De grote verhuftering

door Jack Druppers

In het licht van de koplampen zag ik de knaap al uit de meute springen. Het leek er niet op dat hij ons gelukkig nieuwjaar kwam wensen. Een stuk vonkend vuurwerk vloog naar ons dienstvoertuig, stuiterde op de motorkap en bleef haken achter de ruitenwisser. In een reflex probeerde ik de ruitenwisser nog aan te zetten om zo het rokende explosief van de voorruit te vegen, maar ik was te laat. Er volgde een oorverdovende knal en een oogverblindende lichtflits, waarna een deel van de voorruit in splinters door de cabine vloog. De klap was enorm. De luchtdruk was voelbaar in mijn gezicht.

Direct na de knal leek alles zich in slow motion af te spelen. Ik keek naar mijn brigadier achter het stuur. Hij schreeuwde iets naar mij, maar zijn woorden klonken als doffe geluiden. ‘Godver… wat een klootzak!’, moet ik geroepen hebben toen ik mijn portier open smeet om die idioot uit de menigte te trekken en af te voeren naar het bureau. Ver kwam ik niet. Net op het moment dat ik wilde uitstappen, greep de brigadier de kraag van mijn leren jack en trok me weer de auto in. Daarna trapte hij het gaspedaal naar beneden en schoten we met gierende banden weg van het tumult.

Dit was vijfentwintig jaar geleden, de tijd dat kranten, radio en tv steevast meldden dat oudjaarsnacht overal ‘zonder grote incidenten’ was verlopen. In de werkelijkheid eindigde ook toen al elke jaarwisseling in een veldslag. En ook toen al beloofden korpschefs en politici als de schade duidelijk werd steevast beterschap. Meer mensen, meer geld, betere materialen en al wat niet meer. De afgelopen jaarwisseling, een kwart eeuw later, verliep wederom dramatisch, maar inmiddels is iedereen zich meer bewust van de miljoenen verslindende destructiedrang. En politici verdrongen zich voor de camera’s om te benadrukken dat hun partij echt veel meer geld wil investeren in veiligheid.

Ook de premier sprak duidelijke woorden. Het was overigens zijn partij die aan de vooravond van de vorige verkiezingen vijfduizend extra agenten beloofde. Maar toen de VVD eenmaal regeerde, kwam er niet één agent bij. Sterker nog: op initiatief van de VVD werden duizenden agenten wegbezuinigd. En met de reorganisatie naar een nationale politie kneep toenmalig VVDminister van Veiligheid Ivo Opstelten niet alleen de geldkraan dicht, maar heeft hij het politiebedrijf misschien wel onherstelbaar beschadigd. In elk geval plukken wij agenten er nog steeds de zure vruchten van. Niet zo gek dus dat de woorden van de politici over de ongeregeldheden tijdens oudjaarsnacht op de werkvloer honend worden aangehoord. De felle reactie van een Haagse ploegchef, wiens jongens het zeer zwaar te verduren hadden gehad, op een tweet van (toen nog) onze minister van Veiligheid Van der Steur was daarvan een voorbeeld.

Nu was de tweet van minister Van der Steur ongetwijfeld goed bedoeld. Hij schreef: ‘Grote waardering voor de inzet van onze hulpdiensten tijdens jaarwisseling. Onacceptabel dat juist tegen hen geweld wordt gebruikt.’ De Haagse politiechef gaf als repliek. ‘Soms past het U meer om te zwijgen. Dat is Nu. Middelen om het werk te doen zijn ondermaats en geen politieke steun.’ De media sprongen bovenop deze woordenwisseling, en om de gemoederen te sussen, beloofde korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom maar weer eens om zich vol in te zetten voor meer middelen, geld en manschappen.