Een nog betere toekomst

door Arnon Grunberg

Barones Van Babylon, die door iedereen gewoon mevrouw Van Babylon werd genoemd, kende nog de verhalen uit de oude tijd. Haar grootvader was goed bevriend geweest met een man die intensieve veehouderij had bedreven. Hij had varkens en pluimvee gehad, maar de man had de nieuwe tijd zien aankomen en had zich tussen zijn pluimvee van het leven beroofd.

Geslacht en gejaagd werd er al lang niet meer, althans niet officieel, recentelijk was het zeventigste jubileum van de ‘slachtvrije wereld’ groots gevierd en mevrouw Van Babylon had samen met het personeel en een paar vriendinnen haar steentje bijgedragen aan de viering: goede wijnen, lekkernijen en een extraatje voor het personeel.

De wereld was opgeruimd en de schuldigen aan de slachtpartijen van vroeger waren grotendeels ook opgeruimd; het een had natuurlijk met het ander te maken. Aan haar kleindochter Lily vertelde mevrouw Van Babylon verhalen uit de oude doos, want kinderen houden van een beetje griezelen en het is ook goed voor hun ontwikkeling.

Er bestond nog wel veeteelt, maar intensief kon die niet worden genoemd. Op strategische plekken op de wereld stonden manmensen op stal – de edelste, maar dat spreekt vanzelf – om de zaadproductie op peil te houden. Een van de oudste manmensboerderijen was van de moeder van mevrouw Van Babylon geweest. Het bedrijf heette Goed Zaad, want de moeder van mevrouw Van Babylon hield niet van opsmuk. Meestal werd het melken door machines gedaan, maar ouderwets als mevrouw Van Babylon was, hield ze ervan om het handmatig te doen, zoals haar lief moedertje dat ook altijd had gedaan, hoewel ze er nu langzaamaan te oud voor werd.

De rest van de manmensen was schuldig bevonden aan de slachtpartijen, niet alleen tegen dieren, maar ook tegen andere mensen – de twintigste eeuw werd er graag bijgehaald – en was afgevoerd. In de geschiedenisboeken stond te lezen dat de dood van God slechts een voorspel was van de dood van de man en dat beide sterfgevallen als een bevrijding moesten worden gezien.

Heteroseksualiteit bestond nog wel, zij dat er in de betere kringen op neer werd gekeken, maar daarvoor waren er manvervangers uit Japan, waar ze met de manvervanger waren begonnen en waar ze ook nu nog de beste manvervangers produceerden, al was er recentelijk een heel aardig exemplaar in Finland op de markt gebracht.

Mevrouw Van Babylon schaamde zich voor de restanten heteroseksualiteit die nog in haar zaten, ze had drie manvervangers in haar schuur staan. Veel minder schaamde ze zich voor de lust die ze voelde om soms – illegaal uiteraard – nog ouderwets te slachten. Ze deed het samen met haar dienstmaagd Mireille, die het slachten ook kon waarderen, en hoewel mevrouw Van Babylon het gegiechel van Mireille vreselijk vond, had ze haar nodig bij de illegale slacht. Ze kon het niet meer alleen.