Vrijheid versus gelijkheid

Over de intellectuele erfenis van Ralf Dahrendorf

door Willem Wansink

Ik geef het toe. Ik mis Ralf Dahrendorf. Te midden van het Facebookgekeuvel en de twittermeninkjes mis ik Lord Dahrendorf. Ik bedoel The Right Honourable Baron Dahrendorf of Clare Market in the City of Westminster, Sir Ralf voor zijn studenten, de soft-spoken liberale Duits-Britse vrijdenker in wiens argumenten over de sociale en maatschappelijke conflicten in de moderne wereld subtiele zelfspot nooit ver weg was. Hij was misschien wel de laatste intellectueel die onze generatie zal kennen, nu er slechts nog ‘opiniemakers’ en ‘influencers’ lijken te zijn die permanent zeuren om aandacht. Negen jaar geleden overleed hij, op 17 juni 2009, tachtig jaar oud, en elke dag dat ik een krant lees of naar de televisie kijk, mis ik hem.

Dahrendorf was een multitalent: filosoof, classicus, socioloog, onderzoeker, hoogleraar, politicus, lid van de Europees Commissie, universiteitsbestuurder, publieke persoonlijkheid en bovenal een bijzonder productief publicist. Rusteloos, dynamisch, permanent alert op uitsluitingsprincipes als hij was, bestonden er voor hem geen grenzen tussen die bezigheden. Wat dat betreft, bleek hij uiteindelijk de volkomen Homo sociologicus, zoals een van zijn boeken heet, omdat hij bij alles wat hij deed de wereld bezag vanuit het sociologisch perspectief van machtsverhoudingen, sociale onderstromen en de kloof tussen woord en werkelijkheid, ideologie en realiteit.

Zo wees hij al vele decennia geleden op de toenemende ongelijkheid in de westerse wereld. Op de groeiende onderklasse, op het belang van de natiestaat als recept tegen natio­nalisme, of op het belang en de illusie van Europese integratie. Maar ook op de triomf en het falen van de welvaartstaat, die een bureaucratisch monster was geworden en grote groepen aan hun lot overliet. Hij memoreerde de paradox van ongereguleerde immigratie en uitsluiting van migranten, alsook de complexe verknoping van opkomend individualisme, toenemende intolerantie, en de roep om een homogene samenleving vol consensus en mensenrechten. Reeds in de jaren tachtig van de vorige eeuw voorspelde hij de opkomst van het populisme als politieke en culturele machtsfactor in Europa. Hij zag het als een bijna onontkoombaar gevolg van de eigentijdse ‘anomie’, waarbij hij opzettelijk de term gebruikte van Émile Durkheim voor de sociale en intellectuele desoriëntatie die ontstaat wanneer maatschappelijke normen en verhoudingen als gevolg van politieke of economische crises op onvoorspelbare wijze veranderen.

Dahrendorf wees met graagte op al die paradoxen van de moderne tijd. Hoe de welvaart van de een de armoede van de ander betekent. Hoe het ideaal van Europese integratie van de een leidt tot anonieme bureaucratisering voor de ander; hoe politieke partijen steeds meer macht krijgen, maar steeds minder coherente sociale groepen vertegenwoordigen. Liberale vrijheid was voor Dahrendorf dan ook ondenkbaar zonder kritische waakzaamheid, juist omdat vrijheid en ongelijkheid in een eeuwige tweestrijd zijn verwikkeld.