Gedichten

door Philip Huff

Mad Girl’s Love Song

Sylvia Plath


“I shut my eyes and all the world drops dead;

I lift my lids and all is born again.

(I think I made you up inside my head.)

The stars go waltzing out in blue and red,

And arbitrary blackness gallops in:

I shut my eyes and all the world drops dead.

I dreamed that you bewitched me into bed

And sung me moon-struck, kissed me quite insane.

(I think I made you up inside my head.)

God topples from the sky, hell’s fires fade:

Exit seraphim and Satan’s men:

I shut my eyes and all the world drops dead.

I fancied you’d return the way you said,

But I grow old and I forget your name.

(I think I made you up inside my head.)

I should have loved a thunderbird instead;

At least when spring comes they roar back again.

I shut my eyes and all the world drops dead.

(I think I made you up inside my head.)”



Sylvia Plath, ‘Mad Girl’s Love Song’, uit Mademoiselle, augustus 1953



Liefdeslied van dwaze meid

Sylvia Plathvertaling Philip Huff


“Ik sluit mijn ogen en heel de wereld valt dood neer.

Ik open mijn oogleden en alles wordt herboren.

(Ik denk dat ik je heb verzonnen in mijn hoofd, alweer.)

De sterren walsen weg in blauw en rood,

En willekeurige zwartheid galoppeert naar binnen:

Ik sluit mijn ogen en heel de wereld valt dood neer.

Ik droomde dat je me betoverde tot in bed, meneer

En me maanziek zong, me zo zoende dat ik gek werd.

(Ik denk dat ik je heb verzonnen in mijn hoofd, alweer.)

God lazert uit de hemel, het hellevuur verbleekt:

Weg serafijnen en Satans mannen:

Ik sluit mijn ogen en heel de wereld valt dood neer.

Ik dacht dat je terug zou komen zoals beloofd,

Maar ik word oud en ik vergeet je naam.

(Ik denk dat ik je heb verzonnen in mijn hoofd, alweer.)

Had ik maar een dondervogel liefgehad, dit keer;

die komt ten minste terug als het lente wordt.

Ik sluit mijn ogen en de wereld valt dood neer.

(Ik denk dat ik je heb verzonnen in mijn hoofd, alweer.)”



These Poems, She Said

Robert Bringhurst


These poems, these poems,

these poems, she said, are poems

with no love in them. These are the poems of a man 

who would leave his wife and child because

they made noise in his study. These are the poems 

of a man who would murder his mother to claim 

the inheritance. These are the poems of a man 

like Plato, she said, meaning something I did not 

comprehend but which nevertheless

offended me. These are the poems of a man

who would rather sleep with himself than with women, 

she said. These are the poems of a man

with eyes like a drawknife, with hands like a pickpocket’s

hands, woven of water and logic

and hunger, with no strand of love in them. These

poems are as heartless as birdsong, as unmeant

as elm leaves, which if they love love only 

the wide blue sky and the air and the idea

of elm leaves. Self-love is an ending, she said,

and not a beginning. Love means love

of the thing sung, not of the song or the singing.

These poems, she said….

        You are, he said,

beautiful.

    That is not love, she said rightly.



Robert Bringhurtst, uit The Beauty of the Weapons: Selected Poems 1972-1982 (1985)



Deze gedichten, zei ze

Robert Bringhurstvertaling Philip Huff


Deze gedichten, deze gedichten,

deze gedichten, zei ze, zijn gedichten

zonder liefde in zich. Dit zijn de gedichten van een man

die zijn vrouw en kind verlaten zou omdat

ze lawaai maakten in zijn kantoor. Dit zijn de gedichten

van een man die zijn moeder vermoorden zou om de erfenis

op te strijken. Dit zijn de gedichten van een man

als Plato, zei ze, iets bedoelend wat ik niet 

begreep maar dat me desondanks

beledigde. Dit zijn de gedichten van een man

die liever met zichzelf zou slapen dan met vrouwen,

zei ze. Dit zijn de gedichten van een man

met ogen als een haalmes, met handen als die van een

zakkenroller, gewoven van water en logica

en honger, met geen draadje liefde erin. Deze

gedichten zijn even harteloos als vogelgezang, even ongemeend

als iepenbladeren, die als ze al liefhebben alleen 

de wijde blauwe hemel liefhebben en de lucht en het idee

van iepenbladeren. Eigenliefde is een einde, zei ze,

en geen begin. Liefde betekent liefde

voor wat bezongen wordt, niet voor het lied of het gezang.

Deze gedichten, zei ze….

         Jij bent, zei hij,

prachtig.

    Dat is geen liefde, zei ze terecht.