1.
in een borstkaszwarte nacht
wind ademhaling hartslag
galop op een oud pad
het onweer is onderweg
zijn koffer vol vergeten goden
en ik, steen die wacht
jij slaapt, mens zonder schepper
je lichaam van lucht drukt het kussen
materie en matras
de hemel begint te zakken
kruipt over ons heen
er is geen kist, er is niks dat dood is.
2.
mijn hoofd in je schoot
languit in je tuin
in de holte van je oksel
een puntgaaf kroonblad
gewas zonder naam
geel en vers
en ik ben het graniet in een gedicht
voel mijn hevige koelte.
3.
wolken van lood en kool
het dakraam open
populieren buigen hun grijze hoofd
in de regen klinkt het stappen
van mijn oude schoenen (net goden)
rennen met een lichtheid
die ik ook toen niet bezat
een kei rollend van een heuvel
een veer zonder vleugels
stille neerslag op het pad.