The Long Goodbye

door Renske van den Broek

Het tweede plan was eenvoudig en efficiënt. We zouden hem met hok en al meenemen in de auto. Omdat het gevaarte niet achter in de Mazda paste, leenden we van de buurman een kooi met stalen tralies. Een voordeel was dat Karel onmogelijk door het staal heen kon bijten, zoals hij zich na vier maanden bijna een weg uit zijn houten hok had geknaagd. Wanneer hij bezig was, zag je zijn snuit met de lange, scherpe tanden door het gat in het dak komen.

In het vakantiepark zouden we hem op de veranda van het huisje zetten en netjes voeren, wat trouwens een hele kunst was, want je moest het voer naar binnen gooien wanneer hij even niet oplette, anders haalde hij je handen open met zijn scherpe nagels. Daarna zouden we hem het grootst mogelijke geschenk denkbaar geven: vrijheid.

Het enige wat we hoefden te doen, was na een dag of drie het hok per ongeluk open laten staan, de rest zou vanzelf gaan. Het moest in de avond gebeuren, zodat hij de hele nacht zou hebben om te wennen. Tegen de ochtend zou hij weg zijn, de bossen in, en vriendschappen sluiten met andere konijnen. Als de buren zich ermee gingen bemoeien, dan zouden we een zoektocht op touw zetten, die jammerlijk zou mislukken. Tranen verbijten, jezelf voor het hoofd slaan, we verheugden ons er al op. Aan het einde van het midweekarrangement zouden we met hangende schouders onze spullen inladen en het lege hok achter in de auto zetten. Eenmaal thuisgekomen zouden ook wij bevrijd zijn.

Het was eind oktober en de laatste gedachte aan een nazomer was met de herfst­regens de modder in gespoeld. We hadden het goedkoopste huisje geboekt in het goedkoopste huisjespark dat we konden vinden. Huisje vierhonderddertien was voor ons. Op het internet had het witgeschilderde hout er pittoresk uitgezien, in werkelijkheid bleek het kunststof met plankeneffect. Binnen waren de deurtjes van de keukenkastjes beplakt met een houtnerfprint. Op tafel en naast de televisie stonden plastic bloemstukjes. Onwennig testten we het bed, dat een stuk kleiner was dan bij ons thuis. Daarin konden we veilig de nacht doorbrengen zonder elkaar aan te hoeven raken. Het was niet dat we elkaar niet aan wilden raken, we wisten gewoon niet meer zo goed hoe het moest. Sommige mensen boekten een reis naar Sri Lanka of gingen in relatietherapie, wij hadden een konijn genomen.

Het eerste plan was simpel en doordacht. Het beest zou iets van ons samen zijn. We zouden hem samen een naam geven, samen verzorgen en samen vertroetelen. Felix zou in de tuin een ren timmeren waar het konijn zomers in kon, en ’s avonds zouden we op de bank zitten met het beest tussen ons in. We gniffelden om dat beeld, want we zagen onszelf niet echt als mensen met een konijn tussen hen in.