Quo vadis (IX)

door Vrouwkje Tuinman

Het liefste wilde Alan Billis na zijn dood een gemotoriseerde arm. ’s Ochtends zouden de medewerkers van het Gordon Museum dan de stekker in het stopcontact steken, en elke keer als er een bezoeker kwam, zou een bewegingssensor dat oppikken en werd de arm geactiveerd. Alan zou naar iedereen zwaaien.

‘Maar dat is niet echt wat we hier doen,’ vertelt William Edwards, curator van het museum. We drinken thee uit bekers met daarop het logo van het Gordon Museum voor Pathologie. Dit onderdeel van het Londense King’s College is uitsluitend bedoeld ter lering – niet ter vermaak. Om er in te mogen, moet je geneeskunde studeren of bijvoorbeeld farmacie. Als je een van die studies aan King’s College volgt, ben je er sowieso vaak. Het Gordon Museum grenst aan het mortuarium van het universiteitsziekenhuis. Ernaast zijn de ruimtes waar artsen in opleiding lichamen ontleden van mensen die postuum liever studieonderwerp zijn dan begraven of gecremeerd te worden.

Ook Alan Billis heeft zijn lichaam nagelaten aan de wetenschap. En aan de media. De taxichauffeur uit Torquay was 61 jaar oud en had longkanker toen hij een advertentie in de krant zag. Een televisieproductiemaatschappij zocht ten behoeve van een documentaire een proefpersoon voor een bijzonder experiment: het volgens oude Egyptische methodes mummificeren van een lichaam.

Sinds het begin van onze jaartelling is mummificatie zeldzaam, en gebeurt het eigenlijk altijd per ongeluk. Tussen twee spouwmuren, in een zoutmijn, op een gletsjer. Soms zijn de resultaten indrukwekkend, maar meestal gebeurt er iets (de buren beginnen te klagen, het lijk wordt ontdekt en alsnog ter aarde besteld, het weer slaat om) waardoor het proces nooit voltooid raakt. Doelbewuste mummificatie had zo’n drieduizend jaar niet plaatsgevonden totdat Alan Billis zich opgaf voor het Channel 4-programma waarin forensisch archeologen iemand zouden mummificeren op de wijze zoals dat vermoedelijk vele eeuwen voor Christus gebeurde.

Hij was niet de enige, trouwens. Er reageerden een stuk of twaalf mensen op de oproep. Alan haalde het tot de shortlist. Edwards: ‘Het is niet ongewoon dat we donoren weigeren die hun lichaam willen schenken aan de wetenschap – ook niet voor alledaagsere doeleinden. Bijvoorbeeld als ze teveel lichaamsdelen missen, of aan morbide obesitas lijden. Sommige mensen hebben zoveel medicijnen gehad dat ze “giftig” zijn. Die wijzen we allemaal af. We hebben gemiddelde lichamen nodig.’

Billis lichtte zijn familie pas over zijn wens in toen hij door de selectie was gekomen. Zijn echtgenote Janet moest even wennen aan het plan, dat ‘weer echt iets voor Alan’ was. Ze weet nog dat hij op een middag doodleuk zei: ‘Ik heb me opgegeven om op de tv gemummificeerd te worden.’ Alan hield nu eenmaal van van aandacht, stelt Edwards vast. De taxichauffeur gaf in elk geval geen krimp toen hij tegen de camera, die verderop in het proces zou filmen hoe hij opengesneden werd, speculeerde over zijn nagedachtenis. ‘Mijn kleinkinderen zullen waarschijnlijk op school vertellen dat ik een farao ben.’