Europese vergezichten in de mist

door Florus Wijsenbeek

Frits Bolkestein, voormalig voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, voormalig staatssecretaris van Economische Zaken, voormalig minister van Defensie, voormalig Europees commissaris voor Interne markt, de Douane-Unie en Belastingen, en regelmatig publicist in Hollands Maandblad, is een cynicus (hij zou zelf zeggen ‘realist’) die niets op face value aanvaardt. Toen hij nog ­fractievoorzitter was, wees hij als eerste in Nederland op de ‘gevaren’ van de toenemende invloed van Europa op de nationale politiek en op de ‘te grote’ instroom van immigranten uit moslimgebieden in ons land. Destijds werd hij daarvoor verketterd, maar nu wordt hij door velen als een ziener beschouwd.

Toen verschilde ik fundamenteel van mening met hem, en nu doe ik dat nog altijd, maar destijds schroomde ik niet, ondanks het feit dat hij de voorman was en ik maar een ondergeschikte in ons beider partij, dat hardop te zeggen. Enkele malen, zoals op een uitslagenavond van de Europese verkiezingen, waarvoor hij het partijprogramma had geschreven, kwam dat tot een rechtstreekse confrontatie. De VVD deed het weer eens niet geweldig en Frits wendde zich tot mij met de opmerking: ‘Florus, jij bent een politiek onbenul.’ Op mijn verbaasde wedervraag ‘hoezo, Frits?’ kreeg ik eerst een herhaling van deze nogal confronterende uitlating, maar daarna toch tekst en uitleg. Volgens hem had ik in mijn toenmalige hoedanigheid van voorzitter van de afdeling ’s Gravenhage van onze partij plenair een amendement verdedigd en aanvaard gekregen waarin zijn voorstel dat Turkije nooit lid mocht worden van de Europese Unie werd geschrapt. Dat was hem kennelijk in de keel blijven steken.

Mijn verdediging dat ik maar de voorzitter was, dus daarmee slechts de dienaar van de afdeling, en derhalve niet noodzakelijkerwijs de inspirator van de door hem verguisde inbreuk op zijn idee, werd door hem weggewuifd. Eerlijk gezegd was dit niet geheel ten onrechte, want inderdaad had ik het amendement zelf bedacht en ingediend, met het voorgevoel dat schrapping van de tekst dat Turkije niet mocht toetreden eerder acceptabel voor de algemene ledenvergadering was dan een tekst waarin een eventueel lidmaatschap van de Europese Unie voor dat land expliciet wel mogelijk werd verklaard.

Mijn tussenoplossing werd inderdaad met een kleine meerderheid aanvaard. De ietwat triomfantelijke toevoeging mijnerzijds in dat gesprek op de uitslagenavond, dat dit nu ­directe democratie was en dus mij door hem niet kwalijk genomen mocht worden, was wel wat pedant, zo bedacht ik later toen de emoties van het moment waren uitgedoofd. Ik heb een en ander recht proberen te zetten door Bolkestein toe te zeggen dat ik over de voor- en nadelen van een Turks lidmaatschap een artikel zou schrijven voor Liberaal Reveil, het tijdschrift van de Telders Stichting, de aan de VVD verwante wetenschappelijke stichting, waarvan hij in de redactieraad zat.