Gedichten

door Marc Tritsmans

Entiteit


Het begint al met die zichtbare buitenkant.

Om de maand blijken alle cellen van onze

opperhuid ongemerkt vervangen.


In de spiegel toont zich dus telkens iets

volkomen nieuws. Nog vreemder wordt het

als je weet dat ook onze bloedeigen neuronen


levenslang worden vernieuwd. Hoe houden

onze herinneringen nog steek? Hoe blijft

dat vloeibare ik zonder vaste kern toch


staande en gaande? Na een goeie acht jaar

blijkt de plaats van ons lichaam immers

zonder ons medeweten te zijn ingenomen


door een soort van dubbelganger. Slechts in

het diepst van onze hersenstam en in sommige

delen van ons kloppend hart blijven we blijkbaar


nog een beetje degene die we waren toen we

begonnen. Onvatbaar toch dat ik door mezelf en

door anderen meestal als dezelfde word herkend.