Botsen met en over Turkije

Hoe Bolkestein en ik het bekvechtend eens werden

door Florus Wijsenbeek

Soms lijkt het in onze tijd bijna een taboe om van mening te veranderen. Voor je het weet, moet je ‘excuses’ aanbieden of wordt er druk getwitterd over ‘opportunisme’. Misschien komt dit omdat er tegenwoordig zoveel meningen zijn, of misschien komt het omdat zo weinige van die meningen geworteld zijn in argumenten. Eerlijk gezegd ben ik er nogal fier op dat ik in de afgelopen jaren van mening ben veranderd over een belangrijke politieke kwestie, of beter gezegd, dat ik vasthield aan mijn opvattingen, maar dat dezelfde argumenten mij vanwege de gewijzigde omstandigheden nu leiden naar andere gevolgtrekkingen. En ik kan er zelfs om glimlachen dat ik thans dezelfde conclusie trek als de prominente partijgenoot met wie ik zo vaak botste over deze kwestie, terwijl wij nu tot die gelijkluidende slotsom komen op basis van nog steeds diametraal tegengestelde opvattingen.

Die prominente partijgenoot is Frits Bolkestein en de kwestie is de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Mijn talrijke worstelingen hierover met de voormalige leider van de VVD speelden plots weer door mijn hoofd toen onlangs bekend werd dat de verhoudingen tussen Turkije en Europa, en die tussen Turkije en Nederland in het bijzonder, weer verbeteren na de afgelopen anderhalf jaar op een ijskoud dieptepunt te hebben ­verkeerd.

Of de dooi te maken heeft met het verzet van de Unie en Nederland in het bijzonder tegen de plannen van de Amerikaanse president Trump om Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen, of met het gegeven dat de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan nu wel zo’n beetje klaar is met zijn rigoureuze zuiveringsacties tegen de aanhangers van Fethullah Gülen, die hij ziet als brein achter de mislukte coup van 15 juli 2016, dan wel met het steeds nijpender internationale isolement van Turkije, feit is dat de onderlinge toon aan het eind van 2017 plotseling sterk veranderde. Erdoğan zei ‘waarde te hechten’ aan goede betrekkingen met de EU, en volgens de Turkse krant Hürriyet sloot hij zelfs een bezoek aan Nederland of Duitsland niet uit. Premier Mark Rutte had al eerder verzoenende signalen afgegeven, en Erdoğan vond die nu ‘toereikend’ voor een verbetering van de betrekkingen. Er circuleerden ook berichten dat Turkije en Nederland (de op één na grootste investeerder in het land van Erdoğan ) begin 2018 de banden weer gaan aanhalen met de uitwisseling van ambassadeurs en een bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag aan Ankara.