Integer

door Jack Druppers

‘Speciaal voor de sterke arm is deze lekkernij vandaag vijf euro!’ roept de koopman op de Dappermarkt met een knipoog en schuift een zak met tien grote gevulde koeken in mijn richting. Voor mij bestaat er niets lekkerder dan een verse gevulde koek. De geur doet mij al watertanden. Talloze keren heb ik zo’n zak gehaald voor de wijkagentenkamer. Ik weet dus heel goed dat tien gevulde koeken niet vijf, maar tien euro kosten. ‘Dat is erg vriendelijk van u, maar ik wil graag het normale bedrag betalen’, zeg ik tegen de man. Zijn blik verstrakt en hij zegt; ‘Geeft nu maar gewoon een vijfje, meneer de agent, dan zijn ze nog lekker warm als je naar je bakkie gaat. Het is echt goed zo.’ Ik geef geen krimp: ‘Even goede vrienden, maar ik betaal het normale bedrag, of ik koop helemaal niets.’

Aan mij is ‘naggen en dalven’ niet besteedt. Ik ben een agent van de lichting bij wie in de opleiding voor het eerst aandacht werd besteed aan integriteit. ‘Je moet aan het einde van de dag in de spiegel kunnen kijken,’ werd ons voorgehouden, en dat leek mij altijd al een goede levenswijsheid. Er zijn echter tijden geweest waarin het ook voor Nederlandse politieambtenaren heel normaal was om korting en erger te krijgen bij de lokale middenstand. Als jonkie hoorde ik al die verhalen. Op de Warmoesstraat werd bijvoorbeeld in de jaren zeventig de jongste agent rond de feestdagen erop uitgestuurd om kerstpakketten te verzamelen bij de winkeliers rondom de Wallen. Vlak voor Kerst stond het kantoor van de wijkteamchef dan bomvol met feestpakketten, die onder het personeel werden verdeeld. En aan de Pieter Aerszstraat, het toenmalige Bureau De Pijp, stonden in de jaren zestig en zeventig inbeslaggenomen voertuigen gestald. Geregeld werd daaruit dan brandstof overgeheveld in de eigen auto’s van de dienders.

Toen ik mijn carrière in Rotterdam startte, werden wij als studenten ook getrakteerd op dergelijke verhalen. Mijn ouwe brigadier vertelde bijvoorbeeld dat toen hij net begon bij de politie op bureau Maashaven, hij zijn ploegchef regelmatig naar een vast adresje op Katendrecht moest brengen om hem na dertig minuten later weer op te pikken. ‘Ik zie hem nog naar buiten komen, zijn uniformbroek half aan het ophijsen en zijn haren fatsoenerend.’ Het gratis bezoek aan de dames van lichte zeden gebeurde niet eens heimelijk, gewoon in uniform, gebracht en gehaald in een politieauto.

En toen ik zo’n vijfentwintig jaar geleden stage liep in Rotterdam was het gebruikelijk om de bestelling Chinese maaltijden bij de achterdeur van het etablissement voor een kwart van de prijs af te halen. Enige voorwaarde was dat je wel dienst moest hebben en dus in uniform moest komen. Zo gebeurde het vaak dat dienders in hun vrije weekend in uniform naar de Chinees gingen om voor de hele familie eten op te halen. Bij elk bureau in Rotterdam werd er trouwens elke dag een stapel gratis AD’s naar binnen gegooid, in Amsterdam was er De Telegraaf en in Utrecht het Utrechts Nieuwsblad. Voor iedereen, van hoog tot laag, was zo’n gratis krant de normaalste zaak van de wereld.

Ik weet nog dat ik kort na mijn installatie in de Maasstad in uniform een bestelling voor zo’n tien collega’s deed bij een grote hamburgerketen op de Coolsingel. Ik had uitgerekend dat ik zo’n vijfenzestig gulden zou moeten afrekenen, en dat bedrag verscheen ook op de kassa. Op het moment dat ik het geld uit mijn uniformbroek graaide, drukte de jongeman achter de counter echter een blauwe knop in op de kassa en ineens verscheen het bedrag van 32,50. De helft. Ik besefte niet goed wat er gebeurde, betaalde het bedrag en sjeesde met de lauwe burgers retour richting bureau.