Deze maand

Deze maand moeten muziekliefhebbers een rampzalig verlies verwerken. The New York Times heeft laten weten dat de brand in Universal Studios in 2008 vijfhonderdduizend originele opnames van onder meer Tupac, Nirvana en Sister Rosetta Tharpe heeft vernietigd. Dat bericht is extra navrant omdat deze maand de Nederlandse stadionconcertagenda met Bon Jovi, Bryan Adams en Phil Collins lijkt op de favoriete compilatie-cd van een hockeyvader met gestagneerde smaakontwikkeling. Gelukkig kunnen muziekliefhebbers tegenwoordig hun verdriet eenvoudiger dan ooit smoren in digitale bibliotheken.

Hoewel lof voor een exponent van de digitalisering misstaat in Hollands Maandblad, is het misschien wel juist gepast om hier te verkondigen dat die ontembare kracht niet louter mens, maatschappij en kosmos ondermijnt. Zo is lastig te ontkennen dat met behulp van streamingdiensten die kunstgrasmat van Collins cum suis eenvoudig is los te steken om de grond bloot te leggen voor diepgravend onderzoek naar kwaliteitsmuziek. Musici staan nooit op zichzelf en bieden legio aanknopingspunten voor muzikale vondsten. Met Jacques Brel als startpunt kunnen luisteraars al speurend een verborgen bewondering ontdekken voor Congolese rock-rumba. (Tevens hebben streamingdiensten digitale piraten net zolang gekielhaald tot ze betaalden voor muziek, maar dat is een ander verhaal.)

Voorbehoud is nodig: muziek analyseren vanuit individueel perspectief resulteert in voor toehoorders onbegrijpelijke associaties, maar hopelijk omzeilt een breder uitgangspunt die valkuil, te weten: waarom is een digitale, sonische wereldreis raadzaam? Aangenomen dat luisteraars muziek gebruiken als medicijn tegen verdriet, als uitweg voor voorradige emoties, als opwekker van catharsis en katalysator van vreugde, lijkt het logisch als eenieder zich harnast en bewapent met zoveel mogelijk uiteenlopende muziek tegen al wat een mens moet verduren. Toonkunst kan daarnaast hetzelfde voordeel als literatuur hebben: het kan inzage in andermans leefwereld geven, perspectieven vergroten en verbroedering stimuleren. Het digitale aanbod lijkt zich het beste te lenen voor al dat beoogde gezien haar omvang en diversiteit. Critici van streamingdiensten kunnen tegenwerpen dat hun suggesties, ontsproten aan algoritmen, blikvernauwing bevorderen en vooroordelen bestendigen. Die kunnen inderdaad, indien klakkeloos opgevolgd, luisteraars een tunnel in sturen waar het muzikale eenheidssop van de wanden druipt. Maar als luisteraars zich laten koeioneren door een wiskundig rookgordijn, is wellicht hun gebrekkige autonomie de werkelijke boosdoener.

Tot slot, aangaande die Universal Studios-brand: enkele opnames werden tijdig gedigitaliseerd. Nu is Hollands Maandblad gezegend met een digitaal archief, maar eenmaal beschadigd is zulk materiaal niet te herstellen. Hoewel de roemruchte papieren editie van Hollands Maandblad nooit mag verdwijnen, is het dan ook zinnig te overwegen hoe digitaal en papier elkaar dermate kunnen versterken dat zelfs een vuurzee het eigenzinnigste tijdschrift van Nederland niet kan schaden (maar dat is een ander verhaal). – DG