Gedichten

door Aat Ceelen

In mooi zwart pak

God schiep mij uit verveling

uit verveling zal ik sterven nog

de engel die mij vergezelt

saait mij tot bloedens toe

de dagen dagen traag

de dingen dingen maar

Alles kunstchocolade

een stom verteren

een staalharde stoelgang

Alle filosofen raus!

Zijn und sgijt. Das

Ding ansichtkaart

De groeten! Ik gaap

Moet ik soms van koeien

het herkauwen leren?

Niet weer een lente

ik wil een vuile herfst

geen dauw op rozen

maar gassen, olie, smeer

een put om smut te lozen

bevlekte schuimmatrassen

betaald geslachtsverkeer

Snij uit de laatste wintertak

nog wat venijn, graaf nog wat

gif uit de verrotte dode akker

antidotum voor de pijn

van het nooit meer

nieuw te zijn

Ik zal dodelijk verveeld

in mooi zwart pak en blauw

als een kanarie naar mijn grafje gaan

mokkend om wat mij nooit is aangedaan

Op de steen komt dan te staan:

hoe bitter hij ook leed

hij ging immer goed gekleed


*


Bijles

Jij krijgt bijles, ventje

je hebt een klein verstand

en een mager paasrapport

we gaan nazifilms kijken

en Tolstoj bestuderen

zie het als vorming

vannacht slaap je op zolder

bij het doodzieke hobbelpaard

en het dove kindje van de buren

morgen klinkt er marsmuziek

ben je alles weer vergeten

ach, je moet nog zo veel leren


*


De Assuradeur

Ik ben een oude man

Nog even en ik val

Het is mijn pak dat

Mij nog redden zal

Het omhult mij als

Een polisblad

Gevaar gaapt ons aan

Ons leven hangt aan

Een krank touwtje

Ook u raad ik aan

U warm te kleden

Tegen kou van leven

Tegen kommer, wee

De gevaren der zee

Verlies van liefde

Diefstal van een hart

Dood van een kat

Of dood van moeder

In mij vindt u dan uw

Albehoeder, u krijgt

Uw liefde terugbetaald

Het verdriet vergoed

Alles goed geregeld

Uw dood verzegeld