert, ook een verdienstelijk componist. Maar de grootste?
Wat opvalt in de top-30 is het ontbreken van Haydn in de top-4. We vinden hem pas terug op plaats 9. Haydn is blijkbaar een componist die het grote publiek minder aanspreekt, en daar zijn straatnaamcommissies gevoelig voor. Populaire componisten als Chopin, Verdi, Joh. Strauss en Paganini eindigen hoog. Van alle gemeentes scoort Tilburg het hoogste, met 43 straatnamen uit de top-30. Hoe kunnen er 43 straatnamen zijn als er maar 30 componisten mogen meedoen? Dat kan heel goed, omdat in Berkel-Enschot, dat onder Tilburg valt, vier lanen zijn genoemd naar Italiaanse componisten, terwijl die componisten in Tilburg zelf ook voorkomen (als hof, straat of pad, maar niet als laan), en verder omdat binnen Tilburg niet minder dan elf componisten tweemaal voorkomen. Alleen Franck en Berlioz ontbreken.
Als tweede en derde eindigen de gemeentes Heusden (36 straten) en Hoeksche Waard (34 straten). Den Haag eindigt op de dertiende plaats, Utrecht veertiende, Rotterdam 22e en Amsterdam eindigt op een teleurstellende 28e plaats. In Amsterdam is wel de top-12 vertegenwoordigd (behalve Haydn), maar van de overige achtien componisten slechts vijf. Zo ontbreken Felix Mendelssohn en Robert Schumann, hetgeen enigszins wordt gecompenseerd doordat Fanny en Clara wel een straat hebben gekregen. Béla Bartók en Anton Bruckner ontbreken eveneens. Waarom heeft de straatnaamcommissie het Beethovenplein (ligt tussen de Beethovenstraat en het Beatrixpark, maar elk naambordje ontbreekt) niet het Brucknerplantsoen genoemd?
Ik heb u enigszins misleid. In Amsterdam is er wel degelijk een straat naar Haydn genoemd, namelijk het Joseph Haydnpad. Dit voetpad tussen de Richard Wagnerstraat en de Schubertstraat bestaat al zo’n kleine honderd jaar, maar tot kort geleden had het geen naam. In 2015 heeft een Amsterdammer een brief aan de straatnaamcommissie gestuurd met het voorstel om dit pad naar Haydn te vernoemen. Dit voorstel is op 4 september 2015 besproken in de vergadering van de Commissie Naamgeving Openbare Ruimten (CNOR). De CNOR voelde wel voor dit burgerinitiatief, maar was zich tegelijk bewust dat het voorstel afwijkt van het raadsbesluit uit maart 2014 om bij het vernoemen van personen de voorkeur te geven aan vrouwen. Uiteindelijk heeft de CNOR positief geadviseerd nadat een lid van de commissie er op had gewezen dat binnen afzienbare tijd een aantal vrouwelijke componisten zou worden vernoemd op de Zuidas, een paar straten verderop. Het Dagelijks Bestuur van de bestuurscommissie Zuid heeft op 27 oktober 2015 eveneens een positief advies gegeven. (U kunt dit allemaal nalezen in het Gemeenteblad Amsterdam Nr. 110353 van 20 november 2015.)
Overigens is het nu niet meer mogelijk om als burger in Amsterdam een straatnaam aan te vragen. De CNOR is namelijk overgegaan in de Adviesraad Naamgeving Openbare Ruimten (ANOR) en deze kreeg als taak om de burgerparticipatie te vergroten. Als er wordt gezocht naar een naam voor een openbare ruimte, dan wordt dit gecommuniceerd op officiële gemeentelijke kanalen, waarna ‘via buurtparticipatie’ een advies wordt uitgebracht. Hoe u via de buurt kunt participeren heb ik niet voor u uitgezocht.